40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19 | BWBR0044821 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-02-18 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044821 | Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19 |
Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- dierentuin: een inrichting die een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren heeft voor onbepaalde tijd en waar de bezoekers van die inrichting in een deel van de referentieperiode een toegangsprijs betaalden om de tentoongestelde dieren te kunnen zien;
- EBIT: winst voor rente en belastingen;
- minister: minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
- netto oppervlakte: oppervlakte van de dierentuin in vierkante meters, exclusief de oppervlakte van parkeerplaatsen en van de op het terrein van de dierentuin aanwezige vakantieverblijven;
- omzet: opbrengsten als tegenprestatie voor de levering van producten of diensten door de dierentuin;
- parkkosten: kosten voor noodzakelijk dagelijks onderhoud aan dierverblijven, kosten om dierenverblijven in te richten en om bezoekers, personeel en dieren veilig te houden;
- percentage omzetverlies subsidiabele periode: percentage omzetverlies berekend overeenkomstig artikel 3, tweede lid;
- personeelskosten: salarislasten, sociale lasten, pensioenpremies en de kosten van ingehuurd personeel;
- referentieperiode 1: de periodes van 1 januari tot en met 18 mei 2019, 9 november tot en met 18 november 2019, en van 15 tot en met 31 december 2019;
- referentieperiode 2: periode van 19 mei 2019 tot en met 4 juni 2019;
- subsidiabele periode 1: periodes van 9 november 2020 tot en met 18 november 2020 en van 15 december 2020 tot en met 18 mei 2021;
- subsidiabele periode 2: periode van 19 mei 2021 tot en met 4 juni 2021.
Artikel 2
1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een dierentuin om bij te dragen aan de financiering van de noodzakelijke vaste kosten voor dierverzorging met als doel het dierenwelzijn in en de maatschappelijke waarde van dierentuinen te waarborgen, omdat die subsidie nodig is als gevolg van de maatregel tot sluiting van dierentuinen in verband met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19.
2.
De subsidie wordt verstrekt aan een dierentuin die:
a. a. ten minste vanaf 9 november 2020 in bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren; b. b. in subsidiabele periode 1 minder omzet heeft gerealiseerd ten opzichte van referentieperiode 1, en c. c. zo spoedig mogelijk na 18 mei 2021 open is gegaan om betalende bezoekers te ontvangen.
3.
In aanvulling op het tweede lid wordt subsidie voor subsidiabele periode 2 verstrekt aan een dierentuin die:
a. a. geen in de buitenlucht gelegen dierverblijven heeft en dienovereenkomstig die verblijven in subsidiabele periode 2 gesloten waren voor publiek op grond van de Tijdelijke regeling maatregelen covid-19, zoals die in die periode gold, en b. b. in subsidiabele periode 2 minder omzet heeft gerealiseerd ten opzichte van referentieperiode 2.
Artikel 3
1.
De subsidie bedraagt, met inachtneming van het derde lid, het totaal van:
a. a. de door de dierentuin gemaakte subsidiabele kosten in subsidiabele periode 1 vermenigvuldigd met het percentage omzetverlies subsidiabele periode 1, en b. b. de door de dierentuin gemaakte subsidiabele kosten in subsidiabele periode 2, vermenigvuldigd met het percentage omzetverlies subsidiabele periode 2.
2.
Het percentage omzetverlies, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt telkens uitgedrukt in procenten, afgerond op hele percentages en berekend volgens de volgende formule:
1 – (omzet in de betreffende subsidiabele periode / de omzet in de betreffende referentieperiode) X 100.
3. Indien de EBIT van een dierentuin in de referentieperiode 1 negatief was, bedraagt de subsidie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maximaal EBIT in de referentieperiode 1 verminderd met EBIT in de subsidiabele periode 1.
4. In afwijking van het derde lid, bedraagt de subsidie in geval van een dierentuin als bedoeld in artikel 2, derde lid, maximaal de EBIT in de referentieperiode 1 en 2 verminderd met de EBIT in de subsidiabele periode 1 en 2, indien de EBIT van die dierentuin in referentieperiode 1 en 2 negatief was.
Artikel 4
1.
Als subsidiabele kosten, gemaakt in de subsidiabele periode 1 en 2, komen in aanmerking:
a. a. 70 % van de personeelskosten voor het personeel dat in de betreffende subsidiabele periode door de dierentuin is ingezet; b. b. parkkosten, vastgesteld overeenkomstig het tweede lid; c. c. kosten voor verbruikte diervoeders en diervoeders met medicinale werking, als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren; d. d. kosten voor het verrichten van diergeneeskundige handelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren en de aanschaf van daarvoor benodigde materialen; e. e. kosten voor verbruikte diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren; f. f. kosten die noodzakelijk zijn voor het transporteren van dieren van, naar en binnen de dierentuin ten behoeve van het waarborgen van dierenwelzijn of deelname aan een programma als bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit houders van dieren; g. g. kosten voor de reiniging van dierverblijven, zoals de afvoer van mest en bodembedekkingsmaterialen, en h. h. kosten voor het verbruik van elektriciteit, gas en water; i. i. kosten voor de aanschaf van bedrijfskleding; j. j. kosten voor gedragsverrijkende materialen, voor zover die geen deel uitmaken van de inrichting van het dierverblijf; k. k. kosten voor de bestrijding van ongedierte; l. l. kosten voor preventieve handelingen die het dierenwelzijn ten goede komen, waaronder preventieve medische behandelingen.
2.
Voor de berekening van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt de volgende formule gebruikt:
Netto oppervlakte van de dierentuin in m^2 x prijs per m^2 per dag waarbij al naar gelang de oppervlakte van de dierentuin per staffel het volgende bedrag wordt gebruikt:
| Oppervlakte van | Oppervlakte tot en met | Prijs per m^2 per dag in de totale subsidieperiode |
|---|---|---|
| 1 | 25.000 | € 0,13 |
| 25.001 | 100.000 | € 0,10 |
| 100.001 | 200.000 | € 0,07 |
| 200.001 | 300.000 | € 0,03 |
| 300.001 | ∞ | € 0,0003 |
3. Personeelskosten als bedoeld in het eerste lid, komen niet in aanmerking als subsidiabele kosten als op grond van de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid subsidie is verstrekt voor een bedrag dat hoger is dan nihil.
4. Indien een dierentuin voor dezelfde subsidiabele kosten vergoeding heeft gekregen via verstrekte verzekeringsuitkeringen, worden deze in mindering gebracht op de subsidiabele kosten.
5. Als de dierentuin in referentieperiode 1 of 2 een dag of een aantal dagen gesloten was, komen, in afwijking van het eerste lid, de kosten die zijn gemaakt voor die dag of dagen in subsidiabele periode 1 of 2 niet in aanmerking als subsidiabele kosten, tenzij de sluiting in referentieperiode 1 en 2 een uitzonderingssituatie betrof.
Artikel 5
1. Het subsidieplafond op grond van deze regeling is € 52.700.000.
2. Indien het totale bedrag aan te verstrekken subsidies hoger is dan het subsidieplafond, past de minister een procentuele verlaging toe op alle subsidies.
Artikel 6
1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend in de periode van 7 januari 2022 tot en met 11 februari 2022.
2.
Een aanvraag bevat ten minste de volgende gegevens:
a. a. post- en bezoekadres van de dierentuin en het rekeningnummer dat op naam van de dierentuin staat; b. b. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon van de dierentuin; c. c. een verklaring dat de dierentuin op het moment van aanvraag voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen; d. d. een verklaring dat ten aanzien van dezelfde subsidiabele kosten geen uit andere hoofde ontvangen steun, subsidies of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen is ontvangen waaronder in ieder geval gegevens over de Derde tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid en de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19; e. e. een opgave van verstrekte verzekeringsuitkeringen die zien op schade die is geleden als gevolg van maatregelen in verband met de bestrijding van de verspreiding van COVID-19; f. f. indien de dierentuin een aanvraag doet voor subsidiabele periode 2, een verklaring dat de dierentuin geen in de buitenlucht gelegen dierenverblijven heeft, die toegankelijk zijn voor bezoekers en ingevolge de Tijdelijke regeling maatregelen COVID-19 in die periode gesloten diende te blijven, en g. g. gegevens over de dagen van sluiting voor betalende bezoekers in referentieperiode 1 en 2, indien de dierentuin in referentieperiode 1 en 2 een dag of een aantal dagen gesloten was als bedoeld in artikel 4, vijfde lid.
3. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verstrekt de aanvrager op verzoek van de minister aanvullende informatie ter onderbouwing van de subsidiabele kosten.
4. Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie van meer dan € 125.000 legt de dierentuin een verklaring van een accountant over volgens een door de minister ter beschikking gesteld model of een door de minister geaccepteerd vergelijkbaar document waaruit onder andere het bewijs blijkt met welk bedrag de kosten van de dierentuin als gevolg van COVID-19 zijn verminderd en waarin wordt aangetoond dat de door de dierentuin opgegeven bedragen betrekking hebben op de kosten voor dierverzorging, parkkosten en personeelskosten indien dit van toepassing is.
Artikel 7
In afwijking van artikel 47, tweede lid, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies bedraagt het voorschot 100% van het verleende subsidiebedrag, indien het subsidiebedrag minder dan € 125.000 bedraagt.
Artikel 8
1. Een dierentuin vermeldt bij de aanvraag voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 6, eerste lid, voor welke twee doelen per onderwerp, bedoeld in de bijlage, een transitieplan wordt opgesteld.
2. Een dierentuin waaraan € 125.000 of meer is verleend, dient bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie, als bedoeld in artikel 6, vierde lid, een transitieplan in dat voldoet aan de bijlage.
3. Een dierentuin waaraan minder dan € 125.000 subsidie is verleend, dient uiterlijk 10 weken na de subsidieverlening een transitieplan in dat voldoet aan de bijlage.
4.
Dit artikel is niet van toepassing op een dierentuin:
a. a. waaraan subsidie is verleend voor de periode van 18 maart 2020 tot en met 14 mei 2020 of van 15 mei 2020 tot en met 30 september 2020, en b. b. die in het kader van die verlening aan dit artikel heeft voldaan.
Artikel 9
De subsidie wordt verminderd met uit andere hoofde ontvangen steun of uitkeringen met betrekking tot COVID-19 die betrekking hebben op dezelfde subsidiabele kosten als waarop de subsidie ziet alsmede met andere ontvangen steun of uitkeringen uit bestaande nationale regelingen met betrekking tot COVID-19, niet zijnde leningen of borgstellingsregelingen of fiscale maatregelen.
Artikel 10
1. De subsidie, bedoeld in artikel 3, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door Staatssteunmaatregel SA.100258 (2021/N).
2. Vervallen.
Artikel 11
Deze regeling vervalt met ingang van 1 augustus 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidies die voor deze datum zijn verleend.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling subsidie dierentuinen COVID-19.
Bijlage . behorend bij
Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie moet een dierentuin een schriftelijk transitieplan opstellen. In dit plan worden de volgende vier onderwerpen behandeld:
De dierentuin kiest per onderwerp tenminste twee van de in onderstaande tabel vermelde doelen waarvoor de dierentuin maatregelen gaat nemen. De doelen staan hieronder in de tabel weergegeven. In het transitieplan staat per doel beschreven welke maatregelen de dierentuin neemt. De omschrijving dient concreet, meetbaar, haalbaar en tijdsgebonden te zijn. Het mag gaan om maatregelen die vanaf 18 maart 2020 zijn genomen of maatregelen die in de komende maanden genomen zullen worden.