rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-informatie-uitwisseling-ondergrondse-netten/BWBR0024089
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten BWBR0024089 ministeriele-regeling geldend 2008-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024089 Tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten

Tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. besluit: Besluit informatie-uitwisseling ondergrondse netten; b. b. Minister: de Minister van Economische zaken; c. c. burgerservicenummer: het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer.

Paragraaf 2. Deelname aan informatie-uitwisseling

Artikel 2

1. Voor de aanmelding, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, gebruikt de beheerder, de grondroerder, de opdrachtgever of het bestuursorgaan een daarvoor door de Dienst vastgesteld formulier.

2.

In het geval van een aanmelding van een beheerder, opdrachtgever, grondroerder of bestuursorgaan, verstrekt deze:

a. a. betreffende de organisatie: het nummer van inschrijving in het handelsregister voor zover de organisatie gehouden is zich in te schrijven in het handelsregister; b. b. betreffende de persoon die is belast met de taak van informatie-uitwisseling op grond van de wet: een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening, zijn burgerservicenummer en, voor zover zijn bevoegdheid niet blijkt uit een openbaar register, een kopie van de machtiging om namens de organisatie aan de informatie-uitwisseling op grond van de wet deel te nemen.

3. Indien de in het tweede lid bedoelde onderneming niet in Nederland is gevestigd of in Nederland vertegenwoordigd is door een gevolmachtigde handelsagent, verstrekt de onderneming in afwijking van onderdeel a van het tweede lid de naam, het bezoekadres, en, in voorkomend geval, het nummer waaronder de onderneming in een buitenlands register is ingeschreven, de naam van dat register en de plaats en het land waar het register wordt gehouden.

4. Indien de in het tweede lid bedoelde persoon niet beschikt over een burgerservicenummer, verstrekt hij in plaats hiervan zijn persoonsgegevens.

5. Na vaststelling dat de vereiste gegevens en bescheiden zijn overgelegd, kent de Dienst aan de beheerder, de grondroerder, de opdrachtgever of het bestuursorgaan een code toe ten behoeve van de deelname door de in het tweede lid bedoelde persoon aan de informatie-uitwisseling op grond van de wet.

6. De aangemelde organisatie informeert de Dienst onverwijld met gebruikmaking van een daarvoor door de Dienst vastgesteld formulier over een wijziging van de bij de aanmelding verstrekte gegevens.

Artikel 3

1. Degene die anders dan in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding doet door tussenkomst van de Dienst verstrekt hierbij aan de Dienst een kopie van zijn identiteitsbewijs, zijn handtekening en zijn burgerservicenummer of, indien hij niet beschikt over een burgerservicenummer, zijn persoonsgegevens, dan wel identificeert zich op een andere wijze ten genoege van de Dienst.

2. Indien in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gedaan door tussenkomst van de Dienst en de betrokkene beschikt niet op grond van artikel 2 over een code, is artikel 2, tweede, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

3. Indien het oriëntatieverzoek of de graafmelding wordt gedaan door een bestuursorgaan dat niet op grond van artikel 2 over een code beschikt, is artikel 2, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4

1. Van de verplichtingen van de artikelen 6, tweede lid, 10, eerste lid, 45 en 46 van de wet is de beheerder vrijgesteld die een net beheert dat geheel of grotendeels is gelegen in grond die geen openbare grond is in de zin van artikel 1, onderdeel aa, van de Telecommunicatiewet en mits die grond door hem wordt gebruikt krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van

a. a. een net dat een aansluiting heeft ten behoeve van derden, niet zijnde ondernemingen die deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarvan ook de beheerder deel uitmaakt; b. b. een net met een gevaarlijke inhoud of een net met de functie gas hoge druk, chemie, petrochemie, landelijk hoogspanningsnet, hoogspanning of warmte, zoals omschreven in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 5

1. Van de verplichtingen van de artikelen 6, tweede lid, 10, eerste lid, 45 en 46 van de wet is vrijgesteld de beheerder van een net dat is gelegen binnen de gemeente Rotterdam en waarvoor hij beschikt over een vergunning op grond van de Leidingenverordening Rotterdam 2005 of de Telecommunicatieverordening Rotterdam 2008.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van

a. a. de gemeente Rotterdam voor zover deze als beheerder optreedt; b. b. beheerders van netten met een gevaarlijke inhoud.

Paragraaf 3. Vereisten inzake de informatieverstrekking

Artikel 6

1. De Dienst verstrekt bij de ontvangstbevestiging aan degene die een oriëntatieverzoek of een graafmelding heeft gedaan een overzicht van de beheerders aan wie het desbetreffende graafbericht is gezonden.

2. Bij het doen van een oriëntatieverzoek of een graafmelding wordt gebruik gemaakt van de daarvoor door de Dienst vastgestelde formulieren.

Artikel 7

De beheerdersinformatie omvat in voorkomende gevallen gegevens over te nemen voorzorgsmaatregelen.

Artikel 8

Bij de aanduiding van de functie van een net wordt gebruik gemaakt van de functie-indeling, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 9

Vermelding in de beheerdersinformatie van het aantal kabels, bedoeld in artikel 5, vierde lid, onder b, van het besluit, is niet vereist ten aanzien van kabels die deel uitmaken van een stervormig aangelegd aansluitnetwerk indien deze kabels telkens op een afstand van een meter zijn samengebonden.

Artikel 10

De beheerder rapporteert langs elektronische weg over het aantal schadegevallen met gebruikmaking van een daarvoor door de Minister vastgesteld formulier.

Artikel 11

De grondroerder doet de melding, bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de wet, onder vermelding van het nummer dat de Dienst hem heeft verstrekt naar aanleiding van de graafmelding, en van informatie over de ligging en kenmerken van het desbetreffende gedeelte van het net met een weergave op het door de beheerder verstrekte kaartmateriaal. De grondroerder verzendt een afschrift van deze melding aan de Minister.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2008.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling informatie-uitwisseling ondergrondse netten.

Bijlage . , behorende bij

Onderstaand overzicht bevat een overzicht van functies van netten, met een nadere omschrijving.