rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-koninkrijksbeurzenprogramma/BWBR0049399
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Koninkrijksbeurzenprogramma BWBR0049399 ministeriele-regeling geldend 2024-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049399 Subsidieregeling Koninkrijksbeurzenprogramma

Subsidieregeling Koninkrijksbeurzenprogramma

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • associate degree-opleiding: bestaande opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onderdeel a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • bacheloropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • CAFY: Caribbean Academic Foundation Year aangeboden door een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten;
  • gesubsidieerde onderwijsinstelling in Aruba: door Aruba gesubsidieerde onderwijsinstelling University of Aruba, Colegio EPI of Instituto Pedagogico Arubano;
  • gesubsidieerde onderwijsinstelling in Curaçao: door Curaçao gesubsidieerde onderwijsinstelling University of Curaçao, waaronder mede begrepen de lerarenopleiding locatie Bonaire, Nilda Pinto SBO, Frater Aurelio SBO, Maris Stella SBO, SBO Eligia Martier, Rooms-Katholiek Middelbare Technische School of Instituto pa Formashon den Enfermeria;
  • gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten: door Sint Maarten gesubsidieerde onderwijsinstelling National Institute for Professional Advancement of University of St. Martin;
  • KoninkrijksBPV: stagefonds van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor studenten van de Scholengemeenschap Bonaire, waarmee beroepspraktijkvorming financieel wordt ondersteund;
  • masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel c, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • NL Scholarship: beurzenprogramma voor mobiliteit van en naar een land buiten de Europese Economische Ruimte, met financiering van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
  • ontvangende instelling: onderwijsinstelling gevestigd in een ander deel van het Koninkrijk dan waar de voltijdstudent onderwijs volgt;
  • Rijksdienst Caribisch Nederland: organisatieonderdeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Organisatie- en mandaatbesluit BZK-BES 2012;
  • stagegever: organisatie die een periode van praktische oefening aanbiedt met als standplaats een locatie binnen het Koninkrijk;
  • student: iemand die voltijds ingeschreven staat voor vervolgonderwijs aan een onderwijsinstelling in het Koninkrijk;
  • vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, of artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c, d of e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES;
  • zendende instelling: onderwijsinstelling waar de student als voltijdstudent staat ingeschreven.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Hoofdstuk 2. Beurzen voor studie-uitwisseling en stages binnen het koninkrijk

Artikel 3

1.

De minister kan subsidie verstrekken voor studie-uitwisseling binnen het Koninkrijk aan een student die:

a. a. een bacheloropleiding, masteropleiding of associate degree-opleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Caribisch Nederland; b. b. een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Caribisch Nederland; c. c. een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Caribisch Nederland en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Europees Nederland of in een ander openbaar lichaam van Caribisch Nederland; d. d. een opleiding volgt aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Aruba en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Curaçao, Sint Maarten, Caribisch Nederland of Europees Nederland; e. e. een opleiding volgt aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Curaçao en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Aruba, Sint Maarten, Caribisch Nederland of Europees Nederland, met dien verstande dat voor de student die de lerarenopleiding van University of Curaçao op Bonaire volgt, de bestemmingen beperkt zijn tot Aruba, Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius of Europees Nederland; f. f. een opleiding volgt aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten en vakken of onderdelen van een opleiding wil volgen aan een onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao, Caribisch Nederland of Europees Nederland.

2. Een subsidie wordt verstrekt voor de duur van ten minste twee en ten hoogste zes maanden.

3. In afwijking van het tweede lid, wordt een subsidie als bedoeld in artikel 8, vijfde of zesde lid, verstrekt voor de duur van ten minste 21 kalenderdagen en ten hoogste zes maanden.

Artikel 4

1.

De minister kan subsidie verstrekken voor een stage binnen het Koninkrijk, voor zover deze een verplicht of extra-curriculair onderdeel is van de opleiding, aan een student die:

a. a. een bacheloropleiding, masteropleiding of associate degree-opleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland en een stage wil lopen in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Caribisch Nederland; b. b. een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland en een stage wil lopen in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of Caribisch Nederland; c. c. een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Caribisch Nederland en een stage wil lopen in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Europees Nederland of in een ander openbaar lichaam van Caribisch Nederland; d. d. een opleiding aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Aruba volgt en een stage wil lopen in Curaçao, Sint Maarten, Caribisch Nederland of Europees Nederland; e. e. een opleiding aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Curaçao volgt en een stage wil lopen in Aruba, Sint Maarten, Caribisch Nederland of Europees Nederland, met dien verstande dat voor de student die de lerarenopleiding van de University of Curaçao op Bonaire volgt, de bestemmingen beperkt zijn tot Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Saba, Sint Eustatius en Europees Nederland; f. f. een opleiding aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten volgt en een stage wil lopen in Aruba, Curaçao, Caribisch Nederland of Europees Nederland.

2. Een subsidie wordt verstrekt voor de duur van ten minste twee en ten hoogste zes maanden.

3. In afwijking van het tweede lid, wordt een subsidie als bedoeld in artikel 8, vijfde of zesde lid, verstrekt voor de duur van ten minste 21 kalenderdagen en ten hoogste zes maanden.

Artikel 4a

De minister kan subsidie verstrekken aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten ter tegemoetkoming in reis- en verblijfskosten voor het CAFY, indien:

a. a. de subsidie betrekking heeft op kosten voor CAFY-cursisten en maximaal zes begeleiders, waarvan minimaal één en maximaal twee uit Saba en minimaal één en maximaal twee uit Sint Eustatius; en b. b. de reisbestemming gelegen is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel 5

1. De maximale subsidie per student per studie-uitwisseling of stage is vermeld in bijlage 1.

2. De laatste studie- of stagemaand komt in aanmerking voor subsidie indien de periode bestaat uit ten minste 21 kalenderdagen.

3. In afwijking van bovengenoemde leden, geldt voor een subsidie als bedoeld in artikel 4a, dat de hoogte van de subsidie wordt bepaald door het aantal personen waarvoor reis- en verblijfskosten worden gemaakt, waarbij een vast bedrag van € 1.000,00 per persoon geldt.

Artikel 6

1.

De subsidie, bedoeld in de artikelen 3 en 4, wordt uitsluitend verstrekt aan een student die:

a. a. de Nederlandse nationaliteit bezit of op grond van artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 met een Nederlander wordt gelijkgesteld; b. b. voltijds staat ingeschreven voor een opleiding aan een zendende instelling, genoemd in de artikelen 3 en 4, waarbij voor secundair en middelbaar beroepsonderwijs in Aruba, Curaçao, of Sint Maarten niveau 3, 4 of 5 geldt; c. c. het eerste studiejaar heeft afgerond, met dien verstande dat een student die:

        1°.
        een bacheloropleiding of associate degree-opleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland, alle studiepunten van het eerste jaar van de opleiding heeft behaald;
      
      
        2°.
        een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt, alle verplichte vakken en onderdelen van het eerste opleidingsjaar heeft behaald;
      
      
        3°.
        studeert aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ten minste alle verplichte vakken en onderdelen van het eerste studiejaar heeft behaald;
      
      
        4°.
        een masteropleiding volgt, niet aan dit vereiste hoeft te voldoen;

1°. 1°. een bacheloropleiding of associate degree-opleiding volgt aan een onderwijsinstelling in Europees Nederland, alle studiepunten van het eerste jaar van de opleiding heeft behaald; 2°. 2°. een vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding volgt, alle verplichte vakken en onderdelen van het eerste opleidingsjaar heeft behaald; 3°. 3°. studeert aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, ten minste alle verplichte vakken en onderdelen van het eerste studiejaar heeft behaald; 4°. 4°. een masteropleiding volgt, niet aan dit vereiste hoeft te voldoen; d. d. niet eerder subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling.

2. De subsidie, bedoeld in artikel 4a, wordt verstrekt aan een gesubsidieerde onderwijsinstelling in Sint Maarten.

Artikel 7

1. Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 wordt gedaan met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website van de Rijksdienst Caribisch Nederland beschikbaar is gesteld.

2.

Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de artikelen 3 en 4 gaat vergezeld van:

a. a. een kopie van het identiteitsbewijs of verblijfsvergunning van de aanvrager, waaruit blijkt dat voldaan wordt aan het vereiste, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, ontdaan van een documentnummer en pasfoto; b. b. de bankgegevens van de aanvrager, bestaande uit de Bank Identifier Code, de landcode, het International Bank Account Number en de naam van de rekeninghouder; c. c. een door de zendende instelling afgegeven bewijs van inschrijving als voltijdstudent voor een opleiding als genoemd in de artikelen 3 en 4; d. d. een verklaring van de zendende instelling, bestaande uit de onderdelen benoemd in het derde of vierde lid; e. e. het aangevraagde subsidiebedrag; f. f. de verklaring dat de subsidieaanvrager de Rijksdienst Caribisch Nederland onverwijld schriftelijk informeert, indien de studie-uitwisseling of stage waar subsidie voor is verstrekt, niet of niet geheel is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig is beëindigd.

3.

Voor de aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 3 bevat de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, ten minste:

a. a. de naam van de student, b. b. de zendende en ontvangende instelling; c. c. het voorgenomen onderwijsprogramma bij de ontvangende instelling; d. d. de duur van de uitwisseling; e. e. de bevestiging dat de aanvrager voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c; en f. f. de bevestiging dat de student, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen beurs vanuit het NL Scholarship ontvangt.

4.

Voor de aanvraag voor een subsidie, bedoeld in artikel 4 bevat de verklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, ten minste:

a. a. de naam van de student b. b. de zendende instelling; c. c. de bevestiging dat de stage een verplicht of extra-curriculair onderdeel is van de opleiding; d. d. de duur van de stage; e. e. de beoogde stagegever; f. f. de bevestiging dat de aanvrager voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c; g. g. de bevestiging dat de student, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen beurs vanuit het NL Scholarship ontvangt; en h. h. de bevestiging dat de student, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, voor de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd geen tegemoetkoming uit het stagefonds KoninkrijksBPV ontvangt.

5.

Een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 4a gaat vergezeld van ten minste:

a. a. het aantal CAFY-cursisten en begeleiders; b. b. het aangevraagde subsidiebedrag; c. c. een verklaring dat voldaan wordt aan de vereisten, bedoeld in artikel 4a; en d. d. de bankgegevens van de aanvrager, bestaande uit de Bank Identifier Code, de landcode, het International Bank Account Number en de naam van de rekeninghouder.

Artikel 8

1. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 september 2024 en 31 oktober 2024, wordt vóór 15 mei 2024 ingediend.

2. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 februari 2025 en 31 maart 2025 wordt vóór 15 oktober 2024 ingediend.

3. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 september 2025 en 31 oktober 2025 wordt vóór 15 mei 2025 ingediend.

4. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 15 januari 2026 en 31 juli 2026 wordt vóór 15 oktober 2025, 06:00 uur CET, ingediend.

5. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 augustus 2026 en 14 januari 2027 wordt vóór 15 mei 2026, 06:00 uur CET, ingediend.

6. Een aanvraag voor een subsidie voor een studie-uitwisseling of stage startend tussen 15 januari 2027 en 31 juli 2027 wordt vóór 15 oktober 2026, 06:00 uur CET, ingediend.

7. Een aanvraag voor een subsidie op grond van artikel 4a wordt uiterlijk ingediend binnen 180 dagen na de start van het studiejaar waar de subsidie betrekking op heeft.

Artikel 9

1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is in het studiejaar 20242025 een bedrag van € 604.000 beschikbaar, € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 september 2024 en 31 oktober 2024 en € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 februari 2025 en 31 maart 2025.

2. Voor subsidieverstrekking op grond van artikelen 3 en 4 van deze regeling is in het studiejaar 20252026 een bedrag van € 604.000 beschikbaar, € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 september 2025 en 31 oktober 2025 en € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 15 januari 2026 en 31 juli 2026.

3. Voor subsidieverstrekking op grond van artikelen 3 en 4 van deze regeling is in het studiejaar 20262027 een bedrag van € 604.000 beschikbaar, € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 1 augustus 2026 en 14 januari 2027 en € 302.000 voor studie-uitwisseling of stage startend tussen 15 januari 2027 en 31 juli 2027.

4. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a van deze regeling is in het studiejaar 20252026 een bedrag van € 46.000 beschikbaar.

5. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a van deze regeling is in het studiejaar 20262027 een bedrag van € 46.000 beschikbaar.

Artikel 10

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 9, eerste, tweede en derde lid, door middel van loting in ten hoogste drie rondes.

2. In de eerste ronde wordt een subsidiebedrag verdeeld met gebruik van lotingsklassen op basis van de geografische ligging en het onderwijstype van de zendende instelling, zoals opgenomen in bijlage 2.

3. In de tweede ronde wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage met bestemming één van de Caribische delen van het Koninkrijk en in de eerste ronde zijn uitgeloot.

4. In afwijking van het derde lid wordt in de tweede ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen studenten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, en artikel 4, eerste lid, onderdelen c, d, e en f, die een subsidieaanvraag hebben ingediend voor studie-uitwisseling of stage in de aanvraagperioden bedoeld in artikel 8, vijfde en zesde lid, en in de eerste ronde zijn uitgeloot.

5. Indien het beschikbare subsidiebudget in ronde twee niet is uitgeput, wordt in de derde ronde het resterende subsidiebedrag verdeeld door ongewogen loting tussen de studenten die in de eerste en tweede ronde zijn uitgeloot.

6. Indien er sprake is van onderuitputting van het beschikbare subsidiebudget in het eerste semester van het studiejaar, dan kan de minister besluiten het overgebleven subsidiebedrag door te schuiven naar het tweede semester.

Artikel 11

1. De subsidie wordt direct vastgesteld.

2. De minister besluit uiterlijk 45 dagen na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 8.

Artikel 12

1. De minister betaalt in één keer het gehele vastgestelde subsidiebedrag aan de subsidieontvanger binnen 8 weken na de dagtekening van de subsidievaststelling.

2. Voor betalingen die in vreemde valuta worden gedaan, is de wisselkoers op de dag van betaling bepalend.

3. Eventuele kosten verbonden aan betalingen die in vreemde valuta worden gedaan zijn voor rekening van de subsidieontvanger.

Artikel 13

1. De Rijksdienst Caribisch Nederland kan na afloop van de studie-uitwisseling of stage bij de subsidieaanvrager een door de zendende instelling goedgekeurd en ondertekend afrondingsbewijs opvragen.

2. De subsidieaanvrager, bedoeld in artikel 6, tweede lid, stuurt binnen 22 weken na afronding van de subsidieactiviteit, bedoeld in artikel 4a, een activiteitenverslag naar de Rijksdienst Caribisch Nederland.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen

Artikel 14

De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zou leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2024.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Koninkrijksbeurzenprogramma.

Bijlage 1. Behorende bij

Bijlage 2. behorende bij

Beschikbaar budget in lotingsronde 1: