rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-lerarenbeurs/BWBR0039319
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling lerarenbeurs BWBR0039319 ministeriele-regeling geldend 2017-04-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0039319 Subsidieregeling lerarenbeurs

Subsidieregeling lerarenbeurs

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    *ambulant begeleider:* degene die op of na 1 mei 2012 tewerkgesteld was onderscheidenlijk is in het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs of bij een regionaal expertisecentrum en daarbij ondersteuning bood onderscheidenlijk biedt op een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor voortgezet onderwijs, of een opleiding genoemd in artikel 7.2.2., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, bij het begeleiden van leerlingen met fysieke, sociaal-emotionele, cognitieve en/of motorische beperkingen in de vorm van ambulante begeleiding, ofwel op basis van een indicatie in de vorm van leerlinggebonden financiering, ofwel in het kader van preventie of terugplaatsing;

    *bacheloropleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding buiten Nederland maar binnen de Europese Unie of het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een dergelijke opleiding wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;

    *basisonderwijs:* basisonderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2 van de Wet primair onderwijs BES;

    *beroepsonderwijs en educatie:* beroepsonderwijs en educatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

    *bevoegd gezag:* bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1.1.1., onderdeel w, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1.1.1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of instellingsbestuur bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    *deficiëntieopleiding:* opleiding van tussen de dertig en zestig studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;

    *educatie:* educatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.

    *eenheid van leeruitkomsten:* onderwijseenheid waarin een samenhangend geheel van kennis, inzicht en vaardigheden is opgenomen die een student op een leerwegonafhankelijke wijze kan verwerven en waarvan de beheersing op een leerwegonafhankelijke wijze kan worden aangetoond;

    *hoger beroepsonderwijs:* hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    *intern begeleider:* degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taken met betrekking tot leerlingen in het basisonderwijs;

    *leraar:* degene die voldoet aan bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra, artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs of artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES, dan wel kan worden benoemd of tewerk kan worden gesteld zonder benoeming als bedoeld in artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 4.2.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 4.2.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES, of die lesgeeft in het hoger beroepsonderwijs;

    *masteropleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel c, of artikel 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;

    *orthopedagogisch-didactisch centrum:* orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47, twaalfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

    *remedial teacher:* degene die zich bezighoudt met de individuele begeleiding van de leerling die onderwijs op maat nodig heeft;

    *speciaal onderwijs:* speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;

    *voortgezet onderwijs:* voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en;

    *voortgezet speciaal onderwijs:* voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;

    *studiejaar:* tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;

    *studiepunten:* studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

    *subsidie voor studiekosten:* subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

    *subsidie voor studieverlof:* subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b;

    *zorgcoördinator:* degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taak met betrekking tot zorgleerlingen in het voortgezet onderwijs.

Artikel 2

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op deze regeling, met uitzondering van artikelen 2.3, eerste lid, 3.1 en 4.1.

Artikel 3

1.

De minister kan subsidie verstrekken aan:

a. a. de leraar voor studiekosten in verband met het volgen van een opleiding; en b. b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof aan de leraar.

2. De subsidie kan worden verstrekt voor bachelor-, master- en deficiëntieopleidingen.

2a.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister ook subsidie verstrekken voor het volgen van een opleiding in het Verenigd Koninkrijk, indien:

a. a. voor het eerste jaar van die opleiding uiterlijk in 2020 subsidie wordt aangevraagd; of b. b. door de leraar voor de desbetreffende opleiding voor een tweede of derde studiejaar subsidie wordt aangevraagd en de minister de leraar reeds eerder voor de opleiding op grond van deze regeling subsidie heeft verstrekt.

3. De subsidie wordt verstrekt voor één studiejaar en voor één opleiding.

4.

In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt voor een tweede opleiding indien:

a. a. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een bacheloropleiding; b. b. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een deficiëntieopleiding, met dien verstande dat indien reeds subsidie voor het volgen van een deficiëntieopleiding is verleend, voor een opleiding van meer dan 60 studiepunten ten hoogste twee maal subsidie wordt verleend; en c. c. subsidie is ontvangen op basis van de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 20092017 zoals deze gold vóór 1 april 2013 voor een opleiding anders dan een deficiëntie-, bachelor- of masteropleiding.

5. Voor een opleiding met een studielast van dertig tot zestig studiepunten wordt ten hoogste één maal subsidie verstrekt.

6. Voor een opleiding met een studielast van zestig studiepunten wordt ten hoogste twee maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

7. Voor een opleiding met een studielast van meer dan zestig studiepunten wordt ten hoogste drie maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede of derde subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

Artikel 4

1. Voor het studiejaar 2017-2018 is een bedrag van € 106.000.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

2. Voor het studiejaar 20182019 is een bedrag van € 94.300.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

3. Voor het studiejaar 20192020 is een bedrag van € 82.060.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

4. Voor het studiejaar 20202021 is een bedrag van € 49.600.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

5. Voor het studiejaar 20212022 is een bedrag van € 47.901.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

6. Voor het studiejaar 20222023 is een bedrag van € 76.586.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

7. Voor het studiejaar 2023-2024 is een bedrag van € 62.717.000, beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

8. Voor het studiejaar 20242025 is een bedrag van € 64.837.000, beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

9. Voor het studiejaar 20252026 is een bedrag van € 65.887.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

10. Voor het studiejaar 20262027 is een bedrag van € 59.100.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

11. Het subsidieplafond voor het studiejaar 20272028 wordt vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 5

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in art. 1.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 6

1.

Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat:

a. a. aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij de subsidieverstrekking; b. b. bij subsidieverstrekking in 2021 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2020 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2020; c. c. bij de subsidieverstrekking in 2022 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie werd verstrekt, die een afwijzing ontvingen vanwege de overschrijding van het subsidieplafond in 2021 en vervolgens uiterlijk op 1 november 2021 hebben afgezien van een subsidie als bedoeld in artikel 26a; en d. d. bij de subsidieverstrekking in 2024 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2023 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2023.

2. De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

2a. In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

3.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20172018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 35.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 43.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 11.250.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

4.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20182019 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 27.800.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 39.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 11.375.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 16.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

5.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20192020 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 33.125.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 29.283.700 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 11.212.500 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 8.438.800 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

6.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20202021 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 14.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 23.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 6.500.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 6.100.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

7.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20212022 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 14.620.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 19.869.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 8.118.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 5.294.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

8.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20222023 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 22.764.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. b. € 32.378.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 11.157.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 10.287.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

9.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2023-2024 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 18.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 25.200.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 10.117.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

10.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20242025 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 16.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 27.400.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 9.000.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 12.037.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

11.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20252026 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 16.950.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. b. € 28.700.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 8.790.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 11.447.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

12.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 20262027 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

a. a. € 15.251.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs; b. b. € 26.870.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 7.975.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 9.004.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

13. Indien een van de budgetten niet volledig wordt benut, wordt het restbedrag naar evenredigheid verdeeld over de overige doelgroepen.

Artikel 7

1. De subsidie voor studiekosten wordt aangevraagd door de leraar.

2. De aanvraag geschiedt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de minister te verstrekken formulieren op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 8

1. De subsidie voor studieverlof wordt door de leraar aangevraagd voor het bevoegd gezag.

2. De aanvraag geschiedt door invulling en inlevering of elektronische verzending van daartoe bestemde door de minister te verstrekken formulieren op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 9

Subsidieaanvragen kunnen jaarlijks worden ingediend vanaf 1 februari 18:00 uur tot en met 15 maart 23:59 uur, voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 9a

Aanvragen tot wijziging van het aangevraagde subsidiebedrag en de aangevraagde studieverlofuren kunnen jaarlijks worden ingediend tot en met 15 oktober van het studiejaar waarvoor subsidie is aangevraagd.

Artikel 10

Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidieverlening aan een leraar, indien deze van de minister een financiële bijdrage ontvangt voor het volgen van de opleiding.

Artikel 11

De minister besluit binnen dertien weken na het sluiten van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 9.

Artikel 12

Het subsidiebedrag wordt voordat de opleiding waar de subsidie betrekking op heeft aanvangt, aan de subsidieontvanger uitbetaald.

Artikel 13

1. De minister kan de subsidie voor studiekosten terugvorderen indien de leraar in de subsidieperiode minder dan vijftien studiepunten behaalt.

2.

De minister kan de subsidie voor studieverlof terugvorderen indien:

a. a. de leraar binnen twee maanden na het verstrekken van de subsidie de aanvraag voor studieverlof of de aanvraag voor studiekosten intrekt; of b. b. het bevoegd gezag geen studieverlof heeft verleend.

3. De minister kan op aanvraag van de leraar een betalingsregeling treffen voor het terugbetalen van de subsidie voor studiekosten die voorziet in betaling van het totale bedrag binnen 24 maanden. Het minimumbedrag dat maandelijks wordt afgelost, bedraagt € 100.

4. In afwijking van het eerste lid kan de minister een subsidie voor studiekosten die voor het studiejaar 20192020 of 20202021 is verstrekt, terugvorderen indien de leraar in het desbetreffende studiejaar minder dan vijf studiepunten behaalt.

5. De Minister kan de subsidie voor studiekosten terugvorderen indien de leraar in de subsidieperiode tevens een financiële bijdrage van de Minister ontvangt voor het volgen van de opleiding.

Hoofdstuk 2. Subsidie voor studiekosten

Artikel 14

1.

De subsidie voor studiekosten wordt uitsluitend verstrekt aan de leraar die:

a. a. bij aanvang van het studiejaar waarvoor de subsidie bestemd is op grond van de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek de graad Bachelor mag voeren; b. b. op het moment van de subsidieaanvraag of in de twaalf kalendermaanden daaraan voorafgaand werkt of heeft gewerkt bij een of meer bekostigde onderwijsinstellingen dan wel in een of meer orthopedagogisch-didactische centra; en c. c. voor minimaal twintig procent van zijn werktijd is of was belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk is of was voor het onderwijs, voor zover de leraar niet is of was benoemd als:

        1.
        ambulant begeleider;
      
      
        2.
        zorgcoördinator;
      
      
        3.
        intern begeleider; of
      
      
        4.
        remedial teacher.
    1.   ambulant begeleider;
      
    1.   zorgcoördinator;
      
    1.   intern begeleider; of
      
    1.   remedial teacher.
      

2. Het criterium genoemd in het eerste lid, onder b, wordt bij elke aanvraag aangetoond met een door het bevoegd gezag ondertekende werkgeversverklaring voorzien van een stempel van het bevoegd gezag.

Artikel 15

De subsidie voor studiekosten bedraagt de som van een vergoeding voor:

a. a. de kosten van collegegeld tot een maximum van € 7000; b. b. de kosten van studiemiddelen van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350; c. c. reiskosten van tien procent van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350.

Artikel 16

Als het daadwerkelijk betaalde bedrag aan collegegeld lager is dan de verstrekte subsidie voor de kosten van collegegeld, kan de minister de subsidie voor de kosten van collegegeld, en naar rato de subsidie voor de kosten van studiemiddelen en reiskosten, terugvorderen, onverminderd artikel 13.

Artikel 17

1. De leraar behaalt per studiejaar ten minste vijftien studiepunten.

2. In afwijking van het eerste lid behaalt de leraar in het studiejaar 20192020 of 20202021 ten minste vijf studiepunten.

Artikel 18

De subsidie voor studiekosten wordt ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na afloop van het studiejaar waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 19

1.

Op verzoek van de Minister toont de leraar aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van:

a. a. een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald; en b. b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijftien studiepunten heeft behaald, dan wel een verklaring van een opleiding die werkt met eenheden van leeruitkomsten waaruit blijkt dat eenheden van leeruitkomsten zijn behaald ter waarde van in totaal ten minste vijftien studiepunten.

2.

Ten aanzien van de subsidies die voor het studiejaar 20192020 of 20202021 zijn verstrekt toont de leraar, in afwijking van het eerste lid, op verzoek van de minister aan dat hij voldoet aan de subsidiecriteria en de subsidieverplichtingen door het overleggen van:

a. a. een document waaruit blijkt dat hij collegegeld heeft betaald; en b. b. een bewijsstuk waaruit blijkt dat hij ten minste vijf studiepunten heeft behaald, dan wel een verklaring waarin staat dat leeruitkomsten zijn behaald bij een onderwijsinstelling die deelneemt aan het experiment leeruitkomsten ter waarde van in totaal ten minste vijf studiepunten.

Hoofdstuk 3. Subsidie voor studieverlof

Artikel 20

De subsidie voor studieverlof wordt slechts verstrekt aan het bevoegd gezag voor zover:

a. a. de leraar in dienst is bij het bevoegd gezag; en b. b. aan deze leraar subsidie voor studiekosten is verleend tenzij voor een opleiding geen collegegeld verschuldigd is.

Artikel 21

Voor subsidiëring komt per jaar voor een voltijdsbenoeming, of voor een deeltijdsbenoeming een evenredig deel, ten hoogste het volgende aantal studieverlofuren in aanmerking:

a. a. voor een bacheloropleiding: 160 uur; en b. b. voor een masteropleiding voor een subsidieontvanger in de sector:

      1.
      basisonderwijs: 320 uur;
    
    
      2.
      speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 320 uur;
    
    
      3.
      voortgezet onderwijs: 240 uur;
    
    
      4.
      beroepsonderwijs en educatie: 240 uur; en
    
    
      5.
      hoger beroepsonderwijs: 320 uur.
    1. basisonderwijs: 320 uur;
      
    1. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: 320 uur;
      
    1. voortgezet onderwijs: 240 uur;
      
    1. beroepsonderwijs en educatie: 240 uur; en
      
    1. hoger beroepsonderwijs: 320 uur.
      

Artikel 22

De subsidiebedragen voor een studieverlofuur bedragen, voor een subsidieontvanger in de sector:

a. a. basisonderwijs: € 42,62; b. b. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: € 44,64; c. c. voortgezet onderwijs: € 48,33; d. d. beroepsonderwijs en educatie: € 49,69; en e. e. hoger beroepsonderwijs: € 54,12.

Artikel 23

1. Het bevoegd gezag verleent studieverlof aan de leraar.

2. Uit de administratie van het bevoegd gezag blijkt dat het studieverlof daadwerkelijk is verleend.

Artikel 24

1. De subsidie voor studieverlof wordt direct vastgesteld.

2. Indien voldaan is aan de subsidieverplichting kan de subsidie voor studieverlof worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 24a

1. Indien de leraar aan wie het bevoegd gezag het studieverlof verleent, zijn dienstverband beëindigt en in dienst treedt bij een ander bevoegd gezag, kan het bevoegd gezag dat de subsidie heeft ontvangen het eventuele restant van de subsidie aanwenden om de leraar in staat te stellen het studieverlof voort te zetten bij het andere bevoegd gezag.

2. Het oorspronkelijke bevoegd gezag blijft als subsidieontvanger verantwoordelijk voor het nakomen van de subsidieverplichtingen en de verantwoording.

Artikel 25

De verantwoording door het bevoegd bezag van de subsidie voor studieverlof geschiedt overeenkomstig artikel 9.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES, met model G, onderdeel 1, behorende bij de richtlijn RJ 660, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 26

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover deze toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 26a

1. In aanvulling op artikel 4, vijfde lid, is voor het studiejaar 20212022 een aanvullend bedrag van € 16.000.000 beschikbaar voor het verstrekken van subsidie aan aanvragers wiens aanvragen in 2021 uitsluitend zijn afgewezen wegens de dreigende overschrijding van het in dat lid bedoelde subsidieplafond.

2.

Van dit bedrag is:

a. a. € 3.886.209 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs; b. b. € 6.997.046 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs; c. c. € 455.631 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en d. d. € 4.661.115 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

3. De minister verstrekt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve.

4. In afwijking van artikel 11 verstrekt de minister de subsidie uiterlijk op 31 augustus 2021.

Artikel 27

Wijzigt de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 20092017.

Artikel 28

De Tijdelijke regeling lerarenbeurs voor scholing wordt ingetrokken.

Artikel 29

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017 met uitzondering van artikel 27, onderdeel 4, dat in werking treedt met ingang van 1 juli 2017.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 april 2028.

Artikel 30

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling lerarenbeurs.