rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-nl-leert-door-met-inzet-van-sectoraal-maatwerk/BWBR0044876
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk BWBR0044876 ministeriele-regeling geldend 2021-11-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044876 Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk

Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanvraagtijdvak: tijdvak waarin aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend;

  • activiteit: een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid;

  • begeleider: een natuurlijk persoon die ondersteuning en begeleiding geeft bij het vinden van ander werk of het behoud van werk, anders dan via ontwikkeladvies, scholing of een EVC-procedure, die erop is gericht de overgang naar ander werk soepel te doen verlopen;

  • bewijs van afronding: elk bewijs, in de vorm van een bewijs van deelname, van een diploma, getuigschrift of certificaat, waaruit blijkt dat een activiteit is afgerond;

  • brancheorganisatie: organisatie opgericht voor 1 januari 2020, die belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;

  • BSN: nummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

  • deelnemer: de werkende die een activiteit volgt;

  • EVC-aanbieder: aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC, een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC;

  • EVC-procedure: geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;

  • hoofdaanvrager: een brancheorganisatie, O&O-fonds, werknemersorganisatie of werkgeversorganisatie die partij is in het samenwerkingsverbanden die overigens gemachtigd is om de andere partijen in het samenwerkingsverband gedurende het subsidieproces in en buiten rechte te vertegenwoordigen;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • KvK-nummer: door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

  • loopbaanadviseur: natuurlijk persoon die zich beroepshalve bezig houdt met het geven van ontwikkeladviezen;

  • minister: Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • NLQF: Nederlands Kwalificatieraamwerk voor inschaling van kwalificaties betreffende opleiding en studie;

  • Noloc: beroepsvereniging van loopbaanprofessionals;

  • NRTO: Nederlandse Raad voor Training en Opleiding; a. O&O-fonds: een stichting of vereniging die als doel heeft het optimaliseren van de werking van de arbeidsmarkt en die:

        a.
        is opgericht bij een bij de minister aangemelde cao;
    
    
        b.
        paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of
    
    
        c.
        paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;
    

a. a. is opgericht bij een bij de minister aangemelde cao; b. b. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer arbeidsorganisaties, waarbij in ieder geval bij een arbeidsorganisatie ten minste 500 werknemers werkzaam zijn, alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties; of c. c. paritair wordt bestuurd door vertegenwoordigers van een of meer werkgeversorganisaties alsmede vertegenwoordigers van een of meer werknemersorganisaties;

  • ontwikkeladvies: integraal, persoonlijk advies, dat erop is gericht het bewustzijn over de noodzaak van reflectie op de loopbaan te stimuleren en waarmee voor een deelnemer een reëel beeld van zijn toekomstperspectief op de arbeidsmarkt of in zijn huidige werk ontstaat, resulterend in een ontwikkelplan;
  • opleider: natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich beroepshalve bezig houdt met het geven van scholing;
  • samenwerkingsverband: overeengekomen samenwerking, binnen een of meer sectoren, waarin in elk geval een of meer werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties deelnemen;
  • scholing: cursus, onderwijs, opleiding, training of middel tot kennisverwerving onder een andere naam en in een andere vorm via de weg van scholing;
  • sector: bedrijven, organisaties of instellingen die actief zijn in een overeenkomstige categorie producten, werkzaamheden of diensten;
  • subsidieaanvrager: samenwerkingsverband dat subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
  • subsidieontvanger: samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling;
  • traject: aan een deelnemer aangeboden activiteit of combinatie van activiteiten als bedoeld in artikel 3;
  • werkende: elke natuurlijke persoon die in een sector werkzaam is, een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt, achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigdeleeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet of artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES nog niet heeft bereikt en die met werkloosheid wordt bedreigd;
  • werkgeversorganisatie: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers, die krachtens haar statuten de belangbehartiging van werkgevers beoogt;
  • werknemersorganisatie: vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werknemers, die krachtens haar statuten de belangbehartiging van werknemers beoogt;
  • werkzoekende: deelnemer als bedoeld in artikel 1a.

Artikel 1a

Als deelnemer wordt voor de toepassing van deze regeling en de wijzigingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 21a, eveneens beschouwd de natuurlijk persoon die in een sector werkzaam is geweest, een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt, achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet of artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, nog niet heeft bereikt, die zijn dienstbetrekking of werkzaamheden anderszins heeft verloren en die werkzoekend is.

Artikel 2

1. Het doel van deze regeling is het faciliteren en stimuleren van het behoud van werk of overgang naar ander werk voor werkenden door middel van het verlenen van subsidie.

2. Deze regeling is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 3

1.

Subsidiabele activiteiten zijn het aan werkenden geven van:

a. a. ontwikkeladvies; b. b. begeleiding; c. c. scholing; d. d. een EVC-procedure.

2.

In een traject wordt een activiteit of een combinatie van activiteiten aangeboden, waarbij geldt dat:

a. a. behoudens de activiteit scholing, elk van de in het eerste lid genoemde activiteiten één keer in een traject kan worden opgenomen; b. b. aan een deelnemer één traject kan worden aangeboden; en c. c. meerdere deelnemers hun activiteit tegelijk bij een aanbieder kunnen volgen, waarbij in dat geval voor de aanbieder geldt dat het aantal activiteiten gelijk is aan het aantal deelnemers.

3. Het aantal scholingsactiviteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, bedraagt maximaal drie.

4. Een activiteit is niet subsidiabel voor zover er voor die activiteit sprake is van andere financiering van overheidswege.

5. Een activiteit is subsidiabel indien zij is gestart na de dag waarop deze regeling is gepubliceerd in de Staatscourant.

6. Activiteiten worden kosteloos aangeboden aan de deelnemer voor de minimale waarde, bedoeld in de artikelen 5, 7 of 9. Indien de deelnemer een activiteit wenst te volgen die een hogere waarde heeft, komt het gedeelte van de kosten dat de minimale waarde overstijgt, niet in aanmerking voor subsidieverlening.

Artikel 4

1.

Activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, worden uitgevoerd door een loopbaanadviseur die:

a. a. een mens- of organisatiegerichte opleiding heeft afgerond op minimaal hbo-niveau, of minimaal een hbo-opleiding in een andere richting heeft afgerond en aanvullende mens- of organisatiegerichte cursussen en trainingen heeft afgerond; b. b. aantoonbaar minimaal drie jaar relevante werkervaring heeft; en c. c. verklaart zich te houden aan de gedragscode in bijlage 1.

2. Als een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt uitgevoerd door een loopbaanadviseur die werkzaam is in een dienstverband met een partij in het samenwerkingsverband, draagt het samenwerkingsverband er zorg voor dat deze loopbaanadviseur voor de uren die deze activiteit in beslag neemt wordt vrijgesteld van zijn overige werkzaamheden in dienst van betrokken partij binnen het samenwerkingsverband.

3. Een loopbaanadviseur wordt geacht aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, te hebben voldaan, wanneer hij is geregistreerd bij Noloc als Noloc Erkend Loopbaanprofessional of bij Noloc is geregistreerd als Register Loopbaanprofessional.

4. Een loopbaanadviseur, gevestigd in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die een opleiding heeft afgerond overeenkomstig de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en overigens voldoet aan het eerste lid, onderdelen b en c, wordt gelijkgesteld met de loopbaanadviseur, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5

1. De minister verstrekt subsidie voor ontwikkeladviesactiviteiten voor werkenden, uitgevoerd op de wijze, beschreven in bijlage 2.

2. Elke ontwikkeladviesactiviteit heeft een waarde van ten minste € 700,00 in het geval het extern ingekochte activiteiten betreft.

3. Als een ontwikkeladviesactiviteit door een betrokken partij binnen het samenwerkingsverband wordt uitgevoerd vormt de prestatieverklaring, waarvan een model in bijlage 4 is opgenomen, de basis voor vaststelling dat de ontwikkeladviesactiviteit voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 6

1.

Een begeleidingsactiviteit is gericht op het verkrijgen door de deelnemer van ander werk of het behoud van zijn werk en omvat in elk geval een of meer van de volgende activiteiten:

a. a. advisering; b. b. coaching; c. c. organiseren; of d. d. bemiddeling.

2. Activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden uitgevoerd door een begeleider.

3. Als een activiteit als bedoeld in het eerste lid wordt uitgevoerd door een begeleider die werkzaam is in een dienstverband met een partij in het samenwerkingsverband, draagt het samenwerkingsverband er zorg voor dat deze begeleider voor de uren die deze activiteit in beslag neemt wordt vrijgesteld van zijn overige werkzaamheden in dienst van betrokken partij binnen het samenwerkingsverband.

Artikel 7

1.

Begeleiding is onderverdeeld in twee categorieën, waarbij:

a. a. categorie I begeleiding betreft, waarbij geldt dat elke begeleidingsactiviteit:

        1°.
        ten minste 5 uren aan de deelnemer wordt aangeboden; en
      
      
        2°.
        een waarde heeft van ten minste € 500,00 in geval het extern ingekochte activiteiten betreft.

1°. 1°. ten minste 5 uren aan de deelnemer wordt aangeboden; en 2°. 2°. een waarde heeft van ten minste € 500,00 in geval het extern ingekochte activiteiten betreft. b. b. categorie II begeleiding betreft, waarbij geldt dat elke begeleidingsactiviteit:

        1°.
        ten minste 10 uren aan de deelnemer wordt aangeboden; en
      
      
        2°.
        een waarde heeft van ten minste € 1.000,00 in geval het extern ingekochte activiteiten.

1°. 1°. ten minste 10 uren aan de deelnemer wordt aangeboden; en 2°. 2°. een waarde heeft van ten minste € 1.000,00 in geval het extern ingekochte activiteiten.

2. Als begeleiding door een betrokken partij binnen het samenwerkingsverband wordt uitgevoerd vormt de prestatieverklaring, waarvan een model in bijlage 4 is opgenomen, de basis voor vaststelling dat de begeleiding voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 8

1. Activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, worden uitgevoerd door een opleider.

2. Als een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt uitgevoerd door een opleider die werkzaam is in een dienstverband met een partij in het samenwerkingsverband, draagt het samenwerkingsverband er zorg voor dat deze opleider voor de uren die deze activiteit in beslag neemt wordt vrijgesteld van zijn overige werkzaamheden in dienst van betrokken partij binnen het samenwerkingsverband.

3.

Het scholingsaanbod voldoet aan de volgende eisen:

a. a. de scholing is gecertificeerd of van een keurmerk voorzien en:

        1°.
        wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;
      
      
        2°.
        leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;
      
      
        3°.
        wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk;
      
      
        4°.
        wordt gegeven door een persoon of een instelling die opleidt tot een overheids-, branche- of sector-erkend certificaat;

1°. 1°. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding; 2°. 2°. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register; 3°. 3°. wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk; 4°. 4°. wordt gegeven door een persoon of een instelling die opleidt tot een overheids-, branche- of sector-erkend certificaat; b. b. de scholing is arbeidsmarktrelevant; c. c. de scholing is gericht op het verkrijgen door de deelnemer van ander werk; d. d. de scholing valt onder een categorie als bedoeld in artikel 9; e. e. de scholing werd in de periode van 4 maanden voorafgaand aan de publicatie van deze regeling al aangeboden door dezelfde opleider.

Artikel 9

1.

Scholing is onderverdeeld in vier categorieën, waarbij:

a. a. categorie C 1 scholing betreft die een waarde heeft van ten minste € 75,00; b. b. categorie C 2 scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholingsactiviteit:

        1°.
        een studiebelasting van minimaal 8 uur heeft; en
      
      
        2°.
        een waarde heeft van ten minste € 150,00.

1°. 1°. een studiebelasting van minimaal 8 uur heeft; en 2°. 2°. een waarde heeft van ten minste € 150,00. c. c. categorie C 3 scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholingsactiviteit:

        1°.
        een studiebelasting van minimaal 16 uur heeft;
      
      
        2°.
        persoonlijke begeleiding en ondersteuning aan de deelnemer biedt; en
      
      
        3°.
        een waarde heeft van ten minste € 500,00.

1°. 1°. een studiebelasting van minimaal 16 uur heeft; 2°. 2°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning aan de deelnemer biedt; en 3°. 3°. een waarde heeft van ten minste € 500,00. d. d. categorie C 4 scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholingsactiviteit:

        1°.
        is gericht op afsluiting door de deelnemer met een certificaat of diploma op middelbaar of hoger onderwijsniveau of een branche- of sector-erkend certificaat of diploma;
      
      
        2°.
        persoonlijke begeleiding en ondersteuning aan de deelnemer biedt; en
      
      
        3°.
        een waarde heeft van ten minste € 1.250,00.

1°. 1°. is gericht op afsluiting door de deelnemer met een certificaat of diploma op middelbaar of hoger onderwijsniveau of een branche- of sector-erkend certificaat of diploma; 2°. 2°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning aan de deelnemer biedt; en 3°. 3°. een waarde heeft van ten minste € 1.250,00.

2. Als scholing door een betrokken partij binnen het samenwerkingsverband wordt uitgevoerd vormt de prestatieverklaring, waarvan een model in bijlage 4 is opgenomen, de basis voor vaststelling dat de scholing voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 10

1.

Ter bepaling van de waarde van scholingsactiviteiten als bedoeld in artikel 9, komen de volgende kosten in aanmerking:

a. a. ingeval de scholing door partijen binnen het samenwerkingsverband wordt uitgevoerd, de directe loonkosten van bij de uitvoering van de scholing betrokken personen, waarbij, ingeval aan een scholing meerdere personen deelnemen, de kosten worden gedeeld door het aantal deelnemers, volgens de berekening, opgenomen in het tweede lid; b. b. ingeval de scholing door partijen buiten het samenwerkingsverband worden uitgevoerd, de daadwerkelijke externe kosten van de scholingsactiviteit per deelnemer, onder voorwaarde dat deze kosten marktconform zijn.

2.

Voor de directe loonkosten van scholing die binnen het samenwerkingsverband worden uitgevoerd, geldt de volgende berekening om tot de waarde van de scholingsactiviteit per deelnemer te komen:

Aantal uitvoeringsuren per scholing × 1,25 (opslag voor voor/nawerk) × norm uurtarief
_________________________________________________________________________________
Aantal deelnemers per scholing

waarbij:

a. a. onder uitvoeringsuren per scholing wordt verstaan: het aantal uren dat door de opleider daadwerkelijk aan het geven van scholing wordt besteed; en b. b. het norm uurtarief voor interne scholing € 80,00 bedraagt.

3. Ter bepaling van de waarde van activiteiten, bedoeld in de artikelen 5 en 7, komen in aanmerking de daadwerkelijke externe kosten van de activiteit per deelnemer, onder voorwaarde dat deze kosten marktconform zijn.

4.

Marktconformiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en derde lid, wordt bepaald aan de hand van:

a. a. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure; of b. b. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager indien de kosten per partij buiten het samenwerkingsverband meer bedragen dan € 50.000.

Artikel 11

1. Een opleider voldoet aan de kwaliteitscriteria, beschreven in bijlage 3.

2. Indien de opleider in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een certificering of keurmerk als bedoeld in bijlage 3, een in dat land overeenkomstige certificering of keurmerk gelijkgesteld met deze certificeringen of keurmerken.

Artikel 12

1. Activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, worden uitgevoerd door een erkende EVC-aanbieder.

2.

Een EVC-procedure is gericht op het verkrijgen door de deelnemer van ander werk en omvat in elk geval een of meer van de volgende activiteiten:

a. a. een intake; b. b. het opbouwen van een portfolio; en c. c. een persoonlijk assessment.

3. Als een EVC-procedure door een erkende EVC-aanbieder wordt uitgevoerd vormt de prestatieverklaring, waarvan een model in bijlage 4 is opgenomen, de basis voor vaststelling dat de EVC-procedure voor subsidie in aanmerking komt.

Artikel 13

1. Voor subsidies op grond van deze regeling is € 70 miljoen beschikbaar.

2. Het beschikbare subsidiebedrag wordt in twee compartimenten verdeeld.

3. In compartiment 1 is € 14 miljoen beschikbaar bedoeld voor subsidieaanvragen voor een bedrag van € 300.000 tot € 1 miljoen per subsidieaanvraag.

4. In compartiment 2 is € 56 miljoen beschikbaar, bedoeld voor subsidieaanvragen voor een bedrag van € 1 miljoen tot ten hoogste € 5 miljoen per subsidieaanvraag.

5. Indien na afloop van het aanvraagtijdvak blijkt dat er gelden resteren van het beschikbare bedrag voor een compartiment, worden deze gelden overgeheveld naar het andere compartiment.

6. Een overheveling van middelen van het ene naar het andere compartiment en de hoogte van die overheveling wordt bekendgemaakt op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

7. Voor wijzigingsverzoeken als bedoeld in artikel 21a is € 3,2 miljoen beschikbaar.

Artikel 14

1.

Het subsidiebedrag bedraagt:

a. a. voor een ontwikkeladviesactiviteit: € 560,00; b. b. voor een begeleidingsactiviteit:

        1°.
        categorie I: € 400,00;
      
      
        2°.
        categorie II: € 800,00;

1°. 1°. categorie I: € 400,00; 2°. 2°. categorie II: € 800,00; c. c. voor een scholingsactiviteit:

        1°.
        categorie C 1: € 60,00
      
      
        2°.
        categorie C 2: € 120,00;
      
      
        3°.
        categorie C 3: € 400,00; en
      
      
        4°.
        categorie C 4: € 1.000,00;

1°. 1°. categorie C 1: € 60,00 2°. 2°. categorie C 2: € 120,00; 3°. 3°. categorie C 3: € 400,00; en 4°. 4°. categorie C 4: € 1.000,00; d. d. voor een EVC-procedure: € 1.000,00.

2. De hoogte van een subsidiebedrag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld per activiteit.

Artikel 15

1. Organisaties, werkzaam in een sector of branche of daaraan verbonden, kunnen deel uitmaken van het samenwerkingsverband.

2. Een samenwerkingsverband kan worden georganiseerd binnen een of meer sectoren of branches.

3. Het samenwerkingsverband spant zich in om binnen de sector of branche bekendheid te geven aan de mogelijkheid tot aansluiting bij een samenwerkingsverband en het aanvragen van subsidie.

4. De samenwerking wordt vastgelegd in een door alle partijen van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst, waarin een hoofdaanvrager wordt aangewezen en waarbij gebruik wordt gemaakt van het model, genoemd in het vijfde lid.

5. De minister stelt het model voor een vast te leggen samenwerkingsovereenkomst elektronisch beschikbaar op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Artikel 16

1. De hoofdaanvrager dient namens het samenwerkingsverband een subsidieaanvraag in.

2. De hoofdaanvrager bestaat ten tijde van de indiening van de subsidieaanvraag ten minste twee jaar.

3. De hoofdaanvrager draagt ervoor zorg dat een organisatie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, op een daartoe strekkend verzoek kan deelnemen aan het samenwerkingsverband.

4. De hoofdaanvrager neemt de regels in acht die op grond van deze regeling voor de subsidieaanvrager en de subsidieontvanger gelden.

Artikel 17

1. De hoofdaanvrager draagt ervoor zorg dat de subsidieaanvraag, blijkens de samenwerkingsovereenkomst, het uitdrukkelijke akkoord draagt van de werkgeversorganisatie en de werknemersorganisatie binnen het samenwerkingsverband.

2. Indien het akkoord, bedoeld in het eerste lid, niet kan worden bereikt, kan de subsidieaanvraag niettemin worden ingediend met een akkoord van de aan het samenwerkingsverband deelnemende werkgeversorganisatie of werknemersorganisatie, met toevoeging van een akkoord van de Stichting van de Arbeid.

3. Het akkoord wordt gegeven via een door de Stichting van de Arbeid ondertekende verklaring die bij de subsidieaanvraag wordt gevoegd.

4. De verklaring, bedoeld in het derde lid, kan door de Stichting van de Arbeid uitsluitend worden gegeven, indien de desbetreffende subsidieaanvraag naar haar oordeel op voldoende draagvlak kan rekenen binnen de desbetreffende sector of branche.

Artikel 18

1. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.

2.

Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een subsidieaanvraag vermeld:

a. a. het KvK-nummer van de hoofdaanvrager en alle partijen die deelnemen aan het samenwerkingsverband; b. b. de contactgegevens van de hoofdaanvrager; c. c. de verwachte aantallen ontwikkeladviesactiviteiten, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten onderverdeeld naar categorieën als bedoeld in artikel 14, en EVC-procedures, het aantal deelnemers alsmede het totaalbedrag waarvoor per activiteit subsidie wordt aangevraagd; en d. d. het bankrekeningnummer waarop de hoofdaanvrager betalingen van de minister op grond van deze regeling wenst te ontvangen.

3.

Bij de subsidieaanvraag worden de volgende stukken gevoegd:

a. a. een door alle partijen die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief een schriftelijke machtiging, ingevuld op het daartoe bestemde elektronisch formulier op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl, waaruit blijkt dat de hoofdaanvrager gemachtigd is de andere partijen in het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen en waarbij de samenwerkingsovereenkomst het KvK-nummer en de contactgegevens van alle deelnemers binnen het samenwerkingsverband bevat; b. b. een bewijsstuk dat aantoont dat de hoofdaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d; c. c. via een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl een beschrijving van de groep of groepen deelnemers, uitgesplitst naar achtergrond in ervaring en kennis, waarbij aan de hand van een door het samenwerkingsverband opgestelde arbeidsmarktanalyse voor elke groep wordt aangegeven in welke arbeidsmarktpositie deze groep verkeert, in welke richting op de arbeidsmarkt het samenwerkingsverband zijn deelnemers verder wil doen ontwikkelen en begeleiden en daarnaast de doelstellingen waarbinnen de scholing moet passen, waarbij per categorie scholing een of enkele voorbeelden van concrete scholing die daar in ieder geval onder zal vallen; d. d. de verklaring, bedoeld in artikel 17, derde lid, die, indien deze op het moment van de subsidieaanvraag nog niet beschikbaar is, later kan worden ingestuurd en bij de subsidieaanvraag worden gevoegd, met inachtneming van artikel 20, vierde lid.

4. Het met een subsidieaanvraag gemoeide subsidiebedrag bedraagt maximaal gemiddeld € 2.000, per deelnemer.

5. Het subsidiebedrag bedraagt per aanvraag ten minste € 300.000.

6.

Bij de subsidieaanvraag verklaart de hoofdaanvrager:

a. a. dat de loopbaanadviseur, de begeleider, de opleider en de EVC-aanbieder voldoen aan de eisen, genoemd in deze regeling en verder, ten aanzien van de loopbaanadviseur en de opleider, beschreven in bijlagen 1, 2 en 3; b. b. dat de activiteiten binnen de subsidieaanvraag arbeidsmarktrelevant zijn, hetgeen hij onderbouwt bij de subsidieaanvraag.

7. Een activiteit eindigt niet later dan 20 maanden na de dag van de subsidieverlening, doch uiterlijk 31 december 2022.

8. Indien een partij in het samenwerkingsverband, dan wel een door het samenwerkingsverband voor het verrichten van activiteiten ingeschakelde instelling of andere rechtspersoon in Nederland, in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een KvK-nummer, een met het KvK-nummer overeenkomstige registratie in dat land gelijkgesteld met de vermelding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.

Artikel 19

Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend van 15 maart 2021, 9.00 uur tot en met 26 april 2021, 17.00 uur Nederlandse tijd. Alleen in de periode van 15 maart 2021, 9.00 uur tot en met 22 maart 2021, 17.00 uur Nederlandse tijd kan de subsidieaanvraag worden aangevuld met een verklaring van de Stichting van de Arbeid als bedoeld in artikel 17, derde lid, zonder dat dit gevolgen heeft voor de volgorde van behandeling van subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 20.

Artikel 20

1. De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst van volledige subsidieaanvragen.

2. Onvolledige subsidieaanvragen kunnen, binnen twee weken na de mededeling van de minister dat de aanvraag onvolledig is, worden aangevuld door de subsidieaanvrager. In dat geval geldt als ontvangstdatum van de volledige subsidieaanvraag de datum van ontvangst van de aanvulling.

3. Indien subsidieaanvragen gelijktijdig worden ontvangen, wordt door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden behandeld.

4. Onverminderd het derde lid geldt, in afwijking van artikel 2.3 van de Kaderregeling en het eerste lid, ten aanzien van de situatie, genoemd in artikel 17, tweede lid, als moment waarop de subsidieaanvraag volledig is het moment waarop de subsidieaanvraag, bedoeld in artikel 17, tweede lid, is ingediend, onder voorwaarde dat de verklaring, genoemd in artikel 17, derde lid, uiterlijk 22 maart 2021, 17.00 uur bij de ingediende subsidieaanvraag is gevoegd en de subsidieaanvraag overigens volledig is.

Artikel 21

1. De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot subsidieverlening.

2.

Onverminderd afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de beschikking tot subsidieverlening in ieder geval:

a. a. de activiteiten, uitgesplitst per activiteit en, voor zover van toepassing, per categorie, waarvoor subsidie wordt verleend; b. b. de hoogte van het totaalbedrag van de subsidieverlening en, als onderdeel daarvan het bedrag per traject, alsmede het te verlenen voorschot; en c. c. de periode waarover de subsidie wordt verleend.

3. De minister verstrekt bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 60% van het op grond van artikel 13 berekende bedrag.

4.

Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht schort de minister de betaling, bedoeld in het derde lid, op indien:

a. a. er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of b. b. een melding van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft.

5. De subsidieontvanger kan een verzoek tot wijziging van het besluit tot subsidieverlening indienen, wanneer blijkt dat de aantallen ontwikkeladviesactiviteiten, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten of EVC-procedures, bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel c, in totaal of in hun onderlinge verdeling afwijken ten opzichte van wat in zijn beschikking tot subsidieverlening is aangegeven.

Artikel 21a

1. Onverminderd artikel 21, vijfde lid, kan de subsidieontvanger, indien hij aan door hem aan te geven aantallen ontwikkeladviezen, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten of EVC-procedures werkzoekenden wil laten deelnemen een verzoek tot wijziging van zijn subsidieaanvraag doen, waarin hij de uitbreiding van de groep deelnemers met werkzoekenden in zijn gewijzigde subsidieaanvraag specificeert en kwantificeert.

2. Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan worden gedaan van 6 december 2021, 9.00 uur tot 20 december 2021, 17.00 uur.

3. De minister stelt het format voor een verzoek als bedoeld in het eerste lid elektronisch beschikbaar op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

4. Wanneer het totaalbedrag van de wijzigingsverzoeken het voor wijziging beschikbare subsidiebedrag, genoemd in artikel 13, zevende lid, overschrijdt, wordt het subsidiebedrag naar evenredigheid verdeeld over de binnengekomen wijzigingsverzoeken.

Artikel 22

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een aanvraag voor subsidie afgewezen wanneer:

a. a. niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; b. b. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen of de eisen, die bij of krachtens de Kaderwet SZW-subsidies zijn gesteld; of c. c. de activiteiten plaatsvinden buiten de in artikel 21, tweede lid, onderdeel c, bedoelde periode.

Artikel 23

1. De subsidieaanvrager dient uiterlijk drie maanden na afronding van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

2.

Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een aanvraag tot subsidievaststelling vermeld het gerealiseerd aantal:

a. a. ontwikkeladviesactiviteiten en het daarmee gemoeide subsidiebedrag; b. b. begeleidingsactiviteiten, verdeeld naar categorie, alsmede het hiermee gemoeide subsidiebedrag; c. c. scholingsactiviteiten, verdeeld naar categorie, alsmede het hiermee gemoeide subsidiebedrag; d. d. EVC-procedures en het daarmee gemoeide subsidiebedrag.

3.

Bij de aanvraag tot subsidievaststelling worden in elk geval meegezonden:

a. a. een specificatie van de gegeven activiteiten en categorie activiteiten per loopbaanadviseur, begeleider, opleider en EVC-aanbieder, inclusief het KvK-nummer en contactgegevens van alle loopbaanadviseurs, begeleiders, opleiders en EVC-aanbieders die ten behoeve van het samenwerkingsverband activiteiten hebben gegeven op basis van de subsidieverlening; b. b. een overzicht met het BSN van de betrokken deelnemers; c. c. een assurancerapport omtrent de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger als bedoeld in artikel 7.5, tweede lid, van de Kaderregeling, opgesteld door een accountant overeenkomstig een door de minister vastgesteld model met inachtneming van een door de minister vastgesteld accountantsprotocol, beide elektronisch beschikbaar op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl; en d. d. een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 24.

4. De subsidieontvanger houdt de informatie en de documenten, vermeld in de administratieverplichtingen die zijn opgenomen in de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl, in zijn administratie beschikbaar.

5. De subsidieontvanger kan tot uiterlijk 6 maanden na de oorspronkelijke beschikking tot subsidieverlening een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening indienen, waarbij het verleende subsidiebedrag tot een door hem verzocht percentage van dat bedrag kan worden bijgesteld.

6. De subsidieontvanger kan vanaf 7 maanden tot uiterlijk 16 maanden na de oorspronkelijke beschikking tot subsidieverlening een verzoek tot wijziging van de beschikking tot subsidieverlening indienen, waarbij het laatst afgegeven subsidieverleningsbedrag tot 50% kan worden bijgesteld.

7. Indien bij het indienen, dan wel bij het controleren van de aanvraag tot subsidievaststelling blijkt, dat minder dan 60% van het aantal activiteiten, genoemd in de laatst afgegeven beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, en dit tekort aan gerealiseerde activiteiten naar het oordeel van de minister de subsidieaanvrager kan worden aangerekend, kan het subsidiebedrag op nihil worden vastgesteld.

8. Artikel 18, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag tot subsidievaststelling.

Artikel 24

1. De subsidieontvanger draagt zorg voor de evaluatie van de op grond van deze regeling uitgevoerde ontwikkeladviesactiviteiten, begeleidingsactiviteiten, scholingsactiviteiten en EVC-procedures en het bereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid daarvan ten aanzien van de binnen zijn samenwerkingsverband vallende werkenden en werkzoekenden.

2.

Het evaluatieverslag omvat in ieder geval:

a. a. de doelgroep werkenden en de doelgroep werkzoekenden waarvoor het samenwerkingsverband de activiteiten heeft ingezet; b. b. een beschrijving van de uitgevoerde activiteiten; c. c. een beschrijving van het uitvoeringsproces tussen subsidieontvanger en de deelnemers die de activiteit volgden en de leerervaringen die daarbij zijn opgedaan; en d. d. een overzicht van de bereikte resultaten, uitgedrukt in:

        1°.
        de in artikel 18, derde lid, onderdeel c, geschetste achtergrond van de deelnemersgroep, afgezet tegen het aantal afgeronde activiteiten;
      
      
        2°.
        aantallen deelnemers per categorie activiteit en per combinatie van activiteiten, uitgesplitst naar verwacht aantal deelnemers, het gerealiseerd aantal deelnemers en het percentage deelnemers dat de activiteit heeft afgerond; en
      
      
        3°.
        het aantal deelnemers dat tijdens of na afronding van de gevolgde activiteiten met een andere baan is begonnen;
      
      
        4°.
        het aantal deelnemers dat na het volgen van een of meer activiteiten zijn baan heeft behouden.

1°. 1°. de in artikel 18, derde lid, onderdeel c, geschetste achtergrond van de deelnemersgroep, afgezet tegen het aantal afgeronde activiteiten; 2°. 2°. aantallen deelnemers per categorie activiteit en per combinatie van activiteiten, uitgesplitst naar verwacht aantal deelnemers, het gerealiseerd aantal deelnemers en het percentage deelnemers dat de activiteit heeft afgerond; en 3°. 3°. het aantal deelnemers dat tijdens of na afronding van de gevolgde activiteiten met een andere baan is begonnen; 4°. 4°. het aantal deelnemers dat na het volgen van een of meer activiteiten zijn baan heeft behouden.

Artikel 25

Bij een redelijk vermoeden dat een loopbaanadviseur, een begeleider, een opleider of een EVC-aanbieder, dan wel een ander persoon die werkzaam is binnen of ten behoeve van een samenwerkingsverband, fraude heeft gepleegd bij het verkrijgen van subsidie op grond van deze regeling, kan de minister hiervan melding maken bij het samenwerkingsverband, of de instantie waar betrokken loopbaanadviseur, begeleider of opleider zijn certificering of het keurmerk heeft verkregen.

Artikel 26

1.

De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor:

a. a. het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie; b. b. het beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt; c. c. het monitoren van de voortgang in de werving van deelnemers, het starten en uitvoeren van de activiteiten en de financiële realisatie; en d. d. de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de minister.

2. De deelnemer verleent desgevraagd medewerking aan het in het eerste lid bedoelde onderzoek met het oog op de beoogde doelstellingen en vult in verband daarmee de toestemmingsverklaring, opgenomen in bijlage 5, in.

Artikel 27

De minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.

Artikel 28

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 maart 2021 en vervalt met ingang van 31 december 2022.

2. In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van uiterlijk op 31 juli 2023 ingediende verzoeken tot vaststelling van subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 29

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk.

Bijlage . behorend bij de Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk

Bijlage 1. behorende bij

Bijlage 2. behorende bij

Bijlage 3. behorende bij

Bijlage 4. behorende bij de

Bijlage 5. behorende bij