rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-expertise-en-innovatiecentrum-binnenvaart/BWBR0024580
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling Expertise- en innovatiecentrum binnenvaart BWBR0024580 ministeriele-regeling geldend 2008-10-11 https://wetten.overheid.nl/BWBR0024580 Tijdelijke subsidieregeling Expertise- en innovatiecentrum binnenvaart

Tijdelijke subsidieregeling Expertise- en innovatiecentrum binnenvaart

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

algemene indirecte kosten: loonkosten van het management, de secretariële en de boekhoudkundige ondersteuning, huisvestingskosten en kosten van aanschaf van computerapparatuur en kantoorbehoeften;

directe kosten: kosten die een rechtstreekse relatie hebben met expertiseontwikkeling en innovatie bevorderende activiteiten op het terrein van de binnenvaart;

EICB: onder de stichting ressorterend bureau voor expertise en innovatie ten dienste van de binnenvaartsector;

Minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

stichting: Stichting Projecten Binnenvaart, gevestigd te Rotterdam.

Artikel 2

1.

De Minister verstrekt de stichting jaarlijks een subsidie om het EICB in staat te stellen:

a. a. de kennisontwikkeling en de verspreiding van kennis op het terrein van de binnenvaart te versterken; en b. b. het tussen de Minister en de binnenvaartsector overeengekomen Innovatieprogramma Binnenvaart uit te voeren.

2. Voor subsidie komen in aanmerking de gemaakte en betaalde directe en algemene indirecte kosten die rechtstreeks aan de in het eerste lid bedoelde activiteiten zijn toe te rekenen op basis van bedrijfseconomisch aanvaardbare principes.

3. De stichting verstrekt het EICB geen middelen voor activiteiten die in concurrentie met derden worden ontplooid of zouden kunnen worden ontplooid.

4. De subsidie wordt per boekjaar verleend.

Artikel 3

1. De subsidie voor de gezamenlijke directe en algemene indirecte kosten van de stichting ten behoeve van de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt over de totale looptijd van deze regeling ten hoogste € 1.900.000 en per boekjaar ten hoogste € 475.000,.

2. De subsidie voor de gezamenlijke directe en algemene indirecte kosten ten behoeve van de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt over de totale looptijd van deze regeling ten hoogste € 920.000 en per boekjaar ten hoogste € 300.000,.

Artikel 4

De subsidie voor de algemene indirecte kosten bedraagt jaarlijks een op basis van de begroting door de Minister te bepalen percentage van de directe kosten en wordt vermeld bij de subsidieverlening.

Artikel 5

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 6

1. De stichting richt de aanvraag tot subsidieverlening aan de Minister, ter attentie van de directeur-generaal Luchtvaart en Maritieme Zaken, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.

2. De aanvraag van de subsidie voor het kalenderjaar 2008 dient uiterlijk vier weken na het van kracht worden van de regeling te zijn ingediend bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

3. De aanvraag van de subsidie voor de kalenderjaren 2009, 2010 en 2011 dient jaarlijks, uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het desbetreffende boekjaar, te zijn ingediend bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 7

Gevallen als bedoeld in artikel 4:50, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht, waarin de Minister de subsidieverlening kan intrekken of ten nadele van de stichting kan wijzigen, zijn:

a. a. de stichting krijgt voor de uitoefening van de gesubsidieerde activiteiten tevens andere financiële bijdragen; b. b. met de door de subsidie verstrekte gelden is vermogen gevormd; c. c. de stichting is ontbonden; d. d. de accountantscontrole mondt niet uit in een eenduidig oordeel omdat de stichting niet heeft voldaan aan artikel 10, eerste lid, dan wel uit de accountantsverklaring blijkt dat de gedeclareerde kosten niet subsidiabel zijn op grond van artikel 2; e. e. het in artikel 4:75, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde activiteitenverslag voldoet niet aan artikel 4:80 van die wet.

Artikel 8

De Minister kan weigeren om voor een aansluitend boekjaar subsidie te verlenen voor directe of algemene indirecte kosten ten behoeve van de in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedoelde activiteiten indien deze activiteiten naar het oordeel van de Minister in onvoldoende mate hebben geleid tot subsidiabele projecten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart.

Artikel 9

De Minister kan de stichting voorschotten verlenen. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de toegekende subsidie.

Artikel 10

1. De stichting draagt er zorg voor dat de externe accountant van de stichting en de Minister of een door de Minister aangewezen accountant te allen tijde kunnen controleren of de verleende subsidie is aangewend overeenkomstig deze regeling.

2.

De stichting voert haar administratie op een zodanige wijze dat onderscheid wordt gemaakt tussen:

a. a. de kosten die verband houden met de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a; b. b. de kosten die verband houden met de activiteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b; c. c. de kosten van andere activiteiten die de stichting, eventueel voor derden, uitvoert.

Artikel 11

1. De accountantsverklaring bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voldoet aan het toepasselijke model van de accountantsverklaringen, zoals uitgegeven door een beroepsorganisatie als bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De algemene uitgangspunten en specifieke vereisten voor de controle worden opgenomen in een bij de subsidieverlening gevoegd controleprotocol.

2. De Minister of een door hem aan te wijzen accountant kan een onderzoek uitvoeren bij de externe accountant van de stichting ter toetsing van de naleving van het controleprotocol. De kosten hiervan zijn voor rekening van de Minister, tenzij van onjuistheden blijkt. Indien een review wordt gehouden wordt hierover overleg gevoerd met de stichting.

Artikel 12

De stichting verleent op verzoek van de Minister alle medewerking aan een door de Minister ingesteld evaluatieonderzoek, bedoeld om te beoordelen in welke mate het EICB bij het uitoefenen van de activiteiten een bijdrage heeft geleverd aan het bereiken van de door de Minister geformuleerde beleidsdoelstellingen.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 april 2008 en vervalt met ingang van 1 april 2012, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Expertise- en innovatiecentrum binnenvaart.