rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-onderwijspersoneel-opleiding-tot-leraar/BWBR0041619
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar BWBR0041619 ministeriele-regeling geldend 2026-03-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041619 Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar

Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of artikel 1.1.1, onderdelen a en b van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;

instructeur: personeelslid van een instelling, belast met onderwijsondersteunende werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.2.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, niet zijnde een docent als bedoeld in artikel 4.1a.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

leraar: degene die voldoet aan de bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra, artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 7.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

leraarondersteuner: iemand die als leraarondersteuner werkzaam is op een school, instelling of samenwerkingsverband welke valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet primair onderwijs BES;

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

onderwijsassistent: iemand die als onderwijsassistent werkzaam is op een school, instelling of samenwerkingsverband welke valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet primair onderwijs BES;

onderwijsondersteunend personeelslid: lid van het overig personeel, bedoeld in artikel 7.2, derde lid van de Wet voortgezet onderwijs 2020 of lid van het onderwijsondersteunend personeel als bedoeld in artikel 29, zesde lid, van de Wet op de expertisecentra;

opleiding tot leraar:

a. a. op basis van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bekostigde bachelor- of masteropleiding die leidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in een school of instelling die valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet primair onderwijs BES of de Wet voortgezet onderwijs 2020 of een opleiding die leidt tot een diploma of getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.1, tweede lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; of b. b. opleiding aan de University of Curaçao of het Instituto Pedagogico Arubano, die leidt tot het verkrijgen van een bevoegdheid om les te geven in een school of instelling die valt onder de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet primair onderwijs BES of de Wet voortgezet onderwijs 2020;

samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 26 van de Wet primair onderwijs BES voor zover deze rechtspersoonlijkheid heeft of expertisecentrum onderwijszorg als bedoeld in artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;

studiekosten: de kosten van college-, examen- en diplomagelden;

studieverlof: verlof ten behoeve van het bijwonen van lessen van de opleiding tot leraar en verlof ten behoeve van de uren die de onderwijsassistent, leraarondersteuner of onderwijsondersteunend personeelslid besteedt voor de opleiding tot leraar.

Artikel 2

1. Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.

2. Artikel 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling is niet van toepassing.

Paragraaf 2. Bepalingen voor aanvragen in het primair onderwijs

Artikel 3

1. De minister kan aan een bevoegd gezag of samenwerkingsverband subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof in verband met het volgen van een opleiding tot leraar gedurende een periode van ten hoogste vier jaren door een bij het bevoegd gezag of samenwerkingsverband in dienst zijnde onderwijsassistent of leraarondersteuner die in 2019, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025 of 2026 met die opleiding is gestart.

2.

Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband en de onderwijsassistent of leraarondersteuner sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:

a. a. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt; b. b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen; c. c. wie welke de kosten draagt indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet; d. d. dat de onderwijsassistent of leraarondersteuner niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en e. e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval dat geen subsidie wordt toegekend.

Artikel 4

1.

Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is een bedrag beschikbaar van ten hoogste:

a. a. € 1.000.000 voor het kalenderjaar 2019; b. b. in totaal € 11.000.000 voor het kalenderjaar 2020; c. c. € 4.000.000 voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2021 en € 14.000.000 voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2022; d. d. € 16.000.000 voor subsidieverstrekking in het kalenderjaar 2023; e. e. € 10.680.000 per kalenderjaar voor subsidieverstrekking in de kalenderjaren 2024, 2025 en 2026.

2. De subsidie bedraagt € 5.000 per onderwijsassistent of leraarondersteuner per schooljaar gedurende maximaal vier jaren.

3. In het geval het voor subsidieverstrekking in 2021 beschikbare bedrag in 2021 niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het subsidieplafond voor 2022.

4. Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 5

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

2. De minister verstrekt per bevoegd gezag of samenwerkingsverband voor maximaal vijf onderwijsassistenten of leraarondersteuners subsidie.

3. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag in het betreffende kalenderjaar na toepassing van het eerste en tweede lid niet wordt uitgeput, worden de resterende middelen in afwijking van het tweede lid verdeeld over een zesde aanvraag per bevoegd gezag of samenwerkingsverband. Hierbij wordt beslist in volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

4. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het derde lid op 15 oktober van het betreffende kalenderjaar niet wordt uitgeput, is het derde lid van overeenkomstige toepassing op elke volgende onderwijsassistent of leraarondersteuner.

5. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag na toepassing van het vierde lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag verdeeld over de voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafonds voor het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8b, en het middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 8h. Het bedrag wordt verdeeld naar rato van de overvraag bij deze andere subsidieplafonds.

6. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2021 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt zij aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022 en behandeld als ware zij op 16 oktober 2021 ingediend.

7. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2022, 2023, 2024 of 2025 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt de aanvraag aangemerkt als aanvraag voor subsidieverstrekking in het daaropvolgende kalenderjaar en behandeld als ware zij ingediend op 1 januari van dat daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 6

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

a. a. het bevoegd gezag of samenwerkingsverband informeert jaarlijks DUS-I of de onderwijsassistent of leraarondersteuner de opleiding nog volgt en in welk studiejaar de onderwijsassistent of leraarondersteuner zit; b. b. het bevoegd gezag of samenwerkingsverband informeert DUS-I wanneer de onderwijsassistent of leraarondersteuner het diploma heeft behaald; c. c. indien de onderwijsassistent of leraarondersteuner tussentijds stopt met de opleiding tot leraar meldt het bevoegd dit aan DUS-I. De subsidie kan in dat geval lager worden vastgesteld en het teveel ontvangen bedrag wordt teruggevorderd.

Artikel 7

1. Het bevoegd gezag of samenwerkingsverband dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website www.dus-i.nl beschikbaar is gesteld.

2.

De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf het moment waarop de onderwijsassistent of leraarondersteuner is gestart met de opleiding tot leraar, bedoeld in artikel 3, eerste lid:

a. a. tot en met 15 oktober 2019, voor subsidieverstrekking in het jaar 2019; b. b. van 16 oktober 2019 tot en met 15 oktober 2020, voor subsidieverstrekking in het jaar 2020; c. c. tot en met 15 oktober 2021, voor subsidieverstrekking in het jaar 2021; d. d. van 16 oktober 2021 tot en met 15 oktober 2022, voor subsidieverstrekking in het jaar 2022; e. e. van 1 januari 2023 tot en met 15 oktober 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023; f. f. van 1 januari 2024 tot en met 15 oktober 2024, voor subsidieverstrekking in het jaar 2024; g. g. van 1 januari 2025 tot en met 15 oktober 2025, voor subsidieverstrekking in het jaar 2025; h. h. van 1 januari 2026 tot en met 16 oktober 2026, 13.00 uur, voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.

3. Per onderwijsassistent of leraarondersteuner kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.

4. De subsidie wordt aangevraagd in het kalenderjaar waarin de onderwijsassistent of leraarondersteuner met de opleiding tot leraar is gestart of in het daaropvolgende kalenderjaar. Aanvragen die op een eerder of later tijdstip worden ingediend, worden afgewezen.

5. Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen als bedoeld in artikel 5, zevende lid, indien de desbetreffende aanvraag aanvankelijk binnen het in het vierde lid bedoelde aanvraagtijdvak werd ingediend.

6.

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van het inschrijvingsbewijs van de onderwijsassistent of leraarondersteuner voor de opleiding tot leraar, waarin in ieder geval is vermeld:

a. a. de naam van de onderwijsassistent of leraarondersteuner; b. b. de opleider; c. c. de opleiding tot leraar; en d. d. de startdatum van de opleiding tot leraar.

Artikel 8

1. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie van het betreffende schooljaar worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt. De subsidie voor daaropvolgende collegejaren kan in dat geval lager worden vastgesteld en het teveel ontvangen bedrag wordt teruggevorderd.

2. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt de subsidie, indien de aanvraag is ingediend:

a. a. in de periode van 16 oktober 2019 tot en met 31 december 2019, uiterlijk vóór 1 maart 2020 direct vastgesteld; b. b. in de periode van 1 augustus 2020 tot en met 15 oktober 2020, uiterlijk vóór 11 december 2020 direct vastgesteld; c. c. in de periode van 16 oktober 2021 tot en met 31 december 2021, uiterlijk vóór 1 maart 2022 direct vastgesteld; d. d. in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 15 oktober 2022, uiterlijk vóór 18 december 2022 direct vastgesteld; e. e. in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 15 oktober 2023, uiterlijk vóór 18 december 2023 direct vastgesteld; f. f. in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 15 oktober 2024, uiterlijk vóór 18 december 2024 direct vastgesteld; g. g. in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 15 oktober 2025, uiterlijk vóór 18 december 2025 direct vastgesteld; h. h. in de periode van 1 augustus 2026 tot en met 15 oktober 2026, uiterlijk vóór 18 december 2026 direct vastgesteld.

Paragraaf 3. Bepalingen voor aanvragen in het voortgezet onderwijs

Artikel 8a

1. De minister kan aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof in verband met het volgen van een opleiding tot leraar gedurende een periode van ten hoogste vier jaren door een bij het bevoegd gezag in dienst zijnde onderwijsondersteunend personeelslid die in 2023, 2024, 2025 of 2026 met die opleiding is gestart.

2.

Het bevoegd gezag en het onderwijsondersteunend personeelslid sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:

a. a. dat het onderwijsondersteunend personeelslid ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt; b. b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen; c. c. wie welke kosten draagt indien het onderwijsondersteunend personeelslid langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet; d. d. dat het onderwijsondersteunend personeelslid niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en e. e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval geen subsidie wordt toegekend.

Artikel 8b

1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor de kalenderjaren 2024, 2025 en 2026 jaarlijks een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 4.720.000 voor de toegevoegde doelgroep (onderwijsondersteunende personeelsleden in het vo).

2. De subsidie bedraagt € 5.000 per onderwijsondersteunend personeelslid per jaar gedurende maximaal vier jaren.

3. Ingeval het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag verdeeld over de voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafonds voor het primair onderwijs, bedoeld in artikel 4, en het middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 8h. Het bedrag wordt verdeeld naar rato van de overvraag bij deze subsidieplafonds.

4. Voor subsidieontvangers op Bonaire, Sint Eustatius of Saba wordt het in het tweede lid bedoelde subsidiebedrag omgerekend in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 8c

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van aanvragen.

2. Indien een aanvraag voor subsidieverstrekking in het jaar 2023, 2024 of 2025 niet kan worden toegewezen omdat het subsidieplafond is bereikt, wordt zij aangemerkt als aanvraag voor subsidievertrekking en behandeld als ware zij ingediend op 1 januari van dat daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 8d

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

a. a. Het bevoegd gezag informeert jaarlijks DUS-I of het onderwijsondersteunend personeelslid de opleiding nog volgt en in welk studiejaar het onderwijsondersteunend personeelslid zit; b. b. het bevoegd gezag informeert DUS-I wanneer het onderwijsondersteunend personeelslid het diploma heeft behaald; c. c. indien het onderwijsondersteunend personeelslid tussentijds stopt met de opleiding tot leraar meldt het bevoegd gezag dit aan DUS-I. De subsidie kan in dat geval lager worden vastgesteld en het teveel ontvangen bedrag wordt teruggevorderd.

Artikel 8e

1. Het bevoegd gezag dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat op de website www.dus-i.nl beschikbaar is gesteld.

2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend in het kalenderjaar waarin het onderwijsondersteunend personeelslid is gestart met de opleiding of in het daaropvolgende kalenderjaar. Aanvragen die op een eerder of later tijdstip worden ingediend worden afgewezen.

3.

De aanvraagperiode loopt:

a. a. tot en met 15 oktober 2023, voor subsidieverstrekking in het jaar 2023; b. b. van 1 januari tot en met 15 oktober 2024, voor subsidieverstrekking in het jaar 2024; c. c. van 1 januari tot en met 15 oktober 2025, voor subsidieverstrekking in het jaar 2025; d. d. van 1 januari 2026 tot en met 16 oktober 2026 13.00 uur, voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.

4. Per onderwijsondersteunend personeelslid kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.

5. Het tweede lid, tweede volzin, is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen als bedoeld in artikel 8c, tweede lid, indien de desbetreffende aanvraag aanvankelijk binnen het in het tweede lid eerste volzin bedoelde aanvraagtijdvak werd ingediend.

6.

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een overeenkomst als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, en van een afschrift van het inschrijvingsbewijs van de onderwijsassistent of leraarondersteuner voor de opleiding tot leraar, waarin in ieder geval is vermeld:

a. a. de naam van het onderwijsondersteunend personeelslid; b. b. de opleider; c. c. de opleiding tot leraar; en d. d. de startdatum van de opleiding tot leraar.

Artikel 8f

1. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

3.

In afwijking van het tweede lid wordt de subsidie, indien de aanvraag is ingediend:

a. a. in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 15 oktober 2023, uiterlijk vóór 18 december 2023 direct vastgesteld; b. b. in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 15 oktober 2024, uiterlijk vóór 18 december 2024 direct vastgesteld; c. c. in de periode van 1 augustus 2025 tot en met 15 oktober 2025, uiterlijk vóór 18 december 2025 direct vastgesteld; d. d. in de periode van 1 augustus 2026 tot en met 15 oktober 2026, uiterlijk vóór 18 december 2026 direct vastgesteld.

Paragraaf 4. Bepalingen voor aanvragen in het middelbaar beroepsonderwijs

Artikel 8g

1. De minister kan aan een bevoegd gezag subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de studiekosten en kosten van studieverlof in verband met het volgen van een opleiding tot leraar gedurende een periode van ten hoogste vier jaren door een bij het bevoegd gezag in dienst zijnde instructeur die in het kalenderjaar van de aanvraag of het kalenderjaar daaraan voorafgaand met die opleiding is gestart.

2.

Het bevoegd gezag en de instructeur sluiten een overeenkomst, waarin ten minste is opgenomen:

a. a. dat de instructeur ten minste 20% van het aantal uren van de betrekkingsomvang per week aan studieverlof ontvangt; b. b. door wie de overige kosten naast de studiekosten worden gedragen; c. c. wie welke kosten draagt indien de instructeur langer dan vier jaar over de opleiding tot leraar doet; d. d. dat de instructeur niet op andere wijze een studievergoeding krijgt vanuit het Rijk; en e. e. welke afspraken zijn gemaakt voor het geval geen subsidie wordt toegekend.

3. De minister verstrekt op grond deze regeling geen subsidie aan een bevoegd gezag indien voor de desbetreffende instructeur al subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025.

Artikel 8h

1. Voor subsidieverstrekking op grond van deze paragraaf is voor het kalenderjaar 2026 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 400.000.

2. Het subsidiebedrag bestaat uit € 5.000 per instructeur per studiejaar van de opleiding tot leraar met een maximum van € 20.000. Het subsidiebedrag wordt in een keer verstrekt.

3. Indien het voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid niet wordt uitgeput, wordt het resterende bedrag verdeeld over de voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafonds voor het primair onderwijs, bedoeld in artikel 4, en het voortgezet onderwijs, bedoeld in artikel 8b. Het bedrag wordt verdeeld naar rato van de overvraag bij deze subsidieplafonds.

Artikel 8i

De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 8j

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

a. a. Het bevoegd gezag informeert jaarlijks DUS-I of de instructeur de opleiding nog volgt en in welk studiejaar de instructeur zit; b. b. het bevoegd gezag informeert DUS-I wanneer de instructeur het diploma heeft behaald; c. c. indien de instructeur tussentijds stopt met de opleiding tot leraar meldt het bevoegd gezag dit onverwijld aan DUS-I. De subsidie kan in dat geval lager worden vastgesteld en het teveel ontvangen bedrag wordt teruggevorderd.

Artikel 8k

1. Het bevoegd gezag dient de aanvraag in met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daarvoor op de website www.dus-i.nl beschikbaar is gesteld.

2. De subsidieaanvraag kan worden ingediend in het kalenderjaar waarin de instructeur is gestart met de opleiding of in het daaropvolgende kalenderjaar. Aanvragen die op een eerder of later tijdstip worden ingediend worden afgewezen.

3. Het bevoegd gezag bevestigt aan DUS-I dat voor de instructeur geen subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling instructeursbeurs of de Subsidieregeling instructeursbeurs mbo 2025.

4. De aanvraagperiode loopt vanaf 11 maart 2026 tot en met 16 oktober 2026, 13.00 uur, voor subsidieverstrekking in het jaar 2026.

5. Per instructeur kan eenmaal per opleiding op grond van deze regeling subsidie worden verstrekt.

6.

De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van het inschrijvingsbewijs van de instructeur voor de opleiding tot leraar, waarin in ieder geval is vermeld:

a. a. de naam van de instructeur; b. b. de opleider; c. c. de opleiding tot leraar; en d. d. de startdatum van de opleiding tot leraar.

Artikel 8l

1. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.

3. In afwijking van het tweede lid wordt de subsidie, indien de aanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2026 tot en met 15 oktober 2026, uiterlijk op 17 december 2026 direct vastgesteld.

Paragraaf 5. Betaling en verantwoording

Artikel 9

De Minister betaalt het subsidiebedrag ineens.

Artikel 10

Indien de onderwijsassistent, leraarondersteuner of instructeur het dienstverband met de subsidieontvanger beëindigt en de opleiding tot leraar voortzet in dienst bij een ander bevoegd gezag of samenwerkingsverband, kan de subsidieontvanger de subsidie aanwenden om de onderwijsassistent, leraarondersteuner of instructeur de opleiding tot leraar te laten voortzetten bij dat andere bevoegd gezag of samenwerkingsverband.

Artikel 11

1. De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 11a

Artikel 7, vierde lid, is niet van toepassing ten aanzien van aanvragen die aanvankelijk in 2022 of in een eerder jaar werden ingediend.

Artikel 11b

Deze regeling berust op de artikelen 71 van de Wet op het primair onderwijs, 67 van de Wet primair onderwijs BES, 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, 71 van de Wet op de expertisecentra, de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van de subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar.