40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten | BWBR0019310 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-02-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019310 | Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten |
Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. dienstbetrekking: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 610 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of een publiekrechtelijke aanstelling; b. b. EVC-methodiek: methodiek door middel waarvan eerder verworven competenties van een persoon in kaart worden gebracht; c. c. EVC-traject: traject waarin een EVC-methodiek wordt gehanteerd; d. d. gesubsidieerde dienstbetrekking: dienstbetrekking waarvoor een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand is verstrekt; e. e. leer-/werktraject: traject waarbij arbeid, verricht in een dienstbetrekking met een overeengekomen arbeidsduur van ten minste 12 uur per week, wordt gecombineerd met scholing, al dan niet tezamen met een EVC-traject, en dat strekt tot het behalen van een certificaat of een diploma behorende bij een in het Centraal Register Beroepsopleidingen opgenomen opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel een certificaat of diploma van een in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs opgenomen opleiding; f. f. Minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; g. g. reguliere dienstbetrekking: dienstbetrekking waarvoor geen voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand is verstrekt; h. h. uitstroom: in een periode van minimaal 18 maanden en maximaal 30 maanden, te rekenen vanaf de aanvang van het leer-/werktraject, ononderbroken in dienstbetrekking werkzaam zijn geweest, waarvan in ieder geval de laatste zes maanden in een reguliere dienstbetrekking met een overeengekomen arbeidsduur van ten minste 12 uur per week.
Artikel 2
De Minister verleent op aanvraag:
a. a. subsidie als bijdrage in de kosten van begeleiding naar en deelname aan een leer-/werktraject door een persoon die in ieder geval in de periode van 1 januari 2004 tot het tijdstip van aanvang van het leer-/werktraject ononderbroken werkzaam is geweest in een gesubsidieerde dienstbetrekking; b. b. uitstroomsubsidie voor de verwezenlijking van uitstroom met betrekking tot de persoon ten aanzien van wie op grond van onderdeel a subsidie is vastgesteld.
Artikel 3
1. Het subsidieplafond bedraagt € 33.000.000,–.
2. Voor het bepalen van het bereiken van het subsidieplafond wordt de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, vermeerderd met de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
3. Op de aanvragen voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt in volgorde van datum van binnenkomst beslist, waarbij uitsluitend volledige aanvragen in behandeling worden genomen. Van een volledige aanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 5.
4. Indien de subsidieaanvrager in de gelegenheid wordt gesteld zijn onvolledige aanvraag aan te vullen, geldt als datum van binnenkomst de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.
5. Indien toekenning van aanvragen die op dezelfde datum zijn binnengekomen leidt tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het derde lid, met betrekking tot die aanvragen de volgorde door loting vastgesteld.
Artikel 4
1. De subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt aangevraagd door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente jegens wie op grond van artikel 40, eerste lid, van de Wet werk en bijstand recht op bijstand bestaat bij de persoon op wie de subsidie bedoeld in artikel 2, onderdeel a, betrekking heeft.
2. De subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt verstrekt aan de subsidieaanvrager.
Artikel 5
1. De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, gebruik van het daartoe door de Minister beschikbaar gestelde formulier, dat met betrekking tot een enkelvoudige aanvraag is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1a van deze regeling en met betrekking tot een meervoudige aanvraag is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1b van deze regeling.
2.
Bij de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt overgelegd:
a. a. een opgave van naam, adres, woonplaats en geboortedatum van de persoon die aan het leer-/werktraject deelneemt, dan wel zal deelnemen; b. b. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, in ieder geval in de periode van 1 januari 2004 tot het tijdstip van aanvang van het leer-/werktraject ononderbroken werkzaam is geweest in een gesubsidieerde dienstbetrekking; c. c. bescheiden waaruit blijkt dat ten behoeve van de persoon, bedoeld in onderdeel a, in het kader van het leer-/werktraject scholing, al dan niet tezamen met een EVC-traject, wordt gerealiseerd die strekt tot het behalen van een certificaat of een diploma behorende bij een in het Centraal Register Beroepsopleidingen opgenomen opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, dan wel een certificaat of diploma van een in het Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs opgenomen opleiding, vergezeld van een opgave van de overeengekomen, dan wel overeen te komen scholingsduur; d. d. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, op of na 1 september 2005 start met het leer-/werktraject; e. e. bescheiden waaruit blijkt dat de persoon, bedoeld in onderdeel a, tijdens het leer-/werktraject ten minste 12 uur per week werkzaam is in dienstbetrekking met een overeengekomen duur van ten minste 12 maanden; f. f. een verklaring van de subsidieaanvrager, inhoudende dat met betrekking tot het begeleiden naar en deelnemen aan een leer-/werktraject door de persoon, bedoeld in onderdeel a, loonkosten volledig uit anderen hoofde worden betaald; g. g. een verklaring van het Christelijk Nationaal Vakverbond, de Federatie Nederlandse Vakbeweging, de Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel, of een bij een van deze koepelorganisaties aangesloten vakbond, inhoudende dat die koepelorganisatie of de daarbij aangesloten vakbond instemt met de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a.
3. De Minister ontvangt de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, uiterlijk 31 juli 2006.
Artikel 6
De Minister beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7
De aanvraag voor de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, vindt plaats via het invullen van de indicator ‘gerealiseerde uitstroom’ in de verantwoordingsinformatie met betrekking tot deze regeling, bedoeld in de bijlage bij de Regeling verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen.
Artikel 8
1. Subsidieverlening vindt plaats op basis van individuele personen die aan een leer-/werktraject deelnemen en van individuele personen die voldoen aan de omschrijving van uitstroom, bedoeld in artikel 1, onderdeel h.
2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies bedraagt de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, € 6000,– per persoon die aan een leer-/werktraject deelneemt en de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, € 3000,– per persoon.
Artikel 9
De subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt slechts verleend voor een leer-/werktraject:
a. a. dat is gericht op uitstroom; b. b. dat een minimale duur van tenminste 12 maanden en een maximale duur van 24 maanden heeft; c. c. waarmee een aanvang is gemaakt in de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2006; en d. d. met betrekking tot hetwelk de subsidieaanvrager een verklaring als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel f, heeft overgelegd.
Artikel 10
Op een aanvraag met betrekking tot de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, of de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt in ieder geval afwijzend beslist indien de aanvraag voor de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, de aanvraag voor de uitstroomsubsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, het leer-/werktraject, of de uitstroom niet voldoet aan de op grond van deze regeling gestelde voorwaarden en voorschriften.
Artikel 11
Indien de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt verleend, zendt de Minister aan de subsidieaanvrager een beschikking tot verlening van die subsidie met een voorschotverlening van 80% van die verleende subsidie.
Artikel 12
Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat de administratie voor de uitvoering van deze regeling zodanig is ingericht dat, naast een nauwkeurige en inzichtelijke vastlegging van de inkoop en de deelname aan leer-/werktrajecten en de gerealiseerde uitstroom, alle overige van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd. Artikel 12, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
De Minister stelt de subsidie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en artikel 2, onderdeel b, vast uiterlijk zes maanden na ontvangst door hem van de verantwoordingsinformatie met betrekking tot deze regeling, bedoeld in de bijlage bij de Regeling verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen.
Artikel 15
1. Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de daartoe bij besluit van de Minister aangewezen ambtenaren van het Agentschap SZW en de Auditdienst, beide onderdeel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. De subsidieaanvrager verleent aan de toezichthouders alle medewerking die dezen redelijkerwijs kunnen vorderen bij de uitoefening van hun bevoegdheden.
Artikel 16
De subsidieaanvrager verleent op verzoek van de Minister medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate de subsidie een bijdrage heeft geleverd aan het realiseren van leer-/werktrajecten en uitstroom.
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2011.
2. In afwijking van het eerste lid blijft de regeling, zoals die onmiddellijk voor de datum waarop deze vervalt luidt, van toepassing op de financiële afwikkeling van de subsidie van de Minister aan de subsidieaanvrager.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling leer-/werktrajecten.
Bijlage 1a
Bijlage 1b
Bijlage 2
Vervallen
Bijlage 3
Vervallen
Bijlage 4
Vervallen
Bijlage 5
Vervallen
Bijlage 6
Vervallen