rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-voortzetting-verstrekkingen-gerepatrieerden-libanon/BWBR0020553
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling voortzetting verstrekkingen gerepatrieerden Libanon BWBR0020553 ministeriele-regeling geldend 2006-11-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0020553 Tijdelijke regeling voortzetting verstrekkingen gerepatrieerden Libanon

Tijdelijke regeling voortzetting verstrekkingen gerepatrieerden Libanon

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. buitengewone kosten: noodzakelijke, onvermijdbare kosten die in Nederland worden gemaakt en die vanwege hun aard of hoogte in redelijkheid niet geacht kunnen worden door de gerepatrieerde zelf te worden betaald; b. b. Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; c. c. SVB: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 2

1.

De Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, die op 24 oktober 2006 een verstrekking op grond van artikel 3 van de Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Libanon ontving, heeft gedurende zijn verblijf in Nederland recht op de volgende verstrekkingen, zolang de Nederlander geen recht heeft op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand:

a. a. een wekelijkse financiële toelage voor de aanschaf van voedsel, kleding en andere persoonlijke uitgaven; b. b. betaling van buitengewone kosten; c. c. de dekking van de kosten van medische verstrekkingen overeenkomstig een daartoe te treffen ziektekostenregeling voorzover deze kosten niet uit hoofde van een andere ziektekostenregeling worden vergoed; of d. d. een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid voorzover deze kosten niet uit hoofde van een andere verzekering worden vergoed.

2.

De niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner van de Nederlander, zijn kind, stief- of pleegkind, die op 24 oktober 2006 een verstrekking op grond van artikel 3 van de Tijdelijke regeling verstrekkingen gerepatrieerden Libanon ontving en waarvan de Nederlandse partner algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, heeft gedurende zijn verblijf in Nederland recht op de volgende verstrekkingen, zolang hij geen recht heeft op algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand:

a. a. de dekking van de kosten van medische verstrekkingen overeenkomstig een daartoe te treffen ziektekostenregeling voorzover deze kosten niet uit hoofde van een andere ziektekostenregeling worden vergoed; of b. b. een verzekering tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid voorzover deze kosten niet uit hoofde van een andere verzekering worden vergoed.

Artikel 3

1. De in artikel 2 bedoelde verstrekkingen kunnen geheel of gedeeltelijk worden onthouden, indien de in dit artikel bedoelde Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, niet desgevraagd de gegevens verstrekt die nodig zijn voor het vaststellen van het recht op verstrekkingen. Daartoe behoren in ieder geval gegevens die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van de naam, de geboortedatum, de nationaliteit, het land van herkomst, de gezinssamenstelling, de datum van aankomst in Nederland, de middelen waarover in Nederland kan worden beschikt en de aanwezige verzekeringen voor ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid.

2. De SVB kan een verstrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien blijkt dat de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind hier te lande over voldoende middelen kan beschikken om geheel of gedeeltelijk in de kosten van die verstrekking te voorzien.

Artikel 4

De in artikel 2 bedoelde verstrekkingen eindigen in ieder geval:

a. a. met ingang van de dag waarop de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, Nederland verlaat; of b. b. indien een Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, in strijd met de waarheid gegevens heeft verstrekt of verzwegen, met het oogmerk om aldus voor zichzelf of voor anderen, ten onrechte een aanspraak te doen ontstaan op de verstrekkingen, dan wel ten onrechte de hoogte van de verstrekkingen te doen stijgen.

Artikel 5

1.

De hoogte van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde financiële toelage bedraagt voor:

a. a. een volwassene € 40,, doch voor een alleenstaande ouder met een kind jonger dan 18 jaar € 67,.; b. b. een kind tot en met 11 jaar € 8,; c. c. een kind ouder dan 11 jaar en jonger dan 18 jaar € 12,.

2. De financiële toelage wordt op een door de SVB te bepalen tijdstip en wijze aan de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind beschikbaar gesteld.

Artikel 6

1. Een Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, kan een vergoeding ontvangen voor buitengewone kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, die hij heeft gemaakt.

2. Buitengewone kosten worden slechts betaald voor zover vooraf door de SVB aan de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind toestemming is verleend voor het maken van deze kosten, met uitzondering van kosten die voortvloeien uit noodsituaties waarin geen mogelijkheid bestond tot het verzoeken om toestemming.

3. De toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt verleend voor zover de kosten noodzakelijk zijn en niet op andere wijze in de betaling kan worden voorzien.

4. Kosten die samenhangen met een door de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, gepleegde onrechtmatige daad, gepleegd misdrijf of begane overtreding zijn in ieder geval geen buitengewone kosten als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 7

1. Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, onderdeel a, houdt in het door de Minister ten behoeve van de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind sluiten van een verzekering tegen de in artikel 10 van de Zorgverzekeringswet en artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten bedoelde risicos, alsmede het door de Minister betalen van de daarvoor verschuldigde kosten.

2. Het verzekeren tegen de financiële gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, onderdeel b, houdt in het door de Minister ten behoeve van de Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, sluiten van een verzekering voor de wettelijke aansprakelijkheid van deze personen jegens een derde voor een som van maximaal € 1.000.000, per gebeurtenis, alsmede het door de Minister betalen van de daarvoor verschuldigde kosten.

Artikel 8

Indien blijkt dat een Nederlander, zijn niet-Nederlandse partner of huwelijkspartner, zijn kind, stief- of pleegkind, in strijd met de waarheid gegevens heeft verstrekt of verzwegen, waardoor hij of anderen ten onrechte, of tot een te hoog bedrag, de verstrekkingen, bedoeld in artikel 2, heeft verkregen, dan wel dit op andere wijze heeft bewerkstelligd, is de SVB bevoegd de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen terug te vorderen.

Artikel 9

1. De lasten van deze regeling voor de SVB worden gefinancierd uit een subsidie in de vorm van een rijksbijdrage aan de SVB.

2. De middelen, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van een raming van de minister ter beschikking gesteld aan de SVB via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die de SVB op grond van artikel 120, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen aanhoudt.

3. Op de lasten van deze regeling voor de SVB komt in mindering de waarde van de ten onrechte toegekende verstrekkingen, die wordt teruggevorderd op grond van artikel 9.

4. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen zijn van overeenkomstige toepassing.

5. De SVB zendt uiterlijk vóór 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft op basis van de jaarrekening over dat jaar een overzicht van zijn uitgaven op grond van deze regeling ten laste van de rijksbijdrage.

6. De minister stelt vóór 31 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de rijksbijdrage vast.

Artikel 10

Met het toezicht op de naleving van deze regeling is belast de Inspectie Werk en Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 11

De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 25 oktober 2006 en vervalt met ingang van 1 mei 2007.

2. De regeling, zoals die voor de datum waarop deze vervalt geldt, blijft van toepassing op de financiële afwikkeling van deze regeling.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling voortzetting verstrekkingen gerepatrieerden Libanon.