40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012 | BWBR0025018 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-12-31 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0025018 | Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012 |
Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012
Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
- bezettingsgraad: de mate waarin de capaciteit is benut voor gesloten jeugdzorg, uitgedrukt in percentage van die capaciteit;
- capaciteit: vermogen tot verlenen van gesloten jeugdzorg in een accommodatie, uitgedrukt in aantal voltijdsplaatsen op jaarbasis;
- gesloten jeugdzorg: verblijf van een jeugdige in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg en de gedurende dat verblijf aan die jeugdige verleende jeugdzorg;
- minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- wet: Wet op de jeugdzorg.
Artikel 2
1. De artikelen 1 en 5 tot en met 70 van de Kaderregeling VWS-subsidies zijn van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze regeling.
2. Een subsidie op grond van deze regeling wordt slechts verstrekt voor zover de minister van oordeel is dat de verstrekking past in zijn beleid.
Hoofdstuk II. Instellingssubsidies
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 3
1. De minister kan in de jaren 2009 tot en met 2012 jaarlijks een instellingssubsidie als bedoeld in artikel 8, onderdeel f, van de Kaderregeling VWS-subsidies verstrekken ten behoeve van gesloten jeugdzorg.
2. In de beschikking tot verlening van de instellingssubsidie wordt de capaciteit van de accommodatie voor gesloten jeugdzorg vermeld ten behoeve waarvan de instellingssubsidie wordt verstrekt.
3. De instellingssubsidie wordt slechts verstrekt ten behoeve van jeugdigen ten aanzien van wie een machtiging als bedoeld in artikel 29b, eerste lid, van de wet of een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 29c, eerste lid, van de wet ten uitvoer wordt gelegd.
4. De instellingssubsidie wordt slechts verstrekt voor gesloten jeugdzorg in een accommodatie met een aanwijzing als bedoeld in artikel 29k van de wet.
5. De instellingssubsidie wordt per accommodatie verstrekt.
Paragraaf 2. Berekeningswijze
Artikel 4
De instellingssubsidie kan worden verleend tot ten hoogste:
a. a. indien de minister op grond van deze regeling een instellingssubsidie heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie gedurende het volledige jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt:
1°.
indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die gelijk is aan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend;
2°.
indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die lager is dan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend, verlaagd naar rato van de verlaging van de capaciteit;
3°.
indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die hoger is dan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van de gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend, verhoogd naar rato van de verhoging van de capaciteit;
1°. 1°. indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die gelijk is aan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend; 2°. 2°. indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die lager is dan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend, verlaagd naar rato van de verlaging van de capaciteit; 3°. 3°. indien de instellingssubsidie wordt verleend voor een capaciteit die hoger is dan de capaciteit waarvoor in het voorafgaande jaar een instellingssubsidie is verleend op grond van deze regeling: het bedrag van de instellingssubsidie die de minister op grond van deze regeling heeft verleend ten behoeve van de gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie voor het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verleend, verhoogd naar rato van de verhoging van de capaciteit; b. b. indien de minister op grond van deze regeling niet eerder een instellingssubsidie heeft verleend ten behoeve van gesloten jeugdzorg in de desbetreffende accommodatie gedurende het volledige jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt: een bedrag dat de minister voor de desbetreffende accommodatie bepaalt op basis van een door de aanvrager in te dienen begroting en activiteitenplan, tot ten hoogste € 132.000,– per voltijdsplaats op jaarbasis.
Artikel 5
1. De minister kan het bedrag van de verleende instellingssubsidie in de loop van het boekjaar bijstellen in verband met de ontwikkeling van het loon- en prijspeil.
2. Met het oog op de toepassing van het eerste lid kan de minister bij de verlening van de instellingssubsidie bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling in verband met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
3. Indien de instellingssubsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, wordt de bevoorschotting overeenkomstig gewijzigd.
Paragraaf 3. Verplichtingen
Artikel 6
1. Uiterlijk op elke zevende werkdag van de maand ontvangt de minister van de ontvanger van de instellingssubsidie schriftelijke gegevens met betrekking tot de voorafgaande maand over de capaciteit en de bezetting van de accommodatie waarvoor de instellingssubsidie is verstrekt.
2.
De gegevens betreffen ten minste:
a. a. het aantal beschikbare plaatsen; b. b. het aantal bezette plaatsen; c. c. het aantal jeugdigen; d. d. het aantal jeugdigen dat is in- en uitgestroomd; e. e. de verblijfsduur per jeugdige.
3. Voor het verstrekken van de gegevens wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
Paragraaf 4. Subsidievaststelling
Artikel 7
1. De aanvraag tot vaststelling van de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 63 van de Kaderregeling VWS-subsidies bevat een opgave van de bezettingsgraad van de capaciteit waarvoor de instellingssubsidie is verleend.
2. De opgave, bedoeld in het eerste lid, is voorzien van een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, overeenkomstig een door de minister vastgesteld modelassurancerapport.
Artikel 8
1. Indien de bezettingsgraad van de capaciteit waarvoor de instellingssubsidie is verleend lager is dan 90%, wordt de instellingssubsidie lager vastgesteld.
2. De verlaging bedraagt een percentage van de verleende instellingssubsidie dat met de volgende formule wordt berekend: (90% - bezettingsgraad van de capaciteit waarvoor de instellingssubsidie is verleend) * 50%.
Artikel 9
De door de ontvanger van een instellingssubsidie op grond van artikel 9 van de Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2011 opgebouwde egalisatiereserve wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 34 van de Kaderregeling VWS-subsidies.
Hoofdstuk III. Projectsubsidies
Artikel 10
1. De minister kan een projectsubsidie verstrekken ten behoeve van het realiseren van een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, het in gebruik nemen van een accommodatie voor gesloten jeugdzorg of ten behoeve van de ontwikkeling van de kwaliteit van gesloten jeugdzorg.
2. Een projectsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid of een publiekrechtelijke rechtspersoon.
Artikel 11
1. Op verzoek van de ontvanger van de instellingssubsidie kan de minister onder daarbij te bepalen voorwaarden toestaan dat een bepaald deel van de capaciteit van de accommodatie wordt gebruikt voor gesloten jeugdzorg in het kader van trajecten jeugdzorg.
2. Onder een traject jeugdzorg wordt verstaan: een aaneensluitend geheel van jeugdzorg, beginnend met gesloten jeugdzorg en gevolgd door andere vormen van jeugdzorg, dat wordt gecoördineerd door een aanbieder van gesloten jeugdzorg.
Hoofdstuk IV. Slotbepalingen
Artikel 12
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 13
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2013 met dien verstande dat deze regeling van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verleend of vastgesteld.
Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling gesloten jeugdzorg 2009–2012.