40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten | BWBR0043609 | ministeriele-regeling | geldend | 2020-06-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0043609 | Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten |
Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
- eigenaar: eigenaar als bedoeld in artikel 3;
- instandhoudingskosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten die in de Leidraad als subsidiabel zijn aangemerkt, met inbegrip van de werkzaamheden, bedoeld in hoofdstuk 1.3, paragraaf 92, van de Leidraad ten aanzien van een groen monument als bedoeld in artikel 1 van de Subsidieregeling instandhouding monumenten die in de Leidraad als onderhoud prioriteit 2 of restauratie zijn aangemerkt;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kosten voor toegankelijkheidsverbetering: kosten als bedoeld in artikel 4, derde lid;
- Leidraad: Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- verduurzamingsadvies: verduurzamingsadvies dat voldoet aan de eisen die daaraan in bijlage 1 bij deze regeling zijn gesteld;
- rijksmonument: rijksmonument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet;
- verduurzamingskosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten van maatregelen die op grond van bijlage 2 bij deze regeling als subsidiabel zijn aangemerkt;
- werkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verleend.
Artikel 2
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 en 3.3 tot en met 3.5, 4.3, tweede lid, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.
Artikel 3
Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de kalenderjaren 2020 tot en met 2029 voor de genoemde eigenaren ten behoeve van de genoemde rijksmonumenten ten hoogste het genoemde bedrag beschikbaar.
Artikel 4
1.
De minister kan aan een eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van:
a. a. de instandhouding, met inbegrip van verduurzaming, van het rijksmonument; of b. b. de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument.
2.
Subsidiabel zijn:
a. a. instandhoudingskosten; b. b. verduurzamingskosten en, indien een aanvraag geheel of mede op verduurzamingskosten betrekking heeft, de kosten van een verduurzamingsadvies; en c. c. kosten voor toegankelijkheidsverbetering.
3.
Onder kosten voor toegankelijkheidsverbetering worden verstaan:
a. a. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat een rijksmonument wordt voorzien van een toegankelijke entree en toegankelijke toiletten voor mensen met een visuele of motorische beperking; b. b. de kosten van werkzaamheden die ertoe leiden dat de goederen of diensten die in het rijksmonument worden aangeboden, toegankelijk zijn voor mensen met een visuele of motorische beperking; en c. c. de kosten van werkzaamheden ten behoeve van een vergroting van de publiekstoegankelijkheid van het rijksmonument, daaronder mede begrepen kosten van materiële voorzieningen voor het ter plaatse informeren van bezoekers over het rijksmonument of voor het digitaal ontsluiten van het rijksmonument.
4. Op kosten voor toegankelijkheidsverbetering zijn hoofdstuk 1.3, paragrafen 1, 5 en 10, en hoofdstuk 2 van de Leidraad van overeenkomstige toepassing.
5. De instandhoudingskosten, verduurzamingskosten en kosten van toegankelijkheidsverbetering zijn enkel subsidiabel voor zover zij naar het oordeel van de minister redelijk zijn en voor zover de desbetreffende werkzaamheden naar het oordeel van de minister geen nadelige gevolgen hebben voor het rijksmonument of zijn monumentale waarden.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn niet subsidiabel. Hoofdstuk 1.1, onderdeel f, van de Leidraad is niet van toepassing. In afwijking van de eerste volzin en de artikelen 3.2, tweede lid, en 4.3, eerste lid, van de Kaderregeling zijn wel subsidiabel de kosten die betrekking hebben op de voorbereiding van de aanvraag, bestaande uit aanbestedingskosten, leges, en kosten van inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.
Artikel 5
Het subsidiepercentage bedraagt ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.
Artikel 6
1. Eigenaren kunnen jaarlijks ten hoogste eenmaal subsidie aanvragen, behoudens indien een aanvraag betrekking heeft op meerwerk of meerkosten die verband houden met werkzaamheden waarvoor de eigenaar eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.
2. In 2020 kan een eigenaar vanaf 1 augustus van dat jaar subsidie aanvragen. Een aanvraag die eerder wordt ingediend, wordt afgewezen.
3. In 2029 kan een eigenaar uiterlijk tot 1 augustus van dat jaar subsidie aanvragen. Een aanvraag die later wordt ingediend, wordt afgewezen.
4. Ten behoeve van het doen van een subsidieaanvraag wordt een online portaal ingericht, dat is te bereiken via www.cultureelerfgoed.nl. Een aanvraag wordt elektronisch ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met gebruikmaking van het online aanvraagformulier dat op het portaal beschikbaar is gesteld.
Artikel 7
1.
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor instandhoudingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. a. een plan met betrekking tot de voorgenomen werkzaamheden, dat bestaat uit:
1°.
een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument;
2°.
tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°.
overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken;
4°.
een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
5°.
een gespecificeerde begroting; en
6°.
in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten;
1°. 1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het rijksmonument; 2°. 2°. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven; 3°. 3°. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument en zijn gebreken; 4°. 4°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving; 5°. 5°. een gespecificeerde begroting; en 6°. 6°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten; b. b. een actueel inspectierapport over de technische of fysieke staat van het rijksmonument; c. c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de instandhoudingkosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en d. d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
2.
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor verduurzamingskosten gaat de aanvraag vergezeld van:
a. a. een verduurzamingsadvies als bedoeld in bijlage 1; b. b. een plan met betrekking tot de verduurzamingswerkzaamheden die worden verricht, dat voldoet aan de aan de verschillende werkzaamheden verbonden indieningsvereisten als bedoeld in bijlage 2 en dat bestaat uit;
1°.
een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden;
2°.
tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven;
3°.
een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°.
een gespecificeerde begroting; en
5°.
in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten;
1°. 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden; 2°. 2°. tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven; 3°. 3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving; 4°. 4°. een gespecificeerde begroting; en 5°. 5°. in voorkomende gevallen ondersteunende rapporten; c. c. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de verduurzamingskosten dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en d. d. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
3.
Indien in een aanvraag aanspraak wordt gemaakt op subsidie voor kosten voor toegankelijkheidsverbetering gaat de aanvraag vergezeld van:
a. a. een plan met betrekking tot de werkzaamheden die worden verricht in het kader van de verbetering van de publiekstoegankelijkheid of de toegankelijkheid voor mensen met een visuele of motorische beperking van het rijksmonument, ten minste bestaande uit:
1°.
een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en
2°.
voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree;
3°.
een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;
4°.
een gespecificeerde begroting; en
5°.
in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten;
1°. 1°. een omschrijving van de voorgenomen werkzaamheden en het daarmee te bereiken doel; en 2°. 2°. voor zover het fysieke werkzaamheden aan het rijksmonument betreft, tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden staan aangegeven en, indien de werkzaamheden betrekking hebben op de verbetering van de toegankelijkheid van het rijksmonument voor mensen met een visuele of motorische beperking, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel a of b, waarop staat aangegeven hoe aan de daar genoemde vereisten wordt voldaan, met inbegrip van de route vanaf de entree; 3°. 3°. een op de onder 1° bedoelde omschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving; 4°. 4°. een gespecificeerde begroting; en 5°. 5°. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, tuinhistorische of toegankelijkheidsaspecten; b. b. een financieel dekkingsplan waarin naar het oordeel van de minister voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de financiering van het gedeelte van de kosten voor toegankelijkheidsverbetering dat niet door subsidie wordt gedekt voldoende is gewaarborgd; en c. c. een afschrift van de voor de voorgenomen werkzaamheden verleende omgevingsvergunning of een verklaring van het bevoegd gezag dat voor de werkzaamheden op grond van artikel 3a van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist.
4. De minister kan een model vaststellen voor het financieel dekkingsplan en de begroting.
5. Indien een eigenaar op basis van deze regeling een tweede of een daaropvolgende subsidieaanvraag doet, hoeft hij zijn aanvraag niet vergezeld te doen gaan van de stukken, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, die de eigenaar bij een eerdere aanvraag op grond van deze regeling reeds aan de minister gezonden heeft en die inhoudelijk niet zijn gewijzigd.
Artikel 8
Subsidieverstrekking wordt geweigerd:
a. a. voor zover voor de subsidiabele kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds uit anderen hoofde subsidie is verstrekt en subsidieverstrekking ten gevolge zou hebben dat de eigenaar in totaal meer dan 100% subsidie ontvangt voor de subsidiabele kosten; en b. b. voor zover bij schade de subsidiabele kosten op grond van een verzekering worden gedekt of op grond van de Wet op de omzetbelasting op verschuldigde belasting in aftrek kunnen worden gebracht dan wel anderszins niet ten laste van de aanvrager komen.
Artikel 9
1. Voor zover voor de werkzaamheden een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, onder b, van de Omgevingswet is vereist, vangen de werkzaamheden niet aan zonder of in afwijking van de omgevingsvergunning.
2. Voor zover de werkzaamheden aan het rijksmonument leiden tot een exploitatiewinst die een redelijke winst ontstijgt, wendt de eigenaar die uitsluitend aan ten behoeve van de instandhouding van het rijksmonument.
3.
Onverminderd het eerste lid kan de minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:
a. a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument; b. b. mee te werken aan een onderzoek naar het energieverbruik van het rijksmonument, de bezoekersaantallen en de inzet van vrijwilligers om het rijksmonument toegankelijk te maken; c. c. de minister tussentijds te berichten over de voortgang van de werkzaamheden; d. d. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen; e. e. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument; f. f. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen werkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de werkzaamheden daartoe aanleiding vormen; g. g. de werkzaamheden onder nader door de minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de werkzaamheden specifieke kennis is vereist; h. h. voor de duur van de werkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of i. i. vanaf de aanvang van de werkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.
Artikel 10
1. In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling besluit de minister binnen 22 weken na ontvangst ervan op een aanvraag als bedoeld in artikel 6, eerste lid.
2. In aanvulling op artikel 4.2 van de Kaderregeling neemt de minister bij het besluit tot subsidieverlening een datum op, waarop de werkzaamheden uiterlijk worden afgerond.
3. De minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in het besluit tot subsidieverlening worden vermeld. De minister kan aan het verlenen van voorschotten de voorwaarde verbinden dat offertes of facturen worden overgelegd.
Artikel 11
Indien de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
Artikel 12
1. Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, toont de eigenaar aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
2. Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of dat de eigenaar zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.
3. Onverminderd het eerste en tweede lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
Artikel 13
1. Indien de subsidie meer dan € 125.000,- bedraagt, legt de eigenaar rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring en een financieel verslag over de activiteiten waarvoor subsidie is verleend.
2. Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de eigenaar zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.
3. Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, toont de eigenaar op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.
4. Indien de subsidie € 300.000 of meer bedraagt, doet de eigenaar het financieel verslag vergezeld gaan van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
5. In de verklaring, bedoeld in het vierde lid, verklaart de accountant dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en doet hij tevens een uitspraak over de naleving door de eigenaar van de in het accountantsprotocol genoemde voorschriften.
6. De eigenaar bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht volgens een door de minister vast te stellen accountantsprotocol.
7. De minister kan de eigenaar verplichten de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen te overleggen.
Artikel 14
De minister kan een model vaststellen voor de prestatieverklaring en voor het financieel verslag.
Artikel 15
1. De eigenaar dient binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 10, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van het formulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar wordt gesteld.
2. De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
3. Indien de verleende subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing. In dat geval wordt de verleende subsidie ambtshalve vastgesteld binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Artikel 16
Wijzigt deze regeling.
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Bijlage 1. Eisen verduurzamingsadvies
Deze bijlage behoort bij artikel 7, tweede lid, van de Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Het verduurzamingsadvies bevat een integrale visie op alle aspecten van verduurzaming van het gebouwde rijksmonument, zoals isolatie, energiebesparing en duurzame energieopwekking, zonder nadelige gevolgen voor het monument (bouwfysisch) of zijn monumentale waarden.
Bijlage 2. Lijst verduurzamingsmaatregelen
Deze bijlage behoort bij artikel 1 van de Subsidieregeling tienjarige ondersteuning iconische rijksmonumenten.
Maatregelenlijst
In onderstaande lijst zijn de meest gangbare energiebesparende maatregelen opgenomen.