rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-vernieuwing-onderwijsleermethoden-inclusief-ict-en-verbetering/BWBR0012813
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling vernieuwing onderwijsleermethoden inclusief ICT en verbetering kwaliteit schoolgebouwen voor het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs BWBR0012813 ministeriele-regeling geldend 2001-09-22 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012813 Subsidieregeling vernieuwing onderwijsleermethoden inclusief ICT en verbetering kwaliteit schoolgebouwen voor het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs

Subsidieregeling vernieuwing onderwijsleermethoden inclusief ICT en verbetering kwaliteit schoolgebouwen voor het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs

Artikel 1

In deze regeling wordt onder school verstaan:

  • een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs, bekostigd op basis van de Wet op het primair onderwijs,
  • een school of instelling voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bekostigd op basis van de Wet op de expertisecentra
  • een school als bedoeld in artikel C15, dan wel C15 a.1 van het Besluit trekkende bevolking WPO.

Artikel 2

Het doel van de regeling is het verstrekken van subsidie voor het jaar 2001 voor:

a. a. aanschaf c.q. vernieuwing van onderwijsleermethoden inclusief ICT b. b. het verbeteren van de kwaliteit van schoolgebouwen.

Artikel 3

1. De subsidie voor leermiddelen inclusief ICT bedraagt voor de in artikel 1 bedoelde scholen f 93,63 per leerling waarvan f 56,00 voor ICT.

2. De subsidie aan de scholen, bedoeld in artikel 1, onder a en b, wordt verstrekt op basis van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober 2000.

3. Voor de bepaling van het aantal leerlingen als bedoeld in het derde lid wordt uitgegaan van de laatst bekende door het bevoegd gezag gevalideerde telgegevens op 1 oktober 2000. Dit ongewogen aantal leerlingen wordt voor de bekostiging van de basisscholen verhoogd met 3%, zijnde het instroomcorrectiepercentage voor de opvang van de reguliere groei. De uitkomst wordt hierbij naar beneden op een geheel getal afgerond. Indien de school vanwege een groei van het aantal leerlingen gebruik heeft gemaakt van de groeiregeling zijn de gegevens op de desbetreffende groeitellingen maatgevend: voor de basisscholen is dit het aantal leerlingen op de datum 1 maart 2001 en voor de scholen voor het (voortgezet) speciaal onderwijs en de instellingen voor visueel gehandicapten het aantal leerlingen op de datum 16 januari 2001.

4. De subsidie aan de scholen, bedoeld in artikel 1., onder c., wordt verstrekt op basis van het aantal leerlingen voor het schooljaar 2000/2001, berekend op grond van artikel C15 l. van het Besluit trekkende bevolking WPO.

5. De subsidie wordt betaalbaar gesteld in de maand november van het jaar 2001.

6. De subsidie dient te zijn besteed vóór 1 januari 2003.

Artikel 4

1. De subsidie voor het verbeteren van de kwaliteit van schoolgebouwen bedraagt voor de in artikel 1 bedoelde scholen f 1683,50 per groep.

2. Voor een basisschool wordt uitgegaan van het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen als bedoeld in artikel 14 van het Bekostigingsbesluit WPO.

3. Voor een speciale school voor basisonderwijs wordt uitgegaan van het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen, berekend op grond van het aantal leerlingen gedeeld door de factor N = 14, waarbij de uitkomst naar boven op een geheel getal wordt afgerond en minimaal 2 groepen bedraagt.

4. Voor walscholen als bedoeld in artikel C15 van het Besluit trekkende bevolking WPO, wordt uitgegaan van het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen als bedoeld in artikel C15a van dat besluit, waarop de bekostiging van de materiële instandhouding voor het jaar 2001 is gebaseerd.

5. Voor de in artikel 1 onder b genoemde scholen, niet zijnde instellingen voor visueel gehandicapten, wordt uitgegaan van het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen, bedoeld in artikel 14 van het Bekostigingsbesluit WEC.

6. Voor de instellingen voor visueel gehandicapten wordt uitgegaan van het normatief bepaalde aantal te huisvesten groepen dat wordt berekend analoog aan artikel 14 van het Bekostigingsbesluit WEC met dien verstande dat voor de so-leerlingen wordt uitgegaan van de factor N 12 en voor de vso-leerlingen N = 7.

7. De subsidie wordt verstrekt aan de school inclusief eventuele afdelingen waar leerlingen ingeschreven staan op de teldatum 1 oktober 2000, met uitzondering van een school als bedoeld in artikel 1, onder C.

8. De subsidie wordt betaalbaar gesteld in de maand november van het jaar 2001.

9.

De subsidie dient te zijn besteed vóór 1 januari 2003.

Artikel 5

1. Voor het jaar 2001 wordt aan de school een afzonderlijke subsidie verstrekt van 20 cent per leerling.

2. Voor de bepaling van het aantal leerlingen wordt uitgegaan van het gestelde in artikel 3, vierde en vijfde lid van deze regeling.

3. De subsidie wordt betaalbaar gesteld in de maand november van het jaar 2001.

Artikel 6

1. In de aanvraag vaststelling rijksvergoeding (AVR) van het jaar waarin deze activiteiten zijn (worden) uitgevoerd, vindt ook de financiële verantwoording plaats. Uit de AVR moet blijken dat de uitgaven van de subsidiegelden rechtmatig hebben plaatsgevonden. De vaststelling van de subsidie vindt plaats gelijktijdig met de vaststelling van de AVR.

2. De instellingen voor visueel gehandicapten dienen de financiële verantwoording op te nemen in de jaarrekening.

3. De minister kan de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien uit de aanvraag vaststelling rijksvergoeding of uit de jaarrekening blijkt dat deze niet is besteed in overeenstemming met de bepalingen van deze regeling.

Artikel 7

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling vernieuwing onderwijsleermethoden inclusief ICT en verbetering kwaliteit schoolgebouwen voor het basis- en het (voortgezet) speciaal onderwijs.