40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten | BWBR0010063 | ministeriele-regeling | geldend | 1999-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0010063 | Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten |
Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten
Paragraaf 1
Artikel 1
Deze regeling verstaat onder:
Artikel 2
De artikelen 3 tot en met 10 bevatten voorschriften voor het toekennen van een bijdrage aan contactgemeenten ter bevordering van activiteiten van gemeentebesturen in een regio, gericht op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten.
Paragraaf 2. Samenwerking
Artikel 3
1. Ter bestrijding van het voortijdig schoolverlaten werken de gemeentebesturen in een regio samen.
2. Indien in een regio één of meer gemeentebesturen niet voldoen aan het eerste lid, meldt de contactgemeente in die regio dit in de effectrapportage aan de minister.
Artikel 4
1. Het gemeentebestuur in een regio is, onverminderd het bepaalde in de Leerplichtwet 1969, verantwoordelijk voor een integrale aanpak van de problematiek van het voortijdig schoolverlaten.
2. Wat de niet-leerplichtige voortijdige schoolverlaters betreft, nemen de gemeentebesturen het initiatief tot het opzetten en instandhouden van een sluitende melding, registratie en doorverwijzing.
3. De gemeentebesturen maken in het kader van de in het tweede lid bedoelde taak afspraken met de onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties in de regio.
Artikel 5
1. Indien de gemeentebesturen in een regio een andere gemeente als contactgemeente aanwijzen dan de gemeente die is aangewezen op grond van artikel 5, eerste lid, van het Tijdelijk besluit, draagt de laatstbedoelde gemeente alle bescheiden die betrekking hebben op de uitvoering van deze regeling over aan de gemeente die als contactgemeente is aangewezen. De wijziging van de aanwijzing wordt gemeld aan de minister.
2. Indien de gemeentebesturen in een regio inzake de aanwijzing van de contactgemeente, bedoeld in het eerste lid, niet tot overeenstemming kunnen komen, wijst de minister de contactgemeente aan.
Artikel 6
De gemeentebesturen stemmen de afspraken die zijn gemaakt op grond van deze regeling zoveel mogelijk af met de overige binnen het RBA-gebied gelegen regio’s.
Artikel 7
De contactgemeente heeft tot taak:
a. a. het maken van afspraken met de onderwijsinstellingen en de ondersteunende organisaties in een regio over de inzet en verantwoordelijkheid bij het bestrijden van het voortijdig schoolverlaten, b. b. zorg te dragen voor de totstandkoming van een regionaal netwerk van onderwijsinstellingen en ondersteunende organisaties in een regio, c. c. het organiseren en coördineren van regionale melding, registratie en doorverwijzing van voortijdig schoolverlaters, en d. d. het coördineren van het opstellen van een effectrapportage met betrekking tot de in de onderdelen a tot en met c genoemde taken.
Paragraaf 3. Toekennen bijdrage
Artikel 8
1. In het jaar 2001 is voor de uitvoering van deze regeling een budget beschikbaar van € 5.446.000.
2.
Het budget, bedoeld in het eerste lid, wordt op de navolgende wijze verdeeld over de regio's:
a. a. een vast bedrag van € 90.800 per regio, b. b. een bedrag van f 4.200.000,- dat aan de hand van de in het derde lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven over de regio's wordt verdeeld; c. c. een bedrag van f 10.000.000,- dat aan de hand van de in het derde lid genoemde percentages en berekeningsmaatstaven over de regio's wordt verdeeld, met dien verstande dat bij de berekeningsmaatstaven de volwassen inwoners van de G25, bedoeld in de Bijdrageregeling sociale integratie en veiligheid G25 buiten beschouwing worden gelaten.
3.
Het in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde deel van de specifieke uitkering wordt per gemeente in de betreffende regio berekend aan de hand van de berekeningsmaatstaven educatie, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit WEB, met dien verstande dat:
a. a. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel a, van dat besluit, als peildatum geldt 1 januari 2000, b. b. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel b, van dat besluit, wordt geteld het gemiddelde over de jaren 1994 tot en met 1999, c. c. voor de berekeningsmaatstaf, bedoeld in artikel 3.2.2, eerste lid onderdeel c, van dat besluit, als peildatum geldt 1 januari 2000.
4. De minister berekent het budget, bedoeld in het derde lid, voor 20% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel a, voor 60% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel b, en voor 20% aan de hand van de maatstaf, bedoeld in het derde lid onderdeel c.
5. Het budget dat voor iedere regio beschikbaar is, staat vermeld in de bijlage behorende bij deze regeling.
6. De budgetten, bedoeld in de bijlage, worden jaarlijks voor 15 december aan de contactgemeenten uitbetaald, met dien verstande dat het budget, berekend op grond van het tweede lid onderdeel c, uiterlijk 1 juli aan de contactgemeenten wordt uitbetaald.
7. Bij een wijziging van de gemeentelijke indeling of een grenscorrectie wordt het deel van het budget dat op grond van het eerste en tweede lid is berekend voor een gemeente die geheel of gedeeltelijk opgaat in 1 of meer andere gemeenten, vanaf de datum van herindeling aan de gemeenten toegerekend naar rato van het aantal inwoners dat in de desbetreffende gemeente blijft onderscheidenlijk naar de desbetreffende gemeente overgaat. Indien een gemeente die niet behoort tot de G25, bedoeld in het tweede lid onder c, geheel of gedeeltelijk opgaat in een gemeente die daar wel toe behoort, wordt het voor eerstgenoemde gemeente berekende bedrag als bedoeld in het tweede lid onder c, voor het jaar waarin de herindeling in werking treedt in zijn geheel aangemerkt als bedrag voor een gemeente die niet behoort tot de G25.
8. Het budget kan met inachtneming van het eerste tot en met zevende lid door Onze Minister worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
Artikel 9
Het budget voor een regio wordt jaarlijks overeenkomstig de verdeling, bedoeld in artikel 8, tweede lid, aan de contactgemeente betaald na toetsing door de minister in overeenstemming met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de effect-rapportage van het vorige kalenderjaar aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, tweede lid.
Paragraaf 4. Effectrapportage
Artikel 10
1. De contactgemeente dient uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat volgt op het jaar waarop deze rapportage betrekking heeft, bij de minister een effectrapportage in.
2.
In de effectrapportage zijn ten minste opgenomen:
a. a. de namen van de contactgemeente en de overige gemeenten in de regio, b. b. de namen van de gemeenten die niet voldoen aan artikel 3, eerste lid, c. c. een overzicht van de ondersteunende organisaties die werkzaamheden verrichten in het kader van deze regeling, d. d. een kwantitatieve beschrijving van de regionale problematiek, e. e. een kwantitatieve verplichting inzake het terugdringen van de regionale problematiek, f. f. een volledig beeld over de resultaten van het gevoerde beleid, ten einde inzicht te verschaffen in de mate waarin de geformuleerde afspraken zijn gerealiseerd, g. g. de inzet van de eigen en de in het kader van deze regeling beschikbaar gestelde middelen. en h. h. de wijze waarop de middelen worden besteed om de registratie te verbeteren.
3. Indien naar het oordeel van de minister de effectrapportages niet of niet voldoende het in het tweede lid bedoelde inzicht geven, kan ten behoeve van het volgende kalenderjaar de verdeling van het in artikel 8, eerste lid, genoemde budget over de regio’s geheel of gedeeltelijk worden gewijzigd.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1999.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten.