40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006 | BWBR0020132 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020132 | Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006 |
Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
richtlijn nr. 2005/94/EG: richtlijn nr. 2005/94/EG van de Raad van 20 december 2005 betreffende communautaire maatregelen ter bestrijding van aviaire influenza en tot intrekking van Richtlijn 92/40 (PbEU L10);
b. b. laagpathogene aviaire influenza (LPAI): een besmetting van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels als omschreven in bijlage I, onderdeel 3, van richtlijn nr. 2005/94/EG; c. c. pluimvee: pluimvee als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van richtlijn nr. 2005/94/EG; d. d. andere in gevangenschap levende vogels: andere in gevangenschap levende vogels als bedoeld in artikel 2, onderdeel 6, van richtlijn nr. 2005/94/EG; e. e. zoogdier: een tot de klasse Mammalia behorend dier, met uitzondering van de mens; f. f. bedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel 8, van richtlijn nr. 2005/94/EG; g. g. gebied: in bijlage I aangewezen beperkingsgebied; h. h. minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; i. i. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit; j. j. vervoermiddel: voertuig, waaronder mede begrepen een combinatie van een voertuig met één of meer door dat voertuig voortbewogen aanhangwagens, opleggers of containers.
Artikel 2
Het is in een gebied verboden te handelen in strijd met de in bijlage I bij de onderscheiden aangewezen gebieden telkens van toepassing verklaarde artikelen of artikelonderdelen van deze regeling.
Artikel 3
1.
Het vervoer, met inbegrip van verplaatsing over de openbare weg zonder vervoermiddel, van
a. a. pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, b. b. gebruikt strooisel of mest, afkomstig van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels; c. c. broed- en consumptie-eieren,
uit, naar of binnen het gebied, is verboden.
2. Het is verboden gebruikt strooisel of mest, afkomstig van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels, aan te wenden binnen het gebied.
3. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van doorvoer door het gebied over de autosnelwegen A1 en A30 of over het spoor zonder dat er in het gebied gelost of halt gehouden wordt.
Artikel 4
1.
In afwijking van artikel 3, eerste lid, is het toegestaan:
a. a. opfokhennen, eendagskuikens en andere in gevangenschap levende vogels naar het gebied, en binnen het gebied rechtstreeks naar de bestemming te vervoeren; b. b. pluimvee bestemd voor de slacht vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een slachthuis in Nederland; c. c. eendagskuikens rechtstreeks vanuit het gebied naar een bedrijf in Nederland te vervoeren, mits de eendagskuikens daar ten minste 21 dagen blijven; d. d. eendagskuikens afkomstig uit broedeieren van buiten het gebied gelegen bedrijven rechtstreeks vanuit het gebied te vervoeren naar een ander bedrijf, mits de broederij op basis van haar bedrijfsvoering kan waarborgen dat de eieren waaruit de eendagskuikens afkomstig zijn, niet in aanraking zijn gekomen met andere broedeieren of met eendagskuikens, afkomstig van pluimveekoppels in het gebied; e. e. eieren, niet geproduceerd in het gebied, naar, uit of binnen het gebied te vervoeren; f. f. broedeieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks naar een binnen of buiten het gebied gelegen broederij in Nederland te vervoeren, mits de eieren en de verpakking ervan vóór verzending worden ontsmet en de herkomst van de broedeieren kan worden getraceerd; g. g. consumptie-eieren, geproduceerd in het gebied, rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied in Nederland gelegen pakstation, mits zij in wegwerpverpakkingen zijn verpakt en het door de VWA opgestelde hygiëneprotocol ter zake wordt nageleefd; h. h. consumptie-eieren geproduceerd in het gebied, te vervoeren vanuit het gebied vanaf een pakstation gelegen in het gebied; i. i. eieren vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar een binnen of buiten het gebied gelegen inrichting voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III bij verordening (EG) nr. 853/2004, die worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II bij verordening (EG) nr. 853/2004; j. j. eieren, bestemd voor verwijdering in de zin van artikel 2, onderdeel 24, van richtlijn nr. 2005/94/EG, vanuit het gebied rechtstreeks te vervoeren naar de desbetreffende bestemming.
2. Op verzoek van een bedrijf kan de VWA namens de Minister ontheffing onder voorwaarden verlenen van het bepaalde in artikel 3, eerste en tweede lid.
Artikel 5
1.
Het is verboden vervoermiddelen, gebruikt of kennelijk bestemd voor het vervoer van:
a. a. levend pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels; b. b. gebruikt strooisel of mest afkomstig van pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels;
te verplaatsen binnen het gebied.
2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de toepassing van artikel 4, mits de vervoermiddelen bij het verlaten van het bedrijf worden gereinigd en ontsmet overeenkomstig het door de VWA goedgekeurd hygiëneprotocol dat in overeenstemming is met de eisen voor reiniging en ontsmetting vermeld in bijlage VI bij richtlijn nr. 2005/94/EG.
3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor de toepassing van artikel 3, derde lid.
4.
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:
a. a. de bestuurder van het vervoermiddel kan aantonen dat het vervoer betreft anders dan het vervoer als bedoeld in het eerste lid, of b. b. het vervoermiddel aantoonbaar een dubbele reiniging en ontsmetting heeft ondergaan en na de dubbele reiniging en ontsmetting drie dagen stil heeft gestaan voordat het vervoermiddel verplaatst wordt binnen het gebied.
Artikel 6
1. In afwijking van de artikelen 44 tot en met 46 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s is het verboden pluimvee of andere in gevangenschap levende vogels tijdelijk te verzamelen binnen het gebied.
2. Artikel 4b, tweede tot en met vijfde lid, van de Tijdelijke regeling ter wering van Aviaire Influenza II is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
1. Op een bedrijf waar voor commerciële doeleinden pluimvee wordt gehouden, is de houder van dat pluimvee verplicht maatregelen te nemen zodat elk contact tussen bezoekers en pluimvee is uitgesloten en al het noodzakelijke te doen, dan wel na te laten om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet. Onder al het noodzakelijke wordt tenminste verstaan het aanbrengen van fysieke afscheidingen tussen het pluimvee en de overige op het bedrijf aanwezige dieren.
2.
Het is de houder, bedoeld in het eerste lid, toegestaan:
a. a. politiebeambten, huisartsen, ambulancepersoneel, brandweerlieden, psychosociale hulpverleners en andere soortgelijke noodhulpdiensten en hun materieel; b. b. monteurs, loonwerkers, dierenartsen en bedrijfsverzorgers met inbegrip van pluimveeservicebedrijven, indien er een acuut gevaar voor de gezondheid van pluimvee aanwezig is en werkzaamheden van deze personen noodzakelijk zijn om deze situatie op te heffen; c. c. toezichthouders;
in contact te laten treden met pluimvee, mits de in de onderdelen a, b en c bedoelde personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw de nodige hygiënemaatregelen in acht nemen om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken en de kleding en het materieel van deze personen bij het betreden en het verlaten van een bedrijfsgebouw is gereinigd en ontsmet om te voorkomen dat besmetting met of verspreiding van LPAI zich voordoet.
Artikel 8
Op een bedrijf, niet zijnde een bedrijf als bedoeld in artikel 7, zorgt de houder van het op dit bedrijf aanwezige pluimvee ervoor dat een bezoeker voordat deze een bedrijfsgebouw betreedt, of voordat hij het bezochte bedrijfsgebouw verlaat, de nodige hygiënemaatregelen in acht neemt om elk risico van verspreiding van LPAI zo veel mogelijk te beperken.
Artikel 9
Het is verboden pluimvee en andere in gevangenschap levende vogels die bestemd zijn om in het wild te worden uitgezet, vrij te laten.
Artikel 10
Deze regeling laat het bepaalde op grond van artikel 25 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Tijdelijke regeling ter wering van Aviaire Influenza II, onverlet.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling beperkingen in verband met laagpathogene Aviaire Influenza 2006.
Artikel 12
Deze regeling wordt aan de media bekendgemaakt en treedt op 1 augustus 2006, om 15.00 uur in werking.