40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling kennisoverdracht brancheorganisaties MKB | BWBR0012447 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-05-03 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012447 | Subsidieregeling kennisoverdracht brancheorganisaties MKB |
Subsidieregeling kennisoverdracht brancheorganisaties MKB
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een brancheorganisatie die voor eigen rekening en risico een project uitvoert dat hoofdzakelijk is gericht op ondernemers die een kleine of middelgrote onderneming in stand houden in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10).
2.
Voor een kennispositieproject wordt slechts subsidie verstrekt indien:
a. a. de kennispositiestudie door een ander dan de subsidie-ontvanger wordt opgesteld; b. b. de uitkomsten van de kennispositiestudie onder de ondernemers binnen de branche, worden verspreid, en c. c. de kennispositiestudie voor een ieder tegen een redelijke vergoeding beschikbaar is.
3.
Voor een kennisoverdrachtproject wordt slechts subsidie verstrekt indien:
a. a. een haalbaarheidsstudie, indien deze deel uitmaakt van het project, door een ander dan de subsidie-ontvanger wordt verricht; b. b. activiteiten georganiseerd in het kader van een kennisoverdrachtproject, voor een ieder toegankelijk zijn; c. c. schriftelijke stukken opgesteld in het kader van een kennisoverdrachtproject, voor een ieder tegen een redelijke vergoeding beschikbaar zijn, en d. d. het project geen activiteiten bevat die gericht zijn op de verwerving van individuele vaardigheden door ondernemers.
4.
Geen subsidie wordt verstrekt:
a. a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt; b. b. indien de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag ter zake van het project reeds verplichtingen is aangegaan.
Paragraaf 2. Subsidiebedrag en subsidieplafond
Artikel 3
1. De subsidie voor een kennispositieproject bedraagt 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 115 000.
2. De subsidie voor een kennisoverdrachtproject bedraagt 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 230 000.
3. Indien ter zake van de projectkosten of van een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid geldende percentage.
Artikel 4
1.
Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:
a. a. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een forfaitair bedrag van € 50 bruto per uur; b. b. aan derden verschuldigde kosten; c. c. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen bij een demonstratie, gebaseerd op historische aanschafprijzen.
2. Indien een kennisoverdrachtproject een haalbaarheidsstudie bevat, worden de kosten van die haalbaarheidsstudie tot ten hoogste eenderde van de totale projectkosten in aanmerking genomen.
3. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
Artikel 5
1. Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling.
2. Het subsidieplafond voor het in 2001 verlenen van subsidies bedraagt f 3.000.000,00.
Paragraaf 3. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 6
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting voor het project alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 6a
1. In afwijking van artikel 6, eerste lid, kan de aanvraag om subsidie elektronisch worden ingediend, indien de aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van de elektronische weg die daartoe is geopend en de indiening geschiedt met toepassing van de pincode en het certificaat die aan de aanvrager zijn toegekend.
2. De aanvraag gaat vergezeld van de documenten, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
3. Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.
4. De minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag.
5. De minister kan weigeren de aanvraag te aanvaarden indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid daarvan onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en inhoud van de aanvraag. De minister deelt een weigering zo spoedig mogelijk aan de afzender mee.
6. De ontvangstbevestiging, bedoeld in het vierde lid, en de weigering, bedoeld in het vijfde lid, worden elektronisch verzonden. Als tijdstip waarop het bericht is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarover de minister geen controle heeft.
Artikel 7
De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 8
1.
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling; b. b. hij de projectkosten raamt op minder dan € 22 000; c. c. hij het onaannemelijk acht, dat het project binnen drie jaar kan worden uitgevoerd; d. d. onvoldoende vertrouwen bestaat in de goede uitvoering van het project; e. e. hij het onaannemelijk acht dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd.
2. De minister beslist voorts in ieder geval afwijzend op een aanvraag om subsidie voor een kennisoverdrachtproject indien hij het onaannemelijk acht dat het project substantieel bijdraagt aan het verhogen van de kennis met betrekking tot de toepassing van een technologische vernieuwing binnen de doelgroep.
Artikel 9
De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 10
Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 11 tot en met 13 opgenomen verplichtingen. Zij gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
Artikel 11
1. De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande ontheffing van de minister voor vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.
2. De subsidie-ontvanger voert het project in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.
3. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste en tweede lid voorschriften verbinden.
Artikel 12
1. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4 onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.
2. De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.
Artikel 13
1. De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.
2. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 11, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
4.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een accountantsverklaring; b. b. een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project; c. c. de kennispositiestudie in geval van een subsidie voor een kennispositieproject; d. d. de haalbaarheidsstudie in geval van een subsidie voor een kennisoverdrachtproject waarbij een haalbaarheidsstudie wordt verricht.
Paragraaf 5. Voorschotten
Artikel 14
1. Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. Een voorschot wordt slechts verstrekt indien het bedrag aan voorschot ten minste € 5 000 bedraagt.
Artikel 15
1. Een aanvraag wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 13, eerste lid.
2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Artikel 16
De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.
Paragraaf 6. Subsidievaststelling
Artikel 17
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na de ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 18
De Subsidieregeling kennisverzamelings- en kennisoverdrachtsprojecten wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kennisoverdracht brancheorganisaties MKB.