40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie 1998 | BWBR0009297 | ministeriele-regeling | geldend | 1998-05-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0009297 | Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie 1998 |
Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie 1998
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een ondernemer die een referentieproject milieutechnologie uitvoert.
2. Aan een ondernemer wordt op grond van deze regeling slechts eenmaal per kalenderjaar subsidie verleend ter zake van een meetprogramma en slechts eenmaal per kalenderjaar ter zake van een eerste praktijktoepassing.
3. Geen subsidie wordt verstrekt indien ter zake van het uitvoeren van het referentieproject milieutechnologie of een onderdeel daarvan reeds vanwege een bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt.
Artikel 3
De subsidie bedraagt:
a. a. voor een meetprogramma: 50 procent van de projectkosten, doch niet meer dan € 68 100; b. b. voor een eerste praktijktoepassing: 25 procent van de projectkosten, doch niet meer dan € 226 900.
Artikel 4
Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende, direct aan de uitvoering van het referentieproject milieutechnologie verbonden, kosten:
a. a. in geval van een meetprogramma: de door de meetinstantie in rekening gebrachte en door de subsidie-ontvanger ter zake van het meetprogramma betaalde kosten, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen; b. b. in geval van een eerste praktijktoepassing: de door de subsidie-ontvanger aan de eerste afnemer ter zake van het product, het proces of de dienst in rekening gebrachte en door de afnemer betaalde kosten, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen.
Artikel 5
1. Er is een Adviescommissie referentieprojecten milieutechnologie, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden.
3. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste een jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
4. De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.
5. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.
6. In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.
7. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van het Ministerie van Economische Zaken.
8. De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.
9. De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en de doeltreffendheid van zijn werkzaamheden in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar. Het verslag wordt aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.
Artikel 6
1. De minister stelt ieder begrotingsjaar bij ministeriële regeling een subsidieplafond vast voor het in dat jaar verlenen van subsidies krachtens deze regeling.
2.
Het subsidieplafond voor het in 1999 verlenen van subsidies op grond van deze regeling wordt vastgesteld op f 4.000.000,00, waarvan:
a. a. f 1.000.000,00 beschikbaar is voor meetprogramma’s en b. b. f 3.000.000,00 beschikbaar is voor eerste praktijktoepassingen.
3. De bedragen die op 15 september van enig kalenderjaar resteren na aftrek van de verleende en voor 15 september van dat kalenderjaar aangevraagde subsidies worden samengevoegd tot één bedrag, dat beschikbaar is voor subsidieverleningen ter zake van meetprogramma’s èn eerste praktijktoepassingen.
Paragraaf 2. Aanvragen
Artikel 7
1. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.
2. Een aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 8
1. De minister wint omtrent een aanvraag het advies in van de Adviescommissie referentieprojecten milieutechnologie.
2.
De commissie geeft aan de minister een negatief advies:
a. a. indien in onvoldoende mate sprake is van een voor Nederland nieuwe milieutechnologie met goede economische perspectieven; b. b. indien door de aanvrager niet aannemelijk gemaakt is dat sprake is van een meer dan normale financiële of technische drempel die een belemmering vormt voor het vinden van een eerste afnemer en dat deze drempel door de subsidie kan worden verlaagd; c. c. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het referentieproject milieutechnologie; d. d. indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de capaciteiten van de aanvrager om verdere verspreiding van de technologie te realiseren; e. e. in geval van een eerste praktijktoepassing, indien niet aannemelijk is dat op grond van de bij de aanvraag overgelegde offerte binnen zes maanden na de subsidieverlening een overeenkomst ter zake van de levering van het product, het proces of de dienst wordt gesloten.
Artikel 9
De minister geeft op de aanvraag een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 10
1.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag:
a. a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling; b. b. indien de commissie een negatief advies heeft uitgebracht; c. c. in geval van een meetprogramma, indien hij de projectkosten op minder dan € 4 500 raamt; d. d. in geval van een eerste praktijktoepassing, indien hij de projectkosten op minder dan € 11 300 raamt; e. e. indien de ondernemer geen "kleine of middelgrote onderneming" is in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen. Een wijziging van de kaderregeling treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.
2. De minister kan afwijken van het door de commissie uitgebrachte advies, indien het advies in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.
Artikel 11
De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en de aanvrager met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Paragraaf 3. Subsidieverlening en verplichtingen van de subsidie-ontvanger
Artikel 12
Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 13, 14, 15 en 16 opgenomen verplichtingen. De verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.
Artikel 13
1.
De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk:
a. a. in geval van een meetprogramma binnen één jaar na de subsidieverlening of b. b. in geval van een eerste praktijktoepassing binnen twee jaar na de subsidieverlening, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.
2. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
Artikel 14
1. De subsidie-ontvanger legt in geval van een eerste praktijktoepassing binnen zes maanden na de subsdieverlening een kopie van de overeenkomst met de eerste afnemer aan de minister over, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister.
2. De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden.
Artikel 15
1. De subsidie-ontvanger brengt na de subsidieverlening steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het referentieproject milieutechnologie.
2. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling bij de minister in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het referentieproject milieutechnologie ingevolge artikel 13, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.
3. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
4. De aanvraag gaat vergezeld van een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het project en andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.
Artikel 16
1. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen.
2. De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surséance van betaling aan hem of faillietverklaring van hem.
Paragraaf 4. Subsidievaststelling
Artikel 17
De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 18
De Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn toegezegd of vastgesteld.
Artikel 19
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 20
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling referentieprojecten milieutechnologie 1998.