rijk/ministeriele-regeling/themas-centraal-examen-maatschappijleer-1995-en-1996/BWBR0006090
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Thema's centraal examen maatschappijleer 1995 en 1996 BWBR0006090 ministeriele-regeling geldend 1993-07-29 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006090 Thema's centraal examen maatschappijleer 1995 en 1996

Thema's centraal examen maatschappijleer 1995 en 1996

Artikel 1

De thema's voor het centraal en schriftelijk examen maatschappijleer v.w.o. in de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996 zijn:

a. a. Politieke besluitvorming (themaveld: Staat en maatschappij); b. b. Mens en Werk (themaveld: Arbeid en vrije tijd); c. c. Milieu en Beleid (themaveld: Woon- en leefmilieu), als aangegeven in bijlage 1.

Artikel 2

De thema's voor het centraal en schriftelijk examen maatschappijleer h.a.v.o. in de schooljaren 1994/1995 en 1995/1996 zijn:

a. a. Politieke besluitvorming (themaveld: Staat en maatschappij); b. b. Mens en Werk (themaveld: Arbeid en vrije tijd); c. c. Criminaliteit en Strafrecht (themavelden: Staat en maatschappij, Woon- en leefmilieu).

Artikel 3

1.

De thema's voor het centraal en schriftelijk examen maatschappijleer m.a.v.o. en v.b.o. C/D in het schooljaar 1994/1995 zijn dezelfde als die voor de schooljaren 1990/1991 tot en met 1993/1994. Het zijn:

a. a. Politieke besluitvorming (themaveld: Staat en maatschappij); b. b. Massamedia (themaveld: Opvoeding en vorming); c. c. Criminaliteit en Strafrecht (themavelden: Staat en maatschappij, Woon- en leefmilieu).

2.

Voor het schooljaar 1995/1996 zijn de thema's:

a. a. Politieke besluitvorming (themaveld: Staat en maatschappij); b. b. Massamedia (themaveld: Opvoeding en vorming); c. c. Multiculturele samenleving (themavelden: Opvoeding en vorming, Woon- en leefmilieu).

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waarin deze regeling is bekendgemaakt.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Thema's centraal examen maatschappijleer 1995 en 1996.

Bijlage 1. Thema Milieu en Beleid (themaveld: Woon- en leefmilieu)

Op het centraal (schriftelijk) examen maatschappijleer v.w.o. van 1995 en 1996 komen de volgende drie thema's aan de orde:

De inhoudsomschrijvingen voor de examenthema's bestaan uit eindtermen, gegroepeerd naar drie invalshoeken van maatschappijleer (vgl. art. 1.4 van het examenprogramma):

De veranderings- en vergelijkende invalshoek, die in het examenprogramma wordt genoemd, is steeds geïntegreerd in de hierboven genoemde.

De eindtermen geven aan welke kennis, inzicht en vaardigheden van de kandidaat worden verwacht. De meeste eindtermen voor v.w.o. zijn produktief; dat wil zeggen dat de opstellers van de toetsen ervan uit mogen gaan dat kandidaten in staat zijn hun kennis, inzicht en vaardigheden toe te passen bij het analyseren van een (relatief nieuw) vraagstuk.

Eindtermen waarin wordt gevraagd om het verwoorden van een eigen mening of standpunt, zijn te typeren als vrije verwerking; kandidaten moeten een vraagstuk niet alleen kunnen analyseren, maar ook aan de hand van relevante en vak-specifieke criteria kunnen beoordelen.

Het werkwoord herkennen in de eindtermen verwijst naar identificatie; kandidaten moeten in staat zijn gegevens te vergelijken met het geleerde. Bij identificatie gaat het meestal om het herkennen van begrippen of verschijnselen in aangeboden voorbeelden. Kandidaten moeten in zulke gevallen in staat zijn hun antwoord toe te lichten. Als in eindtermen het werkwoord beschrijven wordt gebruikt, is er sprake van reproduktie; er kan worden teruggevraagd naar door de kandidaat opgedane kennis.

De formulering van de stof in eindtermen en de ordening van de eindtermen in bovengenoemde categorieën laat onverlet dat kandidaten in staat dienen te zijn kenniselementen uit verschillende eindtermen en categorieën met elkaar in verband te brengen.

Tevens worden kandidaten geacht bekend te zijn met de basisbegrippen, zoals vermeld in artikel 1.5 van het examenprogramma, en deze begrippen te kunnen gebruiken in de context van de onderhavige examenthema's.

Het thema Milieu en Beleid is nieuw voor het v.w.o..

De centrale vraagstelling voor dit thema kan als volgt worden omschreven: Hoe zijn in Nederland overheid, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven en individuele burgers betrokken bij milieuproblemen?

In categorie A Algemeen wordt het begrip milieuprobleem afgebakend, en wordt tevens gewezen op een belangrijk kenmerk: rekening houden met het milieu betekent geconfronteerd worden met dilemma's.

In categorie B Politiek-juridische aspecten wordt aangegeven waarom het milieuprobleem een sociaal en politiek probleem is. Tevens komen taken en verantwoordelijkheden van de overheid aan bod, alsmede de invloed die bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties proberen uit te oefenen op het beleid van de overheid. Daarbij wordt ook ingegaan op de oorzaken van de discrepantie tussen voorgenomen en feitelijk gevoerd milieubeleid.

In de sociaal-economische categorie C gaat het vooral om het verband tussen economische orde en milieuproblematiek, zowel in Nederland als op mondiaal niveau. De relatie met de onderontwikkeling in de Derde Wereld komt ter sprake in een eindterm over duurzame ontwikkeling.

In categorie D Sociaal-culturele aspecten tenslotte wordt aandacht besteed aan het verband tussen milieuproblemen enerzijds en waarden en normen anderzijds, zowel voor wat betreft de oorzaak ervan (bijvoorbeeld westers consumptiepatroon), als ook visies op de oplossing ervan (milieugroeperingen, politieke partijen). Deze categorie wordt afgesloten met eindtermen over de invloed van individueel gedrag op de milieuproblematiek.