rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-instructeursbeurs-mbo-2025/BWBR0050886
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025 BWBR0050886 ministeriele-regeling geldend 2025-03-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0050886 Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025

Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bachelor of associate degree-opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, die is opgenomen in het Register Instellingen en Opleidingen en wordt verzorgd door een erkende onderwijsinstelling;
  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
  • DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
  • instructeur: personeelslid van een instelling, niet zijnde docent, belast met onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.2, van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • studiepunten: studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • subsidie voor studiekosten: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
  • subsidie voor studieverlof: subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b.

Hoofdstuk 2. Subsidie voor instructeursbeurs

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, met uitzondering van de artikelen 2.3, eerste lid, onderdeel a, 3.1 en 3.2, tweede lid.

Artikel 3

1.

De minister kan subsidie verstrekken aan:

a. a. een instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs voor studiekosten in verband met het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding; en b. b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof voor het volgen van een bachelor of associate degree-opleiding aan de instructeur in het middelbaar beroepsonderwijs.

2. De subsidie wordt telkens voor één studiejaar en voor één opleiding verstrekt.

3. Indien het een opleiding betreft met een totale studielast van meer dan zestig studiepunten, verstrekt de minister op grond van deze regeling of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo in totaal niet meer dan driemaal subsidie.

Artikel 4

1. In het kalenderjaar 2025 is voor het verstrekken van de subsidie op grond van deze regeling ten hoogste € 800.000,- beschikbaar.

2. Indien het beschikbare bedrag niet volledig wordt verstrekt, wordt het resterende bedrag door de minister bekendgemaakt in de Staatscourant en toegevoegd aan het voor subsidieverstrekking in het desbetreffende kalenderjaar beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Regeling subsidie zij-instroom.

3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat aanvragers aan wie op basis van deze regeling of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij subsidieverstrekking.

4. De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend als datum van ontvangst.

Artikel 5

1. De subsidie voor studiekosten wordt aangevraagd door de instructeur.

2. De subsidie voor studieverlof wordt door de instructeur aangevraagd namens het bevoegd gezag.

3. Een aanvraag wordt gedaan met gebruikmaking van de aanvraagformulieren die daartoe op de website van DUO beschikbaar zijn gesteld.

4. Een subsidieaanvraag voor het studiejaar 2025-2026 kan worden ingediend van 1 april 2025 tot en met 31 mei 2025.

5. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

6. Een aanvraag voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, waarvoor eerder reeds eenmaal subsidie is verstrekt op grond van deze regeling of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo, wordt binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.

7. Een aanvraag voor een opleiding als bedoeld in artikel 3, derde lid, waarvoor eerder reeds tweemaal subsidie is verstrekt op grond van deze regeling of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo, wordt binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening aangevraagd.

Artikel 6

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een instructeur, voor zover deze van de minister op basis van een andere regeling een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangt voor het volgen van de opleiding.

Artikel 7

1. De minister besluit binnen acht weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 5, vierde lid, op de subsidieaanvragen.

2. Indien de instructeur het dienstverband met het bevoegd gezag beëindigt en bij een ander bevoegd gezag in dienst treedt, maakt de instructeur daar melding van bij DUO in overeenstemming met het nieuwe bevoegd gezag.

Paragraaf 2.2. Subsidie voor studiekosten

Artikel 8

De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan een instructeur die:

a. a. voldoet aan de bekwaamheidseisen voor instructeurs in het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel; b. b. in dienst is van een bevoegd gezag dan wel een andere werkgever, en werkt bij een of meerdere instellingen, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de begripsbepaling van bevoegd gezag, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en c. c. voor minimaal twintig procent van zijn betrekkingsomvang belast is met het geven van instructie aan studenten met het oog op het verwerven van beroepsvaardigheden of het begeleiden van studenten binnen onderdelen van de beroepsopleiding die betrekking hebben op de beroepspraktijk tijdens de begeleide onderwijsuren, bedoeld in artikel 7.2.7, zesde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel 9

1.

De subsidie voor studiekosten bestaat uit:

a. a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7.000; b. b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; en c. c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 10

De instructeur behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten.

Artikel 11

De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Paragraaf 2.3. Subsidie voor studieverlof

Artikel 12

De subsidie voor studieverlof wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag, indien:

a. a. de instructeur in dienst is bij het bevoegd gezag; en b. b. aan deze instructeur subsidie voor studiekosten wordt verleend.

Artikel 13

1. Voor een instructeur met een voltijdsaanstelling komt ten hoogste 160 uur studieverlof voor subsidie in aanmerking.

2. Bij een instructeur met een deeltijdsaanstelling komt van de 160 uren studieverlof ten hoogste een evenredig deel voor subsidie in aanmerking.

Artikel 14

1. Het subsidiebedrag voor studieverlof bedraagt € 46,44 per studieverlofuur.

2. De minister betaalt het subsidiebedrag ineens voor aanvang van de opleiding waarop de subsidie betrekking heeft.

Artikel 15

De minister kan de subsidie voor studieverlof terugvorderen indien:

de leraar binnen twee maanden na het verstrekken van de subsidie de aanvraag voor studieverlof of de aanvraag voor studiekosten intrekt.

Artikel 16

1. Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de instructeur.

2. Uit de administratie van het bevoegd gezag blijkt dat het studieverlof daadwerkelijk is verleend.

Artikel 17

1. De subsidie voor studieverlof wordt direct vastgesteld.

2. Indien voldaan is aan de subsidieverplichtingen kan de resterende subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 18

De verantwoording door het bevoegd gezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in bijlage 4 van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met model G, onderdeel 1.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 19

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2026.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025.