40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling Tel mee met Taal | BWBR0038495 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-09-13 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0038495 | Subsidieregeling Tel mee met Taal |
Subsidieregeling Tel mee met Taal
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
contacturen: aantal uren feitelijk contact tussen een deelnemer of een groep van deelnemers en één of meer opleiders; a. deelnemer:
a. voor de subsidie bedoeld in artikel 3: werknemer die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; b. voor de subsidie bedoeld in artikel 4a: ouder die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen;
a. a. voor de subsidie bedoeld in artikel 3: werknemer die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; b. b. voor de subsidie bedoeld in artikel 4a: ouder die één of meer taalvaardigheden van de Nederlandse taal beheerst op een niveau lager dan het referentieniveau 2F zoals vastgesteld in bijlage 1 behorende bij het Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; a. dienstbetrekking:
a.
dienstbetrekking gebaseerd op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de artikelen 610 en 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
b.
arbeidsovereenkomst gebaseerd op artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 of artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening;
c.
zelfstandige die zich op grond van artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als opdrachtnemer jegens een andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken;
a. a. dienstbetrekking gebaseerd op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in de artikelen 610 en 690 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; b. b. arbeidsovereenkomst gebaseerd op artikel 1 van de Ambtenarenwet 2017 of artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening; c. c. zelfstandige die zich op grond van artikel 400 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als opdrachtnemer jegens een andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken; • digitale vaardigheden: binnen de alledaagse leef-, werk- en leeromgeving herkenbare digitale toepassingen gebruiken en de meest voorkomende handelingen verrichten op de domeinen:
•
ICT-systemen gebruiken,
•
beveiliging, privacy en ergonomie,
•
informatie zoeken,
•
informatie verwerken en presenteren,
•
communicatie;
• • ICT-systemen gebruiken, • • beveiliging, privacy en ergonomie, • • informatie zoeken, • • informatie verwerken en presenteren, • • communicatie;
-
groep van verbonden rechtspersonen: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
-
inburgeringscursus: geheel van activiteiten dat wordt uitgevoerd ter voorbereiding op het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of het staatsexamen Nederlands als tweede taal;
-
kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
-
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
-
opleider: opleider, bedoeld in artikel 3a;
-
opleidingstraject: traject gericht op het vergroten van één of meer taalvaardigheden, de rekenvaardigheid dan wel het vergroten van de digitale vaardigheden die een deelnemer beheerst met minimaal 30 contacturen dat door een opleider in maximaal 12 maanden wordt verzorgd en dat niet opleidt tot een door de minister erkend diploma en waarbij het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal; a. ouder
a. natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige; b. voogd in de zin van de artikelen 280 tot en met 301 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige; c. verzorger die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt;
a. a. natuurlijke ouder of adoptiefouder in de zin van de artikelen 197 tot en met 232 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige; b. b. voogd in de zin van de artikelen 280 tot en met 301 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van een minderjarige; c. c. verzorger die een minderjarige verzorgt en opvoedt zonder dat hem het gezag over die minderjarige toekomt; 1° penvoerder: partij met rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een gemeente, een waterschap, een provincie of de Staat, die voor de subsidie, bedoeld in artikel 4a, een aanvraag indient die namens ten minste twee partijen wordt gedaan en die ten minste door die partijen wordt ondersteund, waaronder in ieder geval:
1°
een gemeente; en
2°
een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een school of een voorschoolse voorziening;
1° 1° een gemeente; en 2° 2° een lokale bibliotheek, een instelling die de jeugdgezondheidszorg uitvoert, een school of een voorschoolse voorziening;
-
personeelskosten: bruto loonkosten voor het personeel van de aanvrager dat werkzaamheden verricht ten behoeve van subsidiabele activiteiten; a. project: opleidingstraject, taaltraject, rekentraject, traject digitale vaardigheden of andere activiteit welke:
a. gericht is op het verhogen van de taalvaardigheid, rekenvaardigheid of de digitale vaardigheden van een deelnemer en voor zover van toepassing leesbevordering bij diens kind dan wel kinderen; en b. bijdraagt aan de regionale of lokale aanpak van laaggeletterdheid, lage rekenvaardigheden of digitale laaggeletterdheid;
a. a. gericht is op het verhogen van de taalvaardigheid, rekenvaardigheid of de digitale vaardigheden van een deelnemer en voor zover van toepassing leesbevordering bij diens kind dan wel kinderen; en b. b. bijdraagt aan de regionale of lokale aanpak van laaggeletterdheid, lage rekenvaardigheden of digitale laaggeletterdheid;
- rekentraject: traject gericht op de verhoging van de rekenvaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal;
- rekenvaardigheid: getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, of verbanden;
- taaltraject: traject gericht op de verhoging van de taalvaardigheid in de Nederlandse taal van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject, of een cursus verzorgd door of onder de verantwoordelijkheid van een opleider;
- taalvaardigheid: schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid of spreekvaardigheid in de Nederlandse taal;
- traject digitale vaardigheden: traject gericht op de verhoging van de digitale vaardigheden van een deelnemer, zijnde een opleidingstraject of een cursus verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider en die niet opleidt tot een door de minister erkend diploma. Het traject wordt gegeven in de Nederlandse taal;
- werkgever: privaatrechtelijke of publiekrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarbij werknemers in dienstbetrekking werkzaam zijn, niet zijnde de Staat, een provincie, een waterschap of een gemeente;
- werknemer: natuurlijke persoon die een dienstbetrekking heeft bij een werkgever.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de kaderregeling met uitzondering van de artikelen 3.1 en 7.6 van de kaderregeling.
Artikel 3
1. De minister kan aan een werkgever ten behoeve van het verbeteren van taalvaardigheid, rekenvaardigheid of digitale vaardigheden van een deelnemer een subsidie verstrekken voor een opleidingstraject.
2. De minister verstrekt uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject indien geen sprake is van een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering of een onderdeel daarvan dan wel een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een onderdeel daarvan.
3. De minister verstrekt in de kalenderjaren 2017 en 2018 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject dat aanvangt in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend.
4. In afwijking van het derde lid vangt het opleidingstraject waarvoor de subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018 aan vóór 15 april 2019.
5. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en dat aanvangt vóór 1 mei 2020.
6.
De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor een opleidingstraject:
a. a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en dat aanvangt vóór 1 januari 2021; of b. b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en dat aanvangt vóór 1 mei 2021.
Artikel 3a
Een opleider die een opleidingstraject verzorgt, is werkzaam voor een bedrijf of instelling of beschikt als zelfstandige over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel, is aantoonbaar geschikt voor het geven van taalonderwijs in de Nederlandse taal, wat blijkt uit:
a. a. een getuigschrift, afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat is voldaan aan:
1°.
de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs;
2°.
de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
3°.
de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen;
1°. 1°. de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 32a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs; 2°. 2°. de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 36, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen; 3°. 3°. de bekwaamheidseisen die zijn vastgesteld krachtens artikel 4.2.3, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en waaruit blijkt dat de opleider bekwaam is in een van de taal- of letterkundige studierichtingen; b. b. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, verleend ten aanzien van het onderwijs dat betrokkene zal geven; c. c. een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 176b van de Wet op het primair onderwijs, 118k van de Wet op het voortgezet onderwijs of 4.2.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, waaruit de geschiktheid voor het geven van taalonderwijs blijkt; d. d. het als taaldocent werkzaam zijn voor een taalaanbieder die is aangesloten bij de Nederlandse Raad voor Training en Opleiding of daar als zelfstandige bij zijn aangesloten; e. e. het als taaldocent werkzaam zijn voor een taalaanbieder die in het bezit is van het keurmerk Blik op Werk of als zelfstandige taalaanbieder in het bezit zijn van dit keurmerk; f. f. het als taaldocent werkzaam zijn voor een mbo-instelling; of g. g. het bezit van een Certificaat Competent Docent NT2, afgegeven door de Beroepsvereniging van docenten Nederlands als Tweede Taal.
Artikel 4
Vervallen
Artikel 4a
1.
De minister kan aan een penvoerder op aanvraag een subsidie verstrekken ten behoeve van:
a. a. een taaltraject, een rekentraject dan wel een traject digitale vaardigheden voor een deelnemer; of b. b. overige activiteiten gericht op een deelnemer.
2. Het traject, bedoeld in het eerste lid, onder a, vergroot de rekenvaardigheid, digitale vaardigheid of taalvaardigheid van de deelnemer en wat laatstgenoemde betreft de toepassing daarvan in de communicatie met en over zijn kind of kinderen. Dit draagt bij aan het ontwikkelen van een educatief partnerschap tussen deelnemer, school, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en stimuleert een educatief thuismilieu.
3.
De overige activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder b, zijn gericht op:
a. a. het verhogen van de taalvaardigheid, de rekenvaardigheid of de digitale vaardigheid van een deelnemer; b. b. het stimuleren van educatief partnerschap tussen deelnemer, school, kinderopvanginstellingen, instellingen die de jeugdgezondheidszorg uitvoeren, en voorschoolse voorzieningen en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden; of c. c. het bevorderen van een educatief thuismilieu en gericht op taalontwikkeling, ontwikkeling van rekenvaardigheden of ontwikkeling van digitale vaardigheden.
4. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2018 uitsluitend subsidie voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, uiterlijk 30 juni 2019 zijn afgerond.
5. In afwijking van het vierde lid wordt subsidie verstrekt voor zover de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een aanvraag wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018, uiterlijk 15 oktober 2019 zijn afgerond.
6. De minister verstrekt in het kalenderjaar 2019 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 en die uiterlijk 31 december 2020 zijn afgerond.
6a.
De minister verstrekt in het kalenderjaar 2020 uitsluitend subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid:
a. a. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020 en die uiterlijk 31 december 2021 zijn afgerond; of b. b. waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020 en die uiterlijk 30 april 2022 zijn afgerond.
6b. In afwijking van lid 6a kan de minister op verzoek van de penvoerder in uitzonderlijke gevallen besluiten tot een eenmalige verlenging van de periode, waarin de activiteiten moeten zijn afgerond. Deze verlenging bedraagt ten hoogste 12 maanden.
7.
Geen subsidie wordt verstrekt voor:
a. a. activiteiten die zijn gestart voor het indienen van de aanvraag; b. b. een cursus die opleidt tot het inburgeringsexamen bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de Wet Inburgering of een onderdeel daarvan; c. c. een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel een onderdeel daarvan; of d. d. activiteiten die op grond van andere actielijnen van het programma Tel mee met Taal financieel worden of zijn ondersteund.
Artikel 4b
Vervallen
Artikel 4c
Vervallen
Artikel 5
1. Bij een subsidie als bedoeld in artikel 3 komt een tarief van ten hoogste € 150,– per contactuur per opleidingstraject in aanmerking voor subsidie.
2. Bij een subsidie, bedoeld in artikel 4a, zijn de directe kosten voor de uitvoering van het project subsidiabel.
Artikel 6
1. Een subsidie bedraagt per subsidieaanvraag ten hoogste € 125.000,–.
2. Een subsidie bedraagt ten hoogste 67 procent van de subsidiabele kosten.
3.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid bedraagt:
a. a. een subsidie als bedoeld in artikel 3 ten hoogste € 1.500,– per opleidingstraject per deelnemer; en b. b. een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, ten hoogste € 600,– per deelnemer.
Artikel 7
1. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 3 is in het kalenderjaar 2020 in totaal een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 2.900.000,–.
2. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 3.000.000,–.
3. Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, is voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018 een bedrag beschikbaar van ten hoogste € 1.000.000,–.
4.
Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a en b, is voor de aanvragen die zijn ingediend in totaal een bedrag beschikbaar van:
a. a. voor kalenderjaar 2018 voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018: ten hoogste € 2.300.000,–; b. b. voor kalenderjaar 2019: ten hoogste € 3.000.000,–; c. c. voor kalenderjaar 2020: ten hoogste € 1.300.000,–.
5. Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, of het bedrag, bedoeld in het vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, wordt het resterende bedrag aangewend voor de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
Artikel 7a
Vervallen
Artikel 8
Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt door middel van loting van de aanvragen die in de aanvraagperiode zijn ontvangen, bepaald welke subsidieaanvragen worden gehonoreerd.
Artikel 9
1. Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ingediend via de website https://www.dus-i.nl/subsidies/tel-mee-met-taal.
2.
De werkgever dient voor een subsidie op grond van artikel 3 een aanvraag in:
a. a. voor kalenderjaar 2017: in de periode 1 januari 2017 tot en met 30 juni 2017; b. b. voor kalenderjaar 2018:
i.
in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii.
in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of ii. ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018; c. c. kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019; d. d. voor kalenderjaar 2020:
i.
in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii.
indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of ii. ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, eerste lid, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
3.
De penvoerder dient voor een subsidie op grond van artikel 4a een aanvraag in:
a. a. voor kalenderjaar 2018:
i.
in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of
ii.
in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018;
i. i. in de periode 1 januari 2018 tot en met 30 juni 2018; of ii. ii. in de periode 1 augustus 2018 tot en met 15 oktober 2018; b. b. voor kalenderjaar 2019: in de periode 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019; c. c. voor kalenderjaar 2020:
i.
in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of
ii.
indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
i. i. in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020; of ii. ii. indien het subsidieplafond bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, niet wordt uitgeput door de aanvragen die zijn ingediend in de periode van 1 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, in de periode van 1 september 2020 tot en met 30 september 2020.
4. Een aanvrager kan voor een subsidie op grond van artikel 3 of artikel 4a, eerste lid, onder a één aanvraag indienen voor meerdere opleidingstrajecten of voor een taaltraject, een rekentraject en traject digitale vaardigheden.
5. De minister wijst aanvragen die zijn ingediend buiten de perioden, genoemd in het tweede en derde lid, af.
6. Per kalenderjaar, genoemd in het tweede en derde lid, wordt per aanvrager ten hoogste één aanvraag toegekend, met dien verstande dat voor een aanvraag als bedoeld in artikel 4a per groep van verbonden rechtspersonen per periode maximaal één subsidie op aanvraag wordt verstrekt.
Artikel 10
1.
Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie als bedoeld in artikel 3 de volgende documenten in:
a. a. een activiteitenplan dat tenminste bevat:
i.
een beschrijving van het opleidingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de opleiding wordt aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte (les)methode, de opleider en de te gebruiken toetsinstrumenten.
ii.
een beschrijving van de doelen van de opleiding en de wijze waarop de opleiding aansluit bij de huidige of toekomstige werkzaamheden van de deelnemers.
i. i. een beschrijving van het opleidingstraject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de opleiding wordt aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte (les)methode, de opleider en de te gebruiken toetsinstrumenten. ii. ii. een beschrijving van de doelen van de opleiding en de wijze waarop de opleiding aansluit bij de huidige of toekomstige werkzaamheden van de deelnemers. b. b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waaruit in elk geval duidelijk worden de totale kosten van de opleiding, de kosten per deelnemer, het aantal contacturen, de kosten per contactuur en het cofinancieringspercentage.
2.
De aanvrager verklaart dat:
a. a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau indicatie, die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het opleidingstraject is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal, of één of meer taalvaardigheden, beheersen op een niveau lager dan referentieniveau 2F; b. b. de deelnemers gedurende het gehele opleidingstraject een dienstbetrekking hebben met de aanvrager; c. c. de opleider voldoet aan de in artikel 3a gestelde eisen; d. d. hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in artikel 13 en artikel 16.
3. De aanvrager verstrekt zijn kvk-nummer en, indien de opleider niet werkzaam is bij de aanvrager, het kvk-nummer van de opleider.
Artikel 11
Vervallen
Artikel 11a
1.
Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van artikel 4a, eerste lid, onder a, de volgende documenten in:
a. a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen:
1°
een beschrijving van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte lesmethode en de opleider; en
2°
een beschrijving van de doelen van het taaltraject, rekentraject of het traject digitale vaardigheden en de wijze waarop dit traject bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie; en
1° 1° een beschrijving van het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit in elk geval het aantal contacturen blijkt, de periode waarin de activiteiten worden aangeboden, het aantal deelnemers, de groepsgrootte, de gebruikte lesmethode en de opleider; en 2° 2° een beschrijving van de doelen van het taaltraject, rekentraject of het traject digitale vaardigheden en de wijze waarop dit traject bijdraagt aan de doelstellingen van de subsidie; en b. b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waarin in elk geval duidelijk wordt de totale kosten van het traject, de kosten per deelnemer en het cofinancieringspercentage.
2.
Een aanvrager dient bij een aanvraag tot verlening van een subsidie op grond van artikel 4a, eerste lid, onder b, de volgende documenten in:
a. a. een activiteitenplan waarin ten minste de volgende onderwerpen aan de orde komen:
1°
een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken organisaties;
2°
een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien, de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd en de wijze waarop deze worden gemonitord of geëvalueerd; en
3°
een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelstelling van de subsidie;
1° 1° een beschrijving van de overige activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, alsmede van de wijze van uitvoering van deze activiteiten, de looptijd van de uitvoering en de verdeling van de taken tussen de betrokken organisaties; 2° 2° een beschrijving van de behoeften waarin de overige activiteiten voorzien, de doelstellingen, resultaten of producten die met de activiteiten worden nagestreefd en de wijze waarop deze worden gemonitord of geëvalueerd; en 3° 3° een beschrijving van de verwachte opbrengst van de overige activiteiten en de wijze waarop deze bijdragen aan de doelstelling van de subsidie; b. b. een begroting die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3.5 van de kaderregeling en waarin in elk geval het cofinancieringspercentage duidelijk wordt.
3.
De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder a, verklaart dat:
a. a. uit een actuele individuele niveaubepaling of niveau-indicatie die op basis van een gevalideerd instrument uiterlijk voor de start van het traject of de overige activiteiten is of wordt afgenomen, blijkt dat de deelnemers de Nederlandse taal of één of meer taalvaardigheden beheersen op een lager niveau dan referentieniveau 2F; b. b. hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in de artikelen 13 en 16; en c. c. het traject wordt verzorgd door of onder verantwoordelijkheid van een opleider die voldoet aan de in artikel 3a gestelde eisen;
4. De aanvrager van een subsidie als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder b, verklaart dat hij zal voldoen aan de verplichtingen zoals genoemd in de artikelen 13 en 16.
5. De aanvrager verstrekt zijn Kamer van Koophandel-nummer.
Artikel 11b
Vervallen
Artikel 12
In aanvulling op artikel 3.6 van de kaderregeling doet de subsidieaanvrager, voor zover hij na indiening van de subsidieaanvraag voor dezelfde begrote kosten een subsidie of een andere financiële bijdrage aanvraagt bij een of meer andere bestuursorganen, daarvan terstond mededeling aan de minister.
Artikel 13
1.
Onverminderd de verplichtingen, genoemd in hoofdstuk 5 van de kaderregeling, registreert de subsidieontvanger:
a. a. hoeveel laagtaalvaardige deelnemers en hoeveel van elk geslacht aan het taaltraject, het rekentraject of het traject digitale vaardigheden hebben deelgenomen; b. b. hoeveel deelnemers Nederlands als moedertaal of Nederlands als tweede taal hebben; c. c. het aantal door de deelnemer gevolgde contacturen.
2. De ontvanger van een subsidie voert een overzichtelijke, controleerbare en doelmatige administratie die zo is ingericht dat daaruit te allen tijde de informatie, bedoeld in het eerste lid, kan worden afgeleid.
3. De ontvanger van een subsidie verleent gedurende de looptijd van het project op verzoek van de minister medewerking aan ten minste één van de landelijke Tel mee met Taal congressen om de projectuitvoering of resultaten van het project toe te lichten.
Artikel 13a
1. Indien de subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder, wordt deze verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
2. Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
3. De aanvraag bevat een door alle bij de aanvraag betrokken partijen getekende verklaring, waarin zij verklaren dat de penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt.
Artikel 14
De minister brengt subsidies of andere financiële bijdragen, verstrekt door een of meer andere bestuursorganen, voor dezelfde activiteiten in mindering bij vaststelling van een subsidie.
Artikel 15
1. Voor een subsidie tot € 25.000,– is artikel 7.4 van de kaderregeling van toepassing.
2. Voor een subsidie van € 25.000,– tot € 125.000,– is artikel 7.6 van de kaderregeling van toepassing.
3. Indien de subsidieontvanger een bekostigde onderwijsinstelling is, wordt paragraaf 9.1 van de kaderregeling op die wijze toegepast dat voor een subsidie tot € 125.000 het niet aangewende deel van de subsidie kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
Artikel 16
De ontvanger van subsidie bedingt bij de opleiders dat zij meewerken aan de evaluatie, bedoeld in artikel 5.4 van de kaderregeling.
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat deze van toepassing blijft op besluiten die voor de vervaldatum zijn genomen.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Tel mee met Taal.
Bijlage 1. behorende bij de
Bijlage 2. behorende bij
Vervallen