rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-topsportwedstrijden-en-topsportevenementen-inkomstenderving-kaa/BWBR0048200
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19 BWBR0048200 ministeriele-regeling geldend 2023-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0048200 Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19

Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • competitieseizoen: afgebakende periode van maximaal een jaar waarbinnen competities voor een nationaal kampioenschap plaatsvinden;

  • de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352/1);

  • kaartverkoop: de verkoop van tickets en seizoenkaarten;

  • minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;

  • organisator: rechtspersoon, genoemd in bijlage I, II of III, die verantwoordelijk is voor het organiseren van een topsportwedstrijd of topsportevenement en het financiële risico daarvan draagt, en tegen wie geen terugvorderingsbevel uitstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij door de Nederlandse lidstaat toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard, tenzij de organisator het totale bedrag aan onrechtmatige en onverenigbare steun en de overeenkomstige terugvorderingsrente heeft terugbetaald of op een geblokkeerde rekening heeft gestort;

  • publieksverbod evenementen: bij ministeriële regeling op grond van artikel 58i van de Wet publieke gezondheid vastgesteld gedeeltelijk of geheel verbod tot het organiseren van evenementen met publiek; 1°. referentie: een topsportwedstrijd of topsportevenement, van dezelfde organisator, te vergelijken met de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is verleend, zijnde:

        1°.
        ingeval van een topsportwedstrijd, het gemiddelde van de gerealiseerde inkomsten en kosten van het totaal aantal thuiswedstrijden in het competitieseizoen 20182019;
    
    
        2°.
        ingeval van een topsportwedstrijd waar geen representatieve vergelijking kan plaatsvinden in het competitieseizoen 20182019, het gemiddelde van de gerealiseerde inkomsten en kosten van het totaal aantal thuiswedstrijden in het competitieseizoen 20212022 tot 13 november 2021;
    
    
        3°.
        ingeval van een topsportevenement, de gerealiseerde inkomsten en kosten van de laatste editie van het topsportevenement dat in de voorgaande vijf jaar in Nederland heeft plaatsgevonden;
    

1°. 1°. ingeval van een topsportwedstrijd, het gemiddelde van de gerealiseerde inkomsten en kosten van het totaal aantal thuiswedstrijden in het competitieseizoen 20182019; 2°. 2°. ingeval van een topsportwedstrijd waar geen representatieve vergelijking kan plaatsvinden in het competitieseizoen 20182019, het gemiddelde van de gerealiseerde inkomsten en kosten van het totaal aantal thuiswedstrijden in het competitieseizoen 20212022 tot 13 november 2021; 3°. 3°. ingeval van een topsportevenement, de gerealiseerde inkomsten en kosten van de laatste editie van het topsportevenement dat in de voorgaande vijf jaar in Nederland heeft plaatsgevonden;

  • seizoenkaart: ticket dat in een competitieseizoen toegang biedt tot een vastgesteld aantal topsportwedstrijden;
  • ticket: ticket voor toegang tot een topsportwedstrijd of topsportevenement;
  • toeschouwers: personen die middels de aankoop van een ticket of seizoenkaart toegang hebben verkregen tot een topsportevenement of topsportwedstrijd;
  • topsport: het door topsporters beoefenen van een sport op het hoogste niveau, nationaal of internationaal, waarbij de nadruk vrijwel volledig op de prestaties ligt;
  • topsportevenement: projectmatig georganiseerde, één- of meerdaagse fysieke en voor het publiek toegankelijke gebeurtenis, genoemd in bijlage III, in het kader van de topsport;
  • topsportwedstrijd: wedstrijd, genoemd in bijlage I of II, in het kader van de topsport, die onderdeel is van het competitieseizoen.

Artikel 2

Op deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing, met uitzondering van de artikelen 5.1, 5.4, 5.6 en 5.7.

Artikel 3

1. De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een organisator, genoemd in bijlage I of III, ter compensatie van de inkomstenderving uit kaartverkoop voor een topsportwedstrijd die, of een topsportevenement dat, heeft plaatsgevonden in de periode van 13 november 2021 tot en met 17 februari 2022 zonder of met een beperkt aantal toeschouwers als gevolg van het publieksverbod evenementen.

2. De minister kan op aanvraag een subsidie verstrekken aan een organisator, genoemd in bijlage II, ter compensatie van de inkomstenderving uit kaartverkoop voor een topsportwedstrijd, die heeft plaatsgevonden in de periode van 13 november 2021 tot en met 3 december 2021 zonder toeschouwers als gevolg van het publieksverbod evenementen.

Artikel 4

1. De organisator kan per topsportwedstrijd of topsportevenement een subsidiebedrag aanvragen ter hoogte van het bedrag, genoemd in bijlagen I, II of III.

2.

Het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, kan bij de vaststelling worden verminderd met:

a. a. het bedrag van een verzekeringsuitkering die een organisator ontvangt voor kosten die verband houden met de organisatie van een topsportwedstrijd of topsportevenement; b. b. het bedrag dat niet overeenkomstig de verplichting uit artikel 7, eerste lid, is gerestitueerd; en c. c. het bedrag dat tot overcompensatie, bedoeld in artikel 11, leidt.

Artikel 5

1. De aanvraag tot verlening van de subsidie kan uiterlijk 31 augustus 2023 worden ingediend.

2. De minister kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3. Een organisator komt slechts eenmaal in aanmerking voor een subsidie op grond van deze regeling.

4. Voor de aanvraag wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

5.

De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

a. a. een de-minimisverklaring, mits met het volledige aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel van de organisator niet wordt overschreden; of b. b. een bevestiging dat de organisator bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie inzichtelijk maakt dat geen sprake is van overcompensatie, bedoeld in artikel 11.

Artikel 6

1. De minister beslist uiterlijk binnen dertien weken na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 5, eerste lid, op een aanvraag tot verlening van de subsidie.

2. Het besluit tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval de topsportwedstrijden en topsportevenementen waarvoor subsidie wordt verleend, het totale subsidiebedrag en de wijze van verantwoording.

3. De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100% dat in een keer wordt uitbetaald.

Artikel 7

1. Voor de gerealiseerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten voor de topsportwedstrijden en topsportevenementen, bedoeld in artikel 3, geldt een restitutieverplichting aan toeschouwers, die geen gebruik hebben kunnen maken van het ticket of de seizoenkaart als gevolg van het publieksverbod evenementen.

2. De organisator draagt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 1 december 2023, zorg voor de restitutie, bedoeld in het eerste lid, die gelijk staat aan de aankoopprijs van het ticket of, in het geval van een seizoenkaart, een evenredige compensatie voor het aantal gemiste topsportwedstrijden.

3. De organisator die een subsidie van meer dan € 25.000 ontvangt, zorgt ervoor dat een ordentelijke administratie wordt gevoerd die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede betalingen en ontvangsten kunnen worden nagegaan.

4. De administratie, bedoeld in het derde lid, en de daartoe behorende bescheiden worden gedurende 10 jaren na vaststelling bewaard.

5. De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen als bedoeld in artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 8

1.

Een organisator die een subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt, en een de-minimisverklaring ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder a, heeft overgelegd:

a. a. toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen; b. b. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag; c. c. de minister neemt uiterlijk op 1 april 2024 ambtshalve een besluit over de vaststelling van de subsidie.

2.

Een organisator die een subsidie van minder dan € 25.000 ontvangt, en heeft bevestigd dat geen sprake is van overcompensatie ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder b:

a. a. dient uiterlijk 1 april 2024 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in; b. b. van de termijn, bedoeld onder a, kan de minister ontheffing verlenen; c. c. voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt; d. d. indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag;

de minister besluit binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling, bedoeld onder a, op de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 9

1. Een organisator die een subsidie van meer dan € 25.000 en minder dan € 125.000 ontvangt, dient uiterlijk 1 april 2024 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2. De minister kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3. Voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De organisator legt per topsportwedstrijd of topsportevenementen waarvoor subsidie is aangevraagd rekening en verantwoording af aan de hand van:

a. a. een overzicht van de gerealiseerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten; en b. b. een bewijs van de gerestitueerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten.

5. De verantwoordingsdocumenten, bedoeld in het vierde lid, zijn voorzien van een verklaring van een tekenbevoegde bestuurder van de organisator overeenkomstig een door de minister vastgesteld model.

6. Indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

7. De minister besluit binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, op de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 10

1. Een organisator die een subsidie van meer dan € 125.000 ontvangt, dient uiterlijk 1 juni 2024 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2. De minister kan ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het eerste lid.

3. Voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

De organisator legt per topsportwedstrijd of topsportevenementen waarvoor subsidie is aangevraagd rekening en verantwoording af aan de hand van:

a. a. een overzicht van de gerealiseerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten; en b. b. een bewijs van de gerestitueerde inkomsten uit de verkoop van tickets en seizoenkaarten.

5. De verantwoordingsdocumenten, bedoeld in het vierde lid, zijn voorzien van een controleverklaring, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model en met inachtneming van een door de minister vastgesteld en bekendgemaakt protocol.

6. Indien volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op een bedrag tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

7. De minister besluit binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van een aanvraag tot vaststelling, bedoeld in het eerste lid, op de aanvraag tot vaststelling.

Artikel 11

1. Een organisator die bij de aanvraag voor de verlening van de subsidie geen de-minimisverklaring heeft overgelegd ingevolge artikel 5, vijfde lid, onder a, maakt bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan de hand van een overzicht inzichtelijk dat geen sprake is van overcompensatie.

2.

Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, bevat:

a. a. ten aanzien van de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is verleend, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten, al dan niet berekend door de toewijsbare jaarlijkse gerealiseerde inkomsten en kosten pro-rata toe te delen. b. b. ten aanzien van de referentie:

        1°.
        de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of
      
      
        2°.
        indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.

1°. 1°. de aan de referentie toewijsbare gerealiseerde inkomsten en kosten; of 2°. 2°. indien redelijkerwijs kan worden aangetoond dat er geen representatieve referentie voor de topsportwedstrijd of het topsportevenement bestaat, de aan de topsportwedstrijd of het topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd toewijsbare begrote inkomsten en kosten.

3.

De aan de topsportwedstrijd, het topsportevenement of de referentie toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het tweede lid, bestaan uit:

a. a. Inkomsten uit kaartverkoop; b. b. Inkomsten uit catering; c. c. Inkomsten uit sponsoring; d. d. Inkomsten uit merchandise; e. e. Bijdragen en ontvangsten van derden; f. f. Kosten ten behoeve van de organisatie van de topsportwedstrijd of het topsportevenement; g. g. Kosten die betrekking hebben op de accommodatie; h. h. Personeelskosten; i. i. Kosten ten behoeve van catering; j. j. Kosten ten behoeve van entertainment; k. k. Kosten ten behoeve van hospitality; l. l. Saleskosten; m. m. Kosten voor technische zaken; n. n. Administratiekosten; o. o. Accountantskosten; p. p. Vaste lasten; q. q. Kosten ten behoeve van maatregelen ter bestrijding van het COVID-19 virus; r. r. Kosten ten behoeve van de verplichte restitutie aan toeschouwers die geen gebruik hebben kunnen maken van het ticket of de seizoenkaart als gevolg van het publieksverbod evenementen; of s. s. Kosten ten behoeve van het uitzenden van de topsportwedstrijd of het topsportevenement.

4. De minister kan afwijken van de limitatieve opsomming van toewijsbare begrote of gerealiseerde inkomsten en kosten, bedoeld in het derde lid, indien er sprake is van inkomsten of kosten waarvan redelijkerwijs kan worden aangetoond dat deze toewijsbaar zijn aan een topsportwedstrijd of topsportevenement waarvoor subsidie is aangevraagd.

5.

In aanvulling op het eerste lid kan de minister de organisator verzoeken inzage te geven in de gemiddelde bezoekersaantallen:

a. a. ingeval van een topsportwedstrijd van de thuiswedstrijden in het competitieseizoen 20182019 en de thuiswedstrijden in de competitieseizoenen 20212022 en 20222023 vanaf 1 april 2022 tot 1 april 2023; of b. b. ingeval van een topsportevenement van de laatste editie van het topsportevenement dat in de voorgaande vijf jaar in Nederland heeft plaatsgevonden en de eerste editie die na 1 april 2022 heeft plaatsgevonden.

6. Indien de organisator de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde lid, niet kan overleggen, wordt gebruik gemaakt van de gemiddelde bezoekersaantallen die bekend zijn bij de betreffende nationale sportbond.

7. Indien uit de bezoekersaantallen, bedoeld in het vijfde en zesde lid blijkt dat sprake is van een afname van het gemiddelde aantal bezoekers, het subsidiebedrag naar rato naar beneden bijgesteld.

Artikel 12

De verstrekte subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien deze ten onrechte of voor een te hoog bedrag is verstrekt of indien niet aan de verplichtingen volgend uit de regeling is voldaan.

Artikel 13

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2024, met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als:Subsidieregeling topsportwedstrijden en topsportevenementen inkomstenderving kaartverkoop COVID-19.

Bijlage I. Topsportwedstrijden (exclusief Betaald Voetbal)

Bijlage II. Topsportwedstrijden Betaald Voetbalorganisaties (Eredivisie en KKD)

Bijlage III. Topsportevenementen