40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling tweede graden hbo en wo | BWBR0029237 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0029237 | Subsidieregeling tweede graden hbo en wo |
Subsidieregeling tweede graden hbo en wo
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*wet:*
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. b.
*besluit:* het uitvoeringsbesluit WHW 2008;
c. c.
*historisch bestand:* het historisch bestand hoger onderwijs als bedoeld in artikel 4.4 van het besluit;
d. d.
*minister:* de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
e. e.
*student:* een persoon die voldoet aan al deze voorwaarden:
–
die als student in het CRIHO is ingeschreven,
–
die in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont,
–
behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit;
– – die als student in het CRIHO is ingeschreven, – – die in Nederland, België, Luxemburg of een van de deelstaten Noord-Rijnland-Westfalen, Nedersaksen of Bremen van de Bondsrepubliek Duitsland woont, – – behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 of de Surinaamse nationaliteit bezit; f. f.
*tweede bachelorgraad:* de tweede graad bachelor, inclusief een tweede graad bachelor in een leraren- of gezondheidszorgopleiding, indien artikel 5.2, tweede lid van het besluit van toepassing is, behaald door een persoon voor zover deze graad niet op grond van artikel 4.9 van het besluit wordt bekostigd;
g. g.
*tweede mastergraad:* de tweede graad master, inclusief een tweede graad master in een leraren- of gezondheidszorgopleiding, indien artikel 5.2, tweede lid van het besluit van toepassing is, behaald door een persoon voor zover deze graad niet op grond van artikel 4.9 van het besluit wordt bekostigd.
Artikel 2
1.
De minister verstrekt subsidie met als doel:
de instellingen financieel te ondersteunen in verband met de gevolgen van de inwerkingtreding van de wijzigingen in de bekostiging WHW met ingang van 1 januari 2011, in het bijzonder voor:
a. a. het verlenen van een tweede bachelorgraad aan een student aan een hoger beroepsopleiding, mits de opleiding voor de tweede graad deels gelijktijdig is gevolgd met de opleiding waaraan de eerste graad bachelor is behaald. b. b. het verlenen van een tweede mastergraad aan een student aan een hoger beroepsopleiding, mits de opleiding voor de tweede graad deels gelijktijdig is gevolgd met de opleiding waaraan de eerste graad master is behaald. c. c. het verlenen van een tweede mastergraad aan een student aan een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs, mits de opleiding voor de tweede graad deels gelijktijdig is gevolgd met de opleiding waaraan de eerste graad master is behaald.
Artikel 3
Voorwaarden voor de subsidieverstrekking zoals genoemd in artikel 2 zijn:
a. a. de student moet blijkens de gegevens uit het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs (CRIHO), zoals vastgelegd in een historisch bestand, onafgebroken voor de tweede opleiding ingeschreven zijn geweest en ingeschreven zijn geweest in de maand voorafgaand aan het behalen van de eerste graad; en b. b. tussen de eerste en de tweede graad moet blijkens het historisch bestand minimaal een periode van vijf hele maanden liggen.
Artikel 4
Subsidie wordt verleend voor tweede graden van bekostigde opleidingen aan bekostigde instellingen voor hoger onderwijs, die zijn opgenomen in de bijlage bij de wet in de onderdelen a tot en met h.
Artikel 5
Het subsidiebedrag per instelling bestaat uit de optelsom van bedragen die zijn vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, voor die opleidingen die voldoen aan de vereisten genoemd in artikel 2.
-
-
Per opleiding wordt een bedrag vastgesteld als het product van:
a. het studentgebonden bedrag per graad, bedoeld in artikel 4.7, derde lid van het besluit, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. het bekostigingsniveau per opleiding, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit; en c. het aantal tweede graden, bedoeld in artikel 2, dat door de instelling is verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt.
-
a. a. het studentgebonden bedrag per graad, bedoeld in artikel 4.7, derde lid van het besluit, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt; b. b. het bekostigingsniveau per opleiding, bedoeld in artikel 4.10, tweede lid van het besluit; en c. c. het aantal tweede graden, bedoeld in artikel 2, dat door de instelling is verleend in de periode van 1 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, tot en met 30 september in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt. 2. 2. Een bedrag dat is vastgesteld als het product van het bedrag per gewogen graad vastgesteld op grond van artikel 4.20 van het besluit, zoals bepaald bij de vaststelling van de voorlopige rijksbijdrage uiterlijk in oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de subsidie wordt verstrekt, en het aantal tweede graden zoals bedoeld in het eerste lid onder c.
Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking
Artikel 6
1. De subsidie wordt verstrekt voor een begrotingsjaar.
2. De omvang van de subsidie wordt uiterlijk bepaald en ambtshalve vastgesteld in oktober voor aanvang van het begrotingsjaar waarvoor die wordt verstrekt.
Hoofdstuk 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 7
De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving, bedoeld in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de subsidie.
Artikel 8
1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.
2. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
3. Drie jaar na inwerkingtreding wordt deze regeling geëvalueerd.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tweede graden hbo en wo.