40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003 | BWBR0014811 | ministeriele-regeling | geldend | 2003-03-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0014811 | SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003 |
SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de minister:* de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. b.
*project:* een samenhangend geheel van activiteiten, gericht op haalbaarheid, onderzoek of ontwikkeling, in combinatie met het voor de eerste maal demonstreren van producten of diensten die met gebruikmaking van technologie een voor Nederland vernieuwende bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van een maatschappelijk vraagstuk op het gebied van reïntegratie in arbeid of preventie van arbeidsuitval, bedoeld in bijlage 1 behorende bij deze regeling;
c. c.
*samenwerkingsverband:* een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee natuurlijke personen of rechtspersonen;
d. d.
*groep:* een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
1°.
natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, die direct of indirect:
-
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
-
volledig aansprakelijk vennoot is van, of
-
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
2°.
rechtspersonen of vennootschappen.
1°. 1°. natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen, die direct of indirect:
-
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
-
volledig aansprakelijk vennoot is van, of
-
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
-
-
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
-
-
-
volledig aansprakelijk vennoot is van, of
-
-
-
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
-
2°. 2°. rechtspersonen of vennootschappen.
Artikel 2
1.
De minister kan, met inachtneming van de artikelen 3 en 4 op aanvraag subsidie verstrekken voor projectkosten aan:
a. a. de persoon die voor eigen rekening en risico een project uitvoert, of b. b. een samenwerkingsverband dat voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoert.
2. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag is opgetreden.
Artikel 3
1.
Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. a. de volgende kosten, die na de indiening van de aanvraag zijn gemaakt en betaald en rechtstreeks aan het project zijn toe te rekenen:
1°.
loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar;
2°.
kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
3°.
de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten;
4°.
aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;
1°. 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het bruto jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van het betrokken directe personeel en, tot een maximum van 10 procent van de totale loonkosten, van het met projectmanagement belaste personeel, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1600 productieve uren per jaar; 2°. 2°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; 3°. 3°. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen leasetermijnen, met uitzondering van financieringskosten, of afschrijvingstermijnen, berekend op basis van de historische aanschafwaarde exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, tot een maximum van 25 procent van de totale projectkosten; 4°. 4°. aan derden verschuldigde kosten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; b. b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de in onderdeel a, aanhef en onder 1° bedoelde loonkosten.
2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
Artikel 4
In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies wordt de subsidie in ieder geval geweigerd:
a. a. indien de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, op grond van de Subsidieregeling arbeidsomstandigheden of de Subsidieregeling convenanten arbeidsomstandigheden zijn of kunnen worden gesubsidieerd; b. b. Indien onaannemelijk wordt geacht dat het project binnen twee jaren kan worden uitgevoerd.
Artikel 5
Het subsidiebedrag bedraagt 50% van de projectkosten, doch ten hoogste € 95000.
Artikel 6
1. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat ter inzage ligt bij het agentschap Senter.
2. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband dient een deelnemer de aanvraag mede namens de andere deelnemers in.
3.
In afwijking van artikel 5, vierde lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies worden subsidieaanvragen zodanig gerangschikt dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate:
a. a. de toepassing van technologie in het project meer vernieuwend is; b. b. het project meer maatschappelijk voordeel oplevert met betrekking tot reïntegratie in arbeid en preventie van arbeidsuitval; c. c. het project een groter economisch voordeel oplevert voor de betrokken ondernemers of de overheid; met dien verstande dat aan elk van deze criteria een gelijk gewicht wordt toegekend.
Artikel 7
1. Er is een projectgroep die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.
2. De projectgroep rangschikt, naar de mate waarin naar haar oordeel aan de criteria, bedoeld in artikel 6, derde lid, wordt voldaan, de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert.
3. De projectgroep bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste acht leden.
4. De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.
5. De projectgroep stelt haar werkwijze vast.
6. De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de projectgroep bij te wonen.
7. De minister voegt aan de projectgroep voldoende, adequate secretariële ondersteuning toe.
8. De minister draagt er zorg voor dat de projectgroep over alle stukken die zij in verband met de uitoefening van haar taken nodig acht, kan beschikken.
9. De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de projectgroep worden na beëindiging van de werkzaamheden van de projectgroep bewaard in het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 8
De minister geeft een beschikking binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen vier maanden kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.
Artikel 9
De subsidieontvanger is, in aanvulling op de verplichtingen, bedoeld in paragraaf 3 van de Algemene Regeling SZW-subsidies, verplicht:
a. a. het project uit te voeren voor het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen, of het stopzetten van het project; b. b. het project in Nederland uit te voeren, behoudens voorafgaande schriftelijke toestemming van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland; c. c. steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit te brengen omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan, de effecten van de uitvoering op het eindresultaat en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten.
Artikel 10
1. Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het voorschotbedrag ten minste € 4500 bedraagt.
2. Een aanvraag voor een voorschot wordt gelijktijdig ingediend met het verslag, bedoeld in artikel 9, onder c, met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat opgenomen is in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
3. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen.
4. Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden, de aanvraag in mede namens de andere deelnemers en gaat de aanvraag, indien het een eerste voorschot betreft, vergezeld van een verklaring van de indiener van de aanvraag waarin hij zich aansprakelijk stelt voor terugbetaling van de subsidie, voorzover de subsidieontvangers daartoe verplicht zijn.
Artikel 11
In aanvulling op artikel 14, eerste lid, van de Algemene regeling SZW-subsidies maakt de subsidieontvanger die een aanvraag tot subsidievaststelling indient gebruik van het origineel van een ondertekend formulier, dat opgenomen is in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Artikel 12
1. De minister stelt jaarlijks voor de aanvang van een kalenderjaar een subsidieplafond vast voor het verlenen van subsidies, ter uitvoering van deze regeling, op in een periode ontvangen aanvragen.
2. Voor de toepassing van deze regeling is in het kalenderjaar 2003 ten hoogste € 1.100.000,– beschikbaar. Dit bedrag is verdeeld over twee perioden, waarbij voor de eerste periode ten hoogste € 450.000,– beschikbaar is en voor de tweede periode ten hoogste € 650.000,–.
Artikel 13
1. De minister stelt jaarlijks voor de aanvang van een kalenderjaar perioden vast, na afloop waarvan de aanvragen op grond van deze regeling die in die periode zijn ontvangen worden behandeld.
2. In 2003 worden twee perioden vastgesteld, de eerste periode wordt vastgesteld op 17 maart 2003 tot en met 28 april 2003. De tweede periode wordt vastgesteld op 18 augustus 2003 tot en met 29 september 2003.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.
Bijlage 3
Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.
Bijlage 4
Bijlage ligt ter inzage bij het agentschap Senter, Den Haag.