40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008 | BWBR0025192 | ministeriele-regeling | geldend | 2009-01-21 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0025192 | Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008 |
Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*de minister:* de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. b.
*uitvoeringsinstelling:* het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, Leeuwarden, Lelystad, Rotterdam of Tilburg;
c. c.
*een kredietinstelling:* een kredietinstelling als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
d. d.
*gemeentelijke kredietbank:* een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
e. e.
*startende ondernemer:* iedere persoon van 18 tot 65 jaar die in Nederland woont en die:
1°.
voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en
2°.
een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen;
1°. 1°. voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen; en 2°. 2°. een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, danwel een uitkering uit hoofde van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid ontvangt, danwel korter dan twee jaar geleden een uitkering op grond van werkloosheid of arbeidsongeschiktheid heeft ontvangen en sindsdien actief is als ondernemer, danwel een dienstbetrekking heeft die dreigt te eindigen; f. f.
*levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep:* het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de startende ondernemer een inkomen verwerft dat toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
g. g.
*borgstellingsovereenkomst:* overeenkomst tussen de minister en de kredietinstelling of de gemeentelijke kredietbank in het kader van deze regeling.
Artikel 2
1.
De minister verleent een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen in de vorm van een borgstelling voor een met de startende ondernemer te sluiten kredietovereenkomst, indien:
a. a. de startende ondernemer voor een krediet voor bedrijf of zelfstandig beroep geen beroep kan doen op een geldlening bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank die, gezien haar aard en doel, passend en toereikend is voor de startende ondernemer; b. b. de startende ondernemer voornemens is naar het oordeel van de minister een levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep te starten; c. c. ingeval van gehele of gedeeltelijke voortzetting van de uitkering de uitvoeringsinstelling goedkeuring geeft aan de startende ondernemer voor het starten van een bedrijf of zelfstandig beroep; d. d. de aard van de activiteiten van de startende ondernemer niet indruist tegen de openbare orde, de goede zeden of het maatschappelijk belang; en e. e. er afspraken zijn gemaakt over begeleiding van de startende ondernemer na de start van het levensvatbaar bedrijf of het zelfstandig beroep.
2. De startende ondernemer dient binnen 35 kalenderdagen, nadat de minister een aanbod tot een borgstellingsovereenkomst heeft afgegeven, onder gebruikmaking hiervan een krediet te verwerven bij een kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank.
3. De termijn, bedoeld in het tweede lid, kan door de minister worden verlengd, indien het overschrijden van deze termijn de startende ondernemer redelijkerwijs niet te verwijten valt.
Artikel 3
1. Als borgstellingsovereenkomst wordt aangemerkt een overeenkomst conform de bij deze regeling horende bijlagen 1 en 2.
2. De borgstellingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, treedt in werking met ingang van de dag dat de minister deze van de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank heeft ontvangen, tegelijk met een afschrift van de kredietovereenkomst waarop de borgstelling betrekking heeft.
3. In afwijking van het tweede lid treedt een borgstellingsovereenkomst met de gemeentelijke kredietbank in werking vanaf het moment dat de minister een afwijzing voor een geldlening van een kredietinstelling heeft ontvangen van de startende ondernemer, indien de ontvangstdatum daarvan gelegen is na de dag, bedoeld in het tweede lid.
Artikel 4
1.
De borgstelling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt verleend onder de volgende voorwaarden:
a. a. het bedrag van de kredietverlening aan een startende ondernemer bedraagt maximaal € 31.500,–; b. b. de startende ondernemer betaalt de minister via de kredietinstelling of gemeentelijke kredietbank een afsluitprovisie van 4 procent van het kredietbedrag waarop de borgstelling betrekking heeft; en c. c. de borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, heeft een maximale looptijd van zes jaar.
2. De minister kan de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ten hoogste driemaal gedurende een aaneengesloten periode van maximaal vier kalenderkwartalen opschorten.
Paragraaf 2. Begrenzing borgstellingsovereenkomsten en looptijd van de regeling
Artikel 5
De minister geeft in totaal voor ten hoogste € 4.000.000,– aan aanbiedingen voor borgstellingsovereenkomsten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, af.
Artikel 6
Onverminderd het bepaalde in artikel 5 worden op grond van deze regeling ten hoogste 200 aanbiedingen tot een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2, tweede lid, door de minister afgegeven.
Artikel 7
Borgstellingsovereenkomsten kunnen tot maximaal een jaar na datum inwerkingtreding van deze regeling worden gesloten, tenzij het bedrag, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of het aantal aanbiedingen voor een borgstellingsovereenkomst, bedoeld in artikel 6, eerste lid, eerder is bereikt.
Paragraaf 3. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
De artikelen 5 tot en met 16 en 18 van de Algemene Regeling SZW-subsidies zijn niet van toepassing op deze regeling.
Artikel 9
1. Een borgstelling die voldoet aan artikel 2, eerste lid, en die is verleend in de periode van 1 juli 2008 tot en met de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt aangemerkt als een borgstelling als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
2. Een borgstellingsovereenkomst die voldoet aan artikel 3, eerste lid, en die is gesloten in de periode van 1 juli 2008 tot en met de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze regeling, wordt aangemerkt als een borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid.
Artikel 10
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 juli 2008 en vervalt met ingang van 1 april 2009.
2. Deze regeling, zoals die geldt op 31 maart 2009, blijft van toepassing op afwikkeling van de verplichtingen van de Minister verbonden aan de verlening van voorwaardelijke aanspraken op financiële middelen in de vorm van borgstellingen op grond van deze regeling die zijn aangegaan voor deze datum.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering 2008.
Bijlage 1. – Banken
De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de minister
en .........................
ten deze vertegenwoordigd door .........................
hierna te noemen: de Bank,
komen overeen als volgt:
Getekend te .......... op ...............
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(naam en functie vertegenwoordigers Bank)
Bijlage 2. – Gemeentelijke kredietbanken
De Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd te Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen: de minister
en .........................
ten deze vertegenwoordigd door .........................
hierna te noemen: de Bank,
komen overeen als volgt:
Getekend te .......... op ...............
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
(naam en functie vertegenwoordigers Bank)