rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-haalbaarheidsstudies-green-corridors-nl-vk/BWBR0049634
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling haalbaarheidsstudies Green Corridors NL-VK BWBR0049634 ministeriele-regeling geldend 2024-06-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0049634 Tijdelijke subsidieregeling haalbaarheidsstudies Green Corridors NL-VK

Tijdelijke subsidieregeling haalbaarheidsstudies Green Corridors NL-VK

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Green Corridors: zero-emissie scheepvaartroutes tussen twee of meer havens;
  • grote onderneming: grote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 24, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • kleine of middelgrote onderneming: kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • Nederlandse reder: reder met een hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen k en l, van de Handelsregisterwet 2007, in Nederland;
  • RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
  • zeeschip: schip dat blijkens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor de vaart op zee.

Artikel 2

Deze regeling heeft als doel het stimuleren van de energietransitie van de scheepvaart door het stimuleren van haalbaarheidsstudies ten behoeve van de ontwikkeling van Green Corridors tussen zeehavens in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 3

De minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken voor het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie naar de transitie naar varen met netto nul broeikasgasemissies met ten minste één schip op een corridor tussen zeehavens in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 4

1. Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door een samenwerkingsverband dat ten minste bestaat uit een exploitant van een Nederlandse haven, een exploitant van een Britse haven en een Nederlandse of Britse reder die opereert tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

2. De penvoerder van een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 26 van het Kaderbesluit subsidies I en M, is een Nederlandse havenexploitant of een Nederlandse reder, opererend of voornemens te opereren tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk.

Artikel 5

1. Als subsidiabele kosten komen uitsluitend in aanmerking de kosten, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, voor zover deze kosten zijn gemaakt door een Nederlandse deelnemer van het samenwerkingsverband.

2.

Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:

a. a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; b. b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of c. c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.

Artikel 5a

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend.

2. De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan derden betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief.

Artikel 5b

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel b, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt.

2.

De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met:

a. a. een vaste opslag voor indirecte kosten van 50 procent van de loonkosten; b. b. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en c. c. aan derden betaalde kosten.

3. Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 80, per uur.

Artikel 5c

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel c, wordt een uurtarief gehanteerd van € 80, per uur.

2.

De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met:

a. a. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. b. aan derden betaalde kosten.

Artikel 6

1. De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

2. De steunintensiteit wordt met 10 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een middelgrote onderneming en met 20 procentpunten voor kleine ondernemingen.

3. De subsidiabele kosten bedragen niet meer dan 65% van de totale kosten van de haalbaarheidsstudie.

Artikel 7

1. Het subsidieplafond bedraagt € 500.000.

2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag op basis van de volgorde van rangschikking van de aanvragen.

3. De aanvragen worden beoordeeld en gescoord op basis van de in bijlage I bij deze regeling opgenomen rangschikkingscriteria.

4. Aan een aanvraag kunnen ten hoogste 100 punten worden toegekend.

5. De definitieve rangschikking vindt plaats op basis van de optelsom van toegekende punten door RVO en de punten die door Innovate UK aan de aanvragen voor dezelfde haalbaarheidsstudie in het Verenigd Koninkrijk zijn toegekend.

6. Indien twee of meer aanvragen op dezelfde plaats in de definitieve rangschikking terechtkomen, wordt aan de hand van hiervoor gemaakte werkafspraken de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.

Artikel 8

De aanvraag voor subsidieverlening kan worden ingediend van 3 juni 2024 tot en met 17 juli 2024.

Artikel 9

1. De aanvrager kan bij de minister een aanvraag om subsidie indienen met een daartoe beschikbaar gesteld formulier via de website van RVO. Een aanvraag voor subsidie heeft betrekking op één haalbaarheidsstudie.

2.

Een aanvraag tot subsidieverlening bevat naast de in artikel 10 van het Kaderbesluit subsidies I en M genoemde gegevens ten minste:

a. a. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; b. b. een verklaring dat voor dezelfde haalbaarheidsstudie door de Britse partij in het Verenigd Koninkrijk een subsidieaanvraag wordt ingediend; c. c. een duidelijk onderscheid tussen de kosten gemaakt door Nederlandse en Britse partijen.

Artikel 10

De aanvraag om subsidie wordt afgewezen, indien:

a. a. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde haalbaarheidsstudie; b. b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c. c. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; d. d. de werkzaamheden aan de haalbaarheidsstudie reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor de subsidie van de haalbaarheidsstudie is ingediend; e. e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de algemene groepsvrijstellingsverordening; f. f. het aantal bij beoordeling en scoring toegekende punten door RVO minder is dan 65; g. g. het aantal bij definitieve rangschikking toegekende punten door RVO en Innovate UK samen minder is dan 130; h. h. de aanvraag voor subsidie voor de door een Britse partij gemaakte kosten van dezelfde haalbaarheidsstudie in het Verenigd Koninkrijk niet is toegekend; of i. i. de kosten van de haalbaarheidsstudie in totaal minder dan € 58.000, of meer dan € 292.000, bedragen.

Artikel 11

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, wordt in de beschikking tot verlening van een subsidie vermeld dat de verlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de Wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 12

1. De subsidieontvanger is verplicht een publiekssamenvatting van het eindproduct openbaar te maken.

2. De subsidieontvanger dient in het eindrapport aan te geven hoe de haalbaarheidsstudie heeft bijgedragen aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2.

3.

De haalbaarheidsstudie bevat ten minste:

a. a. een gedetailleerd plan voor de transitie naar varen met netto nul broeikasgassen van ten minste één schip op een vaarroute tussen een haven in Nederland en een haven in het Verenigd Koninkrijk, met inbegrip van de kosten, de directe en indirecte gevolgen voor het klimaat, de technische aanpak en het bijbehorende tijdpad; b. b. een omschrijving van potentiële belemmeringen voor uitvoering in de praktijk; c. c. een inschatting van het opschalingspotentieel naar een Green Corridor, met inbegrip van schaalbaarheid van het aantal schepen en bijhorende infrastructuur, toepasselijkheid op een andere route, opschalingspotentieel van klimaatneutrale energiebronnen, ontwerpopties van schepen (nieuwbouw of retrofit) en een beschrijving van hoe voldaan wordt aan relevante regelgeving; d. d. een plan voor het verspreiden van de opgedane kennis binnen de sector.

4.

Onder klimaatneutrale energiebronnen, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, worden voor deze regeling verstaan:

a. a. Bio methanol; b. b. Synthetische hernieuwbare LNG; c. c. Synthetische hernieuwbare methanol; d. d. Synthetische hernieuwbare ammoniak; e. e. Groene waterstof; f. f. Hernieuwbare elektriciteit.

5. De haalbaarheidsstudies mogen, naast de in het vierde lid genoemde klimaatneutrale energiebronnen, aangevuld worden met hernieuwbare energiebronnen die voldoen aan de eisen gesteld in Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, en Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG.

6. De haalbaarheidsstudie start niet eerder dan 1 november 2024 en is uiterlijk op 30 april 2025 afgerond.

Artikel 13

De minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 100%.

Artikel 14

Een aanvrager dient bij de minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.

Artikel 15

De subsidie, bedoeld in artikel 3, bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 25 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 16

De minister publiceert voor 31 december 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juni 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn aangevraagd.

Artikel 18

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling haalbaarheidsstudies Green Corridors NL-VK.

Bijlage 1. Rangschikkingscriteria