40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027 | BWBR0047399 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-11-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047399 | Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027 |
Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- DUS-I: * Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
-
- Kaderregeling: * Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
-
- minister: * Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
-
- onderzoeks- en verbetercultuur: * cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen, zowel intern als extern, zich richten op het definiëren en behalen van de gewenste kwaliteit door middel van een constructief-kritische houding en continu streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen;
-
- onderzoeksfase: * schooljaren 2024/2025, 2025/2026 en 2026/2027;
-
- O&O-scholen: * onderzoek- en ontwikkelscholen in het programma Ontwikkelkracht;
-
- organisatie: * organisatie, niet zijnde school, onderwijsinstelling of gemeente, met aantoonbare ervaring op het gebied van het begeleiden van scholen om gericht te werken aan een onderzoeks- en verbetercultuur;
-
- pilotjaar: * schooljaar 2023/2024;
-
- programma Ontwikkelkracht: * programma dat is gericht op het versterken van de kennisinfrastructuur in het Nederlands onderwijs;
-
- school: * school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES of artikel 1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 1.2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Hoofdstuk 2. Subsidie pilotjaar
Artikel 2.1
1. De minister kan aan ten hoogste twee organisaties een subsidie verstrekken voor het gericht werken aan een onderzoeks- en verbetercultuur binnen het programma Ontwikkelkracht in het pilotjaar, aan de hand van een werkwijze. De werkwijze wordt tijdens het pilotjaar door de subsidieontvanger op ten minste twaalf scholen toegepast.
2. Het subsidiebedrag per organisatie bedraagt ten hoogste € 252.500,–.
3.
De volgende kosten komen in ieder geval voor subsidie in aanmerking:
a. a. kosten, inclusief voorbereidingskosten, verbonden aan het begeleiden van scholen in de onderzoek- en verbetertrajecten; b. b. kosten verbonden aan het begeleiden en organiseren van bijeenkomsten met deelnemende scholen.
Artikel 2.2
Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 2.1 is op grond van deze regeling in totaal een bedrag van € 505.000,– beschikbaar.
Artikel 2.3
1. Een organisatie kan van 1 november 2022 tot en met 1 december 022 een aanvraag indienen voor de subsidie, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid. Aanvragen die worden ontvangen na 1 december 2022, worden afgewezen.
2.
De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting voor het pilotjaar. In aanvulling op hoofdstuk 3 van de Kaderregeling bevat het activiteitenplan een beschrijving van:
a. a. de samenhang van de uitvoering van de werkwijze met de andere onderdelen van het programma Ontwikkelkracht; b. b. de manier waarop de werkwijze bijdraagt aan het versterken van de onderzoeks- en verbetercultuur op de scholen; c. c. de rolverdeling en verantwoordelijkheid van de eventuele samenwerkingspartners.
3. Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.
Artikel 2.4
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag na onderlinge afweging van de subsidieaanvragen op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1. Bij de beoordeling van de subsidieaanvragen worden punten toegekend, met een maximum van 100 punten per aanvraag. De aanvragen met een hoger aantal punten worden daarbij hoger in de rangschikking geplaatst.
2. Indien twee of meer aanvragen op een gelijke positie worden gerangschikt, wordt de onderlinge rangschikking van deze aanvragen door middel van loting bepaald.
3. De weging van de verschillende beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1, is als volgt: onderdeel B weegt voor 40 procent mee. Onderdelen A, C en D ieder voor 20 procent.
4. Een aanvraag komt alleen in aanmerking voor subsidieverlening indien op elk onderdeel van de beoordelingscriteria ten minste zestig procent van de punten zijn behaald.
Artikel 2.5
Aan de subsidieontvanger, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a. a. de subsidieontvanger werkt samen met andere uitvoerders binnen het programma Ontwikkelkracht, waaronder het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en Education Lab, en neemt zitting in het programmateam van het programma Ontwikkelkracht; b. b. de subsidieontvanger verstrekt waar nodig informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht en werkt mee aan evaluaties en monitoring; c. c. de subsidie wordt in het pilotjaar besteed; d. d. de subsidieontvanger zendt aan de minister vóór 1 mei 2024 een voortgangsrapportage over het pilotjaar. Hiervoor dient de subsidieontvanger gebruik te maken van een format dat DUS-I ontwikkelt.
Artikel 2.6
1. De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid.
2. De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.
Artikel 2.7
1. Ten aanzien van de verantwoording van de subsidie is artikel 7.8. van de Kaderregeling van toepassing.
2. De subsidieontvanger toont voor 1 oktober 2024 op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
Hoofdstuk 3. Subsidie onderzoeksfase
Artikel 3.1
1. Na het pilotjaar beslist de minister over voortzetting van het verder uitvoeren van de werkwijze op 240 scholen per subsidieontvanger als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, in de onderzoeksfase.
2. Indien het in het eerste lid bedoelde besluit positief is, kan de minister aan organisaties aan wie eerder op grond van artikel 2.1, eerste lid, subsidie is verstrekt, eveneens subsidie verstrekken voor het uitvoeren van de werkwijze in de onderzoeksfase. Indien de minister negatief besluit over voortzetting van het verder uitvoeren van de werkwijze in de onderzoeksfase door een organisatie, ontvangt die organisatie geen subsidie voor de onderzoeksfase.
3. Het subsidiebedrag per organisatie bedraagt ten hoogste € 4.800.000,–. Artikel 2.1, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.2
Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 3.1 is op grond van deze regeling in totaal een bedrag van € 9.600.000,– beschikbaar.
Artikel 3.3
1. Een organisatie aan wie eerder op grond van artikel 2.1 subsidie is verstrekt, kan, indien het besluit van de minister, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, positief is, subsidie aanvragen voor de onderzoeksfase. Daartoe kan de organisatie vóór 15 juni 2024 een subsidieaanvraag indienen bij de minister.
2. De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting. Artikel 2.3, tweede lid, sub a tot en met c zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.4
De minister verdeelt het beschikbare bedrag na beoordeling van de subsidieaanvragen op basis van de voortgangsrapportage, bedoeld in artikel 2.5, sub d, een onafhankelijk onderzoek door een externe partij en de aanvraag, bedoeld in artikel 3.3, tweede lid.
Artikel 3.5
1.
Aan de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, worden de volgende verplichtingen opgelegd:
a. a. de subsidieontvanger werkt samen met andere uitvoerders binnen het programma Ontwikkelkracht, waaronder het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek en Education Lab, en neemt zitting in het programmateam van het programma Ontwikkelkracht; b. b. de subsidieontvanger verstrekt waar nodig informatie aan het programmabureau van het programma Ontwikkelkracht en werkt mee aan evaluaties en monitoring; c. c. de subsidie wordt in 2024 tot en met 2027 besteed; d. d. de subsidieontvanger zendt jaarlijks vóór 1 oktober een voortgangsrapportage aan de minister, waarin verslag wordt gedaan van de realisatie van de in de activiteitenplannen genoemde activiteiten met de bijbehorende budgetuitputting van het betreffende jaar in een financieel verslag. e. e. de subsidieontvanger zendt voor 1 januari 2028 een eindrapportage aan de minister, waarin verslag wordt gedaan van de realisatie van de in de activiteitenplannen genoemde activiteiten met de bijbehorende budgetuitputting van de onderzoeksfase in een financieel verslag.
Artikel 3.6
1. De subsidie wordt verleend binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid.
2. De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt per kwartaal een gelijk deel van het subsidiebedrag.
Artikel 3.7
1. Ten aanzien van de verantwoording van de subsidie is artikel 7.8 van de Kaderregeling van toepassing.
2. De subsidieontvanger toont voor 1 januari 2028 op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4.1
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 november 2027, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van de regeling zijn verstrekt.
Artikel 4.2
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling onderzoeks- en verbetercultuur funderend onderwijs 2023–2027.