40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers | BWBR0020024 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0020024 | Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers |
Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers
Artikel 1
Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
– – minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; – – SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Artikel 2
Met de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 6, worden de aanspraken op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3, bekostigd.
Artikel 3
1.
Degene, die een nabestaandenuitkering als bedoeld in artikel 14 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, heeft recht op een:
a. a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006; b. b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
2.
Degene, die een halfwezenuitkering als bedoeld in artikel 22 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt en geen nabestaandenuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid heeft recht op een:
a. a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006; b. b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
3.
Degene, die een wezenuitkering als bedoeld in artikel 26 van de Algemene nabestaandenwet ontvangt, heeft recht op een:
a. a. eenmalige bruto-tegemoetkoming van € 96,60 die wordt uitbetaald in oktober 2006; b. b. bruto-tegemoetkoming van € 9,66 per kalendermaand vanaf november 2006.
4. Geen recht op een tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid bestaat voor een ongehuwde pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die recht heeft op een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 33b van die wet.
5. De betaling van de tegemoetkoming geschiedt tezamen met de betaling van de uitkeringen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.
6. De bedragen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, onderdeel b, worden jaarlijks aangepast overeenkomstig de tabelcorrectiefactor, bedoeld in artikel 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
7. De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
8. De tegemoetkomingen, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, worden niet beschouwd als nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering of wezenuitkering als bedoeld in de Algemene nabestaandenwet onderscheidenlijk inkomen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet.
Artikel 4
Voor de toepassing van artikel 11 van het Besluit voorzieningen Remigratiewet wordt in het bruto-bedrag van de uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet niet begrepen de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3.
Artikel 5
Deze regeling wordt uitgevoerd door de SVB.
Artikel 6
1. In de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling wordt voorzien door een rijksbijdrage aan de SVB.
2. De middelen worden op basis van een raming van de minister ter beschikking gesteld aan de SVB via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die de SVB op grond van artikel 5.16 van de Regeling Wfsv aanhoudt.
3. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen zijn van overeenkomstige toepassing bij de uitvoering van deze regeling.
4. De SVB zendt jaarlijks uiterlijk op 1 juli van een kalenderjaar op basis van de jaarrekening over het voorafgaande kalenderjaar een overzicht van de uitgaven op grond van deze regeling ten laste van de rijksbijdrage.
5. De minister stelt jaarlijks voor 31 oktober van een kalenderjaar de rijksbijdrage vast.
Artikel 7
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2006 en vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet waarbij een tegemoetkoming in het leven wordt geroepen voor personen die een nabestaanden-, half-wezen- of wezenuitkeringen ontvangen.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling tegemoetkoming Anw-ers.