40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land | BWBR0012843 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-09-29 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012843 | Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land |
Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. De Minister verstrekt de Stichting jaarlijks een subsidie om het maritieme cluster in Nederland te versterken door middel van voorlichting, educatie, bewustwording, samenwerking, netwerkvorming, onderzoek en andere activiteiten die daarmee verband houden of daartoe bevorderlijk zijn.
2. De subsidie wordt per boekjaar verleend. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar, met dien verstande dat het eerste boekjaar loopt van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2001.
Artikel 3
Het subsidieplafond voor de bureau- en activiteitenkosten gezamenlijk bedraagt € 1.815.120,86 jaarlijks.
Artikel 4
1. De subsidie bedraagt per kalenderjaar 50% van de totale bureaukosten met een maximum van € 204.201,10 te vermeerderen met een per jaar door de Minister te bepalen percentage van de activiteitenkosten.
2. In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2001 maximaal een vierde van de subsidie voor een kalenderjaar.
3. Binnen het in artikel 3 genoemde subsidieplafond kan de Minister ten behoeve van activiteiten die rechtstreeks verband houden met lange termijn onderzoek met een precompetitief karakter of die uitstijgen boven het gebied van een thema, een subsidie verlenen tot 100% van de daarmee gepaard gaande bureau- en activiteitenkosten, met een maximum van € 113.445,05 per jaar.
Artikel 5
Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.
Artikel 6
1. De aanvraag van de subsidie voor de periode van 1 oktober 2001 tot en met 31 december 2001 dient uiterlijk op 1 oktober 2001 te zijn ontvangen.
2. De aanvraag wordt gericht aan de Minister en ingediend bij de Directeur-Generaal Goederenvervoer, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.
3. In aanvulling op artikel 4:61, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag vergezeld van een activiteitenplan en een begroting die zijn goedgekeurd door het bestuur van de Stichting.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de Stichting binnen een door de Minister te bepalen termijn in de gelegenheid gesteld de aanvraag of de daarbij behorende gegevens en bescheiden aan te vullen.
Artikel 7
In aanvulling op artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht, kan de Minister de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de Stichting wijzigen indien:
a. a. de Stichting voor de uitoefening van de gesubsidieerde activiteiten tevens geheel of gedeeltelijk financiële bijdragen krijgt van (overheids)instanties, anders dan het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, of anders dan al vermeld in de subsidieaanvraag; b. b. vermogen is gevormd met de door de subsidie verstrekte gelden; c. c. de Stichting wordt ontbonden; of d. d. één der eventuele overige subsidieverstrekkers de subsidieverlening intrekt of ten nadele van de Stichting wijzigt.
Artikel 8
De Minister kan de Stichting voorschotten verlenen.
Artikel 9
1. De verklaring van de accountant, bedoeld in art. 4.78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voldoet aan het in de bijlage bij deze regeling opgenomen model controleprotocol subsidies.
2. De Minister of een door hem aan te wijzen accountant kan een review houden bij de fungerende derde-accountant ter toetsing van de naleving van het controleprotocol. De kosten hiervan zijn voor rekening van de Minister, tenzij van onjuistheden blijkt. Indien een review wordt gehouden wordt hierover tevens overleg gevoerd met de Stichting.
Artikel 10
De Minister brengt na twee jaar een rapport uit betreffende een tussentijdse evaluatie van de doeltreffendheid van de gesubsidieerde activiteiten en brengt na vier jaar een rapport uit betreffende een evaluatie van de doeltreffendheid en de effecten van de gesubsidieerde activiteiten.
Artikel 11
Wijzigt deze regeling.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2006.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land.
Bijlage
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Artikel 1
1.1. Dit controleprotocol heeft betrekking op de bijdrage die door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt verstrekt aan de Stichting Nederland Maritiem Land zoals geregeld in artikel 4 van de Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land.
1.2. De volgende begrippen zijn van toepassing:
1.3.
De volgende regelgeving is van toepassing:
- de Tijdelijke subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land;
- de beschikking;
- Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;
- alle overige van toepassing zijnde correspondentie.
1.4. Dit controleprotocol is een nadere uitwerking van artikel 9 van de Tijdelijke Subsidieregeling Stichting Nederland Maritiem Land.
1.5. In dit controleprotocol wordt uiteengezet welke algemene uitgangspunten en specifieke vereisten gelden bij de controle door de derde accountant ten behoeve van de onder 1.1. genoemde subsidie alsmede op welke wijze de uitkomsten van deze controle dienen te worden gerapporteerd.
1.6. Wij wijzen erop dat mogelijk, op verzoek van de Minister, door accountants van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat of door haar aangewezen accountants een review zal worden uitgevoerd bij de fungerende derde accountant ter toetsing op de naleving van dit controleprotocol. Indien een review wordt uitgevoerd zal hierover tevens overleg worden gepleegd met de subsidie-ontvanger.
Artikel 2
2.1.
De controle dient zowel de getrouwe weergave van de ingediende verantwoording alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten.
Van de derde accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de getrouwe weergave controleert, maar ook dat hij de naleving van de subsidieregelgeving (zoals genoemd onder punt 1.3) toetst.
2.2. Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant geldt, voor wat betreft de rechtmatigheid en/of juistheid, een controletolerantie van 1% en voor wat betreft de betrouwbaarheid een controletolerantie van 3%. Beide percentages hebben betrekking op het totaal toegezegde subsidiebedrag, conform het vastgestelde bedrag in de beschikking.
Artikel 3
3.1.
Bij de uitvoering van de controle van de verantwoording dient, met inachtneming van de onder punt 2 genoemde uitgangspunten, door de derde accountant te worden vastgesteld dat aan de volgende specifieke vereisten is voldaan:
a. a. dat de door de subsidie-ontvanger gevoerde administratie zodanig is ingericht dat daaruit door de Minister op ieder moment op eenvoudige en eenduidige wijze de aan de activiteiten gerelateerde kosten kunnen worden afgeleid; b. b. of er activiteiten hebben plaatsgevonden welke hebben geresulteerd in de totstandkoming van rapporten, documenten en dergelijke, welke door de subsidie-ontvanger niet ter kennisname aan de Minister zijn gezonden; c. c. of er bij het opzetten van de verantwoording zoveel mogelijk is aangesloten bij de indeling van de subsidie-aanvraag; d. d. of er aan de subsidie-ontvanger surséance van betaling is verleend, het faillissement van de subsidie-ontvanger is aangevraagd, dan wel dat er een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
Artikel 4
4.1.
Een model van de goedkeurende accountantsverklaring in het kader van deze subsidieregeling luidt als volgt:
ACCOUNTANTSVERKLARING M.B.T. <SUBSIDIEREGELING/SUBSIDIEBESCHIKKING>
afgegeven t.b.v. het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Wij hebben (in dit rapport/verslag opgenomen) de door ons gewaarmerkte verantwoording inzake de kosten van in het kader van de subsidieregeling gecontroleerd. De verantwoording is opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken. Deze verantwoording is bestemd voor de bepaling van de definitieve bijdrage in het kader van de Subsidieregeling/Subsidiebeschikking <naam regeling/beschikking>. De gewaarmerkte verantwoording is genummerd van blad tot en met blad .
Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening geen onjuistheden van materieel belang bevat. Verder is ons onderzoek verricht met inachtneming van hetgeen is vermeld in het “<naam controleprotocol:gt;” d.d. .
Wij zijn van oordeel dat de verantwoording voldoet aan de terzake geldende eisen.