rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-stimuleringsregeling-woningbouwprojecten-2009-derde-tranche/BWBR0027492
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 derde tranche BWBR0027492 ministeriele-regeling geldend 2010-04-14 https://wetten.overheid.nl/BWBR0027492 Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 derde tranche

Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 derde tranche

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;

b. b.

    *subsidie:* subsidie als bedoeld in artikel 2;

c. c.

    *woning:* elke door nieuwbouw of toevoeging anderszins aan de woningvoorraad toe te voegen zelfstandige woonruimte;

d. d.

    *huurprijs:* prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning, uitgedrukt in een bedrag per maand;

e. e.

    *woningbouwproject:* project voor de bouw van bouwkundig met elkaar verbonden woningen en een of meer bouwkundig daarmee verbonden niet-woningbouwdelen;

f. f.

    *start bouw:* start van de bouwkundige werkzaamheden in verband met het woningbouwproject, of hervatting van die werkzaamheden;

g. g.

    *tendersysteem:* verdelingssysteem van subsidies, waarbij aanvragen binnen een bepaalde periode moeten worden ingediend, waarna een beoordeling plaatsvindt en indien nodig een rangorde wordt gemaakt, in welk geval volgens die rangorde verlening van de subsidies plaatsvindt voor zover de beschikbare middelen dat toelaten;

h. h.

    *de beschikbare middelen:* het voor deze regeling beschikbare bedrag van € 147.926.154.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

1. De minister kan subsidie verlenen ter tegemoetkoming in de kosten verbonden aan het stimuleren van de bouw van woningen, die als gevolg van de huidige economische omstandigheden is vertraagd of stopgezet.

2. De subsidie kan uitsluitend worden verleend voor de bouw van te verhuren woningen, van welke de geprojecteerde huurprijs bij aanvang van de bewoning € 647,53 of hoger is, of van door eigenaren daarvan te bewonen woningen.

Artikel 3

Een subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door gemeenten.

Hoofdstuk 3. De aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel 4

Aanvragen tot verlening van subsidie bevatten ten minste:

a. a. een opgave van het aantal woningen waarop de aanvraag betrekking heeft, met inbegrip van het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak; b. b. een omschrijving van het woningbouwproject waarin de bouw van die woningen is begrepen; c. c. een opgave van de locatie van het woningbouwproject; d. d. een opgave van het aantal woningen, bedoeld in onderdeel a, waarvan de start bouw voor 1 januari 2011 zal plaatsvinden; e. e. gegevens over de bouwvergunningen, bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, voor de woningen, bedoeld in onderdeel a; f. f. indien sprake is van een woningbouwproject waarin door eigenaren daarvan te bewonen woningen begrepen zijn: een opgave van het aantal verkochte woningen; g. g. het gevraagde subsidiebedrag; h. h. een opgave van de bij het woningbouwproject betrokken partijen, waaronder de gemeente, en van de bijdrage van die partijen, waaronder de gemeente, om het woningbouwproject voor 1 januari 2011 te laten voortzetten of te starten; i. i. een uiteenzetting van de maatregelen met welke de gemeente met gebruikmaking van de subsidie beoogt de vertraging of de stopzetting van het woningbouwproject op te heffen, en welke kosten daarmee zijn gemoeid; j. j. een uiteenzetting van de oorzaken van de vertraging of de stopzetting van het woningbouwproject; k. k. een verklaring van het college van burgemeester en wethouders waarin dat college aannemelijk maakt dat de bouw van de woningen, bedoeld in onderdeel a, als gevolg van de huidige economische omstandigheden is vertraagd dan wel stopgezet, en dat die bouw door verlening van subsidie voor 1 januari 2011 kan worden voortgezet of gestart; l. l. een document waaruit blijkt dat voor de door eigenaren daarvan te bewonen woningen, bedoeld in onderdeel a, een afbouwgarantie ter zekerstelling van het doorgaan van de bouw bij faillissement van de aannemer of andere betrokken partijen bij die bouw is afgegeven, of voor 1 januari 2011 zal worden afgegeven; m. m. een opgave van het aantal te verkopen of te verhuren vierkante meters bruto vloeroppervlak van niet-woningbouwdelen, uitgesplitst naar parkeergarages, winkels, kantoren en overige voorzieningen, die fysiek onlosmakelijk zijn verbonden met het woningbouwproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd; n. n. een opgave van het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak van woningen waarvan de huurprijs gelijk is aan of lager is dan € 647,53, welke vierkante meters fysiek onlosmakelijk zijn verbonden met het woningbouwproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd; o. o. een verklaring van het college van burgemeester en wethouders, inhoudende dat de start bouw niet voor de datum van de beslissing op de aanvraag tot verlening van subsidie zal plaatsvinden; p. p. een verklaring van het college van burgemeester en wethouders, inhoudende dat de prijs van de grond behorende bij het woningbouwproject waarvoor subsidie wordt aangevraagd, na 25 maart 2009 niet is verhoogd, en q. q. een verklaring van het college van burgemeester en wethouders, inhoudende dat de gemeente een bijdrage als bedoeld in onderdeel h levert aan de woningbouwprojecten waarvoor zij op grond van deze regeling subsidie aanvraagt, die ten minste de helft bedraagt van het gevraagde subsidiebedrag.

Artikel 5

1. Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt gedaan op een door de minister vastgesteld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.

2. Een aanvraag tot verlening van subsidie wordt uiterlijk op 10 mei 2010 in papieren vorm ingediend bij de minister door tussenkomst van Agentschap NL.

3.

Een gemeente die op basis van de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 of van de Tijdelijke stimuleringsregeling woningprojecten 2009 tweede tranche een aanvraag tot verlening van subsidie heeft ingediend die is afgewezen, kan die aanvraag opnieuw indienen, met dien verstande dat:

a. a. die aanvraag wordt gedaan op een door de minister vastgesteld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling; b. b. de bij de eerste aanvraag behorende bescheiden niet opnieuw worden overgelegd, en c. c. indien met betrekking tot die aanvraag gegevens zijn veranderd die ingevolge deze regeling een nadere onderbouwing of verklaring vereisen, die onderbouwing of verklaring wordt verstrekt.

Hoofdstuk 4. De beoordeling van de aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel 6

De subsidie wordt uitsluitend verleend, indien:

a. a. geen subsidie voor het woningbouwproject is verleend ingevolge de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 of de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 tweede tranche; b. b. wordt voldaan aan artikel 2, tweede lid; c. c. de aanvraag volledig en tijdig is ingediend; d. d. voor de woningbouwprojecten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is aangevraagd vóór indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 5; e. e. het aantal woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd 5 of meer is; f. f. de woningen waarvoor subsidie wordt aangevraagd zijn gelegen in stedelijk gebied als bedoeld in de Wet stedelijke vernieuwing, en g. g. het bedrag dat wordt verkregen door de kosten, bedoeld in artikel 4, onderdeel i, te delen door het aantal woningen, bedoeld in artikel 4, onderdeel d, niet meer bedraagt dan € 10.000.

Artikel 7

1.

Indien overschrijding van het subsidieplafond, genoemd in artikel 1, onderdeel h, te voorzien valt, beoordeelt de minister de aanvragen tot verlening van subsidie voor woningbouwprojecten volgens een tendersysteem, bij toepassing waarvan in de rangorde achtereenvolgens worden geplaatst de aanvragen met betrekking tot:

a. a. woningbouwprojecten waarvoor vóór de indiening daarvan een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is verleend; b. b. woningen waarvoor vóór de indiening daarvan een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet is aangevraagd als bedoeld in artikel 6, onderdeel d.

2.

Bij toepassing van het eerste lid wordt de rangorde binnen de categorieën, genoemd in de onderdelen a en b van dat lid, bepaald met gebruikmaking van de formule

in welke formule voorstelt

m: multiplier;

m2 woningen: aantal bruto vierkante meter woningoppervlak als bedoeld in artikel 4, onderdelen a en n;

m2 kantoren: het aantal bruto vierkante meter kantooroppervlak als bedoeld in artikel 4, onderdeel m;

m2 winkels: het aantal bruto vierkante meter winkeloppervlak als bedoeld in artikel 4, onderdeel m;

m2 overig: het aantal bruto vierkante meter overig oppervlak als bedoeld in artikel 4, onderdeel m;

tgs: totaal gevraagde subsidie, als bedoeld in artikel 4, onderdeel g.

De aanvraag met de hoogste multiplier m krijgt voorrang, en zo vervolgens.

3. Indien het subsidieplafond, genoemd in artikel 1, onderdeel h, zou worden bereikt en overschreden door het aan de rangorde toevoegen van aanvragen tot verlening van subsidie die een gelijke score hebben, wordt de rangorde met betrekking tot die aanvragen bepaald aan de hand van het aantal woningen waarvoor subsidie is aangevraagd, waarbij de aanvraag met het hoogste aantal woningen voorrang krijgt, en zo vervolgens. Indien toepassing van de eerste zin niet leidt tot het opheffen van de overschrijding van het in die zin bedoelde subsidieplafond, wordt de rangorde nader bepaald door loting tussen de aanvragen, bedoeld in die zin, die na toepassing van die zin een gelijke score hebben.

Artikel 8

1. De minister kan met betrekking tot aanvragen tot verlening van subsidie waarop na toepassing van artikel 7 geen subsidie kan worden verleend besluiten om, uitsluitend ten laste van middelen die beschikbaar komen door intrekking of lagere vaststelling van subsidies op voet van de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009, de Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 tweede tranche of deze regeling, alsnog, doch uiterlijk op 30 november 2010, subsidie met betrekking tot zodanige aanvragen te verlenen. Hij houdt daarbij de volgorde aan waarin die aanvragen op de rangorde, bedoeld in artikel 7, zijn geplaatst.

2. Alvorens toepassing te geven aan het eerste lid verzoekt de minister de betrokken colleges van burgemeester en wethouders om een verklaring, inhoudende dat de feiten en omstandigheden, bedoeld in artikel 4, onderdelen a, c, d, g, l, n, m, o, p en q, sinds de indiening van de aanvraag niet zijn gewijzigd.

Hoofdstuk 5. De beslissing op de aanvraag tot verlening van subsidie

Artikel 9

1. De minister beslist uiterlijk op 18 juni 2010 op een aanvraag tot verlening van subsidie, onverminderd in voorkomende gevallen artikel 8, eerste lid.

2.

De beschikking tot verlening van subsidie vermeldt in elk geval:

a. a. het bedrag van de subsidie; b. b. een aanduiding van het woningbouwproject, en c. c. de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden, waaronder in voorkomende gevallen de verplichting, bedoeld in artikel 8, derde lid, eerste zin.

Hoofdstuk 6. Aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen

Artikel 10

1. Aan de verlening van de subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden.

2.

Aan de verlening van de subsidie zijn in elk geval de verplichtingen verbonden dat:

a. a. de afbouwgarantie, bedoeld in artikel 4, onderdeel l, bij de start bouw is afgegeven, en b. b. de gemeente aan welke subsidie is verleend, onder overlegging van de relevante stukken, zo spoedig mogelijk mededeling doet aan de minister van nieuwe omstandigheden die ertoe leiden dat de start bouw niet voor 1 januari 2011 plaatsvindt of heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 7. Voorschotverlening

Artikel 11

De minister verleent een voorschot ter grootte van de verleende subsidie.

Hoofdstuk 8. Verantwoordingsinformatie, intrekking en vaststelling van de subsidie

Artikel 12

1. Een gemeente aan welke subsidie is verleend, verstrekt voor 15 juli 2011 verantwoordingsinformatie aan de minister op de wijze, bedoeld in artikel 27 van het Besluit financiële verhouding 2001.

2. Indien een gemeente niet voldoet aan het eerste lid, kan de minister de verlening van de subsidie intrekken of die subsidie op een lager bedrag dan de verleende subsidie vaststellen.

3. De minister trekt de verlening van de subsidie niet in en stelt de subsidie niet lager vast, dan nadat de gemeente in de gelegenheid is gesteld de verantwoordingsinformatie alsnog te verstrekken.

Artikel 13

1. De minister kan een onderzoek doen instellen teneinde vast te stellen of de start bouw voor 1 januari 2011 heeft plaatsgevonden en of bij de start bouw de afbouwgarantie, bedoeld in artikel 4, onderdeel l, is afgegeven.

2. De gemeente is verplicht aan het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, medewerking te verlenen.

Artikel 14

De beschikking tot verlening van subsidie wordt ingetrokken en het verleende voorschot teruggevorderd indien uit een mededeling als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, of uit een onderzoek als bedoeld in artikel 13, eerste lid, blijkt dat de start bouw niet voor 1 januari 2011 heeft plaatsgevonden of bij de start bouw de afbouwgarantie, bedoeld in artikel 4, onderdeel l, niet is afgegeven.

Artikel 15

1. De minister stelt, onverminderd artikel 12, tweede lid, de subsidie vast op het bedrag van de verleende subsidie of op een lager bedrag indien niet is voldaan aan de voorwaarden die aan de beslissing tot verlening van subsidie zijn verbonden.

2. De subsidie wordt binnen drie maanden na de ontvangst van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, vastgesteld.

3. De subsidievaststelling geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.

4. De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling ervan betaald onder verrekening van het betaalde voorschot.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 16

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met de dag die volgt op de datum van haar vaststelling.

2. Deze regeling wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling woningbouwprojecten 2009 derde tranche.

Bijlage 1. als bedoeld in

Bijlage 2. als bedoeld in