40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010 | BWBR0025322 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-02-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0025322 | Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010 |
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de Minister:* de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. b.
*uitvoeringsinstelling:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg;
c. c.
*kredietinstelling:* een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. d.
*gemeentelijke kredietbank:* een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
e. e.
1°
een persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die een bedrijf of zelfstandig beroep voornemens is te beginnen;
2°
een kleine onderneming als bedoeld in bijlage 1, artikel 1, tweede lid, van de Verordening (EG) 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (Pb. EGL 10);
1° 1° een persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die een bedrijf of zelfstandig beroep voornemens is te beginnen; 2° 2° een kleine onderneming als bedoeld in bijlage 1, artikel 1, tweede lid, van de Verordening (EG) 70/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (Pb. EGL 10); f. f.
*levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep:* het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
g. g.
*borgstellingsovereenkomst:* een overeenkomst tussen de Minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling.
Artikel 2
1. Indien is voldaan aan de bepalingen van deze regeling verleent de Minister op aanvraag van de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling op de met de ondernemer gesloten kredietovereenkomst.
2.
De Minister verleent een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling niet indien:
a. a. een ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep een beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de ondernemer; b. b. een ondernemer geen levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent of voornemens is te starten; c. c. er sprake is van gehele of gedeeltelijke voortzetting van een uitkering en de uitvoeringsinstelling geen goedkeuring geeft aan de ondernemer voor het starten of voortzetten van een bedrijf of zelfstandig beroep; d. d. de aard van de activiteiten van de ondernemer indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en e. e. het hoofdverblijf van de ondernemer niet is gevestigd in de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg.
3. De Minister informeert de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank desgevraagd over de stand van de uitputting van het budget voor deze regeling in verband met het een maximum dat in artikel 6 is gesteld met betrekking tot het beschikbare budget voor borgstellingsovereenkomsten.
Artikel 3
1. De ondernemer die in aanmerking wil komen voor kredietverlening door de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank onder gebruikmaking van deze regeling kan daartoe een aanvraag met bijgevoegd een bedrijfs- of ondernemingsplan indienen bij de uitvoeringsinstelling in een van de in artikel 1, onderdeel b, genoemde gemeenten, voor zover de ondernemer in één van die gemeenten zijn hoofdverblijf heeft.
2. Indien de uitvoeringsinstelling tot een positief oordeel komt over het ingediende bedrijfs- of ondernemingsplan, kan de ondernemer voor een nader levensvatbaarsheidsonderzoek van het bedrijfs- of ondernemingsplan kosteloos een beroep doen op een van de daartoe door de Minister erkende of gecontracteerde instanties.
3. Indien de uitvoeringsinstelling tot een negatief oordeel komt over het ingediende bedrijfs- of ondernemingsplan, kan de ondernemer voor een nader levensvatbaarsheidsonderzoek van het bedrijfs- of ondernemingsplan op eigen kosten een beroep doen op een van de daartoe door de Minister erkende of gecontracteerde instanties.
Artikel 4
1. Als borgstellingsovereenkomst wordt aangemerkt een overeenkomst conform de bij deze regeling horende bijlagen 1 en 2.
2. De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de Minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft.
3. In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de Minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 5
1.
De borgstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
a. a. het bedrag van de kredietverlening aan een ondernemer bedraagt maximaal € 35.000,–; b. b. de ondernemer betaalt de Minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van vier procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en c. c. de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft een maximale looptijd van zes jaar.
2. De Minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, verlengen indien verlenging ertoe bijdraagt dat de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank geen aanspraak zal maken op de desbetreffende financiële middelen.
Paragraaf 2. Begrenzing borgstellingsovereenkomsten en looptijd van de regeling
Artikel 6
1. De Minister geeft gedurende de looptijd van de regeling voor niet meer dan € 12.000.000,– aan borgstellingsovereenkomsten af. Van dit bedrag is niet meer dan € 6.000.000,– beschikbaar ten behoeve van ondernemers, die geheel of gedeeltelijk recht hebben op een uitkering op het moment van de aanvraag en niet meer dan € 6.000.000,– beschikbaar ten behoeve van overige ondernemers.
2. De Minister verdeelt het beschikbare bedrag op grond van het eerste lid in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad een aanvraag aan te vullen, de dag waarop een aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.
Artikel 7
Borgstellingsovereenkomsten kunnen tot uiterlijk 31 december 2010 worden verleend, tenzij een van de maximale bedragen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bereikt.
Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
De artikelen 5 tot en met 16 en 18 van de Algemene Regeling SZW-subsidies zijn niet van toepassing op deze regeling.
Artikel 9
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2011.
2. De Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2009 wordt ingetrokken.
3. De Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2009, zoals die luidt op de datum van inwerkingtreding van deze regeling blijft van toepassing op afwikkeling van de verplichtingen van de Minister verbonden aan de verlening van een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling op grond van die regeling, die zijn aangegaan voor deze datum.
4. Deze regeling, zoals die luidt op 31 december 2010, blijft van toepassing op afwikkeling van de verplichtingen van de Minister verbonden aan verlening van een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling op grond van deze regeling die zijn aangegaan op of voor deze datum.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling ondernemers 2009–2010.
Bijlage 1. – Banken
De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister
en ..........
ten deze vertegenwoordigd door ..........
hierna te noemen: de Bank,
komen overeen als volgt:
Getekend te .......... op ..........
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(naam en functie vertegenwoordigers Bank)
Bijlage 2. – Gemeentelijke kredietbanken
De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de Minister
en ..........
ten deze vertegenwoordigd door ..........
hierna te noemen: de Bank,
komen overeen als volgt:
Getekend te .......... op ..........
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(naam en functie vertegenwoordigers Bank)