rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-subsidieregeling-onderzoek-topsector-logistiek-20222026/BWBR0046454
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00
..
README.md feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown 2026-03-30 06:27:40 +02:00

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 20222026 BWBR0046454 ministeriele-regeling geldend 2022-03-24 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046454 Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 20222026

Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 20222026

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • Bouwlogistieke keten: het geheel aan activiteiten van het inrichten van bouwplaatsen, inzet van mensen en materieel, en verplaatsing en opslag van goederen ten behoeve van bouwactiviteiten;
  • consortium: samenwerkingsverband tussen onafhankelijke partijen voor onderzoek dat minimaal bestaat uit een kennisinstelling en twee bedrijven;
  • daadwerkelijke samenwerking: daadwerkelijke samenwerking als bedoeld in artikel 2, onderdeel 90, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: gezamenlijk ambitiedocument van de Minister, de topsector Logistiek en de Logistieke Alliantie (Kamerstukken II 2018/19, 34 244, nr. 2, bijlage);
  • hogeschool: onder g van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
  • industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
  • Kennisinstelling: universiteiten en hogescholen in het Koninkrijk der Nederlanden, de kennisinstellingen voor toegepast onderzoek Deltares, Marin, NLR, TNO en Wageningen-Research (TO2), de onderzoeksinstituten die onderdeel uitmaken van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en onderzoeksinstituten aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW);
  • Minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • onderzoeksproject: project dat bestaat uit fundamenteel onderzoek, of uit industrieel onderzoek, of experimentele ontwikkeling, of een combinatie van beide;
  • private bijdrage: geldmiddelen of op geld waardeerbare inbreng in een samenwerkingsproject die niet direct of indirect afkomstig zijn van een onderzoeksinstelling met inbegrip van de NWO en de KNAW, of een openbaar lichaam;
  • TKI: Topconsortium voor Kennis en Innovatie;
  • Toegepast onderzoek: Industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een combinatie van beide;
  • universiteit: onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
  • VSNU: de vereniging van universiteiten van Nederland gevestigd in s-Gravenhage.

Artikel 2

Doel van deze regeling is het verstrekken van financiële bijdragen aan onderzoeksprojecten die bijdragen aan:

a. a. de transitie naar duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens en goederenvervoer als onderdeel van de Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: concurrerend, duurzaam en veilig; of b. b. emissiereductie in de bouw door de ontwikkeling van effectieve bouwlogistieke ketens, de ontwikkeling van verdere digitalisering, of ketenregieactiviteiten als onderdeel van het programma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB).

Artikel 3

1. De Minister verstrekt ten behoeve van de in artikel 2, onder a, opgenomen doelstelling subsidie aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het uitvoeringsprogramma Topsector Logistiek 20212023.

2. De Minister verstrekt ten behoeve van de in artikel 2, onder b, opgenomen doelstelling subsidie aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het kennis- en innovatieprogramma Bouwlogistiek en Mobiele Werktuigen.

3.

Het totale bedrag aan steun bedraagt niet meer dan:

a. a. 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of fundamenteel onderzoek; b. b. 25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.

4. Het totale bedrag aan steun is niet hoger dan het bedrag aan private bijdrage(n) voor het onderzoeksproject.

Artikel 4

1. De Minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en een periode voor indiening van de aanvraag.

2. De Minister kan voor de in artikel 3, eerste en tweede lid, genoemde activiteiten verschillende subsidieplafonds vaststellen.

3. De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

4. Aanvragen voor subsidie op grond van artikel 2, onder a, en aanvragen voor subsidie op grond van artikel 2, onder b, worden afzonderlijk gerangschikt.

5. Rangschikking vindt plaats aan de hand van het in bijlage 1 opgenomen formulier met rangschikkingscriteria en weging.

6. Bij de rangschikking van de aanvragen laat de Minister zich adviseren door het bestuur van de stichting TKI Logistiek.

Artikel 5

1. In afwijking van artikel 4 komt een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 2, onder b, niet voor subsidie in aanmerking wanneer de aanvraag niet of zeer beperkt bijdraagt aan de reductie van stikstofemissies, of als de stikstofreductie niet kwantitatief is onderbouwd.

2. Voor subsidie komt uitsluitend een onderzoeksproject met een minimale omvang van € 500.000 in aanmerking.

3. De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per project.

4. Aanvragen met een beoordelingsscore van minder dan 37 punten komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 6

1. Voor de subsidie komen alleen de kosten in aanmerking, bedoeld in artikel 25, derde lid, onder a tot en met e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

2.

Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:

a. a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; b. b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of c. c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.

3. De kosten van de inhuur van derden maakt voor ten hoogste 10% deel uit van de totale projectkosten.

4. De subsidiabele kosten worden onderbouwd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn.

Artikel 7

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend.

2. De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan een derde betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief.

Artikel 8

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel b, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt.

2.

De directe loonkosten per uur, bedoeld in het eerste lid worden berekend overeenkomstig:

a. a. voor academische aanstellingen aan universiteiten en hogescholen: de salaristabellen VSNU; b. b. overige personeelskosten: de Handleiding Overheidstarieven (HOT) 2022.

3.

De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met:

a. a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. b. aan derden betaalde kosten.

4. Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 60 per uur.

Artikel 9

1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, wordt een uurtarief gehanteerd van € 60 per uur.

2.

De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met:

a. a. kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. b. aan derden betaalde kosten.

Artikel 10

1. Als uitvoeringsinstantie wordt stichting TKI Logistiek aangewezen.

2. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de uitvoeringsinstantie met gebruikmaking van een volledig ingevuld aanvraagformulier als bedoeld in bijlage 2 van deze subsidieregeling.

3. Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M bevat een aanvraag de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

4. Een aanvraag voor subsidie heeft betrekking op één project.

Artikel 11

1. De hoogte van de subsidie wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.

2. Het te verlenen voorschot bedraagt 100 procent van de verleende subsidie en wordt uiterlijk uitgekeerd binnen 12 weken na de subsidieverstrekking.

3. Bij de subsidieverstrekking wordt als voorwaarde gesteld dat binnen een termijn van 12 weken een overeenkomst wordt verstrekt waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld.

4. Bij de subsidieverstrekking wordt de verplichting opgelegd tot indiening van de jaarlijkse rapportage, bedoeld in artikel 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M.

Artikel 12

Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen indien:

a. a. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde activiteit; b. b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; c. c. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; d. d. indien de werkzaamheden aan de maatregelen reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt; e. e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening.

Artikel 13

1. De subsidieaanvrager dient binnen tweeëntwintig weken nadat de activiteit is afgerond een aanvraag tot vaststelling als bedoeld in artikel 24 van het Kaderbesluit subsidies I en M in te dienen.

2. De aanvraag gaat vergezeld van de in de subsidieverstrekking aangegeven bescheiden, waaronder in elk geval een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat de subsidieontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan.

3.

Het verslag, bedoeld in artikel 24, derde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M, bevat, voor zover van toepassing, in ieder geval:

a. a. voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 2, onder a, een potentieberekening van de reductie van CO_2 emissies; b. b. voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 2, onder b, een potentieberekening van de reductie van NO_x emissies.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 20222026.

Bijlage 1. Formulier rangschikkingscriteria en weging als bedoeld in

Bijlage 2. Aanvraagformulier als bedoeld in

^1 Dit zijn de in-cash and in-kind bijdragen van de betreffende partner uit de Excel format voor de projectbegroting, tabblad Totaaloverzicht kosten, rij 18 en 19.

^2 De IKS kostenmethodiek zal voor de betreffende partner worden toegepast in het project.

Indiening bij Stichting TKI Logistiek (Dinalog): E-mail alle documenten in PDF en originele Word en Excel bestanden naar tenders@dinalog.nl.