rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-cjg/BWBR0023323
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling CJG BWBR0023323 ministeriele-regeling geldend 2008-01-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0023323 Tijdelijke regeling CJG

Tijdelijke regeling CJG

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. Minister: Minister voor Jeugd en Gezin; b. b. jeugdige: natuurlijke persoon jonger dan 23 jaar; c. c. ouder: ouder, stiefouder of ander natuurlijke persoon die de jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; d. d. jeugdgezondheidszorg: uitvoering van het uniform deel van het basistakenpakket jeugdgezondheidszorg, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit jeugdgezondheidszorg; e. e. maatschappelijke ondersteuning jeugd: uitvoering van op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel g, onder 2°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning door middel van de volgende vijf functies:

      1°.
       het informeren en adviseren van jeugdigen en ouders;
    
    
      2°.
       het vroegtijdig signaleren van problemen van jeugdigen en ouders;
    
    
      3°.
       het aanbod van hulp en zorg bij problemen met opgroeien en met opvoeden toegankelijk maken voor jeugdigen en ouders; 
    
    
      4°.
      het bieden van lichte hulp bij problemen met opgroeien en met opvoeden voor jeugdigen en ouders; en
    
    
      5°.
      de coördinatie van gemeentelijke hulp en zorg die aan jeugdigen en ouders wordt geboden;

1°. 1°. het informeren en adviseren van jeugdigen en ouders; 2°. 2°. het vroegtijdig signaleren van problemen van jeugdigen en ouders; 3°. 3°. het aanbod van hulp en zorg bij problemen met opgroeien en met opvoeden toegankelijk maken voor jeugdigen en ouders; 4°. 4°. het bieden van lichte hulp bij problemen met opgroeien en met opvoeden voor jeugdigen en ouders; en 5°. 5°. de coördinatie van gemeentelijke hulp en zorg die aan jeugdigen en ouders wordt geboden; f. f. afstemming jeugd en gezin: afstemming van de jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning jeugd op de domeinen onderwijs en provinciale jeugdzorg; g. g. centrum voor jeugd en gezin: organisatie met een geïntegreerd aanbod van jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning jeugd, een voor jeugdigen en ouders toegankelijk fysiek inlooppunt alsmede toeleiding naar andere vormen van lokale zorg en hulp en naar voorzieningen in de domeinen onderwijs en provinciale jeugdzorg, voor welke toeleiding de afstemming jeugd en gezin is gerealiseerd. h. h. realiseren van een centrum voor jeugd en gezin: het tot stand brengen en inrichten van een centrum voor jeugd en gezin; i. i. brede doeluitkering: meerjarige specifieke uitkering, als bedoeld in artikel 2 van deze regeling.

Artikel 2

De Minister verleent zonder voorafgaande aanvraag aan een gemeente een meerjarige brede doeluitkering ten behoeve van jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning jeugd en afstemming jeugd en gezin alsmede ten behoeve van het realiseren van ten minste één centrum voor jeugd en gezin in de periode 2008 tot en met 2011.

Artikel 3

De brede doeluitkering ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 4

Hoofdstuk III van het Besluit maatschappelijke ondersteuning is van toepassing op het verstrekken van de brede doeluitkering.

Artikel 5

1. Het bedrag van de brede doeluitkering dat aan een gemeente wordt verleend, is gelijk aan het bedrag dat in de bijlage bij deze regeling bij de desbetreffende gemeente staat vermeld.

2. De Minister kan het bedrag van de uitkering bijstellen in geval van wijziging van de indeling van gemeenten of grenscorrecties.

Artikel 6

1. De Minister verleent aan de gemeente, genoemd in de bijlage bij deze regeling, in 2008, 2009, 2010 en 2011 het in die bijlage bij de desbetreffende gemeente genoemde voorschot op de verleende brede doeluitkering.

2. De Minister verstrekt de voorschotten op de verleende brede doeluitkering als volgt: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende uitkeringsjaar te bevoorschotten bedrag van de brede doeluitkering.

Artikel 7

1.

Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat:

a. a. in de loop van de periode waarvoor de brede doeluitkering wordt verstrekt voldoende gemakkelijk te bereiken fysieke inlooppunten gerealiseerd worden om jeugdigen en ouders in die gemeente toegang te verschaffen tot een centrum voor jeugd en gezin; b. b. de centra voor jeugd en gezin herkenbaar en laagdrempelig zijn voor jeugdigen en ouders; c. c. de afstemming jeugd en gezin gericht is op een sluitend aanbod aan jeugdigen en ouders van jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning jeugd, de provinciale jeugdzorg en de zorg in en om het onderwijs; d. d. ten behoeve van de afstemming jeugd en gezin en het geïntegreerde aanbod van jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning jeugd in ieder geval samenwerking wordt gezocht met het bureau jeugdzorg, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet op de jeugdzorg en, indien aanwezig, de zorg- en adviesteams in het onderwijs; e. e. de afstemming jeugd en gezin wordt neergelegd in schriftelijke sluitende afspraken, tussen de betrokken organisaties.

2. Bij het realiseren van centra voor jeugd en gezin houdt het college van burgemeesters en wethouders rekening met de ontwikkeling naar het elektronisch kinddossier en de verwijsindex risicojongeren.

Artikel 8

Voor het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 3.3.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning, wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

Artikel 9

1. De brede doeluitkering wordt vastgesteld op het bedrag dat de gemeente in de periode 2008 tot en met 2011 heeft besteed aan jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning jeugd, afstemming jeugd en gezin en het realiseren van centra voor jeugd en gezin in die periode.

2. De brede doeluitkering wordt ten hoogste vastgesteld op het bedrag dat aan de gemeente is verleend.

3.

Het besteed bedrag, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit:

a. a. betalingen van de gemeente aan derden voor jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning jeugd, afstemming jeugd en gezin en het realiseren van centra voor jeugd en gezin; b. b. kosten van de gemeente voor eigen activiteiten ten behoeve van jeugdgezondheidszorg, maatschappelijke ondersteuning jeugd, afstemming jeugd en gezin en het realiseren van centra voor jeugd en gezin.

4. Het besteed bedrag, bedoeld in het eerste lid, bestaat voor investeringen uitsluitend uit betalingen en kosten, bedoeld in het derde lid, ten behoeve van de ten hoogste naar in het maatschappelijk verkeer aanvaardbare normen berekende afschrijvingslasten in de periode 2008 tot en met 2011.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 januari 2008 en vervalt met ingang van 1 januari 2012 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op brede doeluitkeringen die op grond van deze regeling zijn verstrekt.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling CJG.

Bijlage