rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-bijdrageregeling-plannen-luchtkwaliteit/BWBR0015682
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit BWBR0015682 ministeriele-regeling geldend 2003-10-10 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015682 Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit

Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. b. besluit: Besluit luchtkwaliteit; c. c. vaststellen van de luchtverontreiniging: vaststellen als bedoeld in artikel 20, tweede en zesde lid, van het besluit, van de luchtverontreiniging betreffende het jaar 2002; d. d. plandrempeloverschrijding: bij het vaststellen van de luchtverontreiniging gebleken overschrijding van in artikel 9, onder b, of artikel 10, onder b, van het besluit genoemde plandrempels; e. e. plan: plan als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit; f. f. planplichtige gemeente: gemeente die ingevolge artikel 25, eerste lid, van het besluit, is gehouden tot het opstellen van een plan.

Artikel 2

1. De Minister kan aan gemeenten op aanvraag een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten van het opstellen van een plan, dat voldoet aan de voorschriften van artikel 25, eerste en tweede lid, van het besluit.

2. De Minister kan aan provincies op aanvraag een eenmalige subsidie verstrekken als tegemoetkoming in de kosten van het betrekken van gemeentelijke plannen in het verslag van de maatregelen en plannen, bedoeld in artikel 28 van het besluit.

Artikel 3

1. Een gemeente komt voor subsidie in aanmerking indien zij een planplichtige gemeente is.

2. Een provincie komt voor subsidie in aanmerking indien zich binnen de grenzen van die provincie twee of meer planplichtige gemeenten bevinden.

Artikel 4

1.

Bij een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden ten minste de volgende bescheiden overgelegd:

a. a. een kopie van het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van het besluit; b. b. voor elke situatie binnen een gemeente waarbij sprake is van een plandrempeloverschrijding: een opgave van het aantal meters (m¹) van de weg die de hoogste bijdrage (van de wegen) levert aan die plandrempeloverschrijding, vastgesteld door de loodrechte horizontale projectie op die weg van:

        1°.
        woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt,
      
      
        2°.
        sportterreinen,
      
      
        3°.
        gebouwen voor gezondheidszorginstellingen,
      
      
        4°.
        gebouwen voor onderwijsinstellingen of
      
      
        5°.
        gebouwen voor kinderopvanginstellingen,
      
    
    die aan die weg zijn gelegen, voorzover bij deze objecten of terreinen sprake is van een plandrempeloverschrijding;

1°. 1°. woningen of bouwwerken die voor bewoning worden gebruikt, 2°. 2°. sportterreinen, 3°. 3°. gebouwen voor gezondheidszorginstellingen, 4°. 4°. gebouwen voor onderwijsinstellingen of 5°. 5°. gebouwen voor kinderopvanginstellingen, c. c. het totaal van de onder b. bedoelde aantal meters (m¹); d. d. een of meer geografische kaarten met behulp waarvan het onder c bedoelde totale aantal meters (m¹) kan worden herleid.

2. Het in lid 1, onder b, bedoelde aantal meters mag worden afgerond op eenheden van 50 meter.

3. Voor het bepalen van het in lid 1, onder c, bedoelde totaal wordt een weggedeelte slechts eenmaal meegeteld.

4. Bij een aanvraag tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt ten minste een opgave verstrekt van het aantal, binnen de grenzen van de provincie gelegen, planplichtige gemeenten.

5. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 17 november 2003.

Artikel 5

1.

Het subsidieplafond bedraagt:

a. a. voor subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, € 700.000; b. b. voor subsidies als bedoeld in artikel 2, tweede lid, € 75.000.

2. Bij de verlening van subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid, wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

Artikel 6

1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt € 5.000 per gemeente.

2. De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt ten hoogste € 49.999 per provincie.

3. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt verhoogd indien er budget resteert van het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, nadat alle tijdig ingediende aanvragen tot subsidieverlening zijn beoordeeld, en bedraagt ten hoogste € 49.999 per gemeente.

4.

Bij de toepassing van het derde lid wordt de volgende verdelingsmaatstaf gebruikt:

a. a. aanvragen worden ingedeeld in klassen volgens de onderstaande tabel, waarbij het ingevolge artikel 4, eerste lid, onder c, opgegeven totaal aantal meters (m¹) de maatstaf vormt; b. b. aan elke klasse is in de tabel een wegingsfactor gekoppeld;

                **Klasse**
              
            
            
              
                **Totaal aantal meters (m¹) bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c**
              
            
            
              
                **Wegingsfactor **
              
            
          
        
        
          
            
              1
            
            
              0 t/m 250
            
            
              10
            
          
          
            
              2
            
            
              251 t/m 500
            
            
              12
            
          
          
            
              3
            
            
              501 t/m 1.000
            
            
              16
            
          
          
            
              4
            
            
              1.001 t/m 1.500
            
            
              22
            
          
          
            
              5
            
            
              1.501 t/m 2.000
            
            
              30
            
          
          
            
              6
            
            
              2.001 t/m 3.000
            
            
              40
            
          
          
            
              7
            
            
              3.001 t/m 4.000
            
            
              52
            
          
          
            
              8
            
            
              4.001 t/m 5.000
            
            
              66
            
          
          
            
              9
            
            
              5.001 en meer
            
            
              84

c. c. per klasse wordt het aantal gemeenten vermenigvuldigd met de bijbehorende wegingsfactor; aldus ontstaat een rekengrootheid per klasse; d. d. per klasse is een aandeel beschikbaar uit het subsidiebudget. Dit aandeel wordt als volgt berekend:

              (totaal van het resterende subsidiebudget) x (rekengrootheid van die klasse)
            
          
          
            
              (het totaal van de rekengrootheden uit alle klassen)

e. e. het subsidiebedrag dat aan de aanvrager wordt toegekend wordt als volgt berekend:

              (aandeel van de betreffende klasse in euro)
            
          
          
            
              (aantal gemeenten in de betreffende klasse)

5.

De subsidie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt als volgt berekend:

het subsidieplafond, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, wordt over de aanvragende provincies verdeeld naar rato van het binnen de grenzen van de betreffende provincies gelegen aantal planplichtige gemeenten.

Artikel 7

Een aanvraag als bedoeld in artikel 2, eerste lid, strekkend tot subsidievaststelling, gaat vergezeld van een kopie van het plan.

Artikel 8

Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden gericht aan de minister en ingediend bij NOVEM in Utrecht met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 augustus 2005, met dien verstande dat deze regeling na die datum van toepassing blijft op aanvragen tot subsidieverlening die zijn ingediend voor de in artikel 4, vijfde lid, genoemde datum.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke bijdrageregeling plannen luchtkwaliteit.