rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-specifieke-uitkeringen-decentraal-spoor/BWBR0046014
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor BWBR0046014 ministeriele-regeling geldend 2021-12-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046014 Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor

Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • ontvanger: de provincies Drenthe, Limburg, Overijssel en Utrecht;
  • specifieke uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 3.

Artikel 2

Doel van de specifieke uitkering op grond van deze regeling is een bijdrage aan de ontvanger leveren ten behoeve van de dekking van het exploitatie- of beheertekort van de in artikel 3 bedoelde decentrale spoor- en tramdiensten, ten behoeve van de instandhouding van die diensten.

Artikel 3

De Minister verstrekt jaarlijks een specifieke uitkering aan de ontvangers voor:

    1. het beheer van de infrastructuur van de tramdienst Utrecht-Nieuwegein-IJsselstein; en
    1. voor de exploitatie van de decentrale spoordiensten:

      a.
      op het traject Zwolle-Emmen;
      
      
      b.
      stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck;
      
      
      c.
      stoptreindienst Sittard-Heerlen;
      
      
      d.
      sneltreindienst Heerlen-Aken;
      
      
      e.
      op het traject Zwolle-Enschede.
      

a. a. op het traject Zwolle-Emmen; b. b. stoptreindienst Roermond-Maastricht Randwijck; c. c. stoptreindienst Sittard-Heerlen; d. d. sneltreindienst Heerlen-Aken; e. e. op het traject Zwolle-Enschede.

Artikel 4

1.

De specifieke uitkering bedraagt maximaal het hierna aangegeven bedrag per jaar voor de daarbij genoemde ontvanger:

a. a. provincie Drenthe: € 1.922.000,-; b. b. provincie Limburg, voor:

        1°
        stoptreindiensten Sittard-Heerlen en Roermond-Maastricht Randwijck: € 6.000.000,-;
      
      
        2°
        sneltreindienst Heerlen-Aken: € 250.000,-;

1° 1° stoptreindiensten Sittard-Heerlen en Roermond-Maastricht Randwijck: € 6.000.000,-; 2° 2° sneltreindienst Heerlen-Aken: € 250.000,-; c. c. provincie Overijssel: € 9.706.000,-; d. d. provincie Utrecht: € 4.950.000,-.

2. Met uitzondering van het in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, genoemd bedrag, worden de in het eerste lid genoemde bedragen in 2022 gecorrigeerd conform het prijspeil van 2021.

3. De in het eerste lid, onderdelen a, b, onder 2°, en c, genoemde bedragen worden, na correctie bedoeld in het eerste lid, met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd conform de Landelijke Bijdrage Index trein-elektrisch.

4. Het in het eerste lid, onderdeel d, genoemd bedrag wordt, na correctie bedoeld in het eerste lid, met ingang van 2022 jaarlijks geïndexeerd conform de Index Bruto Overheidsinvesteringen.

Artikel 5

1. Gelijktijdig met de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering verleent de Minister een voorschot van 100%.

2. Dit voorschot wordt betaald binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking tot verlening.

Artikel 6

De ontvangers leggen verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 7

De Minister stelt de specifieke uitkering overeenkomstig de verlening jaarlijks vast binnen zes maanden nadat de eindverantwoording voor het betreffende jaar overeenkomstig artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet heeft plaatsgevonden.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling specifieke uitkeringen decentraal spoor.