rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-kandidaten-europees-universitair-instituut/BWBR0047914
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling kandidaten Europees Universitair Instituut BWBR0047914 ministeriele-regeling geldend 2023-02-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047914 Subsidieregeling kandidaten Europees Universitair Instituut

Subsidieregeling kandidaten Europees Universitair Instituut

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvrager: door het Europees Universitair Instituut geselecteerde persoon voor het volgen van een promotieonderzoek aan het Europees Universitair Instituut;
  • Europees Universitair Instituut: op grond van de op 19 oktober 1973 te Florence tot stand gekomen Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut (Trb. 1973, 23) opgericht instituut dat gevestigd is in Florence;
  • kind: minderjarige als bedoeld in artikel 233 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • Nuffic: Stichting Nuffic;
  • partner: natuurlijk persoon met wie de subsidieontvanger is gehuwd, of met wie hij een geregistreerd partnerschap of een notarieel samenlevingscontract heeft.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

De minister kan subsidie verstrekken aan een aanvrager voor het volgen van het eerste, tweede en derde studiejaar van een vierjarig promotietraject aan het Europees Universitair Instituut.

Artikel 4

De minister kan uitsluitend subsidie verstrekken aan een aanvrager, indien de aanvrager:

a. a. voldoet aan de nationaliteitsvereisten, bedoeld in artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000; en b. b. in het bezit is van een bewijs van toelating tot het Europees Universitair Instituut.

Artikel 5

1. De subsidie kan worden aangevraagd met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier dat wordt bekendgemaakt op de website van het Europees Universitair Instituut. De subsidieaanvraag maakt onderdeel uit van de aanvraag tot toelating tot het promotietraject.

2. De minister kan een aanvrager vragen aanvullende bewijsstukken aan te leveren die van belang zijn voor het verstrekken van de subsidie, bedoeld in artikel 6, tweede lid.

Artikel 6

1. De subsidie bedraagt € 66.135 per aanvrager.

2.

Indien de subsidieontvanger een partner of een of meer inwonende kinderen heeft, wordt het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, aangevuld met:

a. a. een bedrag van € 10.977 voor de partner; en b. b. een bedrag van € 3.600,36 voor elk inwonend kind.

Artikel 7

Op grond van deze regeling kan aan ten hoogste 24 aanvragers tegelijkertijd subsidie worden verleend.

Artikel 8

1. De minister besluit binnen acht weken na bekendmaking van de kandidaten door het Europees Universitair Instituut op de aanvragen.

2. De minister verleent de subsidie voor een periode van drie studiejaren.

Artikel 9

1. De minister verstrekt een voorschot van 100% van het subsidiebedrag dat in zes gelijke delen, twee per studiejaar, wordt uitbetaald.

2. Per studiejaar wordt één deel uitbetaald in de maand augustus en één deel in de maand februari van het desbetreffende studiejaar.

Artikel 10

De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen 22 weken na het einde van het derde studiejaar.

Artikel 11

De subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan de minister, indien:

a. a. aannemelijk is geworden dat het promotietraject waarvoor de subsidie is verstrekt niet, niet tijdig of niet geheel zal worden afgerond; b. b. aannemelijk is geworden dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de overige subsidieverplichtingen zal worden voldaan; of c. c. zich andere omstandigheden voordoen of zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

Artikel 12

1. Op grond van deze regeling kan eveneens subsidie worden verstrekt aan studenten die deelnemen aan een vierjarig promotietraject aan het Europees Universitair Instituut, en daarvoor vóór 1 januari 2023 van Nuffic een financiële tegemoetkoming hebben ontvangen voor het volgen van het eerste of tweede studiejaar.

2. De subsidie wordt voor een student als bedoeld in het eerste lid berekend aan de hand van het aantal studiejaren, tot en met het derde studiejaar, waarvoor de student nog geen financiële tegemoetkoming heeft ontvangen. Artikel 6 is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de subsidie voor elk resterende studiejaar een derde deel van het uit dat artikel voortvloeiende subsidiebedrag bedraagt.

3. De minister verstrekt de subsidie ambtshalve.

Artikel 13

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor 1 januari 2028 zijn verleend.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kandidaten Europees Universitair Instituut.