40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling integraal regionaal technostartersbeleid | BWBR0013222 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-12-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013222 | Subsidieregeling integraal regionaal technostartersbeleid |
Subsidieregeling integraal regionaal technostartersbeleid
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. de minister: de Minister van Economische Zaken; b. b. een technostarter: een ondernemer die minder dan drie jaar geleden is gestart met activiteiten, gericht op het voortbrengen van innovatieve producten of processen; c. c. een projectplan: een schriftelijk rapport van een provincie met betrekking tot de gewenste structuur voor het stimuleren van technostarters in de desbetreffende provincie; d. d. projectkosten: kosten die de provincie maakt voor de werkzaamheden om van de huidige situatie tot de gewenste structuur voor technostarters te komen.
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een provincie die een projectplan uitvoert.
2.
Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verstrekt indien in het projectplan zijn opgenomen:
a. a. een overzicht van de bestaande activiteiten voor technostarters in de provincie; b. b. een beschrijving van de gewenste structuur voor het stimuleren van technostarters in de provincie, welke in ieder geval inhoudt een stroomlijning van de bestaande activiteiten, en de termijn waarbinnen deze structuur zal worden gerealiseerd; c. c. een beschrijving van de binnen deze structuur voorgestelde activiteiten voor technostarters waarin in ieder geval zijn opgenomen activiteiten op het gebied van het bevorderen van ondernemingszin bij studenten en op het gebied van facilitering van de technostarter; d. d. een beschrijving van de werkzaamheden die de provincie zal verrichten om van de huidige situatie naar de gewenste structuur te komen, waarbij wordt aangegeven op welke wijze de provincie een stroomlijning van de bestaande activiteiten wil verwezenlijken; e. e. een begroting van de totale projectkosten, die wordt ingedeeld per kalenderjaar en waarin de projectkosten zijn uitgesplitst naar de werkzaamheden, bedoeld onder d.
3. Geen subsidie wordt verstrekt aan een provincie aan welke reeds eerder op grond van deze regeling subsidie is verleend.
4. Geen subsidie wordt verstrekt voor maatregelen die rechtstreeks op de technostarter zijn gericht.
Artikel 3
1. De subsidie bedraagt 50% van de projectkosten welke worden gemaakt gedurende de eerste twee jaar van de looptijd van het projectplan, maar niet meer dan € 226.890.
2. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid geldende percentage van de projectkosten.
Artikel 4
1.
Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het projectplan toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag, door de provincie gemaakte en betaalde kosten:
a. a. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar; b. b. aan derden verschuldigde bedragen indien de uitvoerende werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door derden wordt verricht; c. c. reiskosten die door de provincie ten behoeve van de uitvoerende werkzaamheden worden gemaakt tot een maximum van 5% van de projectkosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de provincie die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
Artikel 5
Het subsidieplafond voor het in 2002 verlenen van subsidies op grond van deze regeling bedraagt € 2.722.680.
Paragraaf 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 6
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan.
Artikel 7
Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen voor 1 oktober 2002.
Artikel 8
De minister geeft een beschikking binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 9
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien deze niet voldoet aan deze regeling.
Artikel 10
De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Paragraaf 3. Verplichtingen van de provincie
Artikel 11
Op de provincie rusten de in de artikelen 12 tot en met 14 opgenomen verplichtingen, welke gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
Artikel 12
De provincie verricht de uitvoerende werkzaamheden overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft.
Artikel 13
De provincie voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4 onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.
Artikel 14
1. De provincie dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na afloop van de periode van twee jaren, bedoeld in artikel 3, eerste lid.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage II.
3. De aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van een accountantsverklaring omtrent de aan de uitvoering van het projectplan toe te rekenen kosten en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het projectplan.
Paragraaf 4. Voorschotten
Artikel 15
1. Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kan op aanvraag van de provincie door de minister een éénmalig voorschot worden verstrekt.
2. Het voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten. Het bedrag van het voorschot is niet groter dan 80% van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
Artikel 16
Een aanvraag tot het verlenen van een voorschot wordt ingediend door middel van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage III.
Artikel 17
De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag indien de provincie niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor haar geldende verplichtingen.
Paragraaf 5. Subsidievaststelling
Artikel 18
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling integraal regionaal technostartersbeleid.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.