rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-publieksvoorlichting-wetenschap-en-technologie/BWBR0010223
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie BWBR0010223 ministeriele-regeling geldend 1999-02-19 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010223 Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie

Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

Artikel 2

Subsidie kan worden verstrekt voor publieksvoorlichting over wetenschap en technologie aan financieel weinig draagkrachtige, onafhankelijke organisaties, die directe publieksvoorlichting over wetenschap en technologie tot hoofdactiviteit hebben. Geen subsidie wordt verstrekt voor beroeps-, studie- of vakgerichte voorlichtingsactiviteiten.

Artikel 3

De minister stelt jaarlijks het subsidieplafond vast.

Artikel 4

De subsidie wordt verleend voor de uitvoering van een door de minister goedgekeurd werkplan. De subsidie bestaat uit een bedrag per boekjaar van ten hoogste vijftig procent van de jaarbegroting, behorende bij het goedgekeurde werkplan van de aanvrager.

Artikel 5

Subsidie wordt op aanvraag verleend.

Artikel 6

Subsidie wordt slechts verleend aan rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid bezittende, ongebonden organisaties zonder winstoogmerk op het gebied van wetenschaps- en technologievoorlichting met een regionale dan wel landelijke functie, die aantoonbaar tenminste twee jaar voor de aanvraag op het terrein van de wetenschaps- en technologievoorlichting werkzaam zijn geweest.

Artikel 7

De subsidieaanvraag omvat:

a. a. een vierjarenplan, inhoudende de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten en van de beoogde resultaten; b. b. een sluitende vierjarenraming, die inzicht geeft in de baten en de lasten van de organisatie. De vierjarenraming is voorzien van een postgewijze toelichting; c. c. een werkplan voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de organisatie met de activiteiten nastreeft, op welke wijze zij worden uitgevoerd en voor welke doelgroep zij zijn bestemd; d. d. een sluitende begroting voor het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, voorzien van een postgewijze toelichting; e. e. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten en een afschrift waaruit de inschrijving van de instelling in het geldende openbaar register blijkt. Overlegging van bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de aanvrager er redelijkerwijs van uit kan gaan dat deze gegevens aan de minister bekend zijn. In de aanvraag wordt daarvan mededeling gedaan.

Artikel 8

De subsidieaanvraag wordt ingediend voor een door de minister te bepalen tijdstip.

Artikel 9

1.

Subsidie wordt verleend aan de aanvrager wiens aanvraag naar het oordeel van de minister, gelet op de beschikbare middelen, het best tegemoet komt aan de doelstelling van deze regeling, en zolang het bedrag, genoemd onder artikel 3 niet wordt overschreden. De minister beoordeelt een aanvraag positiever naarmate hij is ingediend door een aanvrager die

  • in voorgaande jaren subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling of is gefinancierd op grond van het fonds de Voorziening;
  • beschikt over een grotere organisatorische en vakmatige deskundigheid, en
  • activiteiten uitvoert die een lokaal belang overstijgen en meer op landelijke schaal worden uitgevoerd.

2. De minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen op basis van een vergelijking voor hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie.

Artikel 10

Subsidie wordt verleend voor een boekjaar.

Artikel 11

Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat bij de vaststelling van de Rijksbegroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 12

1. Zolang de subsidie niet is vastgesteld, stelt de subsidie-ontvanger de minister onverwijld in kennis van na de aanvraag tot subsidieverlening opgekomen of bekend geworden feiten of omstandigheden die redelijkerwijs van belang zouden kunnen zijn voor de vaststelling van de subsidie.

Artikel 13

De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de uitvoering van het werkplan waarvoor zij blijkens de subsidieverlening bestemd is.

Artikel 14

Voorafgaande schriftelijke instemming van de minister is vereist met:

a. a. het aangaan van huur- of koopovereenkomsten die leiden tot een jaarlijkse last van meer dan f 50.000; b. b. het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot intellectuele eigendomsrechten die rechtstreeks of middellijk voortvloeien uit activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt; c. c. het verstrekken van geldleningen; d. d. het vervreemden of bezwaren van registergoederen en andere vermogensbestanddelen, deze laatste wanneer zij zijn verworven (mede) door middel van subsidie, dan wel de lasten daarvan (mede) zijn bestreden uit de subsidie; e. e. het zich verbinden als borg, hoofdelijk medeschuldenaar of het zich voor derden sterk maken of zich tot zekerheidstelling voor schulden van derden verbinden.

Artikel 15

1. Binnen een door de minister bij de subsidieverlening vast te stellen periode dient de subsidie-ontvanger bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2. De aanvraag voor subsidievaststelling gaat vergezeld van: een financieel en een inhoudelijk verslag. In beide verslagen wordt tot uitdrukking gebracht in hoeverre sprake is van een behoorlijke uitvoering van het werkplan waarvoor subsidie is verleend en van de daarmee behaalde resultaten alsmede van een doelmatige aanwending van de subsidie.

3. De inrichting van het financieel verslag komt overeen met de indeling van de begroting, de inrichting van het inhoudelijk verslag komt overeen met de inrichting van het werkplan.

Artikel 16

Artikel 4:78 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing in het geval de verleende subsidie f 100.000 of minder heeft bedragen.

Artikel 17

De minister verleent voorschotten. Het ritme van bevoorschotting wordt in de beschikking tot verlening van de subsidie aangegeven.

Artikel 18

De minister delegeert de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot het verstrekken van subsidies als bedoeld in deze regeling aan het bestuur van Stichting WeTeN te Utrecht, met uitzondering van de bevoegdheid tot het nemen van besluiten als bedoeld in artikel 3.

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling publieksvoorlichting wetenschap en technologie.