40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap | BWBR0047071 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-09-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0047071 | Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap |
Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap
Artikel 1
In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak 1: 9 september 2022 tot en met 23 september 2022 om 23.59 uur;
- aanvraagtijdvak 2: 20 november 2023 tot en met 18 december 2023 om 23.59 uur;
- aanvraagtijdvak 3: 18 november 2024 tot en met 16 december 2024 om 23.59;
- begeleider: iemand die beroepsmatig maatschappelijke, lichamelijke of psychosociale hulp en ondersteuning biedt;
- de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352);
- handelsregister: handelsregister als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
- helpende: natuurlijk persoon werkzaam bij een organisatie in zorg en welzijn die beroepsmatig ondersteuning biedt aan cliënten en patiënten en een diploma voor een opleiding Helpende Zorg en Welzijn heeft ontvangen;
- jeugdhulpverlener: jeugdhulpverlener als bedoeld in artikel 1.1 Jeugdwet, werkzaam bij een organisatie in zorg en welzijn;
- lokaal actieplan veerkracht en zeggenschap: activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van de veerkracht en zeggenschap van VVVB’ers die werkzaam zijn bij de aanvrager;
- lokaal actieplan zeggenschap: activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van zeggenschap van VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager;
- loonkosten: brutoloon en werkgeverslasten voor de uren van het projectteam die worden ingezet voor het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 3;
- Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- inkoopcontract: overeenkomst tussen de aanvrager en een of meerdere gemeenten ten behoeve van de inkoop van zorg in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of Jeugdwet;
- minister: Minister voor Langdurige Zorg en Sport;
- opleiding Helpende Zorg en Welzijn: mbo-opleiding Helpende Zorg en Welzijn met erkende opleidingscode 25498 of een van haar voorlopers met code 10428, 10745, 91350, 91351, 91340, 91352, 92640, 25498 of 22189 vermeld in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- organisatie in zorg en welzijn: organisatie ingeschreven in het Kamer van Koophandel register onder een of meer van de SBI-codes genoemd in bijlage 4;
- projectteam: werknemers van de aanvrager die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren en verantwoorden van de activiteiten als bedoeld in artikel 3;
- SBI-code: code van de Standaard Bedrijfsindeling zoals gehanteerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek waarmee de economische activiteit van een bedrijf wordt weergegeven in het handelsregister;
- sociaal werker: natuurlijk persoon die beroepsmatig maatschappelijke ondersteuning biedt als bedoeld in artikel 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, werkzaam bij een organisatie in zorg en welzijn;
- veerkracht: mentaal en fysiek welzijn dat nodig is om te kunnen omgaan met diverse eisen en uitdagingen gerelateerd aan dagelijkse beroepsuitoefening of zaken die aan beroepsuitoefening verwant zijn;
- VVVB’er: iemand die werkzaam is in de functie van verzorgende, verpleegkundige, verpleegkundig specialist of begeleider;
- werknemer: persoon die bij een zorgaanbieder werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gesloten met de zorgaanbieder;
- zeggenschap: mogelijkheid om invloed uit te oefenen op besluiten die van invloed zijn op de dagelijkse beroepsuitoefening of zaken die aan beroepsuitoefening verwant zijn.
Artikel 2
Op deze Subsidieregeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 10.1.
Artikel 3
1. Het doel van deze subsidieregeling is het bevorderen van de veerkracht en zeggenschap van VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners.
2. De minister kan subsidie verstrekken aan een instelling voor het uitvoeren van een lokaal actieplan veerkracht en zeggenschap of een lokaal actieplan zeggenschap door een projectteam.
Artikel 4
1.
De subsidieverlening bedraagt:
a. a. € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 1; en b. b. minimaal € 25.000 tot maximaal € 50.000 per aanvrager voor aanvragen die worden ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
2.
De subsidiabele kosten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 zijn:
a. a. loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 49,91, en b. b. overige kosten, bestaande uit:
1°
de huur van een externe ruimte;
2°
de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
3°
de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer;
4°
kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of,
5°
catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
1° 1° de huur van een externe ruimte; 2° 2° de inhuur van een spreker of trainer, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer; 3° 3° de inhuur van een externe organisatie, inclusief reiskosten tot een maximum bedrag van € 0,19 per kilometer of de volledige kosten voor reizen in de tweede klas met het openbaar vervoer; 4° 4° kosten voor ICT-voorzieningen ter ondersteuning van het projectteam voor de uitvoering van het lokale actieplan veerkracht en zeggenschap; of, 5° 5° catering tot een maximum bedrag van € 26,39 per persoon per bijeenkomst.
3. Het subsidiabele bedrag voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1 bestaat ten hoogste uit 40% overige kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.
4. De subsidiabele kosten voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3 uitsluitend uit loonkosten tot een maximaal bruto uurtarief van € 53,08.
Artikel 5
1.
Het subsidieplafond bedraagt voor:
a. a. aanvraagtijdvak 1 € 12.750.000; b. b. aanvraagtijdvak 2 € 5.460.000; en c. c. aanvraagtijdvak 3 € 3.600.000.
2. De uit hoofde van de onder a, b en c genoemde subsidieplafonds beschikbare bedragen worden verdeeld, conform bijlage 1.
Artikel 6
Subsidie wordt op grond van deze Subsidieregeling verleend voor een periode van ten hoogste:
-
- 12 maanden voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 1.
-
- 15 maanden voor activiteiten waarvoor een aanvraag tot subsidieverlening is ingediend in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
Artikel 7
1. De aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend in aanvraagtijdvak 1, aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3.
2.
In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling gaat een aanvraag vergezeld van:
a. a. een verklaring als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de de-minimisverordening; b. b. een verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag wordt ondersteund door:
1°
de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of;
2°
ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
1° 1° de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad of Zorgadviesraad, of; 2° 2° ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers en jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
3. Voor de aanvraag, begroting en de verklaringen, bedoeld in het tweede lid, wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
Artikel 8
1.
Subsidie wordt enkel verstrekt aan een aanvrager die een aanvraag tot subsidieverlening indient in aanvraagtijdvak 1 indien:
a. a. de aanvrager in het bezit is van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b. b. de aanvrager op 1 januari 2022 in het handelsregister stond ingeschreven met een SBI-code die in bijlage 2 is opgenomen; c. c. de aanvraag voldoet aan de criteria uit bijlage 3; d. d. uit de begroting blijkt dat de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 50.000; en e. e. de aanvraag in overeenstemming is met de de-minimisverordening.
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, wordt subsidie tevens verstrekt aan een aanvrager die op 1 januari 2022 in het handelsregister stond ingeschreven met de SBI-code 87.90.1, 87.90.2 of 88.99.1 en een betalingsbewijs en inkoopcontract kan overleggen.
3.
Subsidie wordt enkel verstrekt aan een aanvrager die een aanvraag tot subsidieverlening indient in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3 indien:
a. a. de aanvrager in het bezit is van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; b. b. de aanvrager op 1 januari 2023 in het handelsregister stond ingeschreven met een SBI-code die in bijlage 4 is opgenomen; c. c. de aanvraag voldoet aan de criteria uit bijlage 5; d. d. uit de begroting blijkt dat de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 50.000; e. e. de begroting een eigen bijdrage vermeldt van 25% van het aangevraagde subsidiebedrag; en f. f. de aanvraag in overeenstemming is met de de-minimisverordening.
4. In afwijking van het derde lid, onderdeel a, wordt subsidie tevens verstrekt aan een aanvrager die op 1 januari 2023 in het handelsregister stond ingeschreven met de SBI-code 87.90, 87.90.1, 87.90.2, 88.10, 88.10.2, 88.99, 88.99.1, 88.99.2, 88.99.3 of 88.99.9 en een betalingsbewijs en een inkoopcontract kan overleggen.
5. Subsidie wordt niet verstrekt aan een aanvrager in aanvraagtijdvak 3, indien aan de aanvrager reeds eerder een subsidie verleend is op basis van de onderhavige subsidieregeling in aanvraagtijdvak 1 of aanvraagtijdvak 2.
Artikel 9
De minister verstrekt en betaalt bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot van 80% van de subsidie.
Artikel 10
1.
In aanvulling op artikel 7.7 van de Kaderregeling gaat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie vergezeld van een samenvatting van de uitgevoerde activiteiten, die is ondertekend door:
a. a. de voorzitter van een Verpleegkundige Adviesraad, Verpleegkundige en Verzorgende Adviesraad, Professionele Adviesraad, of Zorgadviesraad; of, b. b. ten minste 8 VVVB’ers, helpenden, sociaal werkers of jeugdhulpverleners die werkzaam zijn bij de aanvrager.
2. Voor de samenvatting wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
3. Een samenvatting kan door de minister voor iedereen toegankelijk worden gemaakt.
4. De minister voert een steekproef uit voorafgaand aan de vaststelling van de subsidie.
5. Indien bij de vaststelling van de subsidies die zijn verleend op basis van aanvragen tot subsidieverleningen gedaan in aanvraagtijdvak 1 blijkt dat de werkelijke kosten van de subsidiabele kosten minder dan € 30.000 bedragen, wordt € 2.500 in mindering gebracht op de subsidie.
Artikel 11
De minister kan een of meer bepalingen van deze Subsidieregeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 12
Deze Subsidieregeling treedt in werking met ingang van 1 september 2022 en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.
Artikel 13
Deze Subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling veerkracht en zeggenschap.
Bijlage 1. Lotingsystematiek behorend bij
De volgende lotingssystematiek wordt gebruikt indien er meer dan 255 aanvragen worden ingediend. Indien er minder aanvragen worden ingediend, vindt er geen loting plaats. Subsidie wordt dan verleend aan aanvragers waarvan de aanvraag aan de criteria uit deze Subsidieregeling voldoet.
De aanvragen die worden ingediend binnen de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in drie lotingsgroepen ingedeeld. Deze groepen zijn representatief voor de branches:
Binnen de bovengenoemde categorieën vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris en de daaruit resulterende rangschikking wordt schriftelijk vastgelegd. Dit resulteert in een lootlijst. De lootlijst bepaalt de behandelvolgorde van de aanvragen.
Er worden 300 aanvragen ingediend. Na stap 1 blijkt dat de verdeling als volgt is: in groep 1 zijn 105 aanvragen ingediend, in groep 2 zijn 70 aanvragen ingediend en in groep 3 zijn 145 aanvragen ingediend. Na stap 2 is de lootlijst opgesteld.
Na stap 3 blijkt dat een aantal aanvragen onvolledig is of niet aan de criteria voldoet. Deze aanvragen worden van de lootlijst geschrapt. Op de lootlijst blijven in groep 1 95 aanvragen over, in groep 2 66 aanvragen en in groep 3 120 aanvragen.
Vervolgens vindt de toekenning plaatst. De aanvragen in groep 2 worden allemaal toegekend indien voldaan aan de subsidievoorwaarden. De eerste 85 aanvragen (vastgesteld via de lootlijst) in groep 1 en groep 3 worden toegekend. Het resterende bedrag € 950.000 wordt verdeeld over de overige aanvragen. Het bedrag van € 950.000 wordt verdeeld over 19 aanvragen: de eerstvolgende 10 aanvragen op de lootlijst van groep 1 worden toegekend en de eerstvolgende 9 aanvragen op de lootlijst van groep 3 worden toegekend.
De volgende lotingssystematiek wordt gebruikt indien in aanvraagtijdvak 2 het subsidieplafond wordt overschreden. Indien er in alle groepen voor minder dan het subsidieplafond in aanvraagtijdvak 2 wordt ingediend, vindt er geen loting plaats. Subsidie wordt dan verleend aan aanvragers waarvan de aanvraag aan de criteria uit deze Subsidieregeling voldoet.
De aanvragen die worden ingediend binnen de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in vier lotingsgroepen ingedeeld. Deze groepen zijn representatief voor de branches:
Binnen de genoemde groepen wordt vervolgens een verdeling gemaakt als volgt:
Binnen groep 1, groep 2 en groep 3 wordt een onderverdeling gemaakt tussen aanvragers die niet eerder een aanvraag verleend hebben gekregen in aanvraagtijdvak 1 en aanvragers die reeds eerder een subsidie verleend hebben gekregen naar aanleiding van een aanvraag gedaan in aanvraagtijdvak 1. Dit leidt tot de volgende indeling:
Groep 1a – Verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en thuiszorg die niet eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 1b – Verzorgingstehuizen, verpleeghuizen en thuiszorg die eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 2a – Gehandicaptenzorg, GGZ, huisartsenzorg en gezondheidscentra die **niet **eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 2b – Gehandicaptenzorg, GGZ, huisartsenzorg en gezondheidscentra die eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 3a – Ziekenhuizen en universitaire medische centra die niet eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 3b – Ziekenhuizen en universitaire medische centra die eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 4a – Organisaties in zorg en welzijn die niet eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Groep 4b – Organisaties in zorg en welzijn die eerder een aanvraag verleend hebben gekregen.
Binnen de bovengenoemde categorieën vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris en de daaruit resulterende rangschikking wordt schriftelijk vastgelegd. Dit resulteert in een lootlijst. De lootlijst bepaalt de behandelvolgorde van de aanvragen.
Er worden aanvragen ingediend. Na stap 1 blijkt dat de verdeling als volgt is:
In groep 1a is voor een bedrag van € 1.600.500 aan aanvragen ingediend.
In groep 1b is voor een bedrag van € 407.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 2a is voor een bedrag van € 1.300.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 2b is voor een bedrag van € 300.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 3a is voor een bedrag van € 500.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 3b is voor een bedrag van € 700.500 aan aanvragen ingediend.
In groep 4a is voor een bedrag van € 200.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 4b is voor een bedrag van € 500.000 aan aanvragen ingediend.
Na stap 2 is de lootlijst opgesteld.
Na stap 3 blijkt dat een aantal aanvragen onvolledig is of niet aan de criteria voldoet. Deze aanvragen worden van de lootlijst geschrapt.
Vervolgens vindt de toekenning plaatst. De aanvragen in groepen 1b, 2b, 3a en 4a worden allemaal toegekend indien voldaan is aan de subsidievoorwaarden. De resterende bedragen uit deze groepen worden als volgt gelijkelijk herverdeeld over de overige groepen.
Voor groep 1b resteert een bedrag van € 2.500
Voor groep 2b resteert een bedrag van € 109.500
Voor groep 3a resteert een bedrag van € 728.500
Voor groep 4a resteert een bedrag van € 209.500
In totaal bedraagt dit € 1.050.000. Dit wordt verdeeld over de resterende vier groepen waardoor elke groep € 262.500 bij de genoemde maximale bedragen ontvangt.
De eerste aanvragen (vastgesteld via de lootlijst) in groep 1a worden vervolgens toegekend tot het nieuwe maximale bedrag is bereikt, of een verlening aan de eerstvolgende op de lootlijst dit bedrag zou overschrijden. Bijvoorbeeld: er is verleend in groep 1a tot een bedrag van € 1.466.000 en de eerstvolgende aanvraag tot subsidie is voor een bedrag van € 30.000. Aangezien het nieuwe maximaal te verlenen bedrag € 1.491.000 bedraagt (€ 1.228.500 plus € 262.500 uit de herverdeling) zou dit het subsidieplafond overschrijden. De resterende aanvragen dienen dus afgewezen te worden.
Zelfs als een andere aanvraag lager op de lootlijst wel verleend zou kunnen worden op basis van het bewuste maximum (de eerstvolgende op de lootlijst had bijvoorbeeld € 25.000 aangevraagd) dan nog dient dit niet te gebeuren. Het resterende bedrag wordt in dit geval ook niet herverdeeld nu niet alle aanvragen zijn verleend.
Dit gebeurt wel als blijkt dat na verhoging van het subsidieplafond alle aanvragen binnen een groep verleend kunnen worden. Zo is na de herverdeling van groepen 1b, 2b, 3a en 4a het subsidieplafond voor groep 2a verhoogd van € 1.228.500 naar € 1.491.000 waardoor het volledige aangevraagde bedrag van € 1.300.000 aan subsidie verleend kan worden. Het resterende bedrag van € 191.000 wordt vervolgens gelijkelijk verdeeld over de resterende drie groepen.
De volgende lotingssystematiek wordt gebruikt indien in aanvraagtijdvak 3 het subsidieplafond wordt overschreden. Indien er in alle groepen voor minder dan het subsidieplafond in aanvraagtijdvak 3 wordt ingediend, vindt er geen loting plaats. Subsidie wordt dan verleend aan aanvragers waarvan de aanvraag aan de criteria uit deze Subsidieregeling voldoet.
De aanvragen die worden ingediend binnen de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden in vier lotingsgroepen ingedeeld. Deze groepen zijn representatief voor de branches:
Binnen de bovengenoemde categorieën vindt een loting plaats. De loting vindt plaats door een notaris en de daaruit resulterende rangschikking wordt schriftelijk vastgelegd. Dit resulteert in een lootlijst. De lootlijst bepaalt de behandelvolgorde van de aanvragen.
Er worden aanvragen ingediend. Na stap 1 blijkt dat de verdeling als volgt is:
In groep 1 is voor een bedrag van € 1.480.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 2 is voor een bedrag van € 480.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 3 is voor een bedrag van € 1.380.000 aan aanvragen ingediend.
In groep 4 is voor een bedrag van € 260.000 aan aanvragen ingediend.
Na stap 2 is de lootlijst opgesteld. Na stap 3 blijkt dat een aantal aanvragen onvolledig is of niet aan de criteria voldoet. Deze aanvragen worden van de lootlijst geschrapt.
Vervolgens vindt de toekenning plaatst. De aanvragen in groepen 2 en 4 worden allemaal toegekend indien voldaan is aan de subsidievoorwaarden. De resterende bedragen uit deze groepen worden als volgt gelijkelijk herverdeeld over de overige groepen.
Voor groep 2 resteert een bedrag van € 600.000
Voor groep 4 resteert een bedrag van € 100.000
In totaal bedraagt dit € 700.000. Dit wordt verdeeld over de resterende 2 groepen waardoor elke groep € 350.000 bij de genoemde maximale bedragen ontvangt.
De eerste aanvragen (vastgesteld via de lootlijst) in groep 1 worden vervolgens toegekend tot het nieuwe maximale bedrag is bereikt, of een verlening aan de eerstvolgende op de lootlijst dit bedrag zou overschrijden. Bijvoorbeeld: er is verleend in groep 1 tot een bedrag van € 1.405.000 en de eerstvolgende aanvraag tot subsidie is voor een bedrag van € 30.000. Aangezien het nieuwe maximaal te verlenen bedrag € 1.430.000 bedraagt (€ 1.480.000 plus € 350.000 uit de herverdeling) zou dit het subsidieplafond overschrijden. De resterende aanvragen dienen dus afgewezen te worden.
Zelfs als een andere aanvraag lager op de lootlijst wel verleend zou kunnen worden op basis van het bewuste maximum (de eerstvolgende op de lootlijst had bijvoorbeeld € 25.000 aangevraagd) dan nog dient dit niet te gebeuren. Het resterende bedrag wordt in dit geval ook niet herverdeeld nu niet alle aanvragen zijn verleend.
Dit gebeurt wel als blijkt dat na verhoging van het subsidieplafond alle aanvragen binnen een groep verleend kunnen worden. Zo is na de herverdeling van groepen 2 en 4 het subsidieplafond voor groep 3 verhoogd van € 1.080.000 naar € 1.430.000 waardoor het volledige aangevraagde bedrag van € 1.380.000 aan subsidie verleend kan worden. Het resterende bedrag van € 50.000 wordt vervolgens gelijkelijk verdeeld over de resterende groepen. In dit geval betekent dit dat het geld wordt toegevoegd aan het maximum bedrag voor groep 1 aangezien alle overige aanvragen zijn verleend.
Bijlage 2. SBI-codes, behorend bij
Bijlage 3. Criteria, behorend bij
De aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. Alleen aanvragen waarbij op ieder criterium ‘ja’ wordt gescoord, komen voor subsidie in aanmerking. Aanvragen waarbij op één of meerdere criteria ‘nee’ wordt gescoord, worden afgewezen.
Bijlage 4. SBI-codes, behorend bij
Bijlage 5. Criteria, behorend bij
De aanvragen in aanvraagtijdvak 2 en aanvraagtijdvak 3 worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria. Alleen aanvragen waarbij op ieder criterium ‘ja’ wordt gescoord, komen voor subsidie in aanmerking. Aanvragen waarbij op één of meerdere criteria ‘nee’ wordt gescoord, worden afgewezen.