rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-strategisch-opleiden-msz/BWBR0050482
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling Strategisch opleiden MSZ BWBR0050482 ministeriele-regeling geldend 2024-11-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0050482 Subsidieregeling Strategisch opleiden MSZ

Subsidieregeling Strategisch opleiden MSZ

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. activiteitenplan: plan voor een opleidingsproject of meerdere opleidingsprojecten dat

      a.
      als addendum bij het jaarplan is gevoegd;
    
    
      b.
      een overzicht bevat van de activiteiten en het aantal werknemers per activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    
    
      c.
      de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de activiteiten beschrijft; en
    
    
      d.
      de met de activiteiten na te streven doelen in het kader van het opleiden en scholen van personeel, resultaten of producten beschrijft;

a. a. als addendum bij het jaarplan is gevoegd; b. b. een overzicht bevat van de activiteiten en het aantal werknemers per activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd; c. c. de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering van de activiteiten beschrijft; en d. d. de met de activiteiten na te streven doelen in het kader van het opleiden en scholen van personeel, resultaten of producten beschrijft; a. activiteitenverslag: verslag waarmee een werknemersvertegenwoordiging heeft ingestemd en waarvan de opbouw overeenkomt met de opbouw van het activiteitenplan en logisch voortvloeit uit het jaarplan en het strategisch opleidingsplan en dat:

      a.
      een overzicht bevat van de gerealiseerde activiteiten voor een opleidingsproject of meerdere opleidingsprojecten waarvoor subsidie is verstrekt;
    
    
      b.
      de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering beschrijft van de gerealiseerde activiteiten per activiteitenplan en het aantal werknemers per activiteit voor een opleidingsproject of meerdere opleidingsprojecten waarvoor subsidie is verstrekt;
    
    
      c.
      per activiteitenplan de met het activiteitenplan gerealiseerde doelen, resultaten of producten beschrijft;
    
    
      d.
      voor zover van toepassing, beschrijft in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; en
    
    
      e.
      voor zover van toepassing, een vergelijking bevat van de gerealiseerde activiteiten met de voorgenomen activiteiten per activiteitenplan voor een opleidingsproject en een toelichting op de verschillen geeft;

a. a. een overzicht bevat van de gerealiseerde activiteiten voor een opleidingsproject of meerdere opleidingsprojecten waarvoor subsidie is verstrekt; b. b. de aard, omvang, duur en wijze van uitvoering beschrijft van de gerealiseerde activiteiten per activiteitenplan en het aantal werknemers per activiteit voor een opleidingsproject of meerdere opleidingsprojecten waarvoor subsidie is verstrekt; c. c. per activiteitenplan de met het activiteitenplan gerealiseerde doelen, resultaten of producten beschrijft; d. d. voor zover van toepassing, beschrijft in hoeverre is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; en e. e. voor zover van toepassing, een vergelijking bevat van de gerealiseerde activiteiten met de voorgenomen activiteiten per activiteitenplan voor een opleidingsproject en een toelichting op de verschillen geeft;

  • AGB-code: unieke Algemene GegevensBeheer-code van een zorgaanbieder zoals geregistreerd in het Algemene GegevensBeheer-register dat wordt beheerd door Vektis;

  • algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard; a. begroting: begroting die per opleidingsproject

        a.
        een overzicht van de activiteiten behelst van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
    
    
        b.
        de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting heeft voorzien; en
    
    
        c.
        sluitend is;
    

a. a. een overzicht van de activiteiten behelst van de geraamde kosten en opbrengsten van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. b. de begrotingsposten ieder afzonderlijk van een toelichting heeft voorzien; en c. c. sluitend is;

  • DigiMV: platform waarop zorgaanbieders de jaarverantwoording langs elektronische weg openbaar maken bij het CIBG ingevolge artikel 40b Wet marktordening gezondheidszorg; a. financieel verslag: verslag dat

        a.
        volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de kosten en opbrengsten van de gerealiseerde activiteiten per activiteitenplan waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht;
    
    
        b.
        aansluit bij de begroting en de nodige informatie geeft om de subsidie vast te stellen; en
    
    
        c.
        per post is voorzien van een toelichting;
    

a. a. volgens normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, een zodanig inzicht geeft dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent de kosten en opbrengsten van de gerealiseerde activiteiten per activiteitenplan waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk zijn verricht; b. b. aansluit bij de begroting en de nodige informatie geeft om de subsidie vast te stellen; en c. c. per post is voorzien van een toelichting;

  • geneeskundige geestelijke gezondheidszorg: zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen die plegen te bieden, en de eerstelijnspsychologische zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet;

  • instelling: privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld, die een organisatorisch verband in stand houdt;

  • jaarplan: overzicht van het geheel van activiteiten voor het subsidiejaar, uit te voeren door een instelling, ten behoeve van personen werkzaam voor de instelling dat dient als concrete uitwerking van het strategisch opleidingsplan en waarmee de werknemersvertegenwoordiging heeft ingestemd;

  • jaarrekening: jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

  • Minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • opleidingsproject: opleidingsactiviteiten die te onderscheiden zijn naar de aard, omvang, duur of wijze van uitvoering;

  • organisatorisch verband: organisatorisch verband dat medisch specialistische zorg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet toetreding zorgaanbieders, verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet en op 1 januari 2025 beschikt over een AGB-code die begint met 06, 18, 19, 20 of 22; a. strategisch opleidingsplan: met een werknemersvertegenwoordiging afgestemd meerjarig strategisch opleidingsplan waarin de inhoudelijke prioriteiten wat betreft het opleiden van personeel zijn opgenomen en wordt ingegaan op tenminste één of meer van de volgende themas:

        a.
        sociale en technologische innovatie;
    
    
        b.
        werk anders inrichten en meer werkplezier;
    
    
        c.
        duurzame inzetbaarheid; of
    
    
        d.
        samenwerken binnen de organisatie of met externe partners;
    

a. a. sociale en technologische innovatie; b. b. werk anders inrichten en meer werkplezier; c. c. duurzame inzetbaarheid; of d. d. samenwerken binnen de organisatie of met externe partners;

  • subsidiejaar: kalenderjaar ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt;

  • universitair medisch centrum: academisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek; a. verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten: de verklaring waarin de subsidieontvanger aantoont:

        a.
        dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een toelichting;
    
    
        b.
        dat aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en
    
    
        c.
        wat het totale bedrag is van de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de opleidingsactiviteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn;
    

a. a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn verricht, voorzien van een toelichting; b. b. dat aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; en c. c. wat het totale bedrag is van de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de opleidingsactiviteiten waarvoor de subsidie is verleend en die werkelijk verricht zijn; a. Zvw-omzet: som van de volgende onderdelen van de bedrijfsopbrengsten van het organisatorisch verband die met het verlenen van zorg in het kader van de Zorgverzekeringswet in het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar zijn behaald zoals deze zijn verantwoord in de jaarrekening over dat jaar:

      a.
      Beschikbaarheidbijdragen Zorg;
    
    
      b.
      Beschikbaarheidbijdragen Opleidingen; en
    
    
      c.
      Opbrengsten Zorgverzekeringswet.

a. a. Beschikbaarheidbijdragen Zorg; b. b. Beschikbaarheidbijdragen Opleidingen; en c. c. Opbrengsten Zorgverzekeringswet.

Artikel 2

Op deze regeling zijn de definities van activiteitenplan, activiteitenverslag, financieel verslag, verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten en instelling bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, niet van toepassing. Artikel 3.3 en artikel 10.1 van de Kaderregeling zijn evenmin van toepassing.

Artikel 3

1. De Minister kan op aanvraag aan een instelling ten behoeve van een organisatorisch verband subsidie verstrekken voor een opleidingsproject dat past of meerdere opleidingsprojecten die passen binnen het jaarplan.

2. In afwijking van het eerste lid wordt geen subsidie verstrekt ten behoeve van een organisatorisch verband dat uitsluitend geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verleent.

3. Het opleidingsproject, bedoeld in het eerste lid, is subsidiabel voor zover het wordt verricht in het subsidiejaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 4

1. Geen subsidie wordt verstrekt voor een opleidingsproject dat niet in overeenstemming is met het bepaalde in de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Er wordt evenmin subsidie verstrekt:

a. a. voor onderwijs waarvoor onderwijsinstellingen reeds financiering ontvangen krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of op grond van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs; b. b. voor opleidingen waarvoor de Nederlandse Zorgautoriteit op grond van artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg een beschikbaarheidbijdrage kan verstrekken met inachtneming van de beleidsregels, bedoeld in artikel 57, eerste lid, onderdeel e, van die wet; c. c. voor opleidingen waarvoor de Minister op grond van de Subsidieregeling stageplaatsen zorg II een subsidie kan verstrekken; d. d. voor opleidingen waarvoor de Minister op grond van de Subsidieregeling opleiding tot advanced nurse practitioner en opleiding tot physician assistant een subsidie kan verstrekken.

3. Een aanvraag voor subsidie wordt in ieder geval afgewezen indien de instelling voor hetzelfde subsidiejaar al een aanvraag als bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft ingediend.

Artikel 5

1. Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum € 99.337.000.

2. Het subsidieplafond bedraagt voor zowel het subsidiejaar 2025 als het subsidiejaar 2026 voor universitair medische centra € 24.307.000.

Artikel 6

1.

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor instellingen niet zijnde een universitair medisch centrum verdeeld en krijgt het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt in eerste instantie het aangevraagde bedrag verleend tot het maximum van de formule:

(A / B) * C = D

waarbij wordt verstaan onder:

A: A: de Zvw-omzet van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt; B: B: de som van de Zvw-omzet van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden tezamen ten behoeve waarvan subsidie wordt verstrekt; C: C: het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag; D: D: het maximum te verlenen bedrag van de subsidie ten behoeve van het organisatorische verband.

2. Indien na toepassing van bovenstaande formule het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule, bedoeld in het eerste lid.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de formule:

(A / E) * F = G

waarbij wordt verstaan onder:

A: A: de Zvw-omzet van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van het organisatorisch verband ten behoeve waarvan de subsidie wordt verstrekt; E: E: de som van de Zvw-omzet van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar van alle organisatorische verbanden tezamen die vallen onder de instellingen waarvan het aangevraagde bedrag hoger is dan de uitkomst van de formule onder het eerste lid; F: F: het uit hoofde van het subsidieplafond resterende beschikbare bedrag; G: G: het aanvullende beschikbare subsidiebedrag ten behoeve van het organisatorische verband.

4. De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast tot ten hoogste het per instelling aangevraagde bedrag en totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

5. De Minister kan afwijken van de begripsbepaling Zvw-omzet, bedoeld in artikel 1, voor zover toepassing hiervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7

1.

In geval van overschrijding van het subsidieplafond wordt het uit hoofde van het subsidieplafond beschikbare bedrag voor universitair medische centra verdeeld op basis van de volgende percentages tot ten hoogste het aangevraagde subsidiebedrag:

2. Indien na de verdeling op basis van de percentages in het eerste lid het subsidieplafond niet volledig wordt benut, wordt het resterende subsidiebedrag verdeeld over de universitair medische centra waarvan het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan de uitkomst op basis van de percentages.

3.

Bij een verdeling als bedoeld in het tweede lid, geldt de formule:

(P/(100%-U))*R

waarbij wordt verstaan onder:

P: het percentage van de subsidie dat ten hoogste beschikbaar is voor de aanvrager op basis van het eerste lid;

U: de som van de percentages van de subsidie dat ten hoogste beschikbaar is voor de aanvragers die het volledige door hen aangevraagde subsidiebedrag reeds verleend zouden krijgen op basis van het eerste lid, of door herhaalde toepassing van deze formule op basis van het vierde lid;

R: het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond na verlening van subsidie op basis van het eerste lid, of door herhaalde toepassing van deze formule op basis van het vierde lid.

4. De systematiek beschreven in het tweede en derde lid wordt repeterend toegepast tot ten hoogste het per universitair medisch centrum aangevraagde bedrag en totdat het volledige subsidieplafond is bereikt.

Artikel 8

1. Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

2. Subsidie die wordt verstrekt op grond van deze regeling bedraagt per opleidingsproject ten hoogste € 3.000.000.

3. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 31, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4. De hoogte van de subsidie wordt berekend op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten per opleidingsproject.

5. In afwijking van het vierde lid kan de hoogte van de personele kosten worden berekend op basis van de voor het personeel opgenomen uurtarieven in bijlage I.

Artikel 9

1.

De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een:

a. a. strategisch opleidingsplan; b. b. jaarplan; c. c. activiteitenplan; d. d. begroting e. e. verklaring van een werknemersvertegenwoordiging waaruit blijkt dat deze met het jaarplan heeft ingestemd; f. f. een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening van het tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar.

2.

In afwijking van het eerste lid, onderdeel f, hoeft een aanvraag tot verlening niet van een gewaarmerkte jaarrekening vergezeld te gaan indien de aanvrager:

a. a. in het tweede en derde jaar voorafgaand aan het subsidiejaar aan ten minste twee van de volgende voorwaarden heeft voldaan:

        1°.
        de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 7.500.000;
      
      
        2°.
        de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 15.000.000; of
      
      
        3°.
        het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50;
      
    
    of

1°. 1°. de waarde van de activa volgens de balans met toelichting bedraagt, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan € 7.500.000; 2°. 2°. de netto-omzet over het boekjaar bedraagt niet meer dan € 15.000.000; of 3°. 3°. het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar bedraagt minder dan 50; b. b. een door een accountant gewaarmerkte jaarrekening van het betreffende tweede jaar voorafgaand aan het subsidiejaar beschikbaar heeft gesteld op DigiMV.

3. Voor de aanvraag, het activiteitenplan en begroting wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

4. De aanvraag wordt ondertekend door een persoon die bevoegd is de instelling te vertegenwoordigen.

5. De aanvraag voor het subsidiejaar 2026 kan worden ingediend van 8 december 2025 09:00 uur tot en met 30 december 2025 13:00 uur.

6. Een aanvraag die na de termijn, bedoeld in het vijfde lid, wordt ontvangen, wordt afgewezen.

7. Op verzoek van de Minister legt de instelling een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon dan wel van de statuten zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd over.

8. Alleen wanneer instemming, bedoeld in het eerste lid, onder e, wegens zwaar moverende redenen niet mogelijk is, kan de Minister besluiten dat kan worden volstaan met een jaarplan dat met een werknemersvertegenwoordiging is afgestemd.

9. De Minister besluit op de aanvraag binnen 13 weken na afloop van de periode waarin de aanvraag kan worden ingediend.

Artikel 10

1. Een melding als bedoeld in artikel 5.7 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt in elk geval onverwijld schriftelijk gedaan indien aannemelijk is geworden dat 15% of meer van het verleende subsidiebedrag niet kan worden besteed.

2. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 11

De Minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 en 4:39 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 12

1. Een aanvraag tot vaststelling van subsidie wordt ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht op basis van een door de Minister vastgesteld formulier.

2. In aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat het financieel verslag voor de gerealiseerde kosten en opbrengsten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend vergezeld van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de Minister vastgesteld en bekendgemaakt accountantsprotocol.

3. Indien instemming door de werknemersvertegenwoordiging met het activiteitenverslag wegens zwaar moverende redenen niet mogelijk is, kan de Minister in afwijking van artikel 1 besluiten dat ter verantwoording kan worden volstaan met een activiteitenverslag dat met een werknemersvertegenwoordiging is afgestemd.

Artikel 13

De Minister kan een steekproef bij aanvragen tot € 125.000 uitvoeren voorafgaand aan de vaststelling van de subsidie. Hiervoor wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

Artikel 14

De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 31 december 2027 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn aangevraagd en verstrekt.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Strategisch opleiden MSZ.

Bijlage I. Standaarduurtarieven per schaal voor personele kosten behorend bij

In het kader van een subsidieaanvraag en de verantwoording daarvan kan voor het berekenen van de personele kosten worden gekozen voor het laagste uurtarief per salarisschaal van de desbetreffende functiegroep waartoe aan opleidingsactiviteiten deelnemende medewerkers behoren. Het standaarduurtarief is per salarisschaal vastgesteld in deze bijlage.

De formule voor het berekenen van het standaarduurtarief per salarisschaal houdt in ((12 maanden * bruto maandloon * vakantiegeldtoeslag conform CAO * eindejaarsuitkering conform CAO)* werkgeverslasten 30%) / werkbare uren = standaarduurtarief.