40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 | BWBR0018367 | ministeriele-regeling | geldend | 2005-06-10 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0018367 | Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005 |
Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005
Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. wet: Wet stedelijke vernieuwing; b. b. de minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; c. c. prioritaire wijken: wijken genoemd in bijlage I bij deze regeling; d. d. tendersysteem: verdelingssysteem van subsidies, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna een beoordeling plaatsvindt en een rangorde wordt gemaakt, volgens welke rangorde verlening van de subsidies plaatsvindt voorzover de beschikbare middelen dat toelaten; e. e. de beschikbare middelen: het door het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer voor de uitvoering van deze regeling gereserveerde bedrag van € 35 miljoen.
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2
De minister kan subsidies verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan:
a. a. het opheffen van tijdens de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing gerezen knelpunten die niet zijn voorzien en die de voortgang van het proces van stedelijke vernieuwing doen stagneren of vertragen, en b. b. het versnellen van de uitvoering van plannen en projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing.
Artikel 3
Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan uitsluitend worden aangevraagd door burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht.
Artikel 4
Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 hebben in elk geval betrekking op een of meer van de doelstellingen, genoemd in artikel 2 van het Besluit beleidskader stedelijke vernieuwing 2005.
Artikel 5
Aanvragen hebben uitsluitend betrekking op plannen en projecten in prioritaire wijken waarover de aanvragende gemeente in het kader van de aanpak van die wijken naar het oordeel van de minister op voldoende wijze afspraken heeft gemaakt met de bij die wijk betrokken lokale partijen.
Artikel 6
Per wijk als bedoeld in artikel 5 wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend.
Hoofdstuk 3. De aanvraag tot verlening van subsidie
Artikel 7
Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gericht aan de minister en wordt bij brief vóór 1 september 2005 ingediend.
Artikel 8
Een aanvraag tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:
a. a. op welke wijk de aanvraag betrekking heeft; b. b. een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen respectievelijk te bereiken; c. c. wat de oorzaken zijn van de knelpunten die de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt op te heffen; d. d. de dringende noodzaak tot, of het overwegende belang bij, het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen; e. e. met welke maatregelen de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt de knelpunten op te heffen, dan wel de versnellingen te bereiken, welke kosten daarmee zijn gemoeid en wat het bedrag van de aangevraagde subsidie is; f. f. vóór welke data de gemeente, gegeven de subsidie, de voorgenomen maatregelen, bedoeld onder e, zal ondernemen en het bedrag van de subsidie zal hebben besteed; g. g. de te bereiken resultaten en de indicatoren met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder e, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en h. h. een verklaring van burgemeester en wethouders dat het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat niet in strijd is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid.
Hoofdstuk 4. De beoordeling van de aanvraag tot verlening van subsidie
Artikel 9
De minister beoordeelt de aanvragen tot verlening van subsidie volgens een tendersysteem waarbij de criteria voor het bepalen van de rangorde zijn:
a. a. de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid van de voorgenomen maatregelen; b. b. de mate waarin het ontstaan van een knelpunt aan de gemeente te wijten is; c. c. de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, er sprake is van een dringende noodzaak tot of een overwegend belang bij het opheffen van een knelpunt, dan wel het bereiken van een versnelling, en d. d. de mate waarin, vergeleken met andere aanvragen, de kosten van de voorgenomen maatregelen in een gunstige verhouding staan tot de verwachte resultaten van die maatregelen.
Hoofdstuk 5. De beslissing op de aanvraag tot verlening van subsidie
Artikel 10
De minister kan een aanvraag tot verlening van subsidie afwijzen of een lagere subsidie dan aangevraagd verlenen, indien:
a. a. de aanvraag tot verlening van subsidie geen betrekking heeft op een in onderdeel a of b van artikel 2 bedoelde situatie of niet voldoet aan een of meer van de artikelen 3 tot en met 8; b. b. een zodanige subsidie naar het oordeel van de minister niet doeltreffend of doelmatig is; c. c. de gemeente het bedrag van de subsidie niet binnen twee kalenderjaren, volgend op het kalenderjaar waarin de aanvraag tot verlening van de subsidie is ingediend, zal besteden; d. d. het ontstaan van een knelpunt naar het oordeel van de minister mede te wijten is aan de gemeente; e. e. een subsidie:
1°.
niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen;
2°.
in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of
3°.
zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen;
1°. 1°. niet uitsluitend zal worden besteed aan het opheffen van knelpunten, dan wel aan versnellingen; 2°. 2°. in disproportionele mate zal worden besteed aan kosten van beheer, planontwikkeling of plankosten, of 3°. 3°. zal worden besteed aan de dekking van financiële tekorten van bij het plan of project betrokken toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet of commerciële partijen; f. f. de begrote kosten, dan wel het aangevraagde bedrag van de subsidie gevoegd bij de financiële inspanningen die de gemeente voornemens is te leveren, naar het oordeel van de minister niet in overeenstemming is met de werkelijke kosten van de voorgenomen maatregelen; g. g. het met gebruikmaking van de subsidie beoogde resultaat strijdig is met het ontwikkelingsprogramma, bedoeld in artikel 7 van de wet, het provinciaal beleid of het rijksbeleid, of h. h. de indicatoren, bedoeld in artikel 8, onder g, naar het oordeel van de minister geen betrouwbare meting mogelijk maken van de gerealiseerde opheffing van knelpunten, dan wel de gerealiseerde versnellingen.
Artikel 11
1. Op aanvragen die in aanmerking komen voor het verlenen van subsidie, wordt door de minister, de rangorde volgend en voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, beschikt vóór 1 december 2005.
2.
Een beschikking tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:
a. a. het bedrag van de subsidie; b. b. een beschrijving van de knelpunten, dan wel de versnellingen, die de gemeente beoogt op te heffen, respectievelijk te bereiken, waarvoor de subsidie wordt verleend; c. c. de maatregelen die de gemeente zal treffen om die knelpunten op te heffen, dan wel die versnellingen te bereiken; d. d. de te bereiken resultaten en de indicatoren, met behulp waarvan na de afronding van de maatregelen, bedoeld onder c, gemeten kan worden in hoeverre de knelpunten zijn opgeheven, dan wel de versnellingen zijn bereikt, en e. e. de uiterste datum waarop de maatregelen, bedoeld onder c, gerealiseerd dienen te zijn.
Artikel 12
1. Indien de minister op grond van omstandigheden als bedoeld in artikel 15 de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke de subsidie is verleend wijzigt of intrekt kan hij vervolgens, voorzover de beschikbare middelen dat toelaten, subsidie verlenen ten behoeve van een aangehouden aanvraag tot verlening van subsidie. De minister kan daarbij afwijken van de termijn, genoemd in artikel 11, eerste lid.
2. Aanvragen tot verlening van subsidie die niet zijn gehonoreerd met een verlening worden afgewezen vóór 1 februari 2006.
Hoofdstuk 6. Aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen
Artikel 13
1. Aan de verlening van de subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden.
2.
Aan de verlening van de subsidie is in elk geval de verplichting verbonden dat de gemeente aan welke de subsidie is verleend, onder overlegging van de relevante stukken, zo spoedig mogelijk mededeling aan de minister doet van nieuwe omstandigheden die:
a. a. er toe leiden dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd; b. b. van invloed kunnen zijn op het succesvol opheffen van de knelpunten, dan wel op het succesvol bereiken van de versnellingen, en c. c. van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de subsidie.
3. Aan de verlening van de subsidie is voorts de verplichting verbonden tot het gebruik van een gemeentelijk registratiesysteem betreffende de uitvoering van de maatregelen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d, gemeten met behulp van de indicatoren, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder d.
4. Onverminderd artikel 15 kan de minister, zolang de subsidie niet is vastgesteld, de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wijzigen of aanvullen, dan wel alsnog zodanige verplichtingen aan de verlening van de subsidie verbinden, indien uit zich na de verlening van de subsidie voordoende omstandigheden blijkt dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd.
Hoofdstuk 7. Voorschotverlening
Artikel 14
De minister kan voorschotten verlenen op de verleende subsidies.
Hoofdstuk 8. Intrekking en wijziging van verleende subsidies en terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen
Artikel 15
Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de minister de verlening van de subsidie ten nadele van de gemeente aan welke die subsidie is verleend wijzigen of intrekken indien:
a. a. na de verlening van de subsidie blijkt dat niet voldaan wordt aan artikel 4 of 5; b. b. de ontvanger van een subsidie de maatregelen, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onder c, niet meer wenst uit te voeren of de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet meer wenst na te komen; c. c. na de verlening van de subsidie blijkt dat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10, onder a tot en met g; d. d. uit nieuwe omstandigheden blijkt dat het opheffen van de knelpunten, dan wel het bereiken van de versnellingen, niet overeenkomstig de beschikking tot verlening van de subsidie zullen worden gerealiseerd; e. e. uit nieuwe omstandigheden blijkt dat de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen niet worden nagekomen; f. f. de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van subsidie zou hebben geleid; g. g. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten, of h. h. geen medewerking wordt verleend aan de controle, bedoeld in artikel 17, derde lid.
Artikel 16
1. Onverschuldigd betaalde bedragen worden teruggevorderd.
2. Bij een terugvordering als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat over de onverschuldigd betaalde bedragen de wettelijke rente, bedoeld in artikel 120 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, verschuldigd is.
Hoofdstuk 9. Verantwoording, vaststelling en betaling van de verleende subsidie
Artikel 17
1. Binnen zeven maanden na afloop van het gemeentelijk begrotingsjaar waarin de maatregelen zijn afgerond en het daarop betrekking hebbende bedrag van de verleende subsidie in zijn geheel is besteed, dienen burgemeester en wethouders bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie in.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van:
a. a. een verklaring omtrent de besteding van het bedrag van de verleende subsidie; b. b. een verslag dat een vergelijking bevat van de in de beschikking tot verlening van de subsidie vermelde te bereiken resultaten met de bereikte resultaten en een toelichting op de verschillen, en c. c. indien de verleende subsidie een bedrag van € 50 000,– te boven gaat:
1°.
een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en
2°.
een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
1°. 1°. een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die betrekking heeft op het getrouwe beeld van de verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, en 2°. 2°. een rapport van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, omtrent de vraag of het registratiesysteem, bedoeld in artikel 13, derde lid, een betrouwbare registratie mogelijk heeft gemaakt van de uitvoering van de maatregelen en de realisatie van de te bereiken resultaten, bedoeld in dat artikellid, alsmede omtrent de afwijkingen tussen de aan dat registratiesysteem ontleende gegevens en de in het verslag, bedoeld onder b, opgenomen gegevens.
3. De minister kan een controle doen instellen op de ingevolge dit artikel verstrekte gegevens.
Artikel 18
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt ingericht overeenkomstig bijlage II bij deze regeling.
2. De verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder a, wordt ingericht overeenkomstig bijlage III bij deze regeling.
3. Het verslag, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder b, wordt ingericht overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling.
4. De verklaring, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, onder 1°, wordt opgesteld met inachtneming van bijlage V, onderdeel A en B, bij deze regeling.
5. Het rapport van bevindingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onder c, onder 2°, wordt opgesteld met inachtneming van bijlage V, onderdeel C, bij deze regeling.
Artikel 19
1. De minister stelt de subsidie vast binnen twaalf weken nadat hij de daartoe strekkende aanvraag heeft ontvangen. De subsidie wordt vastgesteld op het bedrag van de verleende subsidie, indien geen van de in artikel 15 bedoelde omstandigheden zich voordoet en de ingevolge artikel 17 aan de minister verstrekte gegevens daaraan niet in de weg staan.
2. De vaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.
3. De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.
Artikel 20
1. Indien de in artikel 17, eerste lid, bedoelde termijn is verstreken zonder dat een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.
2. De minister gaat niet over tot ambtshalve vaststelling dan nadat de gemeente, die de in artikel 17, eerste lid, bedoelde termijn heeft overschreden, in de gelegenheid is gesteld alsnog een aanvraag tot vaststelling van de verleende subsidie in te dienen binnen een door de minister te bepalen termijn.
Hoofdstuk 10. Slotbepalingen
Artikel 21
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2006. Het bepaalde in deze regeling blijft na 31 december 2005 van toepassing op ingediende aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling waarop voor 1 januari 2006 nog niet onherroepelijk is beslist en op verleende subsidies, bedoeld in artikel 2 van deze regeling, die voor 1 januari 2006 niet zijn ingetrokken of niet zijn vastgesteld.
Artikel 22
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling impulsbudget stedelijke vernieuwing 2005.
Bijlage I. behorende bij
Bijlage II. behorende bij
[afbeelding]
Bijlage III. behorende bij
[afbeelding]
Bijlage IV. behorende bij
[afbeelding]