40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke regeling uitkering experimenten uitvoering basistakenpakket JGZ | BWBR0012118 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-11-14 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012118 | Tijdelijke regeling uitkering experimenten uitvoering basistakenpakket JGZ |
Tijdelijke regeling uitkering experimenten uitvoering basistakenpakket JGZ
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
De minister kan aan een coördinerende gemeente een meerjarige uitkering verlenen ten behoeve van een experiment met één van de volgende samenwerkingsvormen:
a) de afdeling OKZ van een thuiszorgorganisatie gaat op in de afdeling van een GGD die de gezondheidszorg voor jeugdigen van vier tot negentien jaar uitvoert, zodat één integrale afdeling JGZ binnen de desbetreffende GGD ontstaat;
b) de afdeling van een GGD die de gezondheidszorg voor jeugdigen van vier tot negentien jaar binnen een bepaalde GGD-regio uitvoert, gaat op in de afdeling OKZ van een thuiszorgorganisatie, zodat één integrale afdeling JGZ binnen de desbetreffende thuiszorgorganisatie ontstaat;
c) een thuiszorgorganisatie en een GGD sluiten met elkaar een contract af voor een integrale uitvoering van de JGZ;
d) andere samenwerkingsvormen die binnen de grenzen van de Wcpv door een gemeente worden ontwikkeld.
Artikel 3
1. De minister kan een uitkering verstrekken voor de duur van een experiment.
2. Een experiment duurt maximaal twee jaar.
3. Per GGD-regio wordt niet meer dan één uitkering verstrekt. De uitkering kan worden verstrekt aan de in bijlage bij deze regeling daartoe aangewezen gemeente. De minister kan ambtshalve een andere gemeente aanwijzen voor een regio.
Artikel 4
1. De coördinerende gemeente dient binnen vier weken na publicatie van deze regeling in de Staatscourant een aanvraag in bij de minister.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een door de besturen van de in de desbetreffende GGD-regio gevestigde GGD en de betrokken thuiszorgorganisatie ondertekende intentieverklaring in het geval van een experiment als bedoeld in artikel 2, onder a of b.
3. De samenwerking uit hoofde van het experiment dient op 1 januari 2002 formeel tot stand te komen.
Artikel 5
1. Uit de conform artikel 4 ingediende aanvragen worden maximaal vijf experimenten geselecteerd met dien verstande dat met betrekking tot de samenwerkingsvormen als bedoeld onder a tot en met c telkens maximaal één experiment wordt geselecteerd en met betrekking tot de sub d bedoelde samenwerkingsvormen maximaal twee experimenten worden geselecteerd.
2.
De selectie vindt plaats aan de hand van de volgende criteria:
a) de mate waarin de opzet van het experiment geschikt is om een helder beeld te krijgen van de effectiviteit van de desbetreffende samenwerkingsvorm;
b) het beschrijven van het experiment start zo snel mogelijk na 1 januari 2002;
c) de mate van samenwerking die wordt beoogd.
Artikel 6
1. De meerjarige uitkering bestaat uit de kosten die de coördinerende gemeente maakt voor het beschrijven van het experiment tot een maximum van € 90 756,04.
2. In 2002 en 2003 wordt jaarlijks een voorschot verstrekt van maximaal € 45 378,02.
Artikel 7
1. De gemeente waaraan een uitkering is verstrekt, dient uiterlijk 31 oktober 2002 een voortgangsrapportage in.
2. De minister kan een standaardmodel ten behoeve van de in het eerste lid genoemde voortgangsrapportage vaststellen.
3. Het niet tijdig voldoen aan de in het eerste lid genoemde verplichting kan tot opschorting van de bevoorschotting van de uitkering leiden.
Artikel 8
1.
Ten behoeve van een experiment als bedoeld in artikel 2, onder a of b, kan de minister de uitkering als bedoeld in artikel 6 vermeerderen met de kosten die de coördinerende gemeente maakt, indien:
a) er zonder deze kosten een aantoonbare financiële belemmering zou zijn voor het tot stand komen van de samenwerking per 1 januari 2002;
b) de aanvraag voldoende inzicht biedt in het samenwerkingsproces, de daarmee samenhangende knelpunten en de voorgestelde oplossingen. In het bijzonder geeft de aanvraag een helder beeld van de financiële problematiek rond het experiment.
2. De vermeerdering van de uitkering als bedoeld in het eerste lid bedraagt maximaal € 907 560,43 per experiment.
3. De gemeente die een vermeerdering van de uitkering als bedoeld in het eerste lid is verleend, betaalt daarmee niet meer aan de desbetreffende thuiszorgorganisatie of GGD dan het bedrag dat terzake door de minister bij wijze van voorschot is verstrekt.
Artikel 9
De minister beslist zo spoedig mogelijk maar niet later dan 29 december 2001 op de aanvragen.
Artikel 10
Tot en met 31 december 2001 bedraagt het bedrag:
-
genoemd in artikel 6, eerste lid, f 200.000,-;
-
genoemd in artikel 6, tweede lid, f 100.000,-;
-
genoemd in artikel 8, tweede lid, f 2.000.000,-.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitkering experimenten uitvoering basistakenpakket JGZ.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2005.