rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-milieu-en-energie-efficiency-in-het-goederenvervoer-2002/BWBR0013040
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002 BWBR0013040 ministeriele-regeling geldend 2002-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013040 Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002

Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. De minister stelt ieder kalenderjaar een of meer programma's vast. Een programma bevat een beschrijving van met elkaar samenhangende doelstellingen en soorten projecten, gericht op het bevorderen van de milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer door middel van verdere ontwikkeling van logistiek, transport en technologie die tot een geringere uitstoot van CO

2.

De minister maakt ieder kalenderjaar in de Staatscourant bekend:

a. a. de programma's, of de zakelijke inhoud ervan, ten behoeve waarvan met toepassing van deze regeling een subsidie kan worden verstrekt; b. b. de termijn waarbinnen in het kader van de onderscheidene programma's aanvragen kunnen worden ingediend; c. c. het subsidieplafond en de wijze van verdeling per programma of onderdeel daarvan; d. d. de programmabeheerder van ieder programma.

3. Indien bij de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, uitsluitend de zakelijke inhoud van het programma wordt bekendgemaakt, worden plaats en tijdstip van de terinzagelegging van de tekst van het programma vermeld.

Artikel 3

Op een overeenkomstig deze regeling ingediende aanvraag wordt slechts subsidie verstrekt, indien de aanvrager in Nederland een project uitvoert, dat naar het oordeel van de programmabeheerder:

a. a. past binnen een programma als bedoeld in artikel 2; b. b. voldoet aan de criteria van dat programma; en c. c. voldoende bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van dat programma.

Artikel 4

1.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van:

a. a. de mate waarin de aanvrager een eigen belang heeft bij de resultaten van het project en b. b. de mate waarin het project bijdraagt aan de doelstellingen van het desbetreffende programma, bedoeld in artikel 2.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

a. a. in geval van een haalbaarheidsproject: 75 procent van de projectkosten; b. b. in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject: 50 procent van de projectkosten, met dien verstande dat aan een instelling van hoger onderwijs of een geheel of hoofdzakelijk door de rijksoverheid gefinancierde onderzoeksinstelling, subsidie kan worden verstrekt tot ten hoogste 100 procent van de projectkosten; c. c. in geval van een praktijkexperiment: 25 procent van de projectkosten; d. d. in geval van een demonstratieproject: 25 procent van de projectkosten; e. e. in geval van een kennisoverdrachtproject: 90 procent van de projectkosten.

3. In een programma als bedoeld in artikel 2 kan een lager of hoger maximumpercentage per project worden vastgesteld.

4. In een programma als bedoeld in artikel 2 kan een absoluut maximum bedrag worden vastgesteld, al dan niet per categorie subsidieontvangers.

Artikel 5

De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor een onderzoeks- of ontwikkelingsproject, een praktijkexperiment of een demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:

a. a. ten hoogste 10 procentpunten, indien de aanvrager een kleine of middelgrote onderneming is in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10); b. b. ten hoogste 15 procentpunten, indien het project aansluit bij de specifieke doelstellingen, taken en technische oogmerken van de werkprogramma's vervoer', THERMIE', industrie- en materiaaltechnologie', informatietechnologie', telematicatechnologie' en geavanceerde communicatietechnologie en -diensten' van het vierde kaderprogramma en volgende voor Onderzoek en Technologische Ontwikkeling of het SAVE-programma, met dien verstande dat het project is gericht op het uitvoeren van onderzoek dat in verschillende sectoren kan worden toegepast en blijk geeft van een multidisciplinaire aanpak.

Artikel 6

1. Indien aan een aanvrager subsidie wordt verstrekt voor een combinatie van projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of verkeers- vervoertechniek bedraagt die subsidie ten hoogste het gewogen gemiddelde van de voor de desbetreffende projecten geldende maximumpercentages, bedoeld in de artikelen 4 en 5.

2. Indien door een aanvrager afzonderlijke aanvragen zijn ingediend voor projecten die betrekking hebben op hetzelfde logistiek systeem of verkeers- en vervoertechniek is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3. Indien ter zake van de projectkosten onderscheidenlijk een deel daarvan reeds uit anderen hoofde vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeenschappen een subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanige subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan de ingevolge de artikelen 4, tweede en derde lid, en 5 en het eerste en tweede lid van dit artikel maximaal geldende percentages voor de desbetreffende projecten.

4. Aan een aanvrager wordt per logistiek systeem of verkeers- en vervoertechniek niet meer dan € 226.860,- subsidie verstrekt.

Artikel 7

1.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten:

1°. 1°. . personeelskosten; 2°. 2°. kosten van apparatuur, uitrusting, land en gebouwen die uitsluitend en permanent voor onderzoek worden gebruikt, tenzij ze op commerciële basis worden afgestaan; 3°. 3°. kosten van advies en soortgelijke diensten die uitsluitend voor het onderzoek worden gebruikt, met inbegrip van aangekocht onderzoek, aangekochte technische kennis en octrooien; 4°. 4°. extra algemene kosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien; 5°. 5°. andere exploitatiekosten die rechtstreeks uit de onderzoeksactiviteiten voortvloeien.

2. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van de omzetbelasting, indien de aanvrager omzetbelasting niet kan verrekenen.

3. In een programma kan een nadere omschrijving van de projectkosten als omschreven in het eerste lid worden opgenomen.

Paragraaf 2. Aanvraag en subsidieverlening

Artikel 8

1. Een aanvraag wordt ingediend bij de programmabeheerder met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van de in het aanvraagformulier aangegeven bewijsstukken.

2. Op aanvragen wordt door de programmabeheerder beslist in volgorde van de data waarop de aanvragen voldoen aan het eerste lid en er geen andere gronden bestaan om te besluiten de aanvragen niet in behandeling te nemen.

3. In afwijking op het tweede lid kan de programmabeheerder op aanvragen beslissen op basis van een tendersysteem indien dat is aangegeven in het programma als bedoeld in artikel 2. In dat geval worden in het programma tevens de criteria aangegeven ter beoordeling van de aanvragen in een tendersysteem.

Artikel 9

1.

De aanvrager is verplicht de programmabeheerder, of door hem aangewezen personen:

a. a. toegang te verlenen tot de door de aanvrager gebruikte plaatsen; b. b. inzage te verlenen in alle boeken en bescheiden en de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen; c. c. medewerking te verlenen aan het verstrekken van gegevens door derden.

2. De programmabeheerder kan, alvorens op een aanvraag te beslissen, advies van derden inwinnen.

Artikel 10

De programmabeheerder beschikt in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

a. a. in geval van een demonstratieproject, indien het project niet ook voor anderen dan de aanvrager rendabele toepassingsmogelijkheden biedt; b. b. indien de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hem met inbegrip van de subsidie voldoende financiële middelen ter beschikking staan om het project uit te voeren.

Artikel 11

De beschikking tot subsidieverlening bevat:

a. a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend; b. b. een raming van de projectkosten; c. c. het subsidiepercentage; d. d. het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld; e. e. het tijdvak waarin het project wordt uitgevoerd.

Artikel 12

1. De programmabeheerder kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2. In ieder geval is de subsidie-ontvanger verplicht bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen en ontheffingen.

3. Artikel 9, eerste lid, is van toepassing.

Artikel 13

1. De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het bepaalde in de beschikking, bedoeld in artikel 12, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de programmabeheerder voor het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van het project.

2. Een verzoek om toestemming als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk bij de programmabeheerder ingediend.

3. De programmabeheerder kan bij de toestemming, bedoeld in het eerste lid, verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.

Artikel 14

1. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle, in artikel 7 onderscheiden, projectkosten kunnen worden afgelezen, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een urenverantwoording per werknemer aanwezig is.

2.

De subsidie-ontvanger doet onverwijld aan de programmabeheerder schriftelijk mededeling van:

a. a. de indiening van een verzoek tot surséance van betaling of faillissement; b. b. alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en een doelmatige aanwending daarvan.

Artikel 15

In geval van een demonstratieproject is de subsidie-ontvanger in ieder geval verplicht tot:

a. a. het verlenen van medewerking aan een door de programmabeheerder of een door de programmabeheerder aangewezen derde op te zetten en uit te voeren meet- of demonstratieprogramma; b. b. het zonder vergoeding geven van zijn instemming met het door de programmabeheerder geven van bekendheid aan uit het project en het meet- of demonstratieprogramma voortgekomen gegevens; c. c. het zonder vergoeding aan de programmabeheerder verstrekken van alle door de programmabeheerder gewenste, met het project verband houdende informatie.

Artikel 16

De subsidie-ontvanger is verplicht:

a. a. alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de minister terzake van de toepassing en effecten van deze regeling ingesteld evaluatie-onderzoek; b. b. medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van het project indien daartoe door of vanwege de minister wordt verzocht.

Paragraaf 3. Voorschotten

Artikel 17

1. Op verzoek van de subsidie-ontvanger verleent de programmabeheerder ten hoogste eenmaal per kalendermaand een voorschot op basis van de bij het verzoek gevoegde declaraties.

2. Het verzoek wordt schriftelijk ingediend met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier met het verzoek moeten worden meegezonden.

3. In afwijking op het eerste en tweede lid kan in een programma als bedoeld in artikel 2 een nadere invulling van hetgeen in het eerste en tweede lid is opgenomen worden vastgesteld.

Artikel 18

Het voorschot betreft de door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde projectkosten. In totaal is het bedrag aan verleende voorschotten niet groter dan 80 procent van de subsidieverlening.

Artikel 19

De programmabeheerder weigert een voorschot indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Paragraaf 4. Subsidievaststelling

Artikel 20

1.

De subsidie-ontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 11, onder e, bij de programmabeheerder een verzoek tot vaststelling van de subsidie in dat vergezeld gaat van:

a. a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier met de verantwoording moeten worden meegezonden; b. b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Het financieel eindverslag en de accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig het bij de programmabeheerder verkrijgbare controleprotocol.

2. Indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, stelt de programmabeheerder hem in de gelegenheid daaraan binnen een door de programmabeheerder te stellen termijn alsnog te voldoen.

3. Indien na afloop van deze termijn geen verantwoording is ingediend, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 21

De Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer wordt ingetrokken.

Artikel 22

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Artikel 23

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling milieu- en energie-efficiency in het goederenvervoer 2002.