40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 | BWBR0046602 | ministeriele-regeling | geldend | 2022-08-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0046602 | Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 |
Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bevoegd gezag: provincie of gemeente als bedoeld in de Wet bodembescherming of gemeente als bedoeld in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming, zoals die luidden voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden;
- buitenproportionele opgave: buitenproportionele opgave als bedoeld in artikel 13, tweede lid;
- convenant bodem en ondergrond: convenant bodem en ondergrond 2016–2020 zoals dat luidde op 31 december 2020;
- convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties: convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties zoals dat luidde op 31 december 2015;
- historische spoedopgave: aanpak van historische spoedeisende bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 8, tweede lid;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- oude afspraken: aantoonbare financiële afspraken die in het verleden tussen een individueel bevoegd gezag en het Rijk zijn gemaakt over de sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
2. De definities en begrippen van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2
De artikelen 2, eerste en derde lid, 4, eerste en tweede lid, 6, 8, 10, 11, 12, aanhef en onderdelen b, c, d, e, f, g, h, i en k, 13, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 23, eerste en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 3
Het doel van deze regeling is om door middel van het verstrekken van specifieke uitkeringen bevoegde gezagen in staat te stellen een aantal taken op het gebied van bodemsanering goed af te ronden en nieuwe bodemkwaliteitsopgaven te signaleren en daarop te reageren met een passende aanpak.
Artikel 4
1.
Het plafond voor de specifieke uitkeringen op grond van deze regeling bedraagt voor:
a. a. historische spoedopgaven: maximaal € 17.556.924,–, exclusief compensabele btw; b. b. buitenproportionele opgaven: maximaal € 20.398.331,–, exclusief compensabele btw, waarvan:
1°
maximaal € 8.000.000,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van diffuus verspreid lood; en
2°
maximaal € 12.398.331,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van PFAS;
1° 1° maximaal € 8.000.000,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van diffuus verspreid lood; en 2° 2° maximaal € 12.398.331,– exclusief compensabele btw beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van PFAS; c. c. oude afspraken: maximaal € 21.000.000,– exclusief compensabele btw; en d. d. de tweede aanvraagperiode voor de aanpak historische spoedopgaven, bedoeld in artikel 12a: maximaal € 19.329.778,–, exclusief compensabele btw.
2. Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5
Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor activiteiten als bedoeld in deze regeling wordt gedaan voor de aanpak van ofwel een historische spoedopgave, ofwel een buitenproportionele opgave, met inachtneming van artikel 15, ofwel een oude afspraak.
Artikel 6
Een specifieke uitkering kan worden verleend voor activiteiten als bedoeld in artikel 8, artikel 12a of artikel 13 die in 2022 zijn gestart mits deze zijn opgenomen in de aanvraag voor de desbetreffende specifieke uitkering en aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 11 respectievelijk 17, wordt voldaan.
Artikel 7
In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M kan de minister afwijzend beslissen op een aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling, indien voor de activiteiten uit anderen hoofde Rijksmiddelen zijn of zullen worden verstrekt dan wel kunnen worden verstrekt.
Paragraaf 2. Historische spoedopgaven
Artikel 8
1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer historische spoedopgaven.
2.
Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit:
a. a. de aanpak van de individuele historische spoedlocaties die zijn opgenomen in de eindrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, gepubliceerd op de website van Bodemplus, alsmede van historische spoedlocaties waarvoor uiterlijk op 30 april 2022 een onherroepelijke beschikking tot spoedige sanering als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden is genomen; b. b. gebiedsgericht grondwaterbeheer in gebieden conform het beheer zoals dat uiterlijk op 30 april 2022 is vastgesteld door het bevoegd gezag; c. c. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen, van gesaneerde locaties dan wel de afbouw daarvan; of d. d. de aanpak van de waterbodems die zijn opgenomen in de monitoringsrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ondergrond over het jaar 2020, gepubliceerd op de website van Bodemplus.
3. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1 bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag.
Artikel 9
1. Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan een specifieke uitkering aanvragen voor activiteiten of voor financiële verplichtingen met betrekking tot de aanpak van een historische spoedopgave die in 2022 worden uitgevoerd respectievelijk worden aangegaan.
2.
Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de projecten of de locaties die onderdeel uitmaken van de historische spoedopgave van het bevoegd gezag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, onderverdeeld naar:
1° 1° individuele spoedlocaties; 2° 2° gebiedsgericht grondwaterbeheer; 3° 3° nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen; en 4° 4° de aanpak van waterbodems als bedoeld op lijst C van het convenant bodem en ondergrond.
3. In afwijking van artikel 10, vierde lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit subsidies I en M vermeldt het bevoegd gezag bij de aanvraag aan welke projecten de gevraagde specifieke uitkering zal worden besteed.
4. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2022.
5. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.
Artikel 10
Indien een aanvrager een hogere specifieke uitkering aanvraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 8, derde lid, verleent de minister indien de aanvraag voor honorering in aanmerking komt ten hoogste het bedrag, bedoeld in dat lid.
Artikel 11
1. Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 12a, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde projecten of locaties voor zover het gaat om kosten voor onderzoek, saneringsmaatregelen of andere activiteiten die nodig zijn voor het wegnemen of beheersen van onaanvaardbare humane, ecologische dan wel verspreidingsrisico’s bij die projecten of locaties, met dien verstande dat de uitkering mag worden besteed aan een ander project of een andere locatie binnen de aanpak van de historische spoedopgave, genoemd in die beschikking.
2. Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
3. Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
4. Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2022 en hebben een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
5. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vierde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
Artikel 12
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 12a, eerste lid, verstrekt jaarlijks voor het einde van het kalenderjaar informatie aan de minister over de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende specifieke uitkering is verstrekt, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd of zijn afgerond.
Artikel 12a
1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer historische spoedopgaven als bedoeld in artikel 12b.
2. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 3 tot en met 31 oktober 2022.
Artikel 12b
1.
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, kan een specifieke uitkering aanvragen voor activiteiten of voor financiële verplichtingen met betrekking tot de aanpak van een historische spoedopgave die in 2022 worden uitgevoerd respectievelijk worden aangegaan mits de aanvraag de aanpak betreft van activiteiten, locaties of projecten:
a. a. die niet zijn opgenomen in een aanvraag die op grond van artikel 8, eerste lid, in mei 2022 is ingediend; of b. b. waarvoor op grond van artikel 8, eerste lid, een aanvraag in mei 2022 is ingediend en waarvoor het aangevraagde bedrag op grond van artikel 8, derde lid, niet volledig is toegekend.
2. Artikel 9, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a.
3. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2a bij deze regeling indien het een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, betreft.
4. Een aanvraag wordt ingediend door een daartoe namens het bevoegd gezag bevoegde persoon ondertekende brief indien het een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft. In de brief wordt het resterende bedrag opnieuw aangevraagd en wordt verwezen naar de desbetreffende aanvraag van mei 2022 en de desbetreffende beschikking tot verlening van de specifieke aanvraag.
5. Een aanvraag als bedoeld in dit artikel kan per e-mail worden gedaan.
Artikel 12c
De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Paragraaf 3. Buitenproportionele opgaven
Artikel 13
1. De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor het uitvoeren van een of meer buitenproportionele opgaven.
2.
Een buitenproportionele opgave is een bodem- of grondwaterkwaliteitsopgave voor het bevoegd gezag:
a. a. met betrekking tot het element diffuus verspreid lood of tot het element PFAS, waarbij sprake is van een dringende noodzaak om maatregelen te nemen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging of omdat stagnatie dreigt van noodzakelijke maatschappelijke ontwikkelingen; b. b. waarvoor de aanpak vraagt om veel kennis, capaciteit en middelen van dat bevoegd gezag; en c. c. die niet valt onder afronding van historische spoedopgaven of onder oude afspraken.
Artikel 14
De kosten die voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met onderzoek of bodemsanering in het kader van de aanpak van de buitenproportionele opgave.
Artikel 15
1. Voor ieder element, genoemd in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, wordt een separate aanvraag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, ingediend.
2. Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft een of meer projecten en bevat per project in ieder geval een projectplan.
3.
Het projectplan, bedoeld in het tweede lid, bevat:
1° 1° een beschrijving van het doel en de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd en waaruit blijkt dat er voor de aanpak door het desbetreffende bevoegd gezag een dringende noodzaak is om onaanvaardbare risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging weg te nemen; en 2° 2° de kosten per activiteit van het project zoals opgenomen in het projectplan, waarbij wordt onderbouwd voor welk deel van de kosten de specifieke uitkering wordt gevraagd.
4. Indien activiteiten als bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd tezamen met andere decentrale overheden, zijn in het projectplan hun rol en verantwoordelijkheden uitgewerkt waaruit blijkt dat het bevoegd gezag de activiteiten uit het projectplan kan realiseren.
5. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2022.
6. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling.
Artikel 16
1. De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, na het einde van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 15, vijfde lid.
2. Indien het totaal van de voor honorering in aanmerking komende aanvragen, bedoeld in het eerste lid, meer bedraagt dan het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1, respectievelijk subonderdeel 2, wordt het desbetreffende bedrag evenredig verdeeld over de desbetreffende aanvragen.
3. Indien het bedrag dat beschikbaar is voor activiteiten voor de aanpak van het element diffuus verspreid lood niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het element PFAS en wordt dat bedrag evenredig verdeeld over de daarvoor voor honorering in aanmerking komende aanvragen.
Artikel 17
1. Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering voor een buitenproportionele opgave uitsluitend aan de voorbereiding, begeleiding en uitvoering van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan, met dien verstande dat een uitkering voor activiteiten voor een project mag worden besteed aan andere activiteiten binnen hetzelfde element, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a.
2. Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
3. Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
4. Een project start in 2022 en heeft een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
5. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mag in afwijking van het vierde lid het project uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
Artikel 18
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, verstrekt jaarlijks voor het einde van het kalenderjaar informatie aan de minister over de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende specifieke uitkering is verstrekt, waarbij wordt aangegeven welke projecten worden uitgevoerd of zijn afgerond.
Paragraaf 4. Oude afspraken
Artikel 19
De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer gevallen van bodemverontreiniging waarover een oude afspraak is gemaakt.
Artikel 20
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 19 bevat in ieder geval een projectplan voor de uitwerking van de beoogde maatregelen voor de in dat artikel bedoelde aanpak.
2. De aanpak, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 22, en het doel van de sanering is concreet beschreven en meetbaar.
3. Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 15 oktober tot en met 31 december 2022.
4. Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling.
Artikel 21
De minister verdeelt het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Artikel 22
1.
Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 19, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan:
a. a. de instandhouding of voortzetting van een reeds tussen de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het desbetreffende bevoegd gezag overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige bodemverontreiniging; b. b. het nemen van maatregelen die tot doel hebben om te komen tot afbouw van isoleren, beheer- en controlemaatregelen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond; of c. c. het wegnemen van onvoorziene milieu-hygiënische risico’s bij de reeds overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige verontreiniging.
2. Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.
3. Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.
4. Een project als bedoeld in artikel 19 start in 2023 en heeft een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.
5. In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mag in afwijking van het vierde lid het project uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.
Paragraaf 5. Bevoorschotting
Artikel 23
1. De minister verstrekt een voorschot van 100%.
2. In de beschikking tot verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling, wordt vermeld wanneer het voorschot wordt verstrekt.
Paragraaf 6. Verantwoording andere overheden en vaststelling specifieke uitkering
Artikel 24
1. Onverminderd artikel 24, eerste lid, derde volzin, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een buitenproportionele opgaven de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van toepassing indien een gemeente die geen bevoegd gezag is middelen uit die specifieke uitkering ontvangt.
2. Op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering is artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing indien een omgevingsdienst middelen uit die specifieke uitkering ontvangt.
3. De artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet zijn van overeenkomstige toepassing op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een historische spoedopgave en over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een buitenproportionele opgave indien een waterschap middelen uit de desbetreffende specifieke uitkering ontvangt.
Artikel 25
1. De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de desbetreffende eindverantwoording, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, is ontvangen, vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 11, 17, respectievelijk 22, en aan de verplichting, bedoeld in artikel 12 respectievelijk 18.
2. De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag dan is bepaald in de verleningsbeschikking indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet geheel hebben plaatsgevonden conform de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 11, 17, respectievelijk artikel 22 en de verplichting, bedoeld in artikel 12 respectievelijk 18.
Paragraaf 7. Wijziging regeling
Artikel 26
Wijzigt deze regeling.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 27
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2022.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.
Artikel 28
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022.
Bijlage 1. bedoeld in
Vervallen
Bijlage 2. bedoeld in
^1 Voor de projecten of de locaties waarvoor de specifieke uitkering 2022 wordt aangevraagd en de begroting van de kosten per project/locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd gelden de volgende voorwaarden:
^2 Bedrag inclusief de niet-compensabele BTW en exclusief de compensabele BTW.
^3 Het totaal van de gevraagde uitkering bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1 bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag. Indien een aanvrager een hogere specifieke uitkering aanvraagt dan dit bedrag dan verleent de minister, indien de aanvraag voor honorering in aanmerking komt, ten hoogste het bedrag aangegeven in bijlage 1.
Bijlage 2a. bedoeld in
^1 De bedragen op het aanvraagformulier mogen uitsluitend betrekking hebben op middelen voor activiteiten, projecten of locaties die niet in de aanvraag van mei 2022 waren opgenomen. Als voor een project of locatie middelen voor een nieuwe activiteit worden aangevraagd, dient dit toegelicht te worden in de daarvoor bedoelde tabel op het aanvraagformulier. Voor het aanvragen van het bedrag dat in mei 2022 is aangevraagd maar op grond van bijlage 1 van de regeling niet is gehonoreerd, volstaat een aanvraag per brief zonder aanvraagformulier, met verwijzing naar die aanvraag en de beschikking. Het is dus niet nodig nogmaals de locaties en bedragen in te vullen die reeds in de aanvraag van mei 2022 zijn ingediend. De aanvrager kan er voor kiezen de aanvraag enkel per e-mail op te sturen.
^2Voor de projecten of de locaties waarvoor de specifieke uitkering 2022 wordt aangevraagd en de begroting van de kosten per project/locatie waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, gelden de volgende voorwaarden:
• het betreft projecten/locaties die onderdeel uitmaken van de historische spoedopgave van het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 12a van de regeling, en
• het betreft enkel de kosten voor onderzoek, saneringsmaatregelen of andere activiteiten die nodig zijn voor het wegnemen of beheersen van onaanvaardbare humane, ecologische dan wel verspreidingsrisico’s bij die projecten of locaties, en
• de specifieke uitkering wordt uitsluitend aangevraagd voor activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of voor activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet kunnen worden gedragen door de eigenaar, en
• de uitkering heeft betrekking op activiteiten die starten in 2022 en een doorlooptijd hebben van ten hoogste drie jaar te rekenen vanaf de datum die daartoe is opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke aanvraag.
^3 Bedrag inclusief de niet-compensabele BTW en exclusief de compensabele BTW.
^4 Hier kan een korte toelichting worden opgenomen om bijvoorbeeld bijzonderheden aan te geven (zie ^1) of om de scheiding met de aanvraag van mei 2022 duidelijk te maken. Dit om onduidelijkheden te voorkomen over het mogelijk twee keer aanvragen van middelen voor dezelfde activiteiten.
Bijlage 3. bedoeld in
^1 Een bevoegd gezag moet per element een aparte aanvraag indienen.
^2 Vul per project het formulier in bijlage 2 in en voeg een projectplan en een kostenraming bij.
^3 Bedrag inclusief de niet-compensabele BTW, exclusief de compensabele BTW.
N.B. Naast dit formulier dient een projectplan en een kostenraming te worden ingediend. Onderbouw in het projectplan waarom sprake is van een buitenproportionele opgaven als bedoeld in artikel 1 van de regeling en maak inzichtelijk dat de besteding van de specifieke uitkering voldoet aan artikel 17 van de regeling.
Bijlage 4. bedoeld in
^1 Vul per project het formulier in bijlage 2 in en voeg een projectplan en een kostenraming bij.
^2 Bedrag inclusief de niet-compensabele BTW, exclusief de compensabele BTW.
N.B. Naast dit formulier dient een projectplan en een kostenraming te worden ingediend. Onderbouw in het projectplan waarom sprake is van een oude afspraak als bedoeld in artikel 1 van de regeling en maak inzichtelijk dat de besteding van de specifieke uitkering voldoet aan artikel 22 van de regeling.