40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling stimulering uitvoering maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer | BWBR0048372 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-07-08 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048372 | Subsidieregeling stimulering uitvoering maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer |
Subsidieregeling stimulering uitvoering maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- deelproject: project van een waterschap en een of meer agrariërs of het georganiseerde agrarisch bedrijfsleven met een beschrijving van de maatregelen;
- Gebiedsdocument agrarische wateropgave: document waarin per waterschapsgebied de met de agrarische bedrijfsvoering samenhangende wateropgaven aangaande waterkwantiteit en waterkwaliteit, zijn beschreven voor zowel grond- als oppervlaktewater;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- projectpakket: totaal van deelprojecten die als geheel bij een aanvraag wordt gevoegd.
Artikel 2
Deze regeling heeft tot doel het door middel van subsidieverstrekking stimuleren van het versneld uitvoeren van deelprojecten die de agrarische wateropgave zoals beschreven in de Gebiedsdocumenten agrarische wateropgave verminderen.
Artikel 3
De artikelen 6, vierde en vijfde lid, 10, vierde lid, onder f, 14, 17, eerste lid, aanhef en onder a, b, e en f, 18, 21, en 23, zesde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4
1. De minister kan op aanvraag van een waterschap een subsidie verstrekken voor de kosten die het waterschap maakt in het kader van de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden bij het uitvoeren van een projectpakket.
2.
Tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, behoren de kosten inclusief BTW voor:
a. a. de uitvoering van het projectpakket, waaronder in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen:
1°.
fysieke maatregelen, waaronder de aanschaf van middelen en de aanleg van voorzieningen waarvan het waterschap eigenaar wordt of het door een waterschap inzetten van middelen van derden tegen een marktconform tarief;
2°.
het organiseren van de samenwerking tussen de waterbeheerders en agrariërs;
3°.
het ontwikkelen of delen van kennis en geven van advies;
4°.
het monitoren van de voortgang van de uitvoering van de deelprojecten uit het projectpakket en waar van toepassing het meten van het effect van de uitvoering hiervan; en
1°. 1°. fysieke maatregelen, waaronder de aanschaf van middelen en de aanleg van voorzieningen waarvan het waterschap eigenaar wordt of het door een waterschap inzetten van middelen van derden tegen een marktconform tarief; 2°. 2°. het organiseren van de samenwerking tussen de waterbeheerders en agrariërs; 3°. 3°. het ontwikkelen of delen van kennis en geven van advies; 4°. 4°. het monitoren van de voortgang van de uitvoering van de deelprojecten uit het projectpakket en waar van toepassing het meten van het effect van de uitvoering hiervan; en b. b. de voorbereiding om te komen tot een projectpakket.
3. De kosten, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder a, zijn ook subsidiabel als deze gemaakt zijn binnen drie maanden voor de datum van indiening van de aanvraag.
4. De kosten, bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b, zijn ook subsidiabel als deze zijn gemaakt binnen één jaar voor de datum van indiening van de aanvraag.
Artikel 5
Voor een subsidie op grond van deze regeling komen niet in aanmerking:
a. a. kosten van regulier en achterstallig onderhoud en de aanleg van voorzieningen in het kader van de reguliere taak van een waterschap; b. b. kosten van grondverwerving; c. c. kosten van de aanschaf van middelen en de aanleg van voorzieningen waarvan een of meer agrariërs eigenaar worden; d. d. kosten van grondverzet; e. e. kosten van personeel van de eigen organisatie en deelnemende agrariërs; en f. f. kosten die op basis van deze regeling, een andere rijksregeling of door de Commissie van de Europese Unie zijn of naar verwachting worden gesubsidieerd of die langs een andere weg doorberekend kunnen worden.
Artikel 6
1. Een subsidie bedraagt ten hoogste 50 procent van de kosten van het voorbereiden en uitvoeren van het projectpakket.
2.
Voor de berekening, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende kosten niet aangemerkt als kosten voor het voorbereiden en het uitvoeren van het projectpakket:
a. a. de kosten, bedoeld in artikel 5, aanhef en onder a en b; en b. b. kosten die op basis van een andere rijksregeling gefinancierd worden uit het deltafonds, bedoeld in artikel 7.22a van de Waterwet.
3. Voor de berekening van de kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen, bedoeld in artikel 5, aanhef en onder e, geldt een tarief van € 50,– per uur inclusief BTW.
Artikel 7
1. Het subsidieplafond bedraagt € 21.000.000,-.
2. In de bijlage is bepaald welk budget per waterschap ten hoogste beschikbaar is voor subsidie.
3. De minister kan de budgetverdeling, bedoeld in het tweede lid, wijzigen, mits de betrokken waterschappen daartoe hebben verzocht en hebben ingestemd met de betreffende budgetoverheveling.
Artikel 8
1. Een aanvraag voor een subsidie kan door een waterschap worden ingediend tot en met 31 december 2025.
2. Per waterschap kan ten hoogste driemaal een aanvraag worden ingediend binnen de periode, bedoeld in het eerste lid.
3. Een aanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door dezer via www.klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/landbouw/impulsregeling-daw beschikbaar gesteld formulier.
4.
Een aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een projectpakket met daarin per deelproject:
1°.
per beschreven maatregel de uitvoeringsverantwoordelijken en de beoogde start- en einddatum;
2°.
een beschrijving van de wijze waarop uitvoering van een deelproject bijdraagt aan het verminderen van de opgaven als beschreven in het Gebiedsdocument agrarische wateropgave;
3°.
een beschrijving van de wijze waarop aan de maatregelen uitvoering zal worden gegeven;
4°.
een beschrijving van de wijze van samenwerking en overlegstructuur met waterbeheerders en agrariërs, eventuele agrarische samenwerkingsverbanden en, indien nodig en van toepassing, de eigenaren van de percelen waarop de maatregelen in de deelprojecten worden uitgevoerd;
5°.
voorziene datum aanvang en afronding van een deelproject;
6°.
een beschrijving van een op te schalen leereffect, indien van toepassing;
1°. 1°. per beschreven maatregel de uitvoeringsverantwoordelijken en de beoogde start- en einddatum; 2°. 2°. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering van een deelproject bijdraagt aan het verminderen van de opgaven als beschreven in het Gebiedsdocument agrarische wateropgave; 3°. 3°. een beschrijving van de wijze waarop aan de maatregelen uitvoering zal worden gegeven; 4°. 4°. een beschrijving van de wijze van samenwerking en overlegstructuur met waterbeheerders en agrariërs, eventuele agrarische samenwerkingsverbanden en, indien nodig en van toepassing, de eigenaren van de percelen waarop de maatregelen in de deelprojecten worden uitgevoerd; 5°. 5°. voorziene datum aanvang en afronding van een deelproject; 6°. 6°. een beschrijving van een op te schalen leereffect, indien van toepassing; b. b. de gevraagde subsidiebijdrage, onderbouwd met een specificatie en raming van de totale kosten per maatregel in het projectpakket, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kosten die voor subsidie in aanmerking komen en de overige kosten voor de berekening van de hoogte van het subsidiebedrag overeenkomstig artikel 6; c. c. een verdeling van de kosten over de kalenderjaren; d. d. een overzicht van de kosten die niet door de aangevraagde subsidie worden gedekt en de wijze waarop deze kosten worden gedekt door bijdragen van het waterschap of derden; en e. e. indien gewenst, de hoogte van de bedragen van de voorschotten verdeeld over de kalenderjaren.
5.
Als een aanvraag wordt ingediend door een waterschap waarin een of meer deelprojecten zijn opgenomen waarbij met andere waterschappen wordt samengewerkt omvat de aanvraag ook:
a. a. een beschrijving van de wijze waarop uitvoering van dat deelproject bijdraagt aan verminderen van de opgaven zoals beschreven in het Gebiedsdocument agrarische wateropgave in het gebied van dat andere waterschap of die andere waterschappen; b. b. een verklaring van instemming met het deelproject van dat andere waterschap of die andere waterschappen; en c. c. indien van toepassing, het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd, uitgesplitst naar waterschap.
Artikel 9
1.
De minister beslist afwijzend op de aanvraag als:
a. a. de uitvoering van een van de deelprojecten niet voldoende bijdraagt aan het verminderen van de wateropgaven zoals beschreven in de Gebiedsdocumenten agrarische wateropgave; b. b. uit de beschrijving, bedoeld in artikel 8, vierde lid, onder 4°, blijkt dat bij de uitvoering van het projectpakket niet of in zeer geringe mate wordt samengewerkt met een of meer agrariërs of agrarische samenwerkingsverbanden; c. c. het deelbudget van een waterschap, bedoeld in artikel 7, tweede lid, zou worden overschreden door verlening van de subsidie; en d. d. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling opgenomen regels en criteria.
2.
De minister kan beslissen de aanvraag af te wijzen als:
a. a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid, waarvan in ieder geval sprake is als kosten onvoldoende gedekt worden door bijdragen van het waterschap of derden; en b. b. de kosten die in aanmerking komen voor subsidie niet aannemelijk of redelijk onderbouwd zijn.
Artikel 10
Een beschikking tot verlening van een subsidie bevat in ieder geval:
a. a. het projectpakket waarvoor subsidie wordt verstrekt; b. b. het bedrag van de subsidie; c. c. de wijze waarop het bedrag van de subsidie is bepaald; en d. d. de periode waarvoor de subsidie wordt verleend.
Artikel 11
1. De minister besluit bij een beschikking tot verlening als bedoeld in artikel 10 tot het verlenen van voorschotten tot ten hoogste 80% van het subsidiebedrag.
2. Het eerste voorschot wordt betaald binnen zes weken na een beschikking tot verlening van een voorschot en de andere voorschotten vervolgens in de maand juli van het betreffende kalenderjaar.
Artikel 12
1. De deelprojecten in het projectpakket waarvoor een subsidie is verleend worden uitgevoerd voor 31 december 2027, tenzij in de beschikking tot verlening van de subsidie een eerdere einddatum is opgenomen.
2. Een subsidieontvanger levert binnen 6 weken na ontvangst van de beschikking tot verlening van de subsidie aan de minister een ingevuld monitoringsfiche per deelproject aan, met daarin een beschrijving van de voorgenomen maatregelen en de daarbij behorende effectmonitoringswijze en de indicatoren die zullen worden gebruikt.
3. Een subsidieontvanger verstrekt jaarlijks voor 31 maart aan de minister een geactualiseerd monitoringsfiche per deelproject, met daarin informatie over de voortgang van uitvoering van de maatregelen en informatie over uitgevoerde metingen naar de effecten hiervan.
4. Indien bij een deelproject wordt samengewerkt tussen twee of meer waterschappen, dienen deze de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid, in via het waterschap dat de aanvraag namens de andere waterschappen heeft ingediend.
5. De minister kan bij de beschikking tot verlening van een subsidie andere verplichtingen opleggen die naar het oordeel van de minister noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het doel van de subsidie.
6. Het format voor het monitoringsfiche, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt beschikbaar gesteld via www.klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/landbouw/impulsregeling-daw.
Artikel 13
1.
Waterschappen leggen over de besteding van de subsidie verantwoording af met overeenkomstige toepassing van artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, met dien verstande dat:
a. a. voor ‘gedeputeerde staten en het college van burgemeester en wethouders’ wordt gelezen ‘dagelijks bestuur’; b. b. voor ‘specifieke uitkering’ wordt gelezen ‘subsidie’; c. c. voor ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 202, eerste lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 198, eerste lid, van de Gemeentewet’ wordt gelezen ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 104, eerste lid, van de Waterschapswet’; d. d. voor ‘de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 217, derde en vierde lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 213, derde en vierde lid, van de Gemeentewet’ wordt gelezen ‘de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 109, derde en vierde lid, van de Waterschapswet’; en e. e. voor ‘de in artikel 217, tweede lid, van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet, bedoelde accountants’ wordt gelezen ‘de in artikel 109, tweede lid, van de Waterschapswet bedoelde accountants’.
2.
Artikelen 2, 4, 5, 7 en 7a van de Regeling informatieverstrekking sisa zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. a. voor ‘medeoverheid’ wordt gelezen ‘waterschap’; b. b. voor ‘jaarstukken’ wordt gelezen ‘de jaarrekening en het jaarverslag, bedoeld in artikel 104, eerste lid, van de Waterschapswet’; en c. c. voor ‘deze regeling’ wordt gelezen ‘de Regeling informatieverstrekking sisa’.
3. De bijlage bij de jaarrekening met de verantwoordingsinformatie per subsidie en de bijlage bij het verslag van bevindingen met de verslaglegging van fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle die betrekking kunnen hebben op het getrouwe beeld van zowel de baten en lasten als de grootte en samenstelling van het vermogen en de rechtmatigheid van de baten, lasten en balansmutaties worden ingericht overeenkomstig de bij de Regeling informatieverstrekking sisa behorende bijlagen 1 en 3.
4.
Ten behoeve van de verantwoording van de subsidie zendt een subsidieontvanger uiterlijk 3 maanden na afloop van de uitvoering van alle deelprojecten uit het projectpakket de volgende informatie aan de minister:
a. a. voor ieder deelproject een definitief monitoringsfiche over de uitgevoerde maatregelen en de monitoringsresultaten; en b. b. een verslag van de lessen en resultaten van het uitvoeren van het projectpakket.
5. Het format voor het monitoringsfiche, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt beschikbaar gesteld via www.klimaatadaptatienederland.nl/kennisdossiers/landbouw/impulsregeling-daw.
Artikel 14
1. De minister stelt de subsidie uiterlijk op 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin alle deelprojecten volledig zijn uitgevoerd en volledig is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, ambtshalve vast.
2. Indien een beschikking tot subsidievaststelling niet uiterlijk op 31 december van het jaar, bedoeld in het eerste lid, kan worden gegeven, kan de minister de termijn voor het nemen van het besluit omtrent vaststelling van de subsidie eenmaal met dertien weken verlengen.
3. De beschikking tot het vaststellen van de subsidie vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 13.
Artikel 15
De minister publiceert uiterlijk op 1 juli 2028 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 april 2028, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verstrekt.
Artikel 17
Deze regeling word aangehaald als: Subsidieregeling stimulering uitvoering maatregelen Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.