rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-stimuleringsregeling-inburgering-op-de-werkvloer/BWBR0027486
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke stimuleringsregeling inburgering op de werkvloer BWBR0027486 ministeriele-regeling geldend 2010-04-13 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027486 Tijdelijke stimuleringsregeling inburgering op de werkvloer

Tijdelijke stimuleringsregeling inburgering op de werkvloer

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *agentschap:* Agentschap SZW;

b. b.

    *duale inburgeringsvoorziening met werk:* inburgeringsvoorziening als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder o, van het Besluit inburgering, waarbij de vaardigheden, bedoeld in de artikelen 2.9 en 2.10 van dat besluit, worden verworven in combinatie met het verrichten van arbeid;

c. c.

    *minister:* Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;

d. d.

    *taalkennisvoorziening:* voorziening als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet inburgering;

e. e.

      1°.
      degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, of
    
    
      2°.
      degene in wiens opdracht een zelfstandige zonder personeel arbeid verricht;

1°. 1°. degene jegens wie een ander krachtens arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijke aanstelling gehouden is tot het verrichten van arbeid, of 2°. 2°. degene in wiens opdracht een zelfstandige zonder personeel arbeid verricht; f. f.

    *werknemer:* de ander, bedoeld in onderdeel e, onder *1°.*

Artikel 2

Deze regeling heeft tot doel de deelname van werknemers en zelfstandigen zonder personeel aan een duale inburgeringsvoorziening met werk of een taalkennisvoorziening te bevorderen.

Artikel 3

De minister kan subsidie verstrekken aan een werkgever voor activiteiten die de werkgever verricht voor en gedurende de deelname van zijn werknemer of de in zijn opdracht werkende zelfstandige zonder personeel aan de duale inburgeringsvoorziening met werk of de taalkennisvoorziening.

Artikel 4

De subsidie, bedoeld in artikel 3, bedraagt € 1.000, per werknemer of zelfstandige zonder personeel tot een maximum van € 25.000, per aanvrager.

Artikel 5

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2010 € 7 miljoen.

Artikel 6

1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt door de werkgever ingediend bij het agentschap.

2. De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een bij het agentschap verkrijgbaar formulier.

3.

Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens overgelegd:

a. a. de naam en het adres van de aanvrager en het nummer waaronder de aanvrager is geregistreerd bij de kamer van koophandel en fabrieken; b. b. de naam, het adres, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de werknemer of de zelfstandige zonder personeel op wie de aanvraag betrekking heeft; c. c. een omschrijving van de door de aanvrager te verrichten activiteiten die strekken tot:

        1°.
        het bevorderen van een duale inburgeringsvoorziening met werk, of
      
      
        2°.
        het bevorderen van een taalkennisvoorziening;

1°. 1°. het bevorderen van een duale inburgeringsvoorziening met werk, of 2°. 2°. het bevorderen van een taalkennisvoorziening; d. d. een verklaring ondertekend door de aanvrager waaruit blijkt dat de werknemer of de zelfstandige zonder personeel op wie de aanvraag betrekking heeft op grond van een arbeidsovereenkomst, een publieke aanstelling of een opdracht gehouden is arbeid te verrichten voor de aanvrager ten minste gedurende de periode waarbinnen de duale inburgeringsvoorziening met werk of de taalkennisvoorziening wordt uitgevoerd; e. e. een kopie van de beschikking, bedoeld in artikel 22 van de Wet inburgering, een kopie van de beschikking krachtens de verordening, bedoeld in artikel 19A, eerste lid, van de Wet inburgering of een kopie van de overeenkomst, bedoeld in artikel 24d, tweede lid, van de Wet inburgering, die in 2010 is genomen of is gesloten, waaruit blijkt dat de werknemer of de zelfstandige zonder personeel deelneemt dan wel zal gaan deelnemen aan een duale inburgeringsvoorziening met werk of een taalkennisvoorziening, en f. f. schriftelijke toestemming van de werknemer of zelfstandige zonder personeel op wie de aanvraag betrekking heeft om bij de aanvraag de gegevens, bedoeld in onderdeel b, te verstrekken en de bescheiden, bedoeld in de onderdelen d en e, over te leggen.

4. Indien de werkgever zich voor de aanvraag tot subsidievaststelling laat vertegenwoordigen door een gemachtigde, legt de gemachtigde een schriftelijke machtiging bij die aanvraag over.

Artikel 7

1. Op de aanvragen tot subsidievaststelling wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, indien de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

2. Indien toekenning van aanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen, leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het eerste lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde van ontvangst door loting vastgesteld.

3. Een aanvraag tot subsidievaststelling kan worden ingediend tot en met 31 oktober 2010.

Artikel 8

De minister beslist binnen zes weken op de aanvraag, bedoeld in artikel 6. De minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste zes weken.

Artikel 9

1. Indien wordt voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimis-steun (PbEU 2006, L 379) dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving, legt de aanvrager bij de aanvraag tot subsidievaststelling een verklaring omtrent de minimis-steun over.

2. De verklaring omtrent de minimis-steun, bedoeld in het eerste lid, wordt opgesteld overeenkomstig het in de bijlage bij deze regeling opgenomen model.

3. De subsidievaststelling wordt geweigerd indien de werkgever een onderneming in Europeesrechtelijke zin is en niet is voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de Verordening van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de minimissteun (PbEU 2006, L 379), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 februari 2011.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling inburgering op de werkvloer.

Bijlage