rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-stimuleringsregeling-algemeen-maatschappelijk-werk/BWBR0011279
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk BWBR0011279 ministeriele-regeling geldend 2000-04-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011279 Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk

Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Aan een gemeente kan voor de jaren 2000 tot en met 2003 één uitkering worden verstrekt ten behoeve van door de gemeente gerealiseerde ftes.

2.

Tot door de gemeente gerealiseerde ftes worden gerekend:

a. a. de in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2003 met gemeentelijk subsidie tot stand gebrachte uitbreiding van het aantal gesubsidieerde ftes; b. b. een met gemeentelijk subsidie tot stand gebrachte uitbreiding van het aantal gesubsidieerde ftes of met gemeentelijk subsidie uitgevoerde activiteiten als bedoeld in het derde lid, voor zover die gemeente in die periode een aantal ftes subsidieert in een verhouding van in ieder geval 1 per 6000 inwoners.

3. Tot de in het tweede lid, onder b, bedoelde activiteiten worden gerekend activiteiten ter versterking van het functioneren van het algemeen maatschappelijk werk.

4.

Onverminderd het vijfde lid bedraagt de uitkering:

a. a. voor elke fte waarmee het aantal gesubsidieerde ftes, overeenkomstig het tweede lid, onder a, wordt uitgebreid: € 122.520,66; b. b. de door de gemeente verstrekte subsidies, bedoeld in het tweede lid, onder b.

5. De uitkering voor een gemeente bedraagt ten hoogste het product van het aantal inwoners dat de gemeente op 31 december 2003 zal hebben ingevolge de Primos Prognose 1999 en vier maal het bedrag dat ontstaat door deling van het voor het verlenen van uitkeringen beschikbare bedrag en de som van het aantal inwoners van alle gemeenten ingevolge eerder genoemde prognose.

Artikel 3

1. De aanvraag van een uitkering wordt uiterlijk vóór 1 juli 2000 ingediend. Voor de aanvraag van een uitkering wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier.

2. Indien de som van de aangevraagde uitkeringen lager is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag, kan de Minister de maximum uitkering voor een gemeente verhogen doch slechts in de in artikel 2, tweede lid, onder a, bedoelde kosten.

3. Indien een gemeente in aanmerking wil komen voor een verhoging doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het bedrag van de verhoging, met inachtneming van artikel 2, vierde lid, onder a, omgerekend naar het aantal ftes van de gewenste verhoging.

4. De verhoging bedraagt het gevraagde aantal tenzij de som van de aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de aangevraagde verhogingen hoger is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan het voor de betrokken gemeente overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, geldende maximum, omgerekend naar het aantal ftes gedeeld door de som van het maximum aantal van alle gemeenten die een verhoging aanvragen vermenigvuldigt met het aantal ftes dat voor de verhoging beschikbaar is.

Artikel 4

De Minister verstrekt de volgende voorschotten op een verleende uitkering:

a. a. in 2000: in september 9/48 deel van de verleende uitkering en vervolgens iedere maand 1/48 deel daarvan; b. b. in 2001, 2002 en 2003: iedere maand 1/48 deel van de verleende uitkering.

Artikel 5

Indien op grond van tussentijds door de gemeenten op verzoek van de Minister verstrekte informatie blijkt dat de uitkeringen voor een aanzienlijk deel niet zullen worden besteed, worden aanvragen van gemeenten die een grotere uitbreiding kunnen realiseren in behandeling genomen. Daartoe zal de Minister tegelijkertijd met het verzoek aan de gemeenten om aan te geven in hoeverre zij de uitkering zullen besteden, gemeenten in de gelegenheid stellen een verhoging aan te vragen. Bij de beslissing is artikel 3, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

Voor de verantwoording, bedoeld in artikel 50 van het besluit, worden gegevens verstrekt op een door de Minister vastgesteld verantwoordingsformulier.

Artikel 7

De Minister kan de uitkering wijzigen in verband met wijziging van indeling van gemeenten of grenscorrecties.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de financiële verantwoording en vaststelling van op grond van die regeling verleende uitkeringen.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk.