rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-specifieke-uitkering-landelijk-verbeterprogramma-overwegen-2/BWBR0046302
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 20222028 BWBR0046302 ministeriele-regeling geldend 2022-02-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046302 Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 20222028

Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 20222028

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • LVO-projectteam: het team, samengesteld uit vertegenwoordigers van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en ProRail B.V., dat de uitvoering van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen coördineert;
  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • Ontvanger: gemeente of provincie die een specifieke uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 5;
  • Overweg: kruising van een spoorweg met een weg die in beheer is bij een ontvanger;
  • Project: de voorbereiding en uitvoering van werkzaamheden ter vergroting van de verkeersveiligheid op een overweg ter uitvoering van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen.

Artikel 2

Op deze regeling zijn de artikelen 6, eerste lid, 8, derde lid, aanhef en onderdelen a, b en d, 10, eerste, derde en vierde lid, 11, 12, aanhef en onderdelen b tot en met e, g en i, 14, eerste en tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a tot en met c, e en f, en tweede lid, 18, 21 en 23, eerste en derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

Deze regeling heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning aan provincies en gemeenten bij de voorbereiding en de uitvoering van werkzaamheden die worden verricht in het kader van het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen ter vergroting van de verkeersveiligheid op overwegen.

Artikel 4

1. Het bedrag dat voor de jaren 2022 tot en met 2028 voor de specifieke uitkering beschikbaar is gesteld is € 120.000.000,.

2. Bij wijziging van het beschikbare bedrag doet de minister daarvan mededeling in de Staatscourant uiterlijk in november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor het subsidieplafond wordt vastgesteld.

3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.

Artikel 5

1. De minister verleent op aanvraag een specifieke uitkering aan de ontvanger ten behoeve van de realisatie van een project als aan de voorwaarden, genoemd in artikel 7 is voldaan.

2. De specifieke uitkering bedraagt ten hoogste vijftig procent van de totale kosten van het project.

3. De hoogte van de specifieke uitkering is afhankelijk van de mate waarin risicos voor de verkeersveiligheid op een overweg afnemen.

4. De afname van de risicos wordt bepaald aan de hand van een berekening van de effectiviteit van te nemen maatregelen, uitgaande van de situatie ter plaatse.

5. De berekening, bedoeld in het vierde lid, wordt uitgevoerd door het LVO-projectteam.

6.

Voor de berekening, bedoeld in het vierde lid, neemt het LVO-projectteam in aanmerking:

a. a. de huidige en de beoogde verkeerssituatie op en in de omgeving van de overweg; b. b. de huidige en de verwachte aard en omvang van het verkeer; en c. c. de realisatiekosten van het project.

Artikel 6

1. De provincie of de gemeente dient een aanvraag voor een specifieke uitkering elektronisch in, uiterlijk zes maanden voor het einde van de geldigheidsduur van deze regeling.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van een kopie van de door de partijen getekende bestuursovereenkomst of van een andere schriftelijke bevestiging van de zijde van het Rijk die ten behoeve van het project is opgesteld, en van een verklaring van de provincie of de gemeente dat:

a. a. wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 7; en b. b. de provincie of de gemeente bereid is mee te werken aan kennisuitwisseling met andere overheden over de inrichting en uitvoering van een project.

3. In geval van een onvolledige aanvraag wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen twee weken aan te vullen met de gegevens die op grond van dit artikel en op grond van artikel 10, eerste, derde en vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M, zijn benodigd.

Artikel 7

1. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan het project.

2. Beoogd is om binnen twee jaar na de verlening van de specifieke uitkering te beginnen met de realisatie van het project.

3. Het project wordt gerealiseerd overeenkomstig de bestuursovereenkomst of andere schriftelijke bevestiging van het Rijk die ten behoeve van het project is opgesteld.

4. Zodra de ontvanger signaleert dat de verleende specifieke uitkering dreigt te worden overschreden, rapporteert de ontvanger dit onverwijld aan de minister.

5.

De ontvanger rapporteert voorts jaarlijks aan het LVO-projectteam over:

a. a. de voortgang van het project; b. b. een afwijking van de planning; c. c. een afwijking van het budget; en d. d. de beheersing van de risicos van het project.

Artikel 8

1. De minister kan bij de verlening ambtshalve of op aanvraag besluiten tot het verstrekken van een of meerdere voorschotten voor de specifieke uitkering.

2. Een voorschot wordt in één of in twee termijnen betaald.

3.

Als het voorschot in twee termijnen wordt betaald:

a. a. bedraagt de eerste termijn ten hoogste vijftig procent van de specifieke uitkering en wordt deze uiterlijk twee jaar voor het beoogde begin van de realisatie van het project uitgekeerd; en b. b. bedraagt de tweede termijn het resterende deel van de specifieke uitkering en wordt deze uiterlijk in het jaar van het beoogde begin van de realisatie van het project uitgekeerd.

Artikel 9

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 10

1.

De minister stelt de specifieke uitkering ambtshalve vast en stelt die vast op het bedrag dat is bepaald in de verleningsbeschikking indien:

a. a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht; b. b. de activiteiten hebben plaatsgevonden conform deze beschikking en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7; en c. c. binnen twee jaar na de verlening van de specifieke uitkering is begonnen met de uitvoering van het project.

2. De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag indien de specifieke uitkering niet of niet volledig overeenkomstig deze regeling is besteed.

3. De vaststelling vindt plaats op basis van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

4.

Een besluit tot vaststelling vermeldt in ieder geval:

a. a. het bedrag van de vastgestelde specifieke uitkering; b. b. het uitgekeerde voorschot; c. c. het te betalen of terug te vorderen bedrag.

Artikel 11

De minister publiceert voor 1 april 2026 een evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkering Landelijk Verbeterprogramma Overwegen 20222028.