40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling pilot innovatievouchers 2005 tweede fase | BWBR0018804 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-10-17 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018804 | Subsidieregeling pilot innovatievouchers 2005 tweede fase |
Subsidieregeling pilot innovatievouchers 2005 tweede fase
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: de Minister van Economische Zaken; b. b. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt; c. c. kennisinstelling: een publieke kennisinstelling, of een onderzoeksafdeling; d. d. publieke kennisinstelling:
1°.
een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder i van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis;
2°.
een andere dan onder 1° bedoelde geheel of gedeeltelijk meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden;
3°.
een geheel of gedeeltelijk meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder 1°, of een geheel of gedeeltelijk meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden, indien deze instelling is gevestigd in Noordrijn-Westfalen of Vlaanderen;
4°.
een stichting zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden en in ieder geval:
a.
geheel of gedeeltelijk meerjarig door een instelling als bedoeld onder 1°, 2° of 3° wordt gefinancierd of
b.
onder overwegende zeggenschap staat van een zodanige instelling;
1°. 1°. een onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs en een onder i van de bijlage bij die wet bedoeld academisch ziekenhuis; 2°. 2°. een andere dan onder 1° bedoelde geheel of gedeeltelijk meerjarig door de overheid gefinancierde onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke of technische kennis uit te breiden; 3°. 3°. een geheel of gedeeltelijk meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde openbare instelling voor hoger onderwijs of een daaraan verbonden ziekenhuis gelijkwaardig aan een instelling respectievelijk academisch ziekenhuis als bedoeld onder 1°, of een geheel of gedeeltelijk meerjarig door een andere lidstaat van de Europese Unie gefinancierde onderzoeksinstelling zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden, indien deze instelling is gevestigd in Noordrijn-Westfalen of Vlaanderen; 4°. 4°. een stichting zonder winstoogmerk die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden en in ieder geval:
a.
geheel of gedeeltelijk meerjarig door een instelling als bedoeld onder 1°, 2° of 3° wordt gefinancierd of
b.
onder overwegende zeggenschap staat van een zodanige instelling;
a. a. geheel of gedeeltelijk meerjarig door een instelling als bedoeld onder 1°, 2° of 3° wordt gefinancierd of b. b. onder overwegende zeggenschap staat van een zodanige instelling; e. e. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
1°.
een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°.
laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
1°. 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
– – meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan, – – volledig aansprakelijk vennoot is van of – – overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en 2°. 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen; f. f. onderzoeksafdeling: een onderzoeksafdeling, die onderdeel vormt van een onderneming of groep die niet als hoofddoelstelling onderzoek en ontwikkeling heeft en die in 2003 kosten voor onderzoek en ontwikkeling had van ten minste € 60.000.000; g. g. kennisoverdrachtsproject: een door een kennisinstelling verrichte activiteit, bestaande uit het, al dan niet op basis van te verrichten nader onderzoek, beantwoorden van een toepassingsgerichte kennisvraag van een ondernemer of een aantal ondernemers gezamenlijk, uitgaande van voor de ondernemer nieuwe technologie of technologische kennis met betrekking tot producten, processen of diensten; h. h. innovatievoucher: een door de minister aan een ondernemer afgegeven document, dat deze ondernemer kan inleveren bij een kennisinstelling ten behoeve van de uitvoering van een kennisoverdrachtsproject.
2. Geen kennisoverdrachtsproject in de zin van deze regeling is een project waarbij de beantwoording van een toepassingsgerichte kennisvraag uitsluitend plaatsvindt door het leveren van goederen, het geven van cursussen of het uitvoeren van verkoopgerichte marktactiviteiten.
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een kennisinstelling die voor eigen rekening en risico een kennisoverdrachtsproject heeft uitgevoerd en in verband daarmee een of meer geldigeinnovatievouchers overlegt.
2. Geen subsidie wordt verstrekt voor een kennisoverdrachtsproject in verband waarmee de ondernemer en de kennisinstelling reeds voor de afgiftedatum van het innovatievoucher verplichtingen jegens elkaar zijn aangegaan.
Artikel 3
1. De subsidie bedraagt het bedrag van de door de kennisinstelling voor het kennisoverdrachtsproject gemaakte kosten, exclusief eventueel in rekening te brengen omzetbelasting, maar niet meer dan € 7500 per innovatievoucher en niet meer dan € 75.000 in totaal.
2.
Niet subsidiabel zijn:
a. a. kosten die in het kader van stages van studenten van publieke kennisinstellingen worden gemaakt; b. b. aan derden, niet zijnde kennisinstellingen, verschuldigde kosten.
Artikel 4
Het subsidieplafond voor het in 2005 en 2006 verstrekken van subsidies bedraagt € 4.500.000.
Paragraaf 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag
Artikel 5
1. Een aanvraag om subsidie wordt na afloop van het kennisoverdrachtsproject ingediend met gebruikmaking van een formulier, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.
2. De aanvraag moet uiterlijk op 30 juni 2006 zijn ontvangen. Op een voor het einde van de termijn daartoe ingediend schriftelijk verzoek kan de minister deze termijn eenmalig verlengen.
3.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. de innovatievouchers die ten behoeve van de uitvoering van het kennisoverdrachtsproject zijn ingeleverd; b. b. een beschrijving van het kennisoverdrachtsproject;
alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 6
De minister geeft een beschikking, inhoudende de subsidievaststelling, binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7
1. De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Artikel 8
De minister kan bij de subsidievaststelling verplichtingen opleggen met betrekking tot het verlenen van medewerking door de subsidie-ontvanger aan een evaluatie van de toepassing van deze regeling.
Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 17 oktober 2005.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pilot innovatievouchers 2005 tweede fase.
Bijlage
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.