40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029 | BWBR0051304 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-07-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051304 | Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029 |
Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- bouwlogistieke keten: het geheel aan activiteiten van het inrichten van bouwplaatsen, inzet van mensen en materieel, en verplaatsing en opslag van goederen ten behoeve van bouwactiviteiten;
- consortium: samenwerkingsverband tussen onafhankelijke partijen voor onderzoek dat minimaal bestaat uit een kennisinstelling en minimaal twee bedrijven;
- experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: gezamenlijk ambitiedocument van de minister, de topsector Logistiek en de Logistieke Alliantie (Kamerstukken II 2018/19, 34 244, nr. 2, bijlage);
- hogeschool: onder g van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
- industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
- kennisinstelling: universiteiten en hogescholen in het Koninkrijk der Nederlanden, de kennisinstellingen voor toegepast onderzoek Deltares, Marin, NLR, TNO en Wageningen-Research (TO2), de onderzoeksinstituten die onderdeel uitmaken van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en onderzoeksinstituten aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen;
- ketenregieactiviteiten: alle activiteiten die bijdragen aan de besturing en het beheer van de logistieke keten;
- minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- onderzoeksproject: project dat bestaat uit fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, of experimentele ontwikkeling, of een combinatie hiervan;
- private bijdrage: geldmiddelen of op geld waardeerbare inbreng in een samenwerkingsproject die niet direct of indirect afkomstig zijn van een onderzoeksinstelling met inbegrip van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, of een openbaar lichaam;
- TKI Logistiek: Stichting Topconsortium voor Kennis en Innovatie Logistiek, gevestigd te Breda;
- universiteit: onder a of b van de bijlage van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek genoemde instelling voor hoger onderwijs;
- Universiteiten van Nederland: de koepelorganisatie van de veertien publieke universiteiten van Nederland.
Artikel 2
Doel van deze regeling is het stimuleren van onderzoeksprojecten die bijdragen aan:
a. a. de transitie naar duurzame, concurrerende en veilige logistieke ketens en goederenvervoer als onderdeel van de Gezamenlijke Ambitie, Logistiek en goederenvervoer in 2050: concurrerend, duurzaam en veilig; of b. b. emissiereductie door middel van bouwconcepten, emissiereductie in bouwlogistieke ketens, de inzet van emissieloze mobiele werktuigen en de ontwikkeling van digitalisering en ketenregieactiviteiten in lijn met de doelstellingen van het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen.
Artikel 3
1. De minister kan ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, aanhef, onderdeel a, subsidie verstrekken aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het uitvoeringsprogramma Topsector Logistiek 2024–2027.
2. De minister kan ten behoeve van het doel, bedoeld in artikel 2, aanhef, onderdeel b, subsidie verstrekken aan een consortium voor een onderzoeksproject dat past binnen het Kennis-, Opschalings- en Praktijkervaringsprogramma, onderdeel Mobiele Werktuigen en Bouwlogistiek.
3.
Het totale bedrag aan subsidie bedraagt niet meer dan:
a. a. 50% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek of fundamenteel onderzoek; b. b. 25% van de subsidiabele kosten voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling.
4. Het totale bedrag aan subsidie is niet hoger dan het bedrag aan private bijdragen voor het onderzoeksproject.
Artikel 4
1. Voor subsidie komen alleen de kosten, bedoeld in artikel 25, derde lid, onderdelen a tot en met e, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, in aanmerking.
2.
Als standaardberekeningswijzen voor de berekening van uurtarieven worden gehanteerd:
a. a. een berekening op basis van integrale kostensystematiek; b. b. een berekening op basis van kosten per kostendrager vermeerderd met een forfaitair vastgestelde opslag voor indirecte kosten; of c. c. een forfaitair vastgesteld uurtarief voor loonkosten.
3. De kosten van de inhuur van derden maakt voor ten hoogste 10% deel uit van de totale projectkosten.
Artikel 5
1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel a, worden de directe en indirecte kosten per kostendrager in een tarief per eenheid van deze kostendrager berekend.
2. De subsidiabele kosten worden berekend door het aantal eenheden van de kostendrager te vermenigvuldigen met het ingevolge het eerste lid berekende tarief, vermeerderd met de aan een derde betaalde kosten voor zover deze geen deel uitmaken van het ingevolge het eerste lid vastgestelde tarief.
Artikel 6
1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel b, worden de directe loonkosten per uur vermenigvuldigd met het aantal uren dat direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt.
2.
De directe loonkosten per uur, bedoeld in het eerste lid, worden berekend overeenkomstig:
a. a. de salaristabellen Universiteiten van Nederland voor academische aanstellingen aan universiteiten en hogescholen; b. b. de Handleiding Overheidstarieven voor overige personeelskosten.
3.
De subsidiabele kosten worden berekend door het op grond van het eerste lid berekende bedrag te vermeerderen met:
a. a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. b. aan derden betaalde kosten.
4. Voor zover er geen loonkosten worden gemaakt, maar niettemin arbeid wordt verricht, wordt voor de berekening van de kosten van de arbeid uitgegaan van € 80 per uur.
Artikel 7
1. Bij het hanteren van uurtarieven die tot stand zijn gekomen met de standaardberekeningswijze, bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanhef, onderdeel c, wordt een uurtarief gehanteerd van € 80 per uur.
2.
De subsidiabele kosten worden berekend door het ingevolge het eerste lid gehanteerde bedrag te vermenigvuldigen met het aantal uren dat de direct bij de subsidiabele activiteiten betrokken personen ten behoeve van deze activiteiten hebben gewerkt en te vermeerderen met:
a. a. de kosten van het gebruik van apparatuur en de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen indien deze in de administratie te onderscheiden zijn; en b. b. aan derden betaalde kosten.
Artikel 8
1. De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken indien hij de mogelijkheid tot het doen van een aanvraag tot subsidieverlening heeft opengesteld door vaststelling van een subsidieplafond en van een periode voor indiening van de aanvraag.
2. Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt voor 2025 € 3.500.000,00.
3. Het subsidieplafond voor onderzoeksprojecten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, bedraagt voor 2025 € 1.900.000,00.
4. De minister stelt de hoogte van de subsidieplafonds, die voor de in artikel 2 bedoelde doelstellingen kunnen verschillen, voor de jaren 2026, 2027 en 2028 vast voor aanvang van het tijdvak waarvoor deze worden vastgesteld en maakt dit bekend in de Staatscourant.
5. De minister verdeelt de beschikbare middelen in de volgorde van rangschikking.
6. Rangschikking van aanvragen als bedoeld in artikel 3, vindt voor de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, afzonderlijk plaats.
7. Rangschikking vindt plaats aan de hand van de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen rangschikkingscriteria en weging.
8. Bij de rangschikking van de aanvragen laat de minister zich adviseren door het bestuur van TKI Logistiek.
9. De subsidie bedraagt ten hoogste € 1.000.000 per project.
Artikel 9
1.
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij TKI Logistiek met gebruikmaking van het volledig ingevulde aanvraagformulier, bedoeld in bijlage 2
bij deze regeling.
2. Voor 2025 kan een aanvraag voor subsidie voor een onderzoeksproject als bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, worden ingediend in de periode van 25 juli 2025, 09.00 uur tot en met 25 augustus 2025, 17.00 uur.
3. De minister stelt de aanvraagperiode voor de jaren 2026, 2027 en 2028 vast en maakt dit bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
4. Onverminderd artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M bevat een aanvraag de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
5. Een aanvraag voor subsidie heeft betrekking op één project.
Artikel 10
Onverminderd de in artikel 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M genoemde afwijzingsgronden, wijst de minister de aanvraag voor de subsidie in ieder geval af indien:
a. a. de aanvraag betrekking heeft op het doel, genoemd in artikel 2, aanhef, onderdeel b, en niet of zeer beperkt bijdraagt aan de reductie van stikstofemissies, of als de stikstofreductie niet kwantitatief is onderbouwd; b. b. het onderzoeksproject niet minimaal een omvang van € 500.000 aan begrote projectkosten heeft; c. c. de aanvraag een beoordelingsscore van minder dan 3,5 punten heeft; d. d. er al een subsidie is verstrekt op grond van deze regeling voor dezelfde activiteit; e. e. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de algemene groepsvrijstellingsverordening; f. f. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld artikel 2, achttiende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; g. g. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt; h. h. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 11
In aanvulling op de artikelen 17 tot en met 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M verstrekt het consortium waaraan een subsidie is verleend binnen twaalf weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aan de minister een overeenkomst als bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel b, van het Kaderbesluit subsidies I en M.
Artikel 12
Het te verlenen voorschot bedraagt 100% van de verleende subsidie en wordt uitgekeerd binnen twaalf weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 13
De subsidieaanvrager dient binnen tweeëntwintig weken nadat het project is afgerond een aanvraag tot vaststelling als bedoeld in artikel 24 van het Kaderbesluit subsidies I en M in.
Artikel 14
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 15
De minister publiceert binnen vijf jaren na de inwerkingtreding van deze regeling een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.
Artikel 16
Wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2022 – 2026.
Artikel 17
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling voor die datum zijn verleend.
Artikel 18
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling onderzoek Topsector Logistiek 2025–2029.
Bijlage 1. bedoeld in
Bijlage 2. bedoeld in
^1 De IKS kostenmethodiek zal voor de betreffende partner worden toegepast in het project.
Indiening geschiedt bij de Stichting TKI Logistiek (Dinalog): E-mail alle documenten in PDF en originele Word en Excel bestanden naar tenders@dinalog.nl.