40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt. |
||
|---|---|---|
| .. | ||
| README.md | ||
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden | BWBR0012075 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012075 | Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden |
Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden
Artikel 1
In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1.
Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet als volgt vastgesteld:
a. a. voor de provincies: 7,0%; b. b. voor de gemeenten: 8,5%; c. c. voor de waterschappen: 23%; d. d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
2.
Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wet genoemde percentage als volgt vastgesteld:
a. a. voor de provincies: 20%; b. b. voor de gemeenten: 20%; c. c. voor de waterschappen: 30%; d. d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
3. Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.
Artikel 3
Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld.
Artikel 4
1.
De openbare lichamen zenden aan de toezichthouder
a. a. Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van:
1°.
Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar;
2°.
De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar;
3°.
De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar;
4°.
De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar;
5°.
Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
1°. 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar; 2°. 2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar; 3°. 3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar; 4°. 4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar; 5°. 5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
2. De openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, lid a, van de wet zenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
3. Een openbaar lichaam kan toezending van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens aan de toezichthouder achterwege laten, indien de kasgeldlimiet van deze openbare lichamen gelijk is aan het wettelijke minimumbedrag.
Artikel 5
Het Centraal Bureau voor de Statistiek zendt iedere drie maanden voor het einde van het eerstvolgende kwartaal verzamelopgaven van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gegevens aan Onze Minister van Financiën.
Artikel 6
De opgaven bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden verstrekt overeenkomstig de als bijlage bij deze regeling gevoegde modelstaten.
Artikel 7
1. Gedurende het jaar van inwerkingtreding van de wet, mag een openbaar lichaam in overleg met de toezichthouder stapsgewijs het nieuwe percentage van de kasgeldlimiet, als bedoeld in artikel 3 van de wet, eerste lid, bereiken.
2. Gedurende het jaar van inwerkingtreding van de wet, is, in afwijking van artikel 2, tweede lid, een percentage van de renterisiconorm van 30% van toepassing.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden.
Bijlage
De modelstaten A over de kwartalen van het voorafgaande jaar worden normaliter eenmaal per jaar als onderdeel van de financieringsparagraaf bij de begroting en het jaarverslag naar de toezichthouder verzonden. De liquiditeitspositie heeft betrekking op de financiering met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar. Een derivaat kan daarbij de looptijd van de financiering veranderen. Zo kan een derivaat vaste schuld omzetten in een korte schuld met variabele rente. De liquiditeitspositie is het saldo van (a) de vlottende of korte schulden, zoals schulden in rekening-courant en in bewaring zijnde kasgelden van derden en (b) de vlottende middelen zoals kasgelden en tegoeden in rekening-courant. De liquiditeitspositie heeft betrekking op het gehele openbaar lichaam, alsmede op de gemeentelijke kredietbank en op diensten zoals het grondbedrijf, exclusief interne schuldverhoudingen. De gemiddelde liquiditeitspositie van de drie kwartaalmaanden wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet heeft betrekking op het totaal van de begroting van het lopende jaar naar de stand van 1 januari. Als de gemiddelde liquiditeitspositie van drie achtereenvolgende kwartalen de kasgeldlimiet overschrijdt, dan dient de betrokken decentrale overheid de drie kwartaalrapportages toe te zenden aan de toezichthouder, met daarbij een plan om weer te voldoen aan de kasgeldlimiet.
Modelstaat B wordt eenmaal per jaar als onderdeel van de financierings-paragraaf bij de begroting en het jaarverslag naar de toezichthouder verzonden. Op deze staat wordt over het renterisico van de komende vier jaren gerapporteerd. Het renterisico heeft betrekking op de vaste schuld en op het bedrag waarover renterisico wordt gelopen. Naast de renteherzieningen zijn hiervoor ook de aflossingen van belang, want het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden. Het renterisico heeft betrekking op het gehele openbaar lichaam, op de gemeentelijke kredietbank en op diensten zoals het grondbedrijf. Het renterisico wordt getoetst aan het bedrag van de renterisiconorm. De renterisiconorm heeft betrekking op het totaal van de begroting van uitsluitend het komende jaar. Het komende jaar is jaar T in de tabel hierna.