40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018–2021 | BWBR0040666 | ministeriele-regeling | geldend | 2018-02-28 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0040666 | Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018–2021 |
Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018–2021
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Besluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
- subsidieontvanger: Stichting Milieu Centraal.
Artikel 2
1. Aan de subsidieontvanger kan per kalenderjaar gedurende het tijdvak 2018 tot en met 2021 subsidie worden verstrekt voor activiteiten met als doel het aan consumenten, consumentenorganisaties, media en andere intermediaire organisaties ter beschikking stellen van informatie en het geven van voorlichting, opdat zij met behulp daarvan duurzamere keuzes maken.
2.
Activiteiten als bedoeld in het eerste lid zijn:
a. a. het in een database bijeenbrengen van geactualiseerde wetenschappelijke milieu-informatie op het gebied van circulaire economie, gezonde leefomgeving en luchtkwaliteit en het valideren van die informatie; b. b. het uitvoeren van verdiepende activiteiten, die verband houden met de activiteiten, bedoeld onder a, zoals voorlichtingscampagnes.
3. Geen subsidie wordt verstrekt voor zover de activiteiten zijn te kwalificeren als economische activiteiten.
Artikel 3
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de gemaakte kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteiten, bedoeld in artikel 2.
Artikel 4
a. a. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, bedraagt € 350.000,– voor 2018 en voor elk van de kalenderjaren 2019 tot en met 2021 € 425.000,– b. b. Het subsidieplafond voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, bedraagt € 725.000 voor 2018, € 1.400.000 voor 2019 en € 1.600.000 voor elk van de kalenderjaren 2020 en 2021.
Artikel 5
1. Voor het kalenderjaar 2018 dient de subsidieontvanger voor 1 mei van dat jaar de aanvraag tot subsidieverlening in voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
2. Voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2021 dient de subsidieontvanger uiterlijk op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt gevraagd, de aanvraag tot subsidieverlening in voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
3.
Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Besluit bevat de aanvraag:
a. a. een overzicht van zowel de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, als van de activiteiten bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b; b. b. een opgave van het tijdstip waarop de aanvullende activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, zijn voltooid; c. c. een gespecificeerde begroting, die een goed inzicht geeft in de kosten van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, uitgesplitst in de kosten voor de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a, en de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b.
Artikel 6
Gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening wordt een voorschot verleend van maximaal 80 procent van het in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen maximum subsidiebedrag, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder c.
Artikel 7
1.
In de beschikking worden vermeld:
a. a. de te subsidiëren activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder a; b. b. de te subsidiëren aanvullende activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b; c. c. de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald en het maximumbedrag waarop de subsidie kan worden vastgesteld. Het maximumbedrag is gelijk aan of lager dan de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 4.
2. Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat, vindt de subsidieverlening plaats onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Waterstaat. Deze voorwaarde wordt ook in de beschikking tot subsidieverlening opgenomen.
Artikel 8
Onverminderd de artikelen 17 tot en met 20 van het Besluit is de subsidieontvanger verplicht om het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat tenminste twee werkdagen van tevoren schriftelijk op de hoogte stellen in geval op initiatief van de subsidieontvanger op enigerlei wijze bekendheid wordt gegeven aan gesubsidieerde activiteiten of standpunten dienaangaande, met een politiek gevoelig of belangrijk beleidsmatig karakter.
Artikel 9
De aanvraag voor een beschikking tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen 22 weken nadat de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt zijn voltooid.
Artikel 10
Uiterlijk 31 december 2021 publiceert de Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verstrekte subsidie en zendt hij het verslag tevens aan beide Kamers der Staten-Generaal.
Artikel 11
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Artikel 12
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling Milieu Centraal 2018–2021.